blog

Hanteert u de juiste btw-heffing voor warehousing-activiteiten?

Warehousing

Hanteert u de juiste btw-heffing voor warehousing-activiteiten?

Uw Europese klanten vragen u om de opslag van hun goederen te verzorgen en gebruik te mogen maken van uw opslagplaats in Nederland. Stuurt u dan een factuur voor uw verrichte diensten met Nederlandse btw, of verlegt u de btw-heffing naar uw Europese klant? Roderick Knipsael beantwoordt deze vraag en legt uit hoe u de juiste btw-afhandeling van uw warehousing-contracten vaststelt.

In bovengenoemde situatie spelen specifieke btw-regels een rol voor de vaststelling in welke EU-lidstaat uw dienst is verricht; dus in welke EU-lidstaat btw wordt geheven. We noemen dit de ‘plaats-van-dienst regels’. Hierover zijn recent duidelijke standpunten ingenomen die voor de logistieke sector goed bruikbaar zijn.

Eenmaal duidelijk dat uw opslagdiensten belastbaar zijn in Nederland, dan is het van belang om het juiste btw-tarief vast te stellen. Opslagdiensten ten aanzien van douanegoederen onder het 0 procent btw-tarief (nultarief) en opslagdiensten ten aanzien van ‘vrije’ goederen onder het algemene btw-tarief, toch?

Plaatsbepaling opslagdiensten

De plaats-van-dienst regels voor de btw bepalen in welke EU-lidstaat uw opslagdiensten belastbaar zijn. De hoofdregel geeft aan dat diensten belastbaar zijn in de EU-lidstaat van uw afnemer en dat de btw-verleggingsregeling van toepassing is ingeval uw klant elders in de EU is gevestigd. Een uitzondering op deze hoofdregel betreft de diensten die betrekking hebben op onroerende zaken. Deze diensten zijn belastbaar in de EU-lidstaat waar de onroerende zaak is gelegen. De Nederlandse Belastingdienst beschouwde tot voor kort elke opslagdienst als verbonden met de plaats waar de onroerende zaak is gelegen. Opslagdiensten in een in Nederland gelegen opslagruimte waren volgens de Belastingdienst aan Nederlandse btw onderworpen, zelfs indien uw klant in een andere lidstaat is gevestigd. Hierbij werd geen onderscheid gemaakt tussen een pure terbeschikkingstelling van opslagruimte en een actieve exploitatie van opslagdiensten (zogenaamde warehousing-contracten).

Logistieke casus voor het Europese Hof

Discussies kunnen optreden ten aanzien van opslagdiensten, aangezien deze diensten altijd op enige wijze verband houden met een onroerende zaak, namelijk de opslagplaats. Aan de andere kant, warehousing houdt meer in dan enkel het ter beschikking stellen van de ruimte. Recent heeft het Europese Hof van Justitie (HvJ EU) handvatten gegeven voor deze plaatsbepalingsregels in de btw. Ook heeft het HvJ EU zich gebogen over een logistieke casus waarbij de belanghebbende verschillende diensten verleende op het gebied van goederenopslag.

Meerdere diensten of één opslagdienst

Het HvJ EU oordeelde ten eerste dat de dienst inclusief alle warehousing activiteiten, (waaronder het plaatsen, bewaren, verpakken, sorteren en laden en lossen van goederen) kwalificeerde als één samengestelde dienst, namelijk een opslagdienst. Begrijpelijk, aangezien voor uw klant deze diensten geen doel op zich vormen, maar meer bijkomstig zijn aan de hoofddienst: het opslaan van de goederen in uw opslagplaats. Het zou voor de logistieke sector ook ondoenlijk zijn een btw-etiket te hangen aan elke warehousing activiteit afzonderlijk.

