artikel

RFID levert geld op

Warehousing Premium

Met het vastleggen van een standaard voor RFID lijkt de weg eindelijk vrij voor het gebruik van tags binnen de logistiek. Ook zonder de standaard kunnen in de logistieke keten flinke winsten worden geboekt. Dit blijkt uit een recent Europees project waaraan ook ACR Logistics en Jumbo Supermarkten deelnamen.

Artikel oorspronkelijk gepubliceerd in Transport&Opslag op 3 november 2004.

De voordelen zijn duidelijk merkbaar op de drukke werkvloer van het distributiecentrum van ACR Logistics (voorheen Hays) in Vaassen. Goederenstromen lopen snel, soepel en foutloos. Het dc is slechts een kleine schakel in de distributieketen van rundvlees. “Maar ook in de andere schakels zijn de voordelen legio. IboS is dan ook absoluut een geslaagd project”, vertelt Harold Van den Elsen, manager business unit services bij ACR Logistics. IboS (Info-Box-System) is een onlangs afgesloten project in de rundvleesketen, waaraan diverse Europese ondernemingen uit de retailketen deelnamen.

IBoS kent zijn oorsprong in Duitsland, waar steeds meer signalen kwamen dat er behoefte was aan een nieuw verskrat. Het oude krat was niet nestbaar en niet inklapbaar, waardoor er onnodige kosten werden gemaakt. Er moest een nieuw, volumereducerende krat.

 

Tegelijkertijd besloten de projectpartners te kijken naar de mogelijkheden voor tracking & tracing middels een supply chain management systeem op basis van RFID. En er moest worden geprobeerd een CBL-methodiek te introduceren in Duitsland. Van den Elsen: “Er moet een regisseur zijn die nummers toekent aan de tags. Is die er niet, dan gaat iedereen zijn eigen nummers gebruiken en dat wil je natuurlijk vermijden.” 
 
Voor iBoS werd een subsidie ter hoogte van bijna één miljoen euro losgeweekt bij de EU, zodat het totale budget uitkwam op 1,29 miljoen euro. Voorwaarde voor de subsidie was dat er partijen uit verschillende Europese landen bij het project betrokken zouden zijn. Naast ACR Logistics en Jumbo Supermarkten zijn daarom ook onder andere AIBP, een Ierse vleesverwerker, de Nederlandse vleesgroothandel Groothedde en de Duitse krattenproducent Bekuplast betrokken bij het project. 
 
Kostenreducties haalbaar

Het doel was duidelijk: de kosten in de keten moesten omlaag en een waterdicht tracking & tracing systeem moest de keten sluiten. De transponder op de krat met rundvlees zou door AIBP in Ierland immers worden voorzien van alle wettelijk verplichte informatie, zoals herkomstdata, en slacht- en productiedatum.

Kostenreducties zouden haalbaar worden doordat manco’s en verliezen sneller opgespoord kunnen worden. Volgens Van den Elsen is dat echter nog een puur theoretisch voordeel. “In de praktijk is dat nu nog niet haalbaar, omdat je te maken hebt met de perceptie van de klant. Als er iets mis is met bijvoorbeeld de kip van een bepaalde slachterij, halen grote retailers nu nog vaak de schappen helemaal leeg. De klant zou namelijk wel eens kunnen denken dat hij een slecht product koopt. Door die perceptie te bewerken met behulp van de juiste communicatie zijn in de keten echter wel degelijk grote kostenbesparingen te realiseren. Er ligt zeker een belangrijke kans voor ons allemaal.”

Verdere besparingen zijn mogelijk dankzij kleinere retourstromen bij mogelijke kwaliteitsproblemen en een snellere en meer betrouwbare in- en uitslag, zowel fysiek als administratief. Neem bijvoorbeeld het proces dat ACR Logistics voor Albert Heijn in Pijnacker verzorgt. Wekelijks worden er één miljoen productdragers verwerkt. “Alleen al op de controles voor de retourstromen zou je hier ruim 60 uur per week kunnen besparen. Daarbij komt dat je met RFID ook nog eens een 100 procent controle hebt en niet, zoals nu, steekproefsgewijs controleert”, stelt Van den Elsen.

Ook Jumbo Supermarkten is overtuigd van de efficiencyslag die hier te halen is. “Het levert wekelijks zeker vijf tot zes uur tijdsbesparing op in onze supermarkten”, concludeert Henny van Zijl, logistic buyer vlees, vis en convenience bij Jumbo. Het feit dat alle gewenst informatie in de tag zit, bespaart de supermarktketen veel werk. “Vanuit de wetgeving worden we gedwongen om allerlei maatregelen te nemen om de klant goed te informeren over de herkomst van het vlees. Er is behoefte aan duidelijke en eenduidige informatie. Het gebruik van RFID reduceert de foutgevoeligheid daarbij aanzienlijk”, vervolgt Van Zijl.
 

