artikel

Kwestie van testen en tunen

Warehousing Premium

De bloemenveilingen in Nederland zijn al jaren bezig met RFID. Straks kunnen ze dankzij RFID-tags op stapelwagens en detectielussen in de vloer exact de gang van elke stapelwagen volgen. Soms gaat de implementatie gepaard met verrassingen. Tijdens het tunen blijkt de werking van de antennes namelijk niet altijd voorspelbaar.

Artikel oorspronkelijk gepubliceerd in Transport&Opslag op 1 februari 2007.

Afgelopen jaar heeft Bloemenveiling Aalsmeer detectielussen aangebracht voor de deuren van de koelcellen. Nadat de lussen in bedrijf waren gesteld, gingen de deuren van de koelcel echter niet meer open. Wat bleek? Op de plek waar de RFID-lussen in de vloer werden aangebracht, lagen al lussen voor het automatisch openen en sluiten van de deuren. “Er was sprake van interferentie. Wees erop bedacht dat inbedding van RFID in een bestaande situatie leidt tot verras–singen”, was het advies van Ron Tak, informatiemanager in Aalsmeer, aan de deelnemers van een RFID-workshop van het NEN.

  
Oorzaak opsporen

Naast Bloemenveiling Aalsmeer is ook FloraHolland bezig met het aanleggen van lussen voor het detecteren van RFID-tags op stapel–wagens. Daco Sol herkent de problemen met interferentie en storingen. “Op de plek waar je storingen verwacht, kom je ze niet tegen en op de plek waar je ze niet verwacht, treden ze wel op”, vertelt de logistiek adviseur van FloraHolland. “We hebben nu bijvoorbeeld een lus aangelegd waarbij zich ook een storing voordoet. Er moet nog flink worden gezocht om de oorzaak op te sporen”, aldus Sol.

  
Geen poortjes

Al in 2000 startte FloraHolland met de implementatie van RFID. Alle 150.000 stapelwagens werden voorzien van een barcode en RFID-tag, een klus die driekwart jaar in beslag nam. De bloemenveiling koos voor passieve tags met een frequentie van 134,2 kHz. Volgens Wilrie Multem waren deze low frequency-tags (LF) op dat moment de beste keus. “High frequency-tags (HF) waren net zo’n beetje in opkomst, van ultra high frequency-tags (UHF) was nog geen sprake”, verklaart de RFID-coördinator van FloraHolland.

  
Het gebruik van LF-tags, die een relatief kleine uitleesafstand hebben, maakt het mogelijk om te werken met antennes die als ‘onzichtbare’ lussen in de vloer liggen. Er zijn geen poortjes nodig, waar de chauffeurs met meerdere –stapelwagens achter hun trekker – door FloraHolland een ‘sleep’ genoemd – doorheen hoeven te manoeuvreren.

Een ander kenmerk van de tags, geleverd door Texas Instruments, is het ontbreken van een anti-collision voorziening. Dit betekent dat, in tegenstelling tot de UHF-tags van dit moment, niet meer dan één tag tegelijk door een antenne kan worden uitgelezen. Met andere woorden: in één antenneveld mag zich slechts één tag bevinden.

  
Richting bepalen

FloraHolland heeft dit ogenschijnlijke nadeel in zijn voordeel gebruikt. RFID-specialist DL-Tech heeft namelijk een lus ontworpen die bestaat uit meerdere antennevelden, die zijn gekoppeld aan één reader.

Het gebruik van meerdere antennevelden maakt het ook mogelijk de richting van een sleep te bepalen. Van elke tag wordt namelijk niet alleen de informatie uitgelezen, maar ook de elektrische veldsterkte gemeten. Als de veldsterkte in antenneveld nummer één eerst toeneemt en dan weer afneemt, is dat een teken dat de stapelwagen in beweging is. Als vervolgens diezelfde tag in antenneveld nummer twee wordt gedetecteerd met een eerst toenemende en vervolgens afnemende veldsterkte, is dat een teken dat de stapelwagen van antenneveld één naar antenneveld twee beweegt. Deze logica is door Atos Origin ingebouwd in het middleware-systeem, dat de gegevens van de readers verwerkt. Zelfs als twee slepen tegelijkertijd in tegengestelde richting over een lus met meerdere antennevelden rijden, is op deze manier te achterhalen welke stapelwagen zich in welke richting beweegt. Voordat FloraHolland begon met het op grote schaal aanleggen van de lussen, heeft de bloemenveiling eerst een pilotlus aangelegd. Deze lus is uitgebreid getest middels een duurproef met 100.000 stapelwagens in vier rijen en verschillende rijrichtingen. Als norm heeft FloraHolland gesteld dat niet meer dan één per duizend tags verkeerd of helemaal niet uitgelezen mag worden. “Dat halen we gemakkelijk”, weet Multem.

  
Niet te voorspellen

In totaal wil FloraHolland nu circa veertig lussen aanleggen. De lussen zijn bestemd voor twee scans: de neerzethalscan en de afleverscan. De neerzethalscan vindt plaats als de stapelwagens na aanvoer worden getransporteerd naar de neerzethallen. Dat zijn koelcellen of – als het gaat om potplanten – verwarmde cellen, waar de producten gedurende de avond en nacht worden opgeslagen. De afleverscan vindt plaats op het moment dat de stapelwagens naar de klant worden gebracht. Met deze scan legt FloraHolland vast naar welke aflevergebied de stapelwagens zijn gebracht. In grotere aflevergebieden worden meerdere lussen aangelegd om voldoende verfijning aan te brengen.