Gebruiksrecht leidend

Ten aanzien van de plaatsbepaling van de opslagdiensten was het HvJ EU duidelijk en oordeelde dat deze diensten slechts betrekking hebben op onroerend goed indien aan de afnemers een gebruiksrecht wordt afgegeven op een uitdrukkelijk bepaalde opslagplaats, of een gedeelte daarvan. Dit zou bijvoorbeeld het geval kunnen zijn op het moment dat uw klanten het recht hebben een specifiek afgebakend gedeelte van uw opslagplaats te betreden. Is dit het geval, (bijvoorbeeld bij een belangrijke afnemer van u) en ligt uw opslagplaats in Nederland, dan dient u in beginsel Nederlandse btw op de factuur te vermelden. Het oordeel in deze procedure is met name van belang voor de opslag van goederen die in een afgebakende en afgesloten ruimte moeten worden opgeslagen.

Opslagplaats geen hoofdelement

Het HvJ EU geeft tevens aan dat er geen sprake is van een dienst die betrekking heeft op een onroerende zaak, indien de opslagplaats zelf geen onmisbaar hoofdbestanddeel van de dienst vormt. Bijvoorbeeld omdat het voor uw klant niet uitmaakt in welke opslagplaats de goederen worden opgeslagen. De diensten vallen dan onder ‘hoofdregel voor de plaatsbepaling’. Dit betekent dat u de btw-heffing dient te verleggen naar uw Europese klanten.

Douanegoederen vs vrije goederen: vaststellen juiste btw-tarief

Is eenmaal duidelijk dat uw opslagdiensten belastbaar zijn in Nederland, dan is het van belang het btw-tarief vast te stellen. Een veelvuldig gehanteerd uitgangspunt is de koppeling van het nultarief aan diensten ten aanzien van douanegoederen, alsook het algemene btw-tarief van 21 procent aan diensten ten aanzien van ‘vrije’ (reeds ingeklaarde) goederen. Dit uitgangspunt levert niet in alle gevallen een juiste uitkomst op. Het is namelijk niet de status van de goederen dat van belang is voor de vaststelling van het btw-tarief (behalve ingeval van een btw- of accijnsgoederenplaats), maar de afkomst of distributiebestemming van de opgeslagen goederen. Alle diensten gerelateerd aan de EU binnenkomende of uitgaande goederen, kunnen onder het nultarief vallen.

Kortdurende opslag na inklaring

Slaat u bijvoorbeeld vrije goederen op, waarbij vaststaat dat deze goederen uiteindelijk de EU verlaten, dan kan het nultarief toch van toepassing zijn op uw warehousing activiteiten. Ook indien de ingeklaarde goederen een EU bestemming hebben, kan het nultarief van toepassing zijn. De staatssecretaris heeft namelijk een regeling getroffen waardoor diensten ten aanzien van goederen die de douanestatus reeds hebben verloren, maar nog voor korte termijn in opslag liggen, onder het nultarief vallen. Hierbij moet wel een zeker tijdselement in de gaten worden gehouden. Er moet sprake zijn van een gebruikelijke voortzetting van de lopende opslag. Hiermee wordt de periode bedoeld die normaliter verloopt tussen de inklaring van de goederen en het distribueren daarvan. Gaat de opslag over in een langduriger opslag, dan is vanaf dat tijdstip btw verschuldigd naar het algemene tarief.

Aandachtspunten!

Het voorgaande wordt hieronder kort samengevat in enkele actiepunten. Deze kunnen u begeleiden bij een juiste vaststelling van de btw-afhandeling van uw warehousing-contracten:

  • Kwalificeer de opslagdiensten die uw klant afneemt voor de btw. Gaat het uw klant puur om de opslag van goederen in uw opslagplaats of om het afnemen van een ‘service’ op het gebied van warehousing?
  • Ga na of uw klant een gebruiksrecht op een uitdrukkelijk bepaalde opslagplaats of een gedeelte daarvan verkrijgt. Beoordeel daarnaast in hoeverre uw opslagruimte een onmisbaar hoofdbestanddeel vormt van uw dienst.
  • Indien de plaats van dienst voor de btw Nederland is, leg dan niet de focus op de status van de goederen (douane of vrije goederen), maar op de afkomst of distributiebestemming van de goederen.
Reageer op dit artikel