artikel

Mega-stadsdistributiehub Amsterdam zet in op bundelen en emissieloos transport

Distributie 3114

De ondernemers Wim Beelen en Robert van der Wallen hebben grootse plannen met de realisatie van een mega-stadsdistributiecentrum van 125.000 vierkante meter in het Amsterdamse havengebied. Dit centrum moet volgens directeur Wouter Moll over 1,5 jaar een duurzame oplossing bieden voor de toenemende transportbelasting van Amsterdamse wegen en de ‘last mile’ in de binnenstad van de hoofdstad, waarbij moet worden gebundeld door gebruik te maken van met name het vervoer per water. “Voor met name logistiek dienstverleners kunnen we een essentieel onderdeel van hun keten inrichten.”

Mega-stadsdistributiehub Amsterdam zet in op bundelen en emissieloos transport
Wouter Moll, directeur Amsterdam Logistic Cityhub (ALC).

De bekenmaking van Beelen (oprichter van het gelijknamige afval- en recyclingbedrijf) en Van der Wallen (oprichter van Brand Loyalty) in het Financieele Dagblad (FD) begin september dat zij miljoenen willen steken in de realisatie van een tweelaags logistiek centrum (Amsterdam Logistic Cityhub) in het westelijk havengebied leidde tot veel media-aandacht. Niet verwonderlijk want het plan van de twee kapitaalkrachtige ondernemers is omvangrijk en brengt de nodige risico’s met zich mee want hoe vaak zijn in het verleden vergelijkbare duurzame stedelijke distributie-initiatieven niet gestrand omdat verladers en logistiek dienstverleners niet bereid waren om samen te werken of goederenstromen richting de stad te bundelen.

Uitstootvrije distributie in 2050

Voor Wouter Moll – ondanks dat hij beseft dat er nog veel pionierswerk moet worden verricht- speelt dit geen rol. Moll, loopt over van ambities en stelt in gesprek met Logistiek.nl dat – met steun in de rug van het Havenbedrijf van Amsterdam – het juiste momentum is gekozen voor de realisatie van dit omvangrijke project omdat het stadsbestuur van de hoofdstad voornemens is om steeds meer vrachtverkeer uit de stad te weren. Ook is het de bedoeling dat in 2030 alleen nog maar elektrische auto’s de hoofdstad in mogen. Voor vrachtverkeer binnen de ring-A10 geldt bovendien dat dat het al in 2025 uitstootvrij moet zijn. Naast elektrisch vervoer over de weg is transport over het water volgens Moll – die ook zal spreken tijdens de komende Summit Ketenregie in Nijmegen- een prima alternatief en dan met name vanaf de locatie in het Westelijk Havengebied, waar op dit moment volop voorbereidingen worden getroffen voor de bouw van de Amsterdam Logistic Cityhub (ALC). “Dit is een fantastische locatie die op zeven minuten varen van de Amsterdam binnenstad ligt”, zegt Moll.

Hoe zijn jullie op deze locatie terecht gekomen?

“Dat is vooral te danken aan Beelen. Op dit terrein was ooit een pesticiden fabriek gevestigd. Beelen is met een vestiging van zijn bedrijf gevestigd vlak naast deze fabriek dat in handen was van  Lanxess. Toen eenmaal bekend werd dat zij alle activiteiten ging staken in Nederland waaronder dus ook de sluiting van de fabriek hier, hebben wij gelijk actie ondernomen en het terrein uiteindelijk gekocht. Best wel uniek want in dit havengebied is alleen erfpacht mogelijk, maar hier is de pacht op deze grond afgekocht. Beelen heeft de hele sloop en de asbestsanering gedaan van de fabriek. De grootschalige grondsanering is in handen van het havenbedrijf Amsterdam. Het voordeel is dus dat wij gaan bouwen op grond die gesaneerd is.”

Wat maakt de plek zo uniek?