Meer voordelen

Maar ook de slagers in de supermarkten merken de voordelen. “We kunnen de bestelling nu in één keer uitlezen. Kratten tellen is ook niet meer nodig en het voorraadbeheer is eveneens sterk verbeterd. Normaal gesproken waren we met twee man een uur per week aan het balansen. Nu weten we op elk moment wat de voorraad is en kunnen we de derving reduceren”, vertelt Theo ter Laak, chefslager bij Jumbo in Almere, de supermarkt die meedeed aan het project.

Er zijn nog meer voordelen. Zo worden er door de gehele keten minder etiketten gebruikt. Nu nog zitten er op een CBL-krat twee stickers. Door de informatie op die stickers in een RFID-tag te stoppen, wordt de foutkans kleiner. “Je hebt ook niet meer te maken met vervuiling van etiketten en kratten, omdat de tags in de kratten worden gegoten. In de oude situatie bleef er nog wel eens gedeelte van het oude etiket op het krat plakken. Alleen met kostbare reinigingsinstallaties kreeg je het krat dan écht schoon. Bij het gebruik van RFID zijn de kratten makkelijker te reinigen en dat heeft dan ook weer gevolgen voor de proceskosten”, vult Van den Elsen aan. Tijdens de overschakeling naar RFID komt er overigens nog wel een zichtbare barcode op de QLS (Quality Logistics System), zoals het nieuwe krat is gedoopt. Deze barcode is voorzien van hetzelfde identieke Global Returnable Asset Identifier GRAI-nummer als de RFID-tag en maakt het mogelijk om de kratten ook te identificeren in situaties waar reeds is geïnvesteerd in barcodescanning. Alleen heb je als gebruiker dan natuurlijk niet de tijdwinst die je bij RFID wel hebt.
 

Andere frequentie

Bij iBoS is gebruikt gemaakt van een 13,56 MHz high frequency (HF) technologie. Dit is een andere frequentie dan de UHF, die de wereldwijde standaard Electroni Product Code (EPC) voorschrijft. Bij HF neemt het leesbereik af, waardoor de tags moeten worden uitgelezen binnen een bereik van ongeveer 3 meter in plaats van de ongeveer 10 meter die voor UHF geldt. Bovendien daalt de leessnelheid van de tags. Desondanks werden tijdens het project grote snelheden bereikt. Een pallet met 150 retourkratten werden gelijktijdig en volledig gelezen in 30 seconden.

Voor de afwijkende frequentie zijn dan ook verschillende logische verklaringen. Enerzijds was er nog geen wereldwijde standaard toen het project van start ging. De 13,56 MHz frequentie was al wel vrijgegeven als ISO standaard. Anderzijds is de keuze voor een bepaalde frequentie natuurlijk van invloed op de resultaten van het project.

“Je wilt tenslotte wél een 100 procent betrouwbaarheid bereiken”, licht Van den Elsen toe. Het al dan niet bereiken van die betrouwbaarheid heeft alles te maken met natuurkundige wetten. “Zo is gebleken dat aluminiumfolie of grote hoeveelheden vocht te veel energie absorberen en daardoor de werking van een UHF-systeem beïnvloeden. Omdat we in het project werkten met grote brokken vlees, die veel water bevatten, ben ik er dan ook van overtuigd dat we de juiste keuze hebben gemaakt. Sterker nog; ik verwacht zelfs dat er in de toekomst nog een tweede (HF) standaard komt”, vervolgt Van den Elsen.

Erwin Veer van Ahold is hiervan niet zo zeker. Veer, die actief is in EPC Global, de internationale organisatie de EPC beheert, zegt dat Ahold in het traject tussen fabrikant en retailer/leverancier absoluut vasthoudt aan één frequentie. “Twee frequenties betekent namelijk dat er een dubbele infrastructuur moet worden neergezet. En dat is uitgesloten”, vindt Veer. Of zo’n tweede standaard ook echt nodig zal zijn, is echter de vraag. Er zijn momenteel namelijk ontwikkelingen op het gebied van antennes en readers die ertoe kunnen leiden dat met dezelfde hardware meerdere frequenties kunnen worden gelezen. 
 
Kostenplaatje

Ook zonder die ontwikkelingen zijn de voordelen van RFID al duidelijk. Aan dit alles hangt natuurlijk wel een kostenplaatje. Uit de berekening van de integrale kosten voor het iBoS-project blijkt dat er voor een pool van bijna 38.000 kratten, met in totaal ongeveer 690.000 roulaties op jaarbasis en een keten met circa 100 winkels een investering nodig is van 1,5 miljoen euro.

De producent van de kratten investeert hiervan ongeveer 200.000 euro en het grootste aandeel (ongeveer de helft) ligt bij de retailer, omdat die natuurlijk alle winkels moet voorzien van de nodige apparatuur. “Maar dan heb je het uiteraard over de investering in RFID én de nieuwe kratten”, voegt Van den Elsen toe. 
 
“De passieve tag, zoals die is gebruikt in het iBoS-project, kost ongeveer één euro. Doordat de read/writable tag in een nieuwe retourkrat werd gegoten, is de investering in het RFID-aandeel te billijken. Een krat gaat gemiddeld zeven jaar mee en rouleert ongeveer twintig keer per jaar. Dan praat je al over 140 roulaties”, rekent hij uit. “De investering in RFID is in het iBoS-project, of in elk ander project in retourlogistiek, dan ook marginaal.”