Het aanleggen houdt niet op bij het simpelweg in de vloer stoppen van wat draadjes en de stekker erin steken. Voordat elke lus in gebruik wordt genomen, moet hij eerst uitgebreid worden getuned en getest . Vooral dat tunen is –belangrijk. “Per antenneveld moeten we uit–zoeken hoe de lus functioneert. Op de ene plek kan de leeshoogte bijvoorbeeld 10 cm zijn, op de andere plek 30 cm. Als de lus niet goed functioneert, moeten we zorgen dat dit wel gaat gebeuren”, aldus Sol.

In het veilingcomplex in Naaldwijk kunnen veel verstorende factoren optreden. Niet alleen door de aanwezigheid van deurlussen, maar ook het betonijzer in de vloer. “Van tevoren proberen we zo goed mogelijk te onderzoeken welke wel en niet handig zijn.” De aanleg van de lussen gaat in drie fases. Fase 1 is bijna afgerond. “Als alles goed verloopt, gaan we door met fase 2 daarna komt fase 3 aan de beurt”, legt Sol uit.

  
Minder zoeken

Dankzij deze twee scans is FloraHolland straks minder tijd kwijt met het zoeken naar zoekgeraakte stapelwagens. De zoekers hoeven straks niet meer het totale veilingcomplex van 800.000 vierkante meter af te speuren, maar kan zich beperken tot één neerzet- of afleverhal.

Daarnaast wordt de informatie gebruikt om het operationele proces beter aan te sturen. Als blijkt dat de doorlooptijden te lang zijn, wordt capaciteit van elders ingeschakeld om de klanten in een bepaald aflevergebied bijtijds te beleveren. Tot slot bieden de scans een heleboel managementinformatie. De bloemenveiling is straks in staat een groot aantal rapportages te genereren, bijvoorbeeld over de doorlooptijd van een specifiek product of de verblijftijd in een koelcel. Sol: “RFID stelt ons in staat om ook de dienstverlening aan leveranciers en afnemers uitbreiden.”

Wilt u meer lezen over het RFID-project bij FloraHolland?

Kijk dan op www.logistiek.nl/floraholland

  
RFID bij Flora Holland

Al in 1997 rolde het woord RFID over de vergadertafels van de bloemenveiling. Het bedrijf wilde alle 150.000 stapelwagens uniek identificeerbaar maken en koos voor een combinatie van barcodering en RFID. In datzelfde jaar al werden tien tot vijftien toepassingen bedacht, variërend van het meten van doorlooptijden tot het voorkomen van volgordefouten bij de veilingklok.

In 2002 maakte FloraHolland in Naaldwijk daadwerkelijk een start met de realisering van de toepassingen die vijf jaar daarvoor al waren bedacht. Inmiddels zijn vier scans gerealiseerd: de ingangsscan, de veilscan, de einde-bufferscan en de eindedistributiescan.

De ingangsscan vindt plaats bij de docks. Daar wordt het afgeleverde product gekoppeld aan de stapelwagen door de barcode op de aanvoerbrief en op de stapelwagen te scannen. Door in het verdere proces de stapelwagen te volgen, kan tegelijkertijd de gang van het product worden getraceerd.

  
Barcodescanning

De ingangsscan vindt plaats middels –barcodescanning. Daco Sol, logistiek ad–viseur van Flora Holland: “De medewerker moet toch de lading en de aanvoerbrief controleren. Die extra scan brengt niet veel tijdverlies met zich mee.”

De veilscan vindt automatisch plaats op het moment dat een partij wordt verkocht. De einde-bufferscan markeert het moment dat een partij naar de distributiehal gaat. Hiervoor heeft FloraHolland al eerder circa 15 RFID-lussen in de vloer gelegd.

In de distributiehal worden de partijen –vervolgens verdeeld over de kopers, waarbij een groot deel van de producten op nieuwe stapelwagens belandt. Daarom wordt na afloop van het verdeelproces middels barcodescanning een nieuwe koppeling tussen product en stapelwagen gelegd: de einde-distributiescan. Vervolgens gaan de stapelwagens naar de afleverhallen, waar ze per koper worden klaargezet om te worden geladen.

  
Neerzethal- en afleverscan

Op dit moment is FloraHolland in Naaldwijk bezig met de aanleg van twee nieuwe scans: de neerzethalscan en de afleverhalscan. De neerzethalscan vindt plaats als de stapelwagens na aanvoer worden getransporteerd naar de neerzethallen. Dat zijn koelcellen of – als het gaat om potplanten – verwarmde cellen. Daar worden de producten gedurende de avond en nacht opgeslagen. De volgende ochtend worden de producten dan voor de klok gebracht.

De neerzethalscan dient niet alleen om te registreren welke producten in welke hal staan, maar ook om te registreren welke stapelwagens met dezelfde trekker worden voortgetrokken en samen één ‘sleep’ –vormen. Omdat alle medewerkers een badge met RFID-tag hebben, wordt tege–lijkertijd vastgelegd wie de chauffeur van de trekker is.

  
De afleverscan vindt plaats op het moment dat de stapelwagens naar de afleverhallen worden gebracht. Met deze scan legt FloraHolland vast naar welke afleverhal de stapelwagens zijn gebracht.

 

Reageer op dit artikel