blog

Sprinklerinstallatie: zegen of vloek?

Warehousing

Sprinklerinstallatie: zegen of vloek?

Warehousemanagers schelden wat af op de sprinklerinstallatie in hun pand. Natuurlijk beseffen ze, dat de installatie aan tal van regels dient te voldoen. Maar na een inspectiebezoek krijgen ze niet zelden een rapportage, waarin staat dat ze allerlei zaken anders moeten doen. Hoe kan dat? Waarom deze aanpassingen? Gebrekkige kennis van de regelgeving zorgt voor veel onbegrip.

In bijna alle opslaggebouwen van enige omvang in Nederland maar ook in de rest van de wereld is een sprinklerinstallatie aanwezig. Logisch. Bij een gesprinklered warehouse is de verwachte omvang van een brandschade vele malen lager. Zowel de verzekeraar van het gebouw als de verzekeraar van de opgeslagen producten eist een sprinkler. Maar ook de overheid stelt eisen om brand te voorkomen en schade te beperken.

Als bijkomend voordeel biedt een gecertificeerde sprinklerinstallatie in Nederland de mogelijkheid om aanzienlijk grotere brandcompartimenten te realiseren. Aangezien (compartiments)wanden beperkingen geven voor logistieke flexibiliteit en ook de afstanden in het warehouse vergroten, levert dat ook efficiëntievoordeel op. Toch ervaren warehousemanagers de sprinklerinstallatie als een blok aan het been en vooral het jaarlijks terugkerend gedoe rond de inspectie. Waarom is het beeld bij deze managers zo negatief?

Basis is brandproeven
Een deel van het antwoord ligt in de voorschriften, waarin de toepassing van sprinklerinstallaties  en de randvoorwaarden voor het gebouw en de opslag van goederen zijn vastgelegd. De regelgeving is meestal opgesteld vanuit de verzekeringswereld en gebaseerd op brandproeven, omdat het modeleren van branden (nog) niet in voldoende detail mogelijk is. Deze brandproeven definiëren hiermee ook tegelijk de randvoorwaarden waaraan de sprinklerinstallatie moet voldoen volgens de voorschriften. Als bijvoorbeeld in een proefopstelling, waarbij een succesvol afgeronde proef is uitgevoerd, de afstand tussen ruggelingse pallets in stellingen 150 mm is geweest, dan bestaat er een gerede kans dat deze 150 mm als eis in de voorschriften opgenomen wordt. Dat betekent echter niet, dat de proefnemers zeker weten dat bij 149 mm (of minder) de situatie onveiliger is, maar toch wordt 150 mm de norm. De voorschriften voor de toepassing van sprinklerinstallaties zijn mede daardoor uitgegroeid tot lijvige boekwerken.

Daknet volstaat
Inspectiebureaus hebben de neiging om de regels strikter na te leven dan voorheen. Dat geldt zeker voor de zogenaamde ESFR (Early Surpression Fast Response) sprinkler, waar een complexe set van regelgeving aan vast zit. Vroeger werden sprinklerinstallaties in magazijnen met stellingen vaak uitgevoerd als een combinatie van een daknet (sprinklers onder het dakvlak) en inrack sprinkler (sprinklers op een of meerdere niveaus in stellingen). Daar is in de jaren negentig de mogelijkheid bijgekomen om in bepaalde gevallen alleen een daknet toe te passen met gebruikmaking van de ESFR-sprinklers. Dat bleek een uitkomst te zijn voor magazijnen en distributiegebouwen, omdat daarmee de kwetsbare inracksprinklers in veel gevallen achterwege konden blijven. Een verkeerde beweging met een pallet door een nieuwe medewerker leidde nogal eens tot ongewenst aanspreken van een inracksprinkler. Daarnaast beperken inracksprinklers de flexibiliteit van de logistieke inrichting vanwege de kosten, die een aanpassing met zich meebrengt.

De technische achtergrond dat alleen een daknet volstaat bij toepassing van ESFR-sprinklers, is dat deze sprinkler meer water sneller op de beginnende brand brengt, waardoor in een vroeg stadium de brand wordt geblust. Maar het daknet is ook in staat om een brand op het laagste niveau te kunnen bestrijden. Daarvoor is wel een open ruimte over de gehele gebouwhoogte nodig (trekkanalen of flue space volgens de voorschriften). Verder moet de warmte van een eventuele brand snel de sprinklers kunnen bereiken en daar zijn deze trekkanalen tevens voor bedoeld. Proefondervindelijk is de breedte van deze kanalen op minimaal 75 mm vastgesteld. Maar iedere warehousemanager weet, dat pallets niet strak in het gelid staan op de mm nauwkeurig in de stellingen. Sprinklerinspecteurs weten dit ook en hebben hier dus veel aandacht voor.

De toepassing van ESFR-techniek is dus vastgelegd in een nog strikter eisenpakket ten aanzien van de installatie zelf. De randvoorwaarden voor de inrichting zijn behoorlijk ingrijpend en dat is wat menig warehousemanager als lastig ervaart. Vaak is hij niet betrokken geweest bij de aanleg van de sprinklerinstallatie. Het voorbeeld over de vrije afstand tussen ruggelingse pallets in een stelling laat zien waar dat toe kan leiden.

Boosdoener kunststof
Een ander onderwerp dat veel onbegrip oproept is het type kunststof materiaal, dat in de stellingen aanwezig is, al dan niet omgeven door een kartonnen doos. Behalve het feit dat kunststof een hoge vuurbelasting heeft, bestaat er binnen de kunststoffen een grote verscheidenheid aan brandeffecten. Geëxpandeerde plastics hebben de nare eigenschap om te gaan druppelen bij brand, waardoor de brand zich relatief eenvoudig kan uitbreiden. Daardoor zijn er juist voor dit type materiaal zeer stringente maatregelen, die onder andere te maken hebben met de verpakkingsvorm – wel of niet in afgesloten kartonnen bijvoorbeeld. Als een bedrijf niet aan deze randvoorwaarden voldoet, wordt de toepassing al snel beperkt tot maximaal een of twee lagen stapelhoogte. Een relatief kleine wijziging in de operatie, zoals een switch naar een ander verpakkingsmateriaal kan daardoor enorme gevolgen hebben voor de brandveiligheid en daarmee voor de operationele (on)mogelijkheden van het warehouse. Denk dus na over mogelijke toekomstige aanpassingen.

Installatie verouderd
Ook voor een warehouse op leeftijd, met een oudere sprinklerinstallatie, nemen de gebruiksbeperkingen toe. Nieuwe inzichten worden regelmatig verwerkt in de voorschriften. In de Nederlandse sprinklervoorschriften (vroeger VAS, tegenwoordig NEN-EN 12845 + NEN 1073) is bijvoorbeeld in 1996 een belangrijk jaar geweest, omdat in dat jaar een update is verschenen met behoorlijke consequenties. Zoals met alle nieuwe bouwregelgeving is het niet zo dat het verplicht is om alle bestaande installaties direct aan te passen aan de nieuwe voorschriften. In beginsel kan een bedrijf gewoon de bestaande sprinklerinstallatie blijven gebruiken en een certificaat krijgen. Echter zodra serieuze aanpassingen aan de sprinklerinstallatie nodig zijn, kan het gebeuren dat voor dat deel wel de nieuwe regelgeving geldt. Zo’n situatie waarbij voor verschillende delen van je warehouseoperatie verschillende sets van voorschriften van kracht zijn, helpen zeker niet mee om meer begrip te krijgen voor de toepassing van sprinklerinstallaties.

Reageer op dit artikel