blog

Optimale werksituatie in het distributiecentrum

Warehousing

Optimale werksituatie in het distributiecentrum

Hoe bereik je de optimale werksituaties en -omstandigheden in een distributiecentrum? In dit expertartikel meer over omgevingstemperaturen, verlichting, rusttoeslagen en niet-proportionele meeropbrengst. Gerben Esmeijer zet zijn inzichten hier op een rij.

Afhankelijk van het soort opslag- en verwerkingssysteem, zal het resultaat van de arbeidsinspanning een belangrijke rol spelen. De arbeidsprestaties kunnen echter ook in belangrijke mate worden beïnvloed door de werksituaties en omstandigheden. Het is dus noodzakelijk dat er bij het ontwerp van een distributiecentrum ook aandacht is voor de optimale werksituaties en omstandigheden. Maar vooral moet er aandacht zijn voor hoe deze optimale situatie kan worden bereikt, dit in relatie tot de hieronder beschreven  invloedsfactoren.

Bij dit artikel zal worden ingegaan op een aantal aspecten waaraan volgens mij te weinig aandacht wordt besteed, maar die wel een grote invloed kunnen hebben op de werksituaties en omstandigheden, namelijk:

  • Omgevingstemperaturen;
  • Verlichting;
  • Rusttoeslagen;
  • Niet-proportionele meeropbrengst.



Omgevingstemperaturen

Alhoewel dit aspect vaak niet op zijn juiste waarde wordt beoordeeld, kan dit toch een belangrijke invloed hebben op het prestatievermogen van de mens. Als de orderverzamelaars arbeid verrichten, ontstaat er warmte door het verbrandingsproces in de spieren. Een direct gevolg hiervan is dat de lichaamstemperatuur de neiging vertoont te gaan stijgen. Normaal gesproken kan de huid deze warmte afgeven aan de omringende koudere lucht. Indien er echter sprake is van een relatief hoge omgevingstemperatuur, kan het lichaam de warmte niet in voldoende mate kwijt en zal de gewenste afkoeling niet ontstaan.

Door de zweetvorming zal de lichaamstemperatuur weer enigszins omlaag worden gebracht. Om deze werking te bevorderen zal het hart wel een extra prestatie moeten leveren om het bloed in voldoende mate door de huid te laten stromen. Hierdoor zal een vermoeiende uitwerking ontstaan. Deze vorm van vermoeidheid wordt nog extra geaccentueerd, indien er sprake is van een hoog relatief vochtigheidsgehalte in de omgeving. De verdamping van het zweet zal hierbij niet met de gewenste snelheid optreden.

Het gevolg van bovenstaande situatie is dat de orderverzamelaars zich zullen gaan aanpassen aan de ontstane situatie. En dat is maar op één manier mogelijk; namelijk dat ze minder spierarbeid gaan verrichten, zodat de warmteontwikkeling en vermoeidheid weer in balans komen.

Juiste temperatuur
De juiste temperatuur voor de magazijnwerkzaamheden is in zekere mate afhankelijk van de inspanningen die gedaan moeten worden. Bij relatief zware orderverzamelwerkzaamheden kan worden volstaan met een temperatuur van 12 °C. Bij orderverzamelwerkzaamheden met een geringe lichamelijke inspanning kan een temperatuur van ≤ 18 °C een goede uitwerking hebben. Een relatieve luchtvochtigheid van 60% geeft hierbij de beste werkcondities.

Bij het vaststellen en invoeren van prestatie-indicatoren is het van belang om te weten wat de invloed van de omgevingstemperaturen is op de prestaties. Door middel van metingen is vastgesteld dat bij een omgevingstemperatuur van 22 tot 24 °C prestatieverliezen kunnen optreden van ≥ 12%. In situaties met een omgevingstemperatuur van circa 30 °C kunnen zelfs prestatieverliezen optreden van 28%.In de periode(s) dat zich deze temperaturen voordoen dient een toeslag te worden gehanteerd op de vast te stellen kpi’s.