“Dat is  uiteraard de ligging nabij de stad evenals de directe ligging aan het water. Bovendien is het een groot terrein met zijn omvang van 9,5 hectare. Een van de eerste beslissingen die we hebben genomen, is de aanleg van een kade. Aan de kant van de Carel Reynierszhaven hebben we inmiddels een 180 meter strekkende damwand geslagen. Die wordt later verder afgewerkt, maar we kunnen daar nu al schepen laden en lossen. In overleg met het havenbedrijf zijn we gaan kijken wat voor activiteiten we nog meer vanaf deze locatie kunnen ontplooien. Het havenbedrijf heeft echt de ambities op het gebied van CO2 reductie en duurzaamheid door activiteiten over water te stimuleren. We vonden veel inspiratie in het concept van de Bouwhub van partner Volker Wessels, die op dit terrein sinds vorig jaar december operationeel is. Aansluitend zijn we gaan doorbouwen met de ervaringen van Volker Wessels en Beelen zoals bijvoorbeeld de ervaring die we hebben opgedaan met het transport van personeel tijdens sloopwerkzaamheden op de Zuidas. Daar moest het personeel parkeren op Villa Arena om vervolgens met busjes naar de locatie te worden gereden. Dat heeft ons doen beseffen dat het ook anders kan. Deze locatie is bijvoorbeeld geschikt om mensen via het water af te leveren bij een bouw of slooplocatie. Zo is dus het hele idee ontstaan om van en naar deze locatie in de breedste zin van het woord goederen te consolideren en dat niet alleen maar ook personen en afval- en (heel belangrijk) retourstromen samen te brengen.”

Hoe belangrijk is het retourverhaal?

“Die is volledig onderbelicht in mijn ogen waar het gaat om de situatie in de binnenstad van Amsterdam. Het klinkt leuk het beleveren van de horeca in de binnenstad, maar het probleem is veel groter. Ik denk dat wij daar bij de gemeente een gevoelige snaar hebben geraakt want zij staan voor een grote opgave want aan de ene kant moet het aantal transportbewegingen in de binnenstad drastisch worden teruggedrongen in verband met de CO2-reductie en aan de andere kant is er het probleem van de kademuren die in slechte staat verkeren. Natuurlijk is dat achterstallig onderhoud, maar het probleem zal niet minder worden. Daardoor is er een enorme logistieke opgave want er wordt ook nog eens flink gebouwd in de binnenstad de komende jaren wat ook nog eens zorgt voor grote retourstromen. Aan andere kant zegt het stadsbestuur juist dat zij geen auto’s en vrachtwagens meer in het centrum willen hebben. Daarom zijn we hier gestart met de bouw van deze multimodale stadsdistributiehub. Wij gaan daarmee de belasting op de kademuren terugbrengen in die zin dat het aantal verkeersbewegingen gaat afnemen.”

Meer weten over ALC? Kom naar de Summit Ketenregie 2019
Wouter Moll is één van de deelnemers aan de paneldiscussie tijdens de Summit Ketenregie dinsdag 19 november aanstaande in Nijmegen van Logistiek.nl in samenwerking met Logistics Valley. Thema van deze discussie, waar ook Marcel Michon (Buck Consultants International) en Mariëlle van Spronsen, programmamanager duurzaamheid van PostNL en ambassadeur Lean & Green, aan deelnemen is: Samenwerken aan duurzame logistiek. Gediscussieerd zal onder ander worden over onderwerpen als:
– Gebundeld aanleveren van pakketten leidt in de praktijk niet tot minder vervoersbewegingen
– Winkelbevoorrading – zero emissie in 2025 is haalbaar (Green Deal Zes)
– Bouwhubs (rand van de steden) vormen de oplossing om kosten te besparen en (milieu)winst te halen.
Meld je nu aan voor de Summit Ketenregie, dinsdag 19 november aanstaande in de Honig fabriek in Nijmegen.

Hoe vullen jullie het transport over water in?

“Wij hebben een – wat ik zelf noem- self supporting boot ontwikkeld. Dat betekent dat dit vaartuig zichzelf positioneert in de gracht met behulp van sputpalen. De boot beschikt over een eigen kraan of hefplateau en daarmee kunnen zowel goederen als personen op de kade worden gezet en er ook weer worden afgehaald zonder dat de kade wordt aangeraakt. Ook hier geldt dat we inzetten op CO2-neutraal vervoer. De boot is elektrisch en dat geldt ook voor het last mile transport over de weg dat zoveel mogelijk energieneutraal plaatsvindt. Het vaartuig is multi-inzetbaar wat wil zeggen dat er goed gescheiden van elkaar zowel personen als goederen kunnen worden vervoerd. Bij dit laatste gaat het om het vervoer van pallets met goederen tot en met perscontainers voor afval. Het schip is een soort modulair systeem dat uitwisselbaar is en flexibel is in te richten op een duurzame wijze.”

