nieuws

‘Logistieke hotspots zijn continu op de schop’ (Video)

Warehousing 1028

Toenemende kritiek op de verdozing, circulariteit en personeelstekorten het zijn onderwerpen die de komende jaren hoog op de agenda staan binnen de logistieke hotspots. Hoe moet worden omgegaan met al deze ontwikkelingen en wordt het hoog tijd dat logistieke hotspots op de schop gaan? Vragen waar volop over gediscussieerd werd tijdens de afgelopen Summit Logistieke Hotspots in Weert, maar waar niet direct een eensluidend antwoord op werd gegeven.

‘Logistieke hotspots zijn continu op de schop’ (Video)

Waar het gaat om de vraag moeten logistieke hotspots op de schop doemt gelijk ook de vraag op wat er gedaan moet worden aan de dreigende ‘verdozing’, waarover invloedrijke landschapsarchitecten steeds meer hun beklag doen in de media. Toenemende ‘verdozing’ is een tendens zo stellen landschapsarchitect Adriaan Geuze en Rijksbouwmeester Floris Alkemade, die ten koste gaat van het Nederlandse natuurlandschap. Dit thema stond ook hoog op de agenda in het plenaire debat, onder leiding stond van dagvoorzitter Donatello Piras, tijdens de recent gehouden Summit Logistieke Hotspots in een magazijn van logistiek dienstverlener Wetron uit Weert. Alijd van Doorn (directeur Habeon Architecten en Duurzaamheid), Mark Sinnema (Landelijk Adviseur Werkgeversdienstverlening Sector Transport & Logistiek bij het UWV) en Kees Verweij (Buck Consultants International) lieten, na een welkomstwoord van de Weertse wethouder Wendy van Eijk, hun licht schijnen op dit onderwerp, waar de markt in zijn geheel nog altijd niet een passend antwoord op heeft kunnen geven. In het verlengde van dit thema werd ook uitgebreid ingegaan op circulariteit, het grote personeelstekort in de logistiek en uiteraard het centrale thema van deze summit: Moeten logistieke hotspots op de schop?

Maak panden zo veel mogelijk circulair

Van Doorn, die een concept ontwikkelde voor de realisatie van een circulair distributiecentrum, stelt dat zij met twee blikken kijkt naar de groei van het aantal distributiecentra in ons land. “Ze zijn nodig want met zijn allen beleven we er wel stiekem veel plezier aan want ze zorgen er onder ander iedere dag voor dat we als consument op tijd ons pakketje ontvangen. Aan de andere kant voel ik ook als architect een verantwoordelijkheid. Wij als architecten realiseren de bebouwde omgeving die veel impact heeft aan ons dus de taak om dit zo goed mogelijk te doen. Dat zit aan de ene kant aan de architectuur en aan de andere kant is het zaak voor ons om panden zo duurzaam mogelijk te maken, bij voorkeur circulair.”

 

‘Verdozing levert ook kansen op’

Van Doorn is het in zekere zin eens met de bedreigingen voor het Nederlandse landschap waarvoor Geuze en Alkemade waarschuwen als de ‘verdozing’ doorzet. “Aan de andere kant levert het ook kansen op die Alkemade ook ziet. Denk aan het voorzien van alle dc’s met zonnepanelen. Als je die op de daken legt dan is er in ieder geval sprake van dubbel ruimtegebruik, waardoor je op andere locaties weer meer groen overhoudt. We moeten creatiever nadenken over het ruimtegebruik van dc’s waardoor ze toch een positieve impact krijgen op hun omgeving.”