Afhankelijk van de situatie kan hierbij worden vastgesteld welke prestatieverliezen er kunnen optreden; dit door het aantal mandagen te bepalen waarbij voornoemde invloeden kunnen optreden. Indien er bijvoorbeeld sprake is van 18 warme dagen per jaar, dit bij een personeelsbestand van 26 medewerkers, dan heeft dit betrekking op 468 mandagen.

Hierbij kan natuurlijk worden overwogen maatregelen te nemen om deze invloedsfactoren te beperken of te elimineren. Deze maatregelen kunnen bestaan uit een betere isolatie van de magazijnhal in combinatie met een goede ventilatie. Verder kan hierbij worden opgemerkt dat de goede isolatie in de zomertijd ook in de andere richting tijdens de wintertijd zijn waarde zal hebben.

Verlichting

De verlichting kan eveneens worden gezien als een invloedsfactor bij het uitoefenen, of bij het vaststellen van de hierbij gewenste taaktijd.

Afhankelijk van de situering van een magazijnhal, kan hierbij een keuze worden gemaakt tussen kunstlicht of daglicht als verlichtingsbron. In vrijwel ieder magazijn of distributiecentrum zal er minimaal voorzien dienen te worden in een bepaalde hoeveelheid kunstlicht, om de wisseling in de daglichtsterkte te kunnen optimaliseren.

De toepassing van de verlichting kan betrekking hebben op de werkomstandigheden en het tot uitvoering brengen van arbeidsprestaties. Bij de werkomstandigheden (ergonomie) zal ook gekeken dienen te worden naar de manier waarop de daglichtvoorziening wordt bereikt. Indien de raampartijen op ooghoogte worden geplaatst, en/of in het verlengde van gangpaden dan ontstaat hierbij een ruimtelijke werking voor de magazijnmedewerkers.
Vooral bij het uitvoeren van de orderverzamelwerkzaamheden is er ook een tijdselement dat bestaat uit ‘het locatie kiezen en aflezen’. Hierbij zal, in de meeste gevallen, een oriëntatie plaatsvinden op de orderverzamellijst en vervolgens het aflezen van de betreffende orderverzamelregel en locatie. Dit vraagt een bepaalde mate van ooginspanning en afleestijd. De tijd die hiervoor benodigd is kan afhankelijk zijn van een tweetal aspecten, namelijk: de verlichtingssterkte en de leesbaarheid van de orderverzamellijsten.

Richtlijnen verlichting

In zijn gecombineerde toepassing kunnen hiervoor de navolgende richtlijnen worden gegeven:

  • Orderverzameling van kleine tot grote artikelen, met minder goed afleesbare lijsten:  gewenste verlichtingssterkte op ooghoogte 200-220 lux.
  • Orderverzameling van zeer kleine artikelen, met minder goed afleesbare lijsten:   gewenste verlichtingssterkte op ooghoogte 300-320 lux.

 

Als hierbij wordt voldaan aan voormelde richtlijnen dan zal dat tevens indirect van toepassing zijn op een vorm van prestatiemeting, namelijk: het verminderenvan fouten, door betere werkomstandigheden.

Bij de toepassing van portable terminals, als onderdeel van een radio frequency-systeem, zal er sprake zijn van een verlicht elektronisch beeldschermpje, zie afbeelding 1 (onderaan dit artikel). Hierbij zijn voormelde verlichtingssterktes van minder belang.

En kan er zelfs een extra voordeel worden bereikt, ook al doordat er steeds één orderregel wordt getoond.

 

Door middel van tijdstudies is namelijk vastgesteld dat voor het ‘locatie kiezen’ en ‘aflezen’ een normaaltijd aan de orde is van 8-12 seconden, dit mede afhankelijk van de verlichtingssterkte en samenstelling van de orderverzamellijsten.

