In veel logistieke operaties is piekdrukte geen uitzondering, maar een terugkerend patroon. Seizoenen, evenementen, campagnes en projecten zorgen voor korte perioden waarin het magazijn veel meer bewegingen moet verwerken. De reflex is vaak om extra capaciteit toe te voegen. Toch ligt de structurele oplossing geregeld dichter bij de basis: hoe zijn de goederen opgeslagen, verplaatst en gestandaardiseerd?
‘Mostly invisible, always remarkable’
The Powershop uit Raalte is gespecialiseerd in langdurige en tijdelijke stroomvoorzieningen voor festivals, sportevenementen en complexe projecten in Europa. Het bedrijf werkt met zware kabels, verdeelkasten en technische materialen die snel beschikbaar moeten zijn. Zodra het seizoen start, stijgt de druk op het magazijn. Materiaal moet worden verzameld, gecontroleerd, geladen, uitgeleverd en na afloop retour verwerkt.
Directeur Yuri Kramer beschrijft de rol van het bedrijf met een duidelijke zin: ‘Onze slogan is “Mostly invisible, always remarkable”, dus zie je ons niet, dan gaat het goed.’ Voor de magazijnoperatie geldt hetzelfde. Als het proces klopt, is het nauwelijks zichtbaar. Als het hapert, ontstaat vertraging in de hele keten.
Eén systeem
De gekozen aanpak draait om standaardisatie. The Powershop werkt met een beperkte selectie gaascontainers en stapelbakken. Die worden niet alleen ingezet tijdens de opslag, maar ook voor intern transport, extern transport en gebruik in het veld. Daardoor ontstaat één systeem in plaats van losse oplossingen per afdeling of fase.

Operationeel manager Jelmer Zagema zegt daarover: ‘We hebben nu zo’n 2000 kratten in ons magazijn staan. We proberen zo’n compact mogelijk assortiment aan kratten te houden om het zo gestandaardiseerd mogelijk te kunnen gebruiken, voor zowel intern als extern, en voor op transport en de jongens in het veld. Dat werkt voor iedereen zo makkelijk, omdat we de gewichten weten voor op transport. De jongens weten in het magazijn precies wat waar staat. Daarnaast weten de jongens in het veld ook wat er in een krat kan en wat erin moet.’
Ladingdrager als rekeneenheid
Voor logistiek managers is vooral de voorspelbaarheid interessant. Als per ladingdrager bekend is wat erin past, hoeveel het weegt en welke afmetingen gelden, wordt een opslagmiddel een rekeneenheid. Planning hoeft niet te schatten hoeveel kabels mee moeten. Transport kan worden ingericht op bekende volumes en gewichten. Medewerkers hoeven minder uitzonderingen te onthouden. Dat verlaagt de foutkans tijdens pieken.
Ook de fysieke uitvoering telt. Kabels zijn zwaar en worden intensief verplaatst. Opslagmiddelen moeten dus bestand zijn tegen heftruckbewegingen, stapeling, buitenopslag en retourstromen. Zagema zegt: ‘We stellen best wat eisen aan de producten. Kabels zijn relatief zwaar en we stellen ze bloot aan allerlei weersomstandigheden; zon, regen, vorst. Het staat soms maanden buiten, dus het moet gewoon een duurzaam product zijn wat tegen een stootje kan.’
Duurzaamheid als operationeel voordeel
Duurzaamheid is in deze context vooral operationeel. Minder schade betekent minder correctiewerk. Een langere levensduur betekent minder vervanging. Stapelbaarheid verbetert de ruimtebenutting zonder direct extra vloeroppervlak te vragen. Toegankelijke containers verkorten bovendien de tijd die nodig is om materiaal te pakken, te controleren of opnieuw te laden. Dat verschil wordt vooral zichtbaar in perioden waarin het aantal bewegingen snel oploopt.

Voor de opslag- en transportmiddelen werkt The Powershop samen met Kruizinga. De samenwerking gaat verder dan productlevering. Het gaat om meedenken over toepassing, routing en verdere ontwikkeling van de logistieke inrichting. Zo zegt Kramer: ‘Ze denken met ons mee in de doorontwikkeling van onze logistieke processen.’
Minder variabelen, meer grip
De relevante vraag voor logistieke professionals is niet wie de opslagmiddelen levert, maar wat opslagmiddelen doen in het totale proces. Zagema formuleert dat scherp: ‘Het is veel meer dan een krat, het is een fundamenteel onderdeel van ons logistieke proces.’
De les is toepasbaar in meer magazijnen dan alleen die van The Powershop. Waar piekbelasting structureel terugkeert, is het verstandig om naar de standaardisatie van ladingdragers te kijken. Hoeveel varianten zijn er in omloop? Zijn gewicht, inhoud en afmetingen bekend? Worden dezelfde middelen gebruikt in opslag, transport en op locatie? Sluiten ze aan op de fysieke belasting van de goederen? Als die basis ontbreekt, wordt piekdrukte opgevangen met noodmaatregelen. Maar als de basis klopt, ontstaat er grip. Niet door het werk minder dynamisch te maken, maar door het aantal variabelen te beperken.
Dit artikel is gesponsord door Kruizinga.