 

Hoe zijn de reacties op dit plan?

“We bouwen dit pand gewoon en dat alleen al zorgt ervoor dat allerlei partijen serieuze interesse hebben en een andere houding aannemen. Dit project is ook veel groter geworden dan we vooraf hebben ingeschat. Vooral ook omdat we erachter kwamen dat de behoefte aan stadslogistiek vele malen groter is dan we hier ooit kunnen realiseren. Daarvoor zouden we een tien laags logistiek centrum moeten bouwen.”

Tweelaags is sowieso al een uitdaging?

“Dat is best wel een dingetje want het betekent automatisch niet dat we een doos bouwen zoals er in heel Nederland duizenden van staan in een weiland en die ook nog eens snel en voor relatief weinig geld worden gebouwd. In eerste instantie hebben we hier wel een eenlaags plan ontwikkeld dan hadden we het pand in zes maanden kunnen bouwen, maar daar geloofden we uiteindelijk niet in. We hebben naar tal van varianten gekeken en het gebouw dat we gaan bouwen is uiteindelijk ‘variant 26b’ geworden. We zetten twee hallen rechtop boven op elkaar en daaromheen maken we een soort viaduct dat zo groot is dat met volledige vrachtwagencombinaties er zonder problemen op kan worden gerangeerd. Dat heeft gezorgd voor een enorme kostenstijging van het project maar daarmee hadden we gelijk een verdubbeling van het aantal vierkante meters halruimte.”

Hoe komt het pand er verder uit te zien?

“Onder het viaduct komen twee parkeerlagen te hangen: een van 2 meter 30 en een van 3 meter. Waarom? Omdat we dan aan een maximale hoogte zitten zodat bestelauto’s en kleine vrachtauto’s er kunnen parkeren. Het hoogste punt van het gebouw wordt 36 meter. Dit pand noemen we ook bewust geen distributiecentrum maar een hub. Het pand krijgt een echte crossdockfunctie met een hoge omloopsnelheid. Om die visie waar te maken, zijn we al heel snel tot de conclusie gekomen dat we hier zo veel mogelijk verschillende gebruikers in onder moeten brengen want dan pas kun je samenwerking en bundeling van stromen tot stand brengen. Ons ideaal is om verschillende leveranciers en producenten bij elkaar te brengen zodat uiteindelijk veel gerichter kan worden uitgereden. De eerste twee geplande boten gaan volgend jaar al varen. Als dat een bewezen concept is dan zullen we het ook beschikbaar stellen voor andere partijen. En dat kunnen we nog verder trekken want deze hub doen we onder de noemer Amsterdam Logistics Cityhub (ALC) maar dit concept kan in principe ook in andere steden worden toegepast.”

 

Is er voldoende draagvlak voor de hub?

“We zien in toenemende mate onze aanpak – een hub aan de rand van de stad – omhelsd wordt. De ervaringen met stadsdistributie hubs worden ook steeds beter. Kijk maar naar het succes van de bouwhub van VolkerWessels in Utrecht. Daar was de perceptie van de betrokken partijen in eerste instantie dat een hub alleen maar zorgt voor extra handling en dus ook extra kosten. In de praktijk blijkt dat er een grote efficiency slag is gemaakt in het terugdringen van het aantal vervoersbewegingen en in de kwaliteit van het werk, de faalkosten gingen omlaag en schades op de bouwplaats gingen serieus omlaag. Bouwhub was voor ons wel een toonbeeld van dat het kan. Wij gaan het hier verder uit ontwikkelen.”

Op welke sectoren richten jullie je?