Bij het gebruik van de op afbeelding 1 weergegeven portable terminals zijn normaaltijden vastgesteld van 4-5 seconden. Hierbij dienen we op te merken dat dit efficiencyvoordeel  bij iedere orderregel/locatie aan de orde is.

 

Rusttoeslagen

Indien er arbeid wordt verricht zal er natuurlijk vermoeidheid optreden. Bij het vaststellen van de prestaties of normen in de orderverzamelsector zal er dus rekening gehouden dienen te worden met de benodigde rust. Vanzelfsprekend is dat in belangrijke mate afhankelijk van het soort en de zwaarte van het werk. In principe kan hierbij een verdeling worden gemaakt in lichamelijke vermoeidheid en geestelijke vermoeidheid. Bij de fysieke goederenstroombehandeling in de orderverzamelsector zal vooral het accent liggen op de lichamelijke vermoeidheid.

Bij het uitvoeren van de noodzakelijke handelingen tijdens de orderverzameling zal de stand van de beenderen een regelmatige verandering ondergaan. Hierbij zullen krachten worden uitgevoerd door de spieren, waardoor de buig- en strekbewegingen ontstaan.

Voor deze bewegingen is evenwel een bepaalde vorm van energie nodig, hetgeen ontstaat door verbranding van een stof die glycogeen heet.

Door het verbrandingsproces ontstaat een bepaalde hoeveelheid energie. Dit verbrandingsproces zal veel minder snel plaatsvinden wanneer de spieren geen arbeid hoeven te verrichten.

Om het verbrandingsproces mogelijk te maken is zuurstof nodig. Voor het in werking houden van de vitale functies, zoals bloedsomloop, ademhaling en spijsvertering, is maar weinig zuurstof nodig. Voor iedere vorm van spieractiviteit is echte een bepaalde hoeveelheid zuurstof nodig. Hoe groter de spieractiviteit, hoe groter het zuurstofgebruik en daarmee het energieverbruik.

Hieruit kan worden geconcludeerd dat de zwaarte van de verschillende werkzaamheden kan worden vastgesteld door de verschillen in zuurstofgebruik tijdens het werk te meten.

 


Werkhouding en mate van rust


Bij het vaststellen van de benodigde rusttoeslag moet een toerekening gemaakt worden naar de werkhoudingen en belastingen binnen de magazijnlogistiek.

In tabel 1 wordt een aantal veel voorkomende werkhoudingen weergegeven waarbij sprake is van de combinatie lichaamshouding en belasting. De in tabel 1 aangegeven waarden zijn de percentages rusttoeslag die gegeven moeten worden over de tijdsduur van de weergegeven werkzaamheden.

 

 

 

Tabel 1: Percentages rusttoeslag bij werkhoudingen en belasting.

 

Hierbij is duidelijk te constateren welke grote verschillen er ontstaan met betrekking tot de behoefte aan rusttoeslag bij de aangegeven werkhoudingen en belastingen. En daarmee kunnen we vaststellen dat de inrichting en toepassing vanorderverzamelsystemen binnen een distributiecentrum van groot belang is. Het opnemen van deze rusttoeslagen kan bestaan uit: het gedurende een bepaalde periode minder snel werken of volledige rust nemen.

De onder kenmerk A, B en C van tabel 1 weergegeven werkhoudingen kunnen vooral worden vastgesteld bij de ééndimensionale orderverzamelsystemen. Afhankelijk van het soort dynamische orderverzamelsystemen kunnen we voornoemde houdingen ook daarbij aantreffen.

De werkhoudingen welke zijn weergegeven onder kenmerk D en E kunnen we vooral aantreffen bij de tweedimensionale orderverzamelsystemen.

We kunnen onze ogen sluiten voor de behoefte aan rusttoeslag welke bij de voorkomende werkzaamheden zullen ontstaan, maar ‘de wal zal dan het schip  keren’. Menselijke energie is namelijk alternatief aanwendbaar, dat wil zeggen als de energie is gegeven aan bepaalde werkzaamheden, het niet meer kan worden gegeven aan andere werkzaamheden!

