nieuws

“‘Dozen’ worden in dit advies te veel gegeneraliseerd” (video’s)

Warehousing 663

Het advies van het College van Rijksadviseurs waarin gesteld wordt dat de regering paal en perk moet stellen aan de wildgroei aan XXL-distributiecentra trok veel media-aandacht. Alleen nieuwe distributiecentra toestaan op bestaande bedrijventerreinen (brownfields) en bij hoge uitzondering onder strenge voorwaarden op greenfields en dan alleen in speciale clusters, luidt het advies van het college dat zijn bevindingen presenteerde onlangs in Het Nieuwe Instituut in Rotterdam. Maar wat vinden de markt, wetenschap en sectororganisaties van dit advies? Logistiek peilde de reacties kort na de bekendmaking van het advies.

“‘Dozen’ worden in dit advies te veel gegeneraliseerd” (video’s)

“Ik ben blij met dit advies want het bevat nuttige en nieuwe inzichten zoals een voorstel voor een ladder waarin staat dat we distributiecentra en bedrijventerreinen in Nederland moeten clusteren bij voorkeur bij intermodale infrastructuur”, zegt haveneconoom Bart Kuipers in zijn reactie op het onderzoek dat eind oktober werd gepresenteerd. Waar de haveneconoom verder van gecharmeerd is in het advies van het College van Rijksadviseurs is dat nadrukkelijk moet worden ingezet op het herontwikkelen van brownfields (verouderde bedrijventerreinen, red.).

Onvoldoende onderscheid

Desalniettemin mist de haveneconoom, verbonden aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, twee belangrijke dingen. “Vooropgesteld: in dit advies wordt mijns inziens te veel gegeneraliseerd over ‘dozen’. Er zijn ‘dozen’ die een heel belangrijke maatschappelijke functie hebben waar veeel maakindustrie plaatsvindt en er zijn distributiecentra die voor de circulaire economie in de toekomst heel veel gaan betekenen. Ik vind het jammer dat dit onderscheid niet wordt gemaakt. Tweede wat ik teleurstellend vind, is dat er gestopt moet worden met de bouw van dc’s op greenfields. Ik denk dat je juist moet pleiten voor greenfield ontwikkelingen dicht bij multimodale infrastructuur, waar het College ook juist voor pleit in zijn advies. Als je roept als College dat alleenstaande distributiecentra moeten worden verplaatst en als je ook versnippering wilt voorkomen dan moeten ze ergens centraal gebundeld worden op hotspot locaties als Logistiek Park Moerdijk en de Maasvlakte.”

Intermodale bereikbaarheid

Volgens Kuipers moet het Rijk met dit advies aan de slag om de integratie met infrastructuur en bedrijventerreinen te versterken. “Dat moet ervoor zorgen dat de toekomstige concentratie van clusters intermodaal bereikbaar zijn. Het een kan niet zonder de ander. Je kunt niet corridors maken zonder dat er afstemming plaatsvindt met dit soort locaties. Er is dus werk aan de winkel voor de minister.”

‘Sector komt er bekaaid van af’

Ton Neumann, vanuit provincie Limburg betrokken bij het MIRT project goederencorridor Oost-Zuidoost, zegt in zijn reactie dat het advies van het Rijkscollege in lijn is met het MIRT-onderzoek, waarin wordt gezocht naar oplossingen om de logistiek meer te sturen richting knooppunten. “Het goede aan dit advies is verder dat het niet alleen over logistiek gaat, maar ook over het landschap, energietransities en circulariteit. Daarmee kun je betere oplossingen creeren en dat er bovendien ook voor meer draagvlak kan worden gezorgd.” Wat Neumann mist in het advies is dat er voorbij wordt gegaan aan de positieve aspecten die de logistiek biedt. “Denk aan de werkgelegenheid die de sector en de bijdrage die het levert voor de BV Nederland. Dat gegeven komt er in dit advies bekaaid van af.”

Meer duidelijkheid richting de markt

Desalniettemin ziet Neumann voldoende aanknopingspunten voor de markt. “Ik denk dat er behoefte is om vanuit de markt om meer te doen aan duurzaamheid. Met dit advies kan er een context komen waarmee het voor de markt duidelijker moet worden wat er van hen vanuit de zijde van de overheid wordt verwacht. Waar het gaat om ‘verdozing’ komt de rol vooral te liggen te liggen bij gemeentes en provincies die de bedrijventerreinen inplannen en programmeren.” Met het stoppen van de bouw van dc’s op greenfields is Neumann geen voorstander. “Soms is het beste om in een cluster of knooppunt verder te ontwikkelen dan op andere plekken waar het juist niet gewenst is.”

‘Geen negatief imago aanmeten’

Gerwin Vos van logistiek vastgoed ontwikkelaar Somerset Capital Partners stelt in zijn reactie dat ‘zijn’ sector samen met klanten moet gaan kijken welke aanknopingspunten het advies biedt. “We moeten vooral kijken naar de ontwikkelingen die worden gedaan voor Nederland Distributieland op een verantwoorde manier worden gedaan en we moeten gaan kijken op welke wijze we als sector kunnen aanhaken op de conclusies van dit onderzoek. Ik zou het echter onterecht vinden als de sector door het hele verdozing verhaal een negatief imago krijgt aangemeten.”

Investeren in multimodale locaties

Volgens Vos is het nog te prematuur om te stellen dat direct moet worden gestopt met de ontwikkeling van distributiecentra op greenfields. “Dat komt enerzijds door de huidige beperkingen van het herontwikkelen van bedrijventerreinen. Het is helder dat het ongelimiteerd toestaan van greenfield ontwikkelingen weerstand oplevert. Je kunt je echter afvragen of dat allemaal terecht is.” Vos vindt het wat dat aangaat positief aan het advies dat er onderscheid wordt gemaakt in drie typen distributiecentra (de eenlingen, lintbebouwing en clustervormen). “Onze voorkeur daarbinnen is te investeren in multimodale locaties dus daar waar water – en als het even mogelijk is- spoor bijelkaar komen. Omdat deze optie de beste oplossing biedt voor de eingebruikers van distributiecentra.”

Lees ook: Locatiekeuze logistiek: 5 belangrijke veranderingen voor beslissers

Reageer op dit artikel