artikel

BREEAM Outstanding ambitie? leer van de ervaringen van Kloosterboer

Warehousing Premium 939

BREEAM Outstanding ambitie? leer van de ervaringen van Kloosterboer

De hoogste BREEAM duurzaamheidscertificering behalen voor je (nieuwe) distributiecentrum is een lang traject waarbij flink wat hordes genomen moeten worden. Veel bedrijven haken dan ook bij voorbaat af. Dat geldt niet voor logistiek dienstverlener Kloosterboer die bij de bouw van nieuwe koel-vrieshuizen Outstanding- de hoogste BREEAM-norm- als standaard nastreeft.

Logistiek dienstverlener Kloosterboer is binnen de koel- en vriesopslag een koploper waar het gaat om BREEAM-certificering. In 2012 – toen dit duurzaamheidskeurmerk in Nederland nog in een opstartfase verkeerde – werd al het eerste certificaat behaald door de logistiek dienstverlener. Sindsdien gaat het familiebedrijf voor het hoogst haalbare met als lichtend voorbeeld het nieuwe koel- en vrieshuis Cool Port op de Maasvlakte dat na oplevering de hoogste BREEAM score Outstanding kreeg.

 

Jeffrey van der Krogt (Kloosterboer): “Duurzaamheid vind ik vanuit persoonlijk oogpunt interessant en belangrijk, zeker voor Kloosterboer als groot energieverbruiker.”

 

Huiver overwinnen

'De directie was eerst wat huiverig voor BREEAM'

Als projectmanager heeft Jeffrey van der Krogt zich bij het management van Kloosterboer volgens eigen zeggen ‘van meet af aan hard gemaakt voor BREEAM’. “Dat vloeit voort uit het feit dat ik duurzaamheid vanuit persoonlijk oogpunt interessant en belangrijk vind, zeker voor Kloosterboer als grote energieverbruiker. Bij de realisatie van ons tweede vrieshuis op de Maasvlakte stelde ik voor aan de directie om volgens BREEAM te bouwen. Men was eerst wat huiverig en vroeg zich af: wat kost deze certificering, wat is de impact en wat levert het op? Dat zijn natuurlijk de eerste vragen die je krijgt als je bij een ondernemersfamilie werkt.”
Toch kreeg Van der Krogt groen licht. “Kloosterboer hecht veel waarde aan duurzaamheid en de directie was dus ook bereid deze stap te zetten.” Deze certificering werd later nog interessanter toen Van der Krogt erachter kwam dat kon worden geprofiteerd van een fiscaal voordeel via de MIA (Milieu-investeringsaftrek) en VAMIL (Willekeurige afschrijving milieu-investeringen) regelingen, omdat een BREEAM nieuwbouw investering in de Milieulijst was opgenomen. “Destijds kon je met Very Good al profiteren van het fiscale voordeel, tegenwoordig moet je minimaal Excellent behalen.”

 

Forse investeringen in installaties

Voor Kloosterboer is BREEAM vooral interessant omdat de koel- en vries specialist bij nieuwbouwprojecten fors moet investeren in tal van kostbare installaties zoals koelinstallaties, verrijdbare stellingen, isolatiepanelen en vloerverwarming. Van der Krogt: “Onze klanten vinden het belangrijk dat hun goederen op een zo duurzaam mogelijke manier worden opgeslagen omdat ze weten dat er veel elektra verbruikt wordt om de goederen op de juiste temperatuur te houden. Dat is ook de reden dat het voor ons interessanter is om volgens BREEAM te bouwen ten opzichte van bijvoorbeeld bedrijven met een rechttoe-rechtaan magazijn.”

 

Duurzaamheidsprijs voor ‘Velsen’

Na het koel-vrieshuis op de Maasvlakte kreeg Kloosterboer de smaak te pakken. Vanuit het management werd de eis neergelegd dat bij ieder volgend nieuwbouw project moet worden gestreefd naar de hoogste haalbare BREEAM-norm: Outstanding. Dat streven resulteerde erin dat de vestiging in Velsen na een grote uitbreiding sinds vorig jaar evenals Cool Port ook beschikt over het hoogste duurzaamheidslabel. Van der Krogt: “Een collega van mij heeft dat BREEAM-project uitgevoerd. Dit pand is overigens het eerste koel-vrieshuis in Nederland met Outstanding. Dat resulteerde er onder ander in dat ‘Velsen’ voor deze prestatie ook een belangrijke duurzaamheidsprijs van de overheid won de zogeheten EZK-Award.”