 

 

Slim bouwen van distributiecentra

Op de vraag in welk tempo nieuwe circulaire distributiecentra zullen worden gebouwd stelde Van Doorn dat het in haar ogen niet snel genoeg kan. “Het is vooral belangrijk dat we de dc’s die op termijn afgebroken moeten worden, gaan ‘oogsten’. Dat betekent dat goed moet worden gekeken welke materialen uit die panden geschikt zijn voor hergebruik op een andere locatie. Dat is niet altijd even eenvoudig. Laten we ons dan ook vooral richten op het slim bouwen van de distributiecentra die nu nog in de pijplijn zitten, zodat we zeker in deze veranderende markt snel kunnen inspelen door strategisch in te zetten op circulair bouwen. Ik denk dat daar heel veel kansen voor liggen.”

 

100 circulaire dc’s in 2025

Dat er nog veel te doen valt op het gebied van circulair bouwen van dc’s blijkt uit het feit dat er op dit moment amper panden zijn in Nederland die volgens dit principe zijn gebouwd. Van Doorn: “Er zijn een paar eerste voorzichtige voorbeelden van panden waarbij circulair een rol heeft gespeeld. Desalniettemin zijn ze niet volledig circulair als wordt uitgegaan van de wijze waarop wij ze willen ontwikkelen.” In 2025, zo voorspelt Van Doorn, zullen er in Nederland rond de 100 nieuw gebouwde circulaire distributiecentra gebouwd zijn. “Dat stel ik op basis van de circulaire doelstellingen die geformuleerd zijn voor 2050. Met dit aantal in 2025 zitten we op de helft van die ambitie.”

Nederland loopt voorop in duurzame dc’s

Kees Verweij op zijn beurt stelt dat hij gelooft in circulair bouwen van distributiecentra. “In Nederland lopen we al voorop in de bouw van duurzame distributiecentra. Kijk alleen maar naar de grote hoeveelheid dc’s in Nederland ten opzichte van Duitsland en België die beschikken over een BREEAM certificaat. Circulair bouwen wordt de volgende stap vooral ook omdat dit verlangd wordt vanuit de overheid en samenleving. Ik verwacht dat bouwers en logistiek dienstverleners in Nederland hierop gaan reageren door daar het voortouw in te nemen.”

Leg verantwoordelijkheid bij architecten

Over wie de regie moet nemen bij de (her)inrichting van bedrijventerreinen stelde een meerderheid van de deelnemers aan de goed bezochte summit dat die moet komen te liggen bij de overheid. Alijd van Doorn vond dit iets te gemakkelijk en stelde – heel opmerkelijk – dat die juist bij de architect moet komen te liggen. “Dat we doen ook al in onze samenwerking met onze moederorganisatie Heembouw. Het begint vaak bij een mooie droom en het is zaak om mensen daarin mee te krijgen. Bovendien is het in ieder geval ook goed om burgers te betrekken bij het ontwerpproces van distributiecentra.”

 

Laat het niet alleen over aan de markt

Op vraag wie nu de regie moet houden op de inrichting van nieuwe bedrijventerreinen stelde Van Doorn dat dit niet alleen moet worden overgelaten aan de markt. “Het is een cliché maar we moeten het samendoen; de wetgever, gemeentes en de markt. Er zijn bijvoorbeeld nieuwe subsidieregels in de maak op het gebied van circulariteit. Het is belangrijk dat vanuit de overheid hier positieve prikkels aan worden gegeven bij de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen. Geef expliciet aandacht aan duurzaamheid door duidelijk kaders aan te geven. Ook voor de markt valt er meer winst te halen door echt circulair te denken. Laten we het vooral samen doen en vanuit kansen denken.”

Personeelstekort trend van de laatste jaren

Een ander hoofdpijndossier, het personeelstekort in distributiecentra waar met name de zuidelijke logistieke hotspots mee te kampen hebben, zorgde tijdens de vierde editie van de Summit Logistieke Hotspots voor de nodige discussie. Aan dit lastige thema – dat het terrein is van Mark Sinnema –  zitten volgens de arbeidsmarktspecialist van het UWV twee kanten. “Het personeelstekort is niet chronisch, maar echt een trend van de laatste paar jaren. Het is bovendien niet verwonderlijk dat met name de logistieke sector een beroep doet op arbeidsmigranten. We moeten niet vergeten dat het deel van de autochtone bevolking die een baan kan accepteren in de logistiek of andere sectoren heel klein is.”