“Dat zijn er drie: de complete bouwsector, retail en e-commerce en horeca en zorg in de breedste zin van het woord. Daarmee bereiken we meeste partijen die om wat voor reden dan ook in Amsterdam moeten zijn voor het leveren van goederen. Tegelijk komt daar ook nog het personenvervoer bij die in beginsel voornamelijk werkzaam is in de bouw. Wij weten daarentegen ook dat er grote kantoorruimtegebruikers zijn in de stad die het liefste zien dat een deel van hun personeel ook via het water naar kantoor gaat. We kunnen vanaf deze locatie bijvoorbeeld zo naar het Centraal Station varen. We willen zo veel mogelijk partijen vinden die in dit principe geloven en die op deze locatie niet hun volgende grote distributiecentrum bouwen van 50.000 vierkante meter. Er moet dus een heel duidelijk behoefte bestaan om de stad te beleveren zowel heen als terug. Partijen moeten hierin een groot deel van hun oplossing zien. Wij zien twintig tot dertig verschillende gebruikers voor ons die elkaar op uiteenlopende manieren kunnen versterken en waarschijnlijk zullen er in de toekomst nog meer van dit soort initiatieven ontstaan rondom Amsterdam en andere grote steden in Nederland.”

 

Kunnen bedrijven op het ALC units huren?

“Wij kunnen verhuren units vanaf 2.500 tot 3.000 vierkante meter. De bouwhub in het pand zal meer vierkante meters nodig hebben omdat meerdere partijen tegelijk hiervan gebruik maken. Wij denken dat de crux vooral zit bij bedrijven die zelf gebruik maken van grote distributiecentra maar die hier – in verband met de hubfunctie naar de stad – 5.000 vierkante meter gaan huren. Voor ons is dat prima zolang ze maar goed met elkaar samenwerken. Met het ALC en partners gaan we vervolgens met deze bedrijven het hele logistieke proces invullen wat betreft de inzet van de vervoersmiddelen. Als eigenaar gaan wij zelf ook een deel van het pand runnen voor kleinere gebruikers door ze de logistiek uit handen te nemen, zodat zij zich kunnen richten op hun core business. We krijgen straks een situatie van huurders van vierkante meters en huurders van palletplekken met alle faciliteiten die daarbij horen zoals de kade met alle laad- en losvoorzieningen en alle elektrische faciliteiten voor het laden. Het pand beschikt daarnaast over 10.000 vierkante meter aan autonome kantoorruimte. Nodig omdat op het moment dat er veel gebruikers zijn, er ook een heel logistiek apparaat – zoals planners -moet worden gehuisvest.”

 

Jullie zijn dus neutraal?

“Ons uitgangspunt is een whitelabel-constructie waardoor het voor marktpartijen interessanter wordt om mee te doen. Daarbij komt dat in zijn algemeenheid een gemeente ook veel eerder genegen is om een marktpartij te helpen die zich niet als zodanig opstelt maar wel anderen faciliteert en zichzelf niet bevoordeelt. Dat is ook de reden dat we van overheden steun krijgen om met boten de stad in te varen. Dat doen overheden minder snel als het om alleen een DHL of een PostNL gaat. Ondersteuning geven is eenvoudiger als er op een boot zowel goederen van bij wijze van spreken Coolblue, bol.com, Albert Heijn of alle afvalverwerkers gezamenlijk.”

Daarover gesproken, zien zij brood in het ALC?

“Met die partijen staan we uiteraard in contact. Het voordeel van ons is dat we allemaal geen logistieke achtergrond hebben. We worden niet gehinderd door allerlei vooroordelen die er leven rondom staddistributiecentra. Ik kan alleen geen project van deze omvang realiseren als ik mij niets aantrek van wat er speelt in de problematiek rondom duurzame stadsdistributie en de complexiteit van de last mile. We hebben met alles en iedereen gesproken en geschakeld en allerlei deskundigen geraadpleegd. Op onze visie is van alle kanten positief gereageerd maar ik ga natuurlijk niet aan de Picnic’s en DHL’s van deze wereld uitleggen hoe zij hun businesscase voor de last mile moeten inrichten. Wat we wel zien is dat logistiek dienstverleners stellen dat zij de opzet van stadshubs niet helemaal als hun core business beschouwen. Zij zijn per slot van rekening ook geen vastgoedpartij dus uit die hoek bestaat veel interesse want wij kunnen hier een essentieel onderdeel van hun keten inrichten. Logistiek dienstverleners zien namelijk in toenemende mate het belang van bundelen en samenwerken en dat is wat we hier gaan doen.”

