blog

Waar vestig ik mijn Europese Distributie Centrum?

Warehousing

Het Goede Doel zong er meer dan dertig jaar geleden al over: “ik heb getwijfeld over België”. Waar zij nog twijfelden, “omdat iedereen daar lacht”, ligt het huidige Belgische vraagstuk een stuk lastiger. Veel internationale ondernemingen stellen zich tegenwoordig de vraag waar hun Europese Distributie Centrum te vestigen, België of toch Nederland, Frankrijk of Duitsland. Alain Beerens van Groenewout over de uitkomsten van een benchmark.

Waar vestig ik mijn Europese Distributie Centrum?
Waar vestig ik mijn edc? Alain Beerens

Binnen de directiekamer spelen zeer verschillende afwegingen om tot een investeringsbesluit te komen. Waar een Chief Financial Officer (CFO) focust op kostenbesparing, een Chief Executive Officer (CEO) laat zich met name leiden door het beheersen van risico’s en de lange termijn strategie. Beide visies zijn niet per definitie complementerend, maar kunnen zelfs in directe tegenstelling zijn met een Chief Operational Officer’s (COO) standpunt dat het distributienetwerk geoptimaliseerd moet worden en de verschillende supply chains gesynchroniseerd.

 

Een afgewogen beslismodel

Kortom, een logistiek investeringsbesluit wordt bepaald vanuit minimaal drie bedrijfsperspectieven:

   

  • De operationele- en de customer-service prestatie;
  • De financiële- en belastingvoordelen;
  • De bedrijfscontinuïteit oftewel het lange termijn risico perspectief.

   

Groenewout Consultants & Engineers, Investment Consulting Associates (ICA), en Mazars Accountants gebruikten een integrale business case techniek, die alle drie de perspectieven in ogenschouw neemt, in haar 2011 Benchmark rapport voor Nederland Distributie Land. Deze techniek bestaat uit distributienetwerk modellering, financiële kosten analyses, regionale subsidie prognoses, directe- en indirecte belasting evaluaties en een netto contante waarde (NCW) calculatie inclusief eventuele sluitingskosten van een EDC.

  

Business Case electronics

Om een goede vergelijking tussen de verschillende vestigingsregio’s te maken, kunnen we dus niet volstaan met het simpel benchmarken van individuele indicatoren als grondprijs, loonkosten en productiviteit per werknemer. Er zal een over-all business case gemaakt moeten worden, waarin al deze factoren integraal met elkaar worden afgewogen. Het voorbeeld project dat we hiervoor gebruikt hebben is een EDC voor een elektronica producent, met de volgende karakteristieken:

  

EDC karakteristieken

– Electronics – EDC voor klanten in verschillende Europese markten

– Jaarlijks distributie volume 400.000 m³, 80% in pallets en 20% in pakketten

– Seizoenspatroon – 2 piek maanden met een verkoopvolume +25% t.o.v. het gemiddelde

– Verkoop waarde per m3 = 2.500 Euro

– Voorraadniveau = 4 weken

– Magazijn grootte 30,000 m2, op een landplot van 50,000 m2

     

Netto Contante waarde op 10 jaar

Het eindresultaat van deze business case is een netto contante waarde calculatie, waarin de opstartkosten (zoals land, gebouw), subsidies, operationele kosten, belastingen en sluitingskosten zijn opgenomen. Er is gekozen voor een operationele periode van 10 jaar, aangezien in de huidige dynamische markt weinig verladers bereid zijn zich langer dan 10 jaar aan een logistieke oplossing te committeren. Veel uitbestedingcontracten tussen verladers en logistiek dienstverleners worden om deze reden zelfs op 3 tot 5 jaar afgesloten. Een belangrijk uitgangspunt is dus dat het EDC na 10 jaar wordt afgestoten, om op dat moment een beter passend logistieke concept te kunnen implementeren.

 

Financiële vergelijking

Wallonië en Nederland  vormen samen de nummer 1 positie, met de laagste totale kosten in 10 jaar, namelijk een Netto Contante Waarde van 223.7 miljoen Euro.

 

 

Het kostenverschil met Frankrijk en Duitsland is respectievelijk 3% en 4,3% of 7,3%. Hierbij zijn voor het EDC in Duitsland 2 alternatieven doorgerekend, aanlevering via de Rotterdamse haven of via Hamburg.

 

De belangrijkste verschillen

Uiteraard biedt dit artikel niet de mogelijkheid om op alle details in te gaan. Echter er zijn drie verschillen die zeker de moeite waard zijn om aan te stippen: 

    

  • (regionale) opstart subsidies versus de restwaarde van het logistieke vastgoed na 10 jaar;
  • belasting aspecten;
  • wetgeving omtrent tijdelijke arbeid.

 

Opstart subsidies versus restwaarde logistiek vastgoed

Hoewel de kosten tussen Wallonië en Nederland  toevalligerwijs hetzelfde zijn, liggen hier verschillende uitgangspunten aan ten grondslag. Wallonië biedt substantiële opstart subsidies, tot wel 30% van de investering, die resulteren in relatief lage opstartkosten. De verschillen in subsidies binnen Wallonië kunnen echter behoorlijk groot  zijn. Aan de andere kant heeft Nederland het voordeel van relatief efficiënte magazijnkosten en lage sluitingskosten als gevolg de hoge restwaarde van het logistieke pand.