Stap naar Outstanding groot

'Bij Cool Port stelden we onze ambitie bij naar Outstanding'

Van der Krogt weet uit de ervaringen die hij de afgelopen jaren opdeed met BREEAM, dat de stap van Excellent – de op één na hoogste certificering- naar Outstanding erg groot is. “Voor dit laatste criterium moet je extra punten halen die relatief veel geld kosten. Voor Cool Port hadden we bijvoorbeeld eerst de ambitie om Excellent te behalen. Voor dit certificaat was geen grijs-watersysteem benodigd. Dat hebben we toch gedaan ondanks dat de terugverdientijd van zo’n investering al snel 20 jaar is. Zo’n investering hoef je normaal gesproken niet te doen om in aanmerking te komen voor Excellent. Voor dat niveau investeer je eerder in bijvoorbeeld extra ecologische maatregelen want dat is een eenvoudige en overigens ook nuttige credit.”

 

BREEAM is ‘Bouwbesluit plus’

'BREEAM legt de lat hoger dan het Bouwbesluit'

Bij de bouw van Cool Port was in eerste instantie het uitgangspunt Excellent. Van der Krogt zegt hierover: “Tijdens de nieuwbouw hebben we het ambitieniveau verhoogd vooral ook omdat we in Velsen ‘Outstanding’ zouden behalen. Cool Port is gebouwd volgens de BREEAM Outstanding eisen van 2014 die strenger zijn dan de eisen die golden voor dezelfde norm in de jaren daarvoor. Onze eerste BREEAM-vestiging op de Maasvlakte voldoet nog aan de normen van 2011, zo ook Velsen.” Nadien zijn de regels weer aangescherpt in lijn met het bouwbesluit. BREEAM, zo stelt Van der Krogt, is eigenlijk ‘Bouwbesluit plus’ dat eveneens om de paar jaar wordt vernieuwd. “Ook BREEAM gaat hierin mee en legt de lat dus nog hoger dan het Bouwbesluit wat betreft duurzaamheidseisen en normeringen.”
Een onderdeel van het proces is het ontwerpcertificaat. “Het behalen van dit certificaat is relatief eenvoudig, omdat je dan alleen nog maar belooft om duurzame maatregelen te nemen zoals LED-verlichting, maar dan heb je het in feite alleen nog maar uitgetekend terwijl de verlichting er nog niet hangt. Je hebt dus puur en alleen in het ontwerp aangetoond wat je gaat doen op het gebied van duurzaamheid.”

 

Harde deadlines stellen

Tijdens de bouw wordt het pas echt serieus want dan controleert en rapporteert een onafhankelijke assessor of er wel voldaan wordt aan de duurzaamheidseisen van BREEAM. Dat gaat best ver, heeft ook de aannemer die Cool Port bouwde gemerkt. Van der Krogt: “Op een gegeven constateerde de assessor bijvoorbeeld dat bepaalde afvalstromen niet goed werden gescheiden op de bouwplaats. Op deze momenten moeten er maatregelen genomen worden en harde deadlines worden gesteld want anders komt het certificaat in gevaar. Er stond ook een boete op bij de aannemer want bij Cool Port hadden we de contractuele afspraak staan dat de hoofdaannemer in eerste instantie minimaal Excellent zou moeten behalen. Dat zorgde ook voor een extra stok achter de deur bij de betrokken aannemers.”

‘Luchtdicht krijgen pand uitdaging’
Volgens Van der Krogt zijn de installaties in het pand niet de grootste obstakels bij het behalen van de hoogste duurzaamheidseisen. “De meeste techniek is al dusdanig duurzaam dat het geen probleem vormt bij het behalen van de benodigde credits. Geldt ook voor isolatie voorzieningen. Een koel- en vrieshuis moet aan hogere isolatiewaardes voldoen en de benodigde panelen hiervoor zijn ook gewoon beschikbaar.”
Uitdaging bij Cool Port was vooral het luchtdicht krijgen van het pand. Ook het onderdeel lekdetectie in het klimaatsysteem van de kantoren, en dan specifiek het opvangen van koudemiddelen bij een lekkage, zorgde voor wat uitdaging bij de installateurs. “Voor de rest zijn veel aspecten al standaard. Het hergebruik van de restwarmte voor de vloerverwarming doen we al standaard. Ook gebruiken we bijna in elke vestiging die restwarmte voor het ontdooien van de verdampers in de koel- en vriescellen. Daarnaast beschikt de koelinstallatie bijvoorbeeld al over energiezuinige compressoren en kies je vaak al standaard voor verdampers met EC-motoren. Met een goede installateur die verstand heeft van koeltechniek en – in ons geval – fruitopslag kom je ook al een heel eind. Deze duurzame maatregelen neem je als bedrijf meestal al onafhankelijk van BREEAM eisen.”