Hoe zit het met gevaarlijke stoffen?

“We willen hier in hoge mate elektrisch doen dus dan zit je met de opslag van accu’s. Dat geldt ook voor drogisterijartikelen zoals deodorant en haarlak. We willen een serieuze hoeveelheid van deze goederen op- en overslaan. Het voordeel van deze locatie is dat in het bestemmingplan een passage staat over de opslag van gevaarlijke stoffen, waar alle voornoemde goederen onder vallen. Dat is geen cadeautje want het schept ook verplichtingen maar zorgt er wel voor dat we hier straks praktisch alles kunnen op -en overslaan.”

…En de infrastructuur?

“De aanrijroute naar het ALC wordt op dit moment opnieuw ingericht met een extra rijbaan. Wat helpt is dat op dit hele terrein sprake is van eenrichtingsverkeer. Bij het opkomen van het terrein scheiden wij direct het vrachtverkeer van de personenauto’s die we zo snel mogelijk van het maaiveld af willen, naar boven op het parkeerdek. Vrachtwagens buigen af en rijden een ronde beneden of via de achterkant naar boven waar ze vervolgens ook een ronde maken. Alles is eenrichtingsverkeer. Dat is het veiligst en voor iedereen transparant. Daarnaast wordt in de toekomst de aansluiting op de rondweg een stuk eenvoudiger en sneller gemaakt. Dat is essentieel want dit wordt een 24-uurs operatie waardoor het aantal vervoersbewegingen over de weg ook zal toenemen.”

Hoe duurzaam wordt het pand?

“Die vraag krijg ik vaker. Het pand wordt duurzaam maar ik ga geen wedstrijdje doen om het hoogste Breeam certificaat te behalen. Dat is te duur en marktpartijen wil er ook niet voor betalen. Wat wij hier doen heeft een dusdanig positief effect op de logistiek waar het gaat om CO2 reductie, vermindering van het aantal verkeersbewegingen tot en met de verkeersveiligheid dat het meer impact heeft op duurzaamheid dan een dak vol met zonnepanelen. Die komen er uiteraard wel te liggen, sterker nog we gaan ook met windturbines werken. Mede dankzij de locatie is dit hele concept uiterst duurzaam. We zijn ook niet bang voor concurrentie. Er zijn nu al kleinere initiatieven die iets doen op het vlak van duurzame stedelijke distributie met vaak elektrische voertuigen. Dat bewijst alleen maar dat het kan en dat het nodig is. We staan open voor samenwerking met partners waarbij we vasthouden aan onze visie.”

Is deze hub niet een druppel op een gloeiende plaat?

“Ongetwijfeld, ik denk dat het probleem vele malen groter is. Het ALC is ook niet primair om primair bedoeld om de stadsdistributieproblematiek op te lossen. We hebben nu eenmaal deze locatie en zien hier een kans. We hadden zwart-wit gezegd ook een grote parkeergarage kunnen bouwen, zodat er geld aan te verdienen valt of een grote hal om die vervolgens te verhuren. Dat gaat voor ons niet op want er zitten twee ondernemers achter die een droom hebben en iets willen nalaten. Eigenlijk willen wij er voor zorgen dat over tien of vijftien jaar mensen hier naar terug wijzen en zeggen die gasten hadden het destijds wel goed gezien. Dat wil niet zeggen dat wij de oplossing hebben, maar wel een deel ervan want wij brengen schaalgrootte en dat doen we volledig op risico omdat wij er in geloven en dat is het grote verschil ten opzichte van andere stadsdistributieprojecten.”

Wat is het tijdspad van ALC?

“We hebben het terrein vorig jaar december in eigendom gekregen. Sindsdien zijn we begonnen met de asbest sanering, het slopen van de fabrieksgebouwen, het compleet bouwrijp maken van het terrein. De bodemsanering – die buiten ons om wordt uitgevoerd – is binnenkort afgerond. Wij willen dit jaar nog starten met de fundering en medio 2021 verwachten we volledig operationeel te zijn.”

Lees ook: Duurzame logistiek – los het vooral samen op

Reageer op dit artikel