Logistiek heeft een lastige arbeidsmarkt

Volgens Sinnema bestaat de WW-populatie op dit moment uit 250.000 mensen, waarvan de helft al voor een deel aan het werk is of dat gaat doen. “Die zijn dus niet meer beschikbaar. Daarnaast heb je mensen uit de gemeentebestanden die in de bijstand zitten, wajongers en mensen die in een WIA-situatie zitten. Die mensen hebben een bepaalde afstand tot de arbeidsmarkt en zijn dus voor een werkgever niet direct inzetbaar.” Logistiek is volgens Sinnema voor deze mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een lastige sector om er fulltime aan de slag te gaan. “In de logistiek zijn processen enorm strakgetrokken alles moet op en top renderen en iedere eurocent moet een paar keer worden omgedraaid. Dit is dus een sector, waar deze mensen lastig aan het werk kunnen.”

Vergrijzing groot probleem

Om uit deze impasse te komen, is er volgens Sinnema een mix aan oplossingen mogelijk. “Er zijn bijvoorbeeld nog nooit zoveel transporteurs en logistiek dienstverleners die vijftigplussers in dienst hebben als vrachtwagenchauffeur. Dat kan door voor deze mensen gedeeltes van het proces, die vaak fysiek gerelateerd zijn, vertraagd worden of anders worden ingericht. Het gebeurt al maar een bijkomend probleem is dat zowel het bestand WW’ers als de arbeidspopulatie in de logistiek enorm aan het vergrijzen is. Die vervangingsvraag komt er nog eens bovenop. Volgen jaar wordt een nog grotere uitdaging terwijl de volumes in de logistiek alleen maar toenemen.”

 

Jobcarving en employer branding

Om hier wat aan te doen probeert het UWV mensen uit de zakelijke wereld die door allerlei reorganisaties in de WW-terecht komen te interesseren voor een baan in de logistiek. “Er komen met name mensen vrij uit de bancaire en verzekeringshoek als gevolg van allerlei reorganisaties. Die mensen hebben over het algemeen een zakelijk MBO-4 profiel. Zij komen op de arbeidsmarkt, maar krijg maar eens iemand uit deze hoek zo ver om in een dynamische sector als de logistiek aan de slag te krijgen.”
Sinnema introduceerde ook de term jobcarven. “Dat houdt in dat we als UWV een scan maken van de processen binnen een organisatie van een bedrijf inclusief de medewerkers en hun taken. Daarbij wordt gekeken wat de taken van een medewerker X zijn. Vervolgens gaan we de relatief simpele taken afschrapen en die bieden we aan iemand in de WIA, een Wajonger of andere mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.”Ook stelde Sinnema dat de logistiek meer moet inzetten op employer branding. “Wat we veel in de logistiek zien, is dat er wel relatief veel potentieel mensen bij bedrijven in deze sector aan de slag gaan, maar er vaak na drie maanden alweer de brui aan geven. De achterdeur dicht houden en dat kan door in te zetten op employer branding.”

Tachtigduizend nieuwe banen

Over de rol van robotisering in relatie tot het personeelstekort reageerde Verweij dat deze trend niet op kan tegen het grote aantal vacatures dat vrijkomt de komende jaren in de logistiek. “Tot 2030 kunnen – zo blijkt uit eerder onderzoek van ons – 35.000 banen in warehouses worden vervangen door robots. Tegelijkertijd komen er in dezelfde tijd tussen de vijftig en tachtigduizend banen vrij afhankelijk van het groeitempo van de sector. Er komen dus meer nieuwe banen bij dan banen die vervangen kunnen worden door robots. Het is dus niet waar dat Floris Alkemade stelt dat warehouses niet veel werkgelegenheid opleveren en dat werkzaamheden vervangen kunnen worden door robots. De vraag naar werkgelegenheid – en dan met name in e-commerce omgevingen – blijft de komende jaren aanhouden.”