Recente logistieke vastgoedtransacties en de bestaande magazijnen die op dit moment op de markt worden aangeboden, tonen aan dat de restwaarde van het EDC na 10 jaar op circa 15% ligt in Wallonië en Noord Frankrijk. Nederland en Duistland weten een restwaarde van rond de 40% vast te houden.

Het is niet toevallig dat juist in deze twee laatste landen nauwelijks tot geen opstart subsidies worden aangeboden. Het lijkt dat er een negatieve correlatie is tussen de hoogte van de subsidies (Wallonië en Noord-Frankrijk), die binnen onze business case teniet worden gedaan door de (veel) hogere restwaarde van het EDC na 10 jaar.

  

Belasting-aspecten

Met een vennootschapsbelasting van 25% scoort Nederland goed ten opzichte van de andere landen, waar deze percentages ruim boven de 30% liggen. Hoewel in Duitsland de nationale vennootschaps-belasting "slechts" rond de 16% (inclusief Solidaritätszuschlag) ligt, moet hier nog wel een lokale belasting bij worden opgeteld (Gewerbesteuer). Die lokale toeslag ligt bijvoorbeeld voor de regio Duisburg op 17,15%.

Daarnaast biedt Nederland de mogelijkheid tot BTW-verlegging. Dit leidt tot lagere kosten aangezien de ingevoerde voorraad qua BTW niet hoeft te worden voorgefinancierd. België kent ook een soortgelijke verleggings-regeling bij invoer, maar deze mag alleen worden toegepast als het bedrijf in bezit is van een ET 14000-vergunning. Om de vergunning te mogen ontvangen, moet een bedrijf o.a. een vooruitbetaling doen van een bedrag dat gelijk is aan één vierentwintigste van het totaalbedrag van de wegens invoer verschuldigde BTW op jaarbasis.

  

De voorfinanciering van de BTW in Frankrijk en Duitsland kan natuurlijk vermeden worden door het opzetten van een "bonded-warehouse". Daar zijn echter ook extra kosten aan verboden voor het starten en  operationeel houden hiervan. Zo moet er bijvoorbeeld per transactie, waarbij de goederen uit het douane-entrepot worden gehaald, aangifte ten invoer worden gedaan. Dit in tegenstelling tot het in één keer invoeren van de goederen, en dus één keer de aangifte doen ten invoer.

   

Wetgeving omtrent tijdelijke arbeid

Een andere onderscheidende factor tussen de landen is gerelateerd aan de arbeidswetgeving. In onze elektronica business case hebben we te maken met grote en vaste seizoenspieken, zoals de december maanden. Alhoewel de Belgische wetgeving flexibel is wat betreft de werkuren van eigen personeel, is het tijdelijk inhuren van uitzendpersoneel lastiger met name als de piek in werkbelasting structureel en voorspelbaar is.  Nederland en Duitsland bieden met betrekking tot uitzendkrachten duidelijk meer flexibiliteit, wat tot een hogere gemiddelde arbeidsproductiviteit op jaarbasis leidt. 

  

Optimale vestigingslocatie?

Een belangrijke conclusie kan zijn dat er weliswaar financiële verschillen tussen de verschillende landen zijn, maar dat deze ook relatief klein zijn.  Is er dan toch een winnaar aan te wijzen voor onze business case?

 

 

Bovenstaande grafiek toont dat Nederland samen met Wallonië de laagte kosten heeft, op basis van een 10-jaar Netto Contante Waarde (NCW) oftewel Net Present Value (NPV).  Echter toont dezelfde grafiek ook aan dat Nederland hoger scoort dan Wallonië op basis van een kwalitatieve score. 

Waar regio’s als Noord-Frankrijk en Wallonië aantrekkelijke subsidies aanbieden,  leidt dit in de praktijk ook tot rigide regelgeving en verplichtingen. Bijvoorbeeld penalty clausules als het bedrijf toch besluit tot een eerdere sluiting van het EDC binnen bijvoorbeeld 5 jaar. In de huidige volatiele markt is dit een behoorlijk risico.

 

Daarnaast heeft Nederland ten opzichte van Duitsland en Frankrijk een neutrale, objectieve positie tussen de verschillende Europese verkoopkantoren binnen uw bedrijf. Nederland is een relatief kleine verkoopmarkt, strategisch gepositioneerd qua logistieke infrastructuur. Dit maakt het voor andere verkooplanden qua bedrijfspolitiek aanvaardbaar om te kiezen voor Nederland als EDC locatie. Een EDC in Nederland wordt verondersteld bijvoorbeeld een onpartijdig besluit te nemen welke landen worden uitgeleverd ten tijde van voorraadtekorten.

  

Vestigen in Nederland?

Hoewel de verschillen klein zijn, heeft Nederland zeker zijn logistieke voordelen om er een EDC te vestigen. Uiteraard kan een andere business case tot een alternatieve visie leiden. Deze elektronica pilot geeft echter wel een duidelijk inzicht in de voornaamste beslispunten, die leiden tot de uiteindelijke keuze voor die vestigingsregio die het best bij uw bedrijfsprofiel en -strategie past.

Reageer op dit artikel