'Bedrijven haken nu sneller af want het fiscale voordeel is lager'

Voor Cool Port behaalde Kloosterboer bij de oplevering een hoge score van afgerond 87 procent, goed voor het BREEAM oplevercertificaat Outstanding. “Na oplevering van het pand komt de assessor nog een keer op bezoek en dan worden er foto’s gemaakt van de installaties en moet er uitleg worden gegeven hoe en waar bepaalde duurzaamheidsmaatregelen zijn toegepast. Dit is met name bedoeld om te kijken of ze overeenkomen met wat is opgegeven in de ontwerpfase; met andere woorden zijn bijvoorbeeld die energiezuinige airco units met een bepaald koudemiddel ook daadwerkelijk opgehangen en is de put voor het opvangen van grijswater daadwerkelijk in het terrein aanwezig. Pas als de assessor alles heeft goedgekeurd en ook de Dutch Green Building Council (DGBC) een steekproefsgewijze controle heeft gedaan krijg je het oplevercertificaat. Het gaat dus echt ver.”
Dit gegeven, de kosten en de administratieve rompslomp zorgen ervoor dat bedrijven bij voorbaat al afzien van BREEAM-certificering. Van der Krogt snapt dit wel. “In 2016 mochten bedrijven bijvoorbeeld dankzij de MIA regeling nog 36 procent van de investering aftrekken van hun jaarwinst. Daar hoef je dus geen vennootschapsbelasting over te betalen. Voor 2017 en 2018 is dat percentage naar beneden bijgesteld naar 27 procent. Daarom haken bedrijven sneller af want ze hebben een lager fiscaal voordeel, terwijl ze wel hetzelfde of zelfs meer moeten investeren om aan de hoge duurzaamheidseisen te kunnen blijven voldoen. Je hebt namelijk ook te maken met relatief hoge vaste kosten bij een BREEAM traject; zoals de advies- en certificeringskosten, ook moet je allerlei rapporten en onderzoeken verrichten.”

Lees de volledige BREEAM-case study van Kloosterboer

Lees de volledige BREEAM-case study van Kloosterboer

‘Oplevercertificaat het lastigste’

Ook beginnen volgens Van der Krogt bedrijven aan BREEAM, maar lukt het ze niet om het oplevercertificaat te behalen. “Het ontwerpcertificaat wordt meestal nog wel behaald, maar tijdens de uitvoering wordt het pas echt lastig want de aannemer moet zijn werk goed hebben gedaan, je moet uitvoeren wat je in het ontwerp hebt uitgewerkt en de assessor moet hebben gezien dat je conform de eisen de maatregelen hebt uitgevoerd en geïmplementeerd en dat daarmee niet is geknoeid. Voor het oplevercertificaat moet je bovendien alle as-built tekeningen en alle milieu certificaten van de toegepaste materialen netjes aanleveren.”

 

 

 

Lees ook:

BREEAM voor distributiecentra: ‘Excellent’ en ‘Outstanding’ zijn de norm

 

Vasthouden aan ambities

Desondanks houdt Kloosterboer vast aan de allerhoogste duurzaamheidsnorm want ook het meeste recente nieuwbouwproject – een koel-vrieshuis in Lelystad – zal hieraan voldoen ondanks dat het fiscale voordeel fors minder is geworden. “Nu zowel Cool Port als Velsen Outstanding hebben, heeft het management gezegd we willen niet meer terug en houden vast aan onze ambitie om zo duurzaam mogelijk te opereren.”