‘Hotspots zijn continu op de schop’

De hamvraag van de summit: Moeten logistieke hotspots op de schop? zorgde voor aarzelende reacties bij zowel Sinnema als Van Doorn, die het beide niet nodig vinden. Kees Verweij was stelliger: “Ik denk het wel. Logistieke hotspots zijn eigenlijk continu op de schop als we kijken naar het aantal vierkante meters aan distributieruimte dat in Nederland is neergezet dan is dat enorm veel. We zien dan ook verschuivingen ontstaan van dc’s naar regio’s die per definitie niet bekend staan als hotspots. Er zijn dus overal bewegingen in Nederland die er voor zorgen dat de hotspots continu in beweging moeten blijven.”
Alijd van Doorn, herstelde zich in die zin dat waar het gaat om haar stokpaardje, circulair, logistieke hotspots in haar ogen wel degelijk op de schop moeten. “Er moet iets worden gedaan aan het lelijke uiterlijk van de dozen langs de snelweg. We proberen daar ook echt iets mee te doen zodat in de toekomst zo’n dc er een stuk aangenamer uitziet als je er langs rijdt op de snelweg.”

 

Verschuiving naar de corridors

In een vervolg op het centrale thema van de summit vroeg Verweij zich hardop af of we wel in staat zijn om de hotspots met zijn allen op de schop te nemen? “De logistieke hotspots zijn een keuze van de markt omdat bedrijven daar nu eenmaal beschikken over de beste faciliteiten voor het uitvoeren van hun activiteiten. Bovendien zitten ze op de beste locatie richting hun klanten, de (zee)havens en het beschikbare personeel. Dat brengt tegelijkertijd ook beperkingen met zich mee. Wat we nu zien als ontwikkeling is dat bedrijven gaan kijken naar andere geschikte locaties op de corridor. Voor veel locaties op die corridor -denk aan Eindhoven, Gorinchem of richting Noord-Duitsland, is logistiek een interessante sector en worden activiteiten ontplooid om bedrijven aan te trekken. Dat kan wellicht een deel van de markt zijn, maar toch interessant genoeg.”

 

Niet alleen uitgaan van efficiency van dc’s

Toch werkt dat ‘verdozing’ in de hand of moet er meer geconcentreerd worden? Verweij zegt hierover: “Het is aan de samenleving en de overheid om dit te reguleren en te bepalen. Willen we logistieke ontwikkelingen concentreren op de bekende hotspots of op de corridors om te zorgen voor meer verdeling? De logistieke sector op zijn beurt moet uitgedaagd worden om distributiecentra te bouwen die aantrekkelijk zijn, goed in het landschap passen en ook een aantrekkelijke werkomgeving en voorwaarden bieden voor werknemers want anders kun je die toch niet vasthouden voor de langere termijn. Als logistiek dienstverlener moeten je niet alleen uitgaan van efficiency, maar ook jezelf de vraag stellen hoe pas ik in de samenleving? Dat is een trend waar we echt naar toe gaan.”

Rondetafeldiscussies over actuele thema’s

Na de plenaire discussie volgden de traditionele rondetafelsessies waar de deelnemers aan de Summit Ketenregie discussieerden over uiteenlopende thema zoals arbeidsmarkt en locatiekeuze, grondbeschikbaarheid en -prijzen, duurzaam bouwen of verbouwen en smart warehouses: de gevolgen van robotisering. Sluitstuk vormde de bekendmaking van de Logistieke Hotspot van het Jaar, een prijs die voor het eerst sinds de start van de verkiezing in 2006 werd gewonnen door Tilburg-Waalwijk.

Lees ook: Logistieke Hotspot van het Jaar: de langverwachte zege van Tilburg-Waalwijk

 

Reageer op dit artikel