Het gaat om de opslag en de verwerking van celmateriaal van personen die verdacht worden van een feit waarvoor voorlopige hechtenis staat maar die nog niet veroordeeld zijn. Daarmee zet het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) een belangrijke stap in de voorbereiding op de nieuwe wet DNA-C, die naar verwachting op 1 januari 2027 in werking treedt.
De Vmax Picking Robot van automatiseringsspecialist TBWB, die al ingezet wordt in ziekenhuizen en de farmaceutische sector, wordt speciaal aangepast voor de opslag van dit celmateriaal. Een oplossing die niet alleen betrouwbaarheid en schaalbaarheid moet garanderen, maar ook recht doet aan de bijzondere context, benadrukt Arjenne Janssen, projectleider DNA-C bij het NFI. Het gaat namelijk om celmateriaal van verdachten die (nog) niet veroordeeld zijn en dat moet uiterst zorgvuldig beheerd worden.
Van DNA-V naar DNA-C
DNA-onderzoek speelt een sleutelrol in de bewijsvoering. Sinds 1997 bestaat de Nederlandse DNA-databank, die in 2005 een flinke impuls kreeg met de invoering van de wet DNA-onderzoek bij veroordeelden (DNA-V). Deze wet verplicht veroordeelden van een zogenoemd DNA-waardig feit om celmateriaal af te staan, waarvoor de veroordeelde zich dient te melden op een afnamespreekuur bij de politie. Uit dit celmateriaal wordt een DNA-profiel gemaakt. Dat profiel wordt opgenomen in de databank en wordt vergeleken met onder andere sporen uit andere zaken.

De uitbreiding naar DNA-C komt voort uit een pijnlijk gemis in de praktijk. In 2012 werd Bart van U. veroordeeld voor een DNA-waardig feit, maar hij verscheen niet op het afnamespreekuur. ‘Dat gebeurt vaker,’ zegt Janssen. ‘Evaluaties van de wet hebben uitgewezen dat sinds de invoering van de wet in 2005 een deel van de veroordeelden om diverse redenen niet is komen opdagen, bijvoorbeeld bij het ontbreken van het adres of wanneer iemand gevlucht is. Dat betekent dat we substantieel mensen missen in de databank. Die personen worden helaas niet altijd opgespoord.’
Toen in 2014 voormalig D66-minister Els Borst werd vermoord, werd een spoor veiliggesteld en onderzocht maar dat leverde geen match op. Een jaar later, toen Bart van U. in beeld kwam bij een andere zaak, namelijk de moord op zijn eigen zus Loïs, bleek zijn DNA-profiel te matchen met het spoor aangetroffen op de plaats delict van de voormalig politica. ‘De moord op zijn zus had mogelijk voorkomen kunnen worden als zijn profiel eerder in de databank had gestaan.’

