artikel

Instituut met internationale uitstraling

Warehousing Premium

Het Topinstituut komt er. Dat staat volgens hoogleraren Jan Fransoo en Jo van Nunen als een paal boven water. Het moet een nationaal instituut worden dat samenwerking tussen (inter)nationale toponderzoekers en bedrijven in de hand werkt en de internationale concurrentie op onderwijsgebied aan kan.

Artikel oorspronkelijk gepubliceerd in Logistiek op 6 maart 2009.

Het instituut komt in Amsterdam, Breda of Rotterdam. Eigenlijk is de plek niet zo belangrijk. Het gaat er om dat onderzoekers samen met bedrijven tot vooruitgang in de logistieke kennisontwikkeling komen. “Het topinstituut moet de plek worden waar Nederland de regiepositie moet gaan heroveren”, aldus Jo van Nunen. De Erasmus Universiteit en TU Eindhoven hebben in de personen Van Nunen en Fransoo twee kartrekkers gevonden. Ook de Universiteit Twente, TU Delft en de Universiteit van Tilburg scharen zich achter het voorstel van het oprichten van een Topinstituut. Deze vijf instellingen dekken driekwart van het Nederlandse logistieke onderzoek af.
 

Internationale uitstraling

Fransoo: “Wij mikken op een instituut met internationale uitstraling. Met de Commissie hebben wij nu een momentum gecreëerd, dat we willen benutten. Daarbij krijgen we financiële steun vanuit de overheid. Het is niet ons feestje. Iedereen die kan en wil bijdragen aan de doelstellingen van het innovatieprogramma kan meedoen.”
 

Het Topinstituut moet internationaal executive onderwijs voor COO’s gaan aanbieden wat de concurrentie aan kan met de internationale Top business Schools Insead in Fontainebleau en IMD in Lausanne.

Fransoo: “In het internationale segment laten we als Nederland nog marktpotentieel liggen. Een internationale topopleiding, die in het Engels wordt gedoceerd, haalt de internationale top naar ons toe en kan prima naast de bestaande Emlog en TiasNimbas opleidingen bestaan.”

Van Nunen is niet bang dat de regering de plannen onder in–vloed van deze crisistijd gaat intrekken. “We gaan voor een bijdrage aan de Nederlandse economie die de concurrentie aankan. Het zou daarom ook nog wel eens versneld kunnen worden ingevoerd.”
   

Krachten bundelen

In 2006, in het eerste rapport van de Commissie van Laarhoven, werd geconcludeerd dat er een marktgedreven kennisinstituut moest komen. De rol van het bedrijfsleven is groot, misschien wel leidend.

Fransoo: “Van het huidige logistiek onderzoek is al veel marktgedreven. Door bundeling van de nu verspreide kennis willen we een versnelling in de kennisontwikkeling krijgen.”

Van Nunen: “Er is de afgelopen jaren al veel gebeurd. Er wordt al meer samengewerkt tussen universiteiten en het bedrijfsleven in projecten als Transumo. Voorheen was dat er niet. Voor de Erasmus Universiteit geldt dat alle wetenschappelijke prijzen die we hebben gewonnen voor onderzoek is, wat gebaseerd is op samenwerking met bedrijven. Daarom scoren we als Nederland in de wetenschappelijke wereld zo hoog.”

Fransoo voegt hier aan toe dat “de Nederlandse positie op dit gebied ten opzichte van de Verenigde Staten en onze buurlanden vele malen sterker is.”
 

Fysiek instituut

De ideeën zijn duidelijk. Maar bij de oorspronkelijke plan

Kader bij artikel:

– Prof.dr.ir. Jan Fransoo (43)

Hoogleraar Operations Management en Logistiek aan de TU Eindhoven
– Prof.dr.ir Jo van Nunen (64)

Hoogleraar Logistiek en Informatie systemen aan Erasmus Universiteit

Beiden hebben zitting in de Commissie van Laarhoven. Het Topinstituut moet sturing gaan geven aan het door de Commissie opgestelde innovatieprogramma. Fransoo en Van Nunen maken deel uit van de werkgroep die advies uitbrengt over de vestigingsplaats van het Logistieke Topinstituut. Het rijk stelt 25 miljoen beschikbaar om een innovatieprogramma, waarvan het Topinstituut deel uitmaakt, tot uitvoering te brengen. Dit is niet genoeg. De begroting financiert geen bakstenen. Daarom is de plek van het Topinstituut en de financiële inspanning van het betrokken bedrijfsleven een belangrijke factor. Begin april wordt bekend in welke stad het Topinstituut komt.

nen was er nog geen sprake van een fysiek instituut, nu wel. Volgens Van Nunen stimuleert het fysiek bij elkaar brengen van mensen het onderzoek. “De meerwaarde wordt gevormd door het samenbrengen van nationale en internationale onderzoekers met de sprankelende beïnvloeding van het bedrijfsleven. Er komen geen vaste aanstellingen, maar onderzoekers zullen 25 procent van hun onderzoektijd doorbrengen op het instituut. Dat telt gewoon als onderzoeksprestatie voor de universiteit. Het mes snijdt aan twee kanten. Ook voor het bedrijf levert het ook kennis op.” 
Ook Fransoo is overtuigd van de meerwaarde. “Op het moment dat je die voordeur eenmaal hebt, blijft het ook echt op lange termijn bestaan.”
 

Weerstand

De plaats van het Topinstituut en de betrokkenheid van alle universiteiten zorgt in de logistiek wetenschappelijke wereld voor weerstand. De plaats van het instituut zou te bepalend zijn en niets toevoegen aan het bestaande logistieke onderzoek en on–derwijs. Wat leveren universitei- ten in en wat krijgen ze ervoor terug. Fransoo: “We kunnen niet met alle hoogleraren om tafel zitten, maar sturen een open uitnodiging aan iedereen om mee te doen en bij te dragen aan het succes ervan. Als iemand bang is om een klein beetje van zijn identiteit op te geven, dan past hij niet in de nationale ambitie die wij hebben. We gaan ervan uit dat iedereen het vakgebied vooruit wil helpen en wil samenwerken met de beste mensen in het veld, internationaal.”
 

Van Nunen: “Instellingen kunnen zich juist versterken. En als ze over specifieke expertise beschikken hebben we ze zelfs heel hard nodig. Er komen onderzoeksbudgetten vrij, wat universiteiten in staat stelt buitenlandse onderzoekers aan Nederland te binden en studenten aan te trekken.”

Fransoo: “Wij denken dat het zo aantrekkelijk is dat mensen inhoudelijk het beste er uit willen halen en er bij willen horen. Het aantal en de kwaliteit van internationale wetenschappelijke publicaties is uiteindelijk wat voor iedere hoogleraar telt.”

Reageer op dit artikel