artikel

Arbo: schokkend seminar over heftrucktrillingen

Warehousing Premium

Hoe voelt een trillingsbelasting van 0,5 m/s2 en wanneer treden dergelijke trillingen op? Hoe bereken je de wettelijk vastgestelde maximale blootstelling en wat kan je eraan doen om trillingen te voorkomen? Een leerzaam practicum geeft antwoord op al deze vragen.

Artikel oorspronkelijk gepubliceerd in LogistiekKrant op 19 augustus 2005.

Het ‘klasje’ van Jan Doornbusch telt deze keer zeven cursisten. Vijf arbeids- en veiligheidskundigen, één consultant/engineer van KLM equipment services en uw verslaggever. Allen zijn ze nieuwsgierig naar het antwoord op de vraag hoe een trillingsbelasting van 0,5 m/s2 voelt. “Want dat is de actiewaarde”, doceert Doornbusch van vibrations@work. “Staan werknemers bloot aan hogere waarden, dan dient de werkgever maatregelen te treffen. Komt de trillingsbelasting boven de 1,15 m/s2 dan is verder werken verboden.”
 

Uitbreiding Arbowet

Doornbusch en vele andere experts roepen niet zo maar iets. De Europese richtlijn over blootstelling aan trillingsbelasting (2002/44/EG) wordt per juli in de Arbowetgeving opgenomen. Vanaf dat moment is de werkgever verplicht om te weten aan welke trillingen de werknemers bloot gesteld worden en om eventuelee maatregelen te treffen. Vibrations@work organiseert daarom met regelmaat practica om geïnteresseerden te laten ervaren wat de grenzen van de trillingsbelasting zijn en hoe je met de materie om dient te gaan. “Want het gaat niet om een enkele piekwaarde”, stelt Doornbusch. “Het gaat om de vectorsom van trillingen in drie gemeten richtingen omgerekend naar een werkduur van acht uur. Door te meten en die resultaten in de gestandaardiseerde formule te plaatsen, kan je uitrekenen wat de maximale werkduur wordt en waar je verbeteringen kunt realiseren.”
 

Praktijk nabootsen

Na een stuk theorie over de richtlijn, de huidige stand van zaken rondom beroepsziekten en de globale opzet van trillingsmeting en -berekening is het tijd voor de praktijk. De groep wordt gesplitst, het ene deel gaat met de heftruck rijden, het andere deel beproeft een mini-laadschop ook wel knikmops genoemd.

Met de heftruck rijdt iedere deelnemer meerdere rondjes over een redelijk strak geplaveid wegdek met straatklinkers. Op twee plaatsen zijn stalen strips op het parcours gelegd die veel voorkomende drempels in en rond magazijnen nabootsen. De deelnemers rijden eerst rustig en daarna volgas (ongeveer tien kilometer per uur) over het terrein.

De trillingen die je als chauffeur te verwerken krijgt, komen behoorlijk overeen met de praktijk. Van het continu heen en weer schudden op de stoel tot de doffe schokken bij het passeren van de strips, het lijkt net echt. Ook vanaf de kant gezien wordt duidelijk dat heftruckrijden op een enigszins oneffen terrein geen pretje is.
 

Verhelderend

Voor de meeste deelnemers is de rit op de heftruck een primeur. Nooit eerder ervoeren zij wat duizenden werknemers dagelijks meemaken. Het is een eye-opener van jewelste. Jan Doornbusch toont de grafiek die hoort bij de meting van de rit als die wordt uitgevoerd door de chauffeur met een gewicht van tachtig kilogram. De lijn van de Z-richting (verticale beweging) schiet bij de drempels door de 3 m/s2. Samen met de Y- en X-waarden (zij- en voorwaarts horizontaal) komt de vectorsom op 1,1. Tijd dus om aanpassingen te treffen als een chauffeur een groot deel van de dag over dit soort terreinen rondrijdt.
 

De rit met de knikmops is even later nog indrukwekkender. Het wielladertje heeft meer iets weg van een kermisattractie en komt tot een vectorwaarde van 3,1. “Je hoopt van harte dat de chauffeur hooguit enkele keren per dag op zo’n voertuig hoeft te werken”, stelt Robert-Jan Groenendijk van KLM Equipment Services als hij afstapt. “Het is bijzonder verhelderend om mee te maken wat dergelijke trillingen zijn. Ik weet nu beter wat er speelt bij de aanschaf en inzet van ons materieel.”

Tijdens de aansluitende rekensessie leert de groep hoe ze de meetgegevens dient te interpreteren en te verrekenen tot een dagbelasting.

Duidelijk wordt dat reeds bij enkele ritten van tien minuten de actiewaarde wordt overschreden. Maatregelen zijn dus nodig.
 

Egaliseren

Jan Doornbusch: “Egaliseren is de eerste en meest effectieve maatregel. Daarna volgen lagere snelheid en minder belastingsduur. Uiteraard dient de stoel zoveel mogelijk de trillingen te dempen en dat kan het best als de gewichtsinstelling correct is en het type stoel afgestemd is op zijn taak. Vervolgens kun je met een andere routing en goede instructie ook het nodige bereiken. Belangrijkste is echter dat je ruwweg weet wat er speelt als het gaat om trillingsbelasting. Om het precies te weten moet je ter plekke meten en berekenen.”

 

Seminar

• Uitleg over trillingsbelasting

• Zelf ervaren is verhelderend

• Egaliseren en ‘beheerst’ rijden leveren de grootste winst

Reageer op dit artikel