Logistieke uitdaging
Er werd in 2018 een commissie ingesteld, die adviseerde om de wet DNA-V uit te breiden. Het huidige wetsvoorstel DNA-C maakt het mogelijk om van verdachten van een feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan en die in verzekering zijn gesteld, celmateriaal af te nemen (conservatoir celmateriaal). ‘De essentie is dat we dat materiaal tijdelijk opslaan. Pas bij een veroordeling mag een DNA-profiel worden opgesteld. Bij vrijspraak of seponering moet het materiaal juist worden vernietigd. Het spreekt voor zich dat dit foutloos moet gebeuren.’
Die wetswijziging heeft gevolgen voor het NFI. Het instituut wordt beheerder van al dat nieuw af te nemen en te bewaren celmateriaal. En dat gaat niet om enkele honderden sets, maar om vele duizenden per jaar. ‘Als je dat allemaal handmatig moet opslaan en terugvinden, is dat onbegonnen werk. Daarnaast zijn er eisen in de wet opgenomen waaraan het beheer van het celmateriaal moet voldoen,’ zegt Janssen.
35.000 enveloppen
Op basis van statistische modellen berekende het NFI dat er capaciteit nodig is voor circa 35.000 enveloppen, waarin het celmateriaal zal worden aangeleverd. ‘Dat lijkt overzichtelijk, maar bedenk dat dit materiaal jarenlang bewaard moet kunnen blijven,’ legt Janssen uit. ‘Na verloop van tijd liggen er dus tienduizenden sets in de opslag. Daar moet je gestructureerd bij kunnen, of het nu gaat om uitgifte voor DNA-onderzoek of om vernietiging.’
Het celmateriaal dat via wangslijm wordt afgenomen komt uiteindelijk op een kaartje in een houder met een unieke code. Dit gaat in de envelop en wordt via beveiligde kratten naar het NFI vervoerd. Voor de opslag is gekozen voor kunststof bakjes waar de enveloppen in worden gelegd en die vervolgens door de Rowa Vmax op schappen worden geplaatst.
In 2023 startte het NFI met een uitgebreide marktverkenning. Janssen: ‘Na veel zoeken vonden we zes bedrijven die opslag- en uitgiftesystemen leveren. Er kwamen nog enkele partijen bij die bekend zijn met de forensisch wereld en een bedrijf dat via via hoorde van onze zoektocht. In totaal hebben we met elf bedrijven gesproken.’
De uitkomst was duidelijk: een standaardoplossing hiervoor bestaat niet. ‘Er zijn geen systemen die geautomatiseerd enveloppen kunnen opslaan en uitgeven,’ aldus Janssen. ‘Dat werd pas mogelijk als we de envelop zouden vervangen door een doosje of als leveranciers speciale houders of grijparmen gingen ontwikkelen. We moesten dus echt op zoek naar maatwerk.’ Tijdens de verkenning bezocht het NFI meerdere bedrijven en locaties, variërend van een ziekenhuisapotheek tot een online drogisterij. ‘Dat was heel leerzaam,’ vertelt Janssen. ‘We konden zien hoe systemen werken en welke mogelijkheden er zijn voor inname en uitgifte.’
Aanbesteding
Na de marktverkenning volgde een aanbestedingstraject. TBWB kwam daarbij als winnaar uit de bus, op basis van de beste prijs/kwaliteitverhouding met de Vmax Picking Robot. Dit systeem wordt door TBWB aangepast voor de specifieke eisen van het NFI. Het vertrouwen bij het NFI over de nieuwe oplossing is groot. ‘De Vmax heeft zich niet alleen bewezen in de farmaceutische sector en ziekenhuizen, maar wordt ook al jaren toegepast in industriële intralogistieke omgevingen’, zegt Bart Friederichs, ceo van TBWB. ‘We gaan nu een unit ontwikkelen waarmee het systeem geautomatiseerd celmateriaal kan verwerken dat vernietigd moet worden. Zo maken we het systeem op maat voor het NFI.’
Het nieuwe opslagsysteem wordt geplaatst in een speciaal ingerichte ruimte van ongeveer 14 meter diep en 10 meter breed. ‘Het wordt een gesloten systeem,’ benadrukt Janssen. ‘Er komen vrijwel geen mensenhanden meer aan te pas. Het beheer moet absoluut zorgvuldig en betrouwbaar gebeuren. Dat is cruciaal, want we beheren straks celmateriaal van mensen die nog niet veroordeeld zijn.’

Een belangrijk voordeel is de schaalbaarheid. Het systeem kan meegroeien met toekomstige uitbreidingen van de wet of toenemende capaciteitsbehoefte. Daarmee is het NFI voorbereid op de lange termijn. De planning is dat het systeem eind 2025 gereed is. In 2026 volgt een intensief testtraject met testmateriaal. ‘Omdat het een ketenproces is, moeten we ook de samenwerking met Politie, Koninklijke Marechaussee, DJI, OM, Justid en de drie forensische laboratoria in Nederland (NFI, TMFI en FLDO) testen,’ zegt Janssen. ‘De opdrachten voor vernietiging of uitgifte komen immers via de ketenpartners binnen. Pas als dat hele proces sluitend is, kunnen we in 2027 operationeel starten.’
Nieuwe manier van werken
Voor het NFI betekent DNA-C meer dan alleen een technisch project. Het is ook een fundamentele verandering in de manier van werken. ‘De uitdaging is niet alleen het vinden van een logistieke oplossing,’ zegt Janssen, ‘maar ook het wennen aan het idee dat we materiaal beheren van mensen die nog niet veroordeeld zijn. Dat is nieuw. Het stelt extra hoge eisen aan onze systemen en processen.’
Daarnaast was de aanbesteding zelf een uitdaging. Voor veel bedrijven is werken met overheidsprocedures namelijk geen dagelijkse kost. ‘We hebben daarom een korte introductiecursus aanbestedingen bij de overheid georganiseerd voor geïnteresseerde leveranciers,’ vertelt Janssen. ‘Dat hielp hen de regels te begrijpen en mee te doen. Uiteindelijk is de opdracht gegund aan een partij die misschien niet de grootste speler is, maar wel de meest passende oplossing bood die relatief makkelijk te realiseren is. Dat vertaalde zich ook in een gunstige prijs-/kwaliteitverhouding, we werken immers met publiek geld.’
Met de keuze voor de Vmax Picking Robot realiseert het NFI een belangrijke stap in de invoering van de wet DNA-C. Het systeem maakt het mogelijk om tienduizenden sets met conservatoir celmateriaal veilig, betrouwbaar en schaalbaar te beheren. Voor TBWB is het een kans om bewezen technologie in een nieuwe context toe te passen. Voor het NFI is het een noodzakelijke stap om klaar te zijn voor 2027.
En voor de samenleving betekent het dat ernstige misdrijven in de toekomst sneller kunnen worden opgelost, en soms misschien zelfs voorkomen. ‘Dit is een belangrijke uitbreiding van de huidige wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. En dat moet goed gebeuren. Dat vraagt om systemen die perfect functioneren. Dit project heeft als doel ervoor te zorgen dat de keten klaar is voor de inwerkingtreding van de wet DNA-C.’