Water dat wordt gebruikt om koffie te zetten kan niet meer worden gebruikt om thee te zetten.

In relatie tot voorgaande argumenten kan reeds worden benadrukt dat een distributiecentrum vooral een werkplaats is en in mindere mate een opslagplaats. Dit tevens met verwijzing naar afbeelding 2.

Wet van de niet-proportionele meeropbrengst

Een ander aspect dat zijn invloed kan hebben op de ontwikkeling van een distributiecentrum en de te leveren prestaties, is de wet van ‘de niet-proportionele meeropbrengst’. Hiermee wordt bedoeld het verloop van prestaties en kosten bij een toe- en afnemende schaalvergroting.

De filosofie achter de schaalvergroting was te komen tot een kostenvermindering. In veel situaties is echter bij een toenemende schaalvergroting een relatieve kostenstijging vast te stellen. Dit met betrekking tot de relevante kostenbestanddelen. Is de heilzame werking van de schaalvergroting dan verdwenen? Nee, deze is niet verdwenen, maar de werking is niet grenzeloos. Het is vooral van belang om te bepalen waar de optimale schaalgrootte is gelegen.

In situaties waarbij de vestiging van een nieuw magazijn of distributiecentrum aan de orde is, wordt veelal aandacht besteed aan een vestigingsplaatsonderzoek en de technische systeemtoepassing. Meestal wordt hierbij voorbijgegaan aan het bepalen van de optimale magazijnomvang. Dat is ook het geval bij de uitbreiding van bestaande situaties. Welke wetmatigheid speelt hierbij een rol, en hoe kunnen we dit waarneembaar maken?

In het streven naar een bepaalde schaalgrootte om de vaste kosten relatief laag te maken, worden veel andere aspecten niet onderkend. Deze negatieve aspecten zullen in werking treden bij een verdere toename van de schaalgrootte. We kunnen deze wetmatigheid omschrijven als ‘de wet van de niet-proportionele meeropbrengst’, ook wel genoemd ‘de wet van de fysieke meer- en minderopbrengst’.

Het begrip ‘wet’ kan worden gezien als een ervaringsregel die zich in diverse situaties voordoet.

De negatieve, enigszins latente, invloedsfactoren kunnen we als volgt omschrijven:

  • Allereerst kunnen we hierbij een externe factor noemen met betrekking tot de personele bezetting. Bij het ontstaan van een bepaalde schaalgrootte heeft men natuurlijk een selectie en keuze gemaakt van bijvoorbeeld de orderverzamelaars. Dit vanuit het voorhanden zijnde aanbod op de plaatselijke arbeidsmarkt. Men zal echter bij een schaalvergroting wederom medewerkers dienen te werven vanuit de plaatselijke arbeidsmarkt. Hierbij zal dan ook genoegen genomen moeten worden met de minder bekwame orderverzamelaars en magazijnmedewerkers . Dit is natuurlijk mede afhankelijk van de krapte op de arbeidsmarkt. Een voor de hand liggende oplossing is het aantrekken van medewerkers via een uitzendorganisatie. We dienen ons dan wel te bedenken dat er gedurende de eerste vier weken circa 20% verlies op de arbeidsprestaties kan ontstaan door het gebrek aan routine.
  • Een ander aspect dat kan ontstaan bij een schaalvergroting is de groepscultuur. Dat wil zeggen dat men zich in de grotere groep minder aangesproken voelt, en men zich dus min of meer achter elkaar verschuilt, en minder prestatiebereid is.
  • Een invloedsfactor die we zeker in de orderverzamelsector kunnen onderkennen, is een schaalvergroting van activiteiten bij een niet rechtevenredige toename van het bewerkingsgebied. Afhankelijk van de beginsituatie kan dit tot congesties leiden en daarmee de prestaties nadelig beïnvloeden. Schaalvergroting in de orderverzamelsector dient derhalve met beleid te worden gerealiseerd.
Reageer op dit artikel