Zonnepanelen meest rendabel

Volgens Van der Krogt zijn de investeringen in de zonnepanelen – overigens geen verplichte investering bij BREEAM certificering – op het dak van Cool Port de meest rendabele. “Het voordeel van zonnepanelen is dat we de meeste energie zelf kunnen gebruiken omdat op zonnige dagen de koelinstallatie het meeste energie verbruikt en we dus minder hoeven in te kopen van het net.” Een andere rendabele investering zijn de zogenaamde Dobo-docks, een laaddocksysteem dat ervoor zorgt dat met gesloten deuren kan worden aangedockt. “Voordeel is dat we de kou binnen de hal houden. Bij een standaard dock verdwijnt er meer kou naar buiten en kan er warmte de hal binnenstromen.”

Cool Port: feiten en cijfers
De eerste fase van Cool Port, sinds mei 2017 operationeel, is gebouwd op een kavel van ongeveer 6 hectare. Hierop staat een koel- en vriescentrum met een capaciteit van 40.000 pallets. 10.000 palletplaatsen zijn voor vriesopslag, de andere 30.000 voor koelopslag. Daarnaast is er een expeditieruimte van 7.500 vierkante meter met 38 dockshelters en op de eerste verdieping is een aparte ruimte voor onder meer het ompakken en sorteren van fruit. Op een aangrenzend terrein van 6 hectare is ruimte voor een even groot koelvriescentrum. Inclusief tweede fase mikt Cool Port op een verwerkingscapaciteit van rond de miljoen pallets per jaar.

 

Van der Krogt kan geen uitspraak doen of de energierekening van Cool Port met al die duurzaamheidsinvesteringen nu daadwerkelijk lager uit zal vallen. “Het is lastig om daar iets over te zeggen omdat we geen echte referentie hebben. Daarvoor moeten we een paar jaar verder zijn want dan valt er misschien een benchmark te maken. Het hangt bijvoorbeeld af wat voor type fruit we opslaan en hoe lang het opgeslagen blijft. Maar we hebben er in ieder geval alles aangedaan om het zo laag mogelijk te laten zijn nu. Zo hebben we bijvoorbeeld geen gasaansluiting wat al heel wat scheelt.”

 

Mijlpaal voor Kloosterboer

Het behalen van Outstanding voor Cool Port beschouwt de project manager als een belangrijke mijlpaal voor Kloosterboer. “Vooral ook omdat we tijdens de bouw het ambitie niveau hebben verhoogd. Dat was een hele uitdaging omdat je dan zowel de aannemer als alle onderaannemers mee moet zien te krijgen.” Voor Van der Krogt betekende dit dat hij continu moest pushen en nabellen of oplossingen waren bedacht voor credits die we nog moesten aantonen met bewijslast of voor credits die de assessor bijvoorbeeld had afgekeurd. “De druk was dat we binnen een jaar na oplevering het oplevercertificaat moeten hebben behaald want anders komt het fiscale voordeel te vervallen. Dat lijkt lang maar een jaar is sneller voorbij dan verwacht.”

 

Interpretatie van regels

In het hele proces gold voor Van der Krogt dat er soms ook creatief moest worden omgegaan met de regels. “Het heeft veel te maken met de interpretatie van de credit eisen. Technisch adviseurs interpreteren soms dingen iets te letterlijk om te komen tot de uitvoering of implementatie van een BREEAM-credit terwijl als je doorvraagt – zo heb ik in de praktijk mee gemaakt –je met een kleinere investering en pragmatische oplossing die ene bewuste credit ook kan halen. Dat is het continue spel, maar het mooie hieraan vond ik dat je als opdrachtgever wel kritisch blijft en dus wel je gewenste eindresultaat behaalt.”

'Bij BREEAM wordt niet alleen gekeken naar de energiebesparing'

BREEAM is van toegevoegde waarde

Met twee BREEAM-trajecten achter de rug stelt Van der Krogt vast dat dit duurzaamheidscertificaat – ondanks dat aan tal van eisen moet worden voldaan – van toegevoegde waarde is voor de logistiek dienstverlener. “Wat ik vooral goed vind aan dit duurzaamheidslabel is dat er niet alleen gekeken wordt naar de energiebesparing, maar ook bijvoorbeeld naar de kwaliteit van de kantooromgeving waarin gewerkt wordt. Die ruimtes in dc’s werden vroeger weggestopt want daar viel geen geld mee te verdienen. Dat is nu – mede door BREEAM – aan het veranderen.”

Reageer op dit artikel