Zeker wanneer je die kosten naast de financiële voordelen legt, wordt duidelijk wat Van den Elsen bedoeld. Op de totale transportkosten in de keten kan per jaar 146.000 euro worden bespaard in vergelijking met de huidige situatie (zie tabel). Daarnaast zijn er nog forse besparingen mogelijk voor de winkels. In totaal bedraagt de mogelijke kostenreductie in de keten ruim 290.000 euro. Dat komt neer op 17 procent van de totale kosten. 
 
Forse winsten

Wanneer je de besparingen splitst in besparingen door RFID en besparingen dankzij de nieuwe krat, valt op dat in het eerste geval de winst voor bijna de volledige honderd procent bij de retailer ligt, terwijl in de tweede situatie juist met name de toeleverancier profiteert. Van den Elsen adviseert daarom ook in eerste instantie de RFID-tag vooral te introduceren in combinatie met nieuwe retourneerbare transportdragers. “Alleen dankzij dergelijke combinatie-investeringen kun je als keten namelijk optimaal profiteren van de voordelen”, meent hij.

Van Zijl is het daarmee eens, maar plaatst nog wel een kritische kanttekening. “De investering in een forse reeks nieuwe kratten kán een struikelblok zijn. De vraag is dan immers waar je die kosten neerlegt. Gezien de huidige prijzenoorlog is dat wellicht een heikel punt.”Toch is ook hij ervan overtuigd dat de RFID-tag nu echt aan de vooravond van zijn doorbraak staat. “Er zijn genoeg efficiencyslagen te maken. Waar het nu om gaat, is het creëren van een zo breed mogelijk draagvlak in de hele keten”, besluit Van Zijl.

Strenge eisen

Wal-Mart, ’s werelds grootste retailer, eiste onlangs van alle toeleveranciers dat ze vanaf januari 2006 de geleverde pallets en dozen voorzien van RFID-tags. De grootste honderd leveranciers van de retailer moeten zelfs al vanaf 1 januari 2005 voldoen aan de nieuwe norm van Wal-Mart. Het Duitse Metro stelde een soortgelijke eis aan haar leveranciers.

Beide eisen staan zeker niet los van de introductie van de Electronic Product Code (EPC), een wereldwijde standaard waarin is vastgelegd hoe bepaalde artikeldata worden geregistreerd en gekoppeld aan een tag. 
De EPC werkt met ultra high frequency (UHF); een frequentieband van 866 tot 915 MHz. Dit biedt als voordeel dat de tags snel en van een relatief grote afstand kunnen worden uitgelezen. 
 
DISTRI-XS TIMMERT KETEN DICHT

Dat combinatie-investeringen in RFID kunnen leiden tot verdere ketenoptimalisatie zal ook moeten blijken uit een heel ander project: Distri-XS. Het project loopt – net als iBoS – in de retailbranche, maar richt zich met name op de distributie en het tracken en tracen van zendingen. Distri-XS is een initiatief van TrolleyTrack en heeft als doel praktijkervaring op te doen met ultra high frequency en de EPC standaard. 
 
Tijdens het project wordt een vrachtauto uitgerust met GPRS-communicatie, plaatsbepaling middels GPS-solar, een temperatuursensor, een deursensor en een ultra high frequency gatereader. Het plaatsen van talloze readers bij distributiecentra, retourcentra en winkels wordt hierdoor overbodig. Bovendien wordt de stroom tussen het dc en de winkel ‘dichtgetimmerd’.

“Foutieve, onvolledige leveringen en naleveringen behoren dan tot het verleden doordat de deursensor registreert wat er wordt geladen of gelost. De chauffeur kan dus niet meer wegrijden als een levering niet compleet is. Er worden dus ook geen onnodige kosten meer gemaakt en de retourstromen komen duidelijk in beeld”, licht Harold van den Elsen van ACR Logistics de voordelen toe.

Door te werken met twee verschillende readers en dus twee separate velden wordt bepaald in welke richting de goederenstroom loopt. “Die methodiek maakt het systeem tevens hufterproof”, zegt Van den Elsen. “Maar het is wel een vrij lastige techniek, omdat je niet twee velden tegelijkertijd actief kunt houden in verband met de betrouwbaarheid van het systeem. De software, die moet zorgen voor het snel wisselen van veld zal dus doorslaggevend zijn. Bovendien moeten de velden waar de tags doorgaan ook hoog genoeg zijn. Alleen dan kun je namelijk ook de retourstroom identificeren. Het is dus zaak om twee zo scherp mogelijke identificatievelden te creëren. Of dat lukt, zal in de komende periode blijken.”
 
Deelnemers aan het Distri-XS project zijn: ACR Logistics, Unilever, Plukon, Maitre-Paul, Jumbo Supermarkten en Schuitema. Andere partijen zijn de leveranciers van het transportmaterieel, pooloperators en brancheorganisaties, zoals EAN en ECR. Momenteel wordt nog volop getest. De betrokken partijen hopen voor de kerstdrukte de pilots te hebben afgerond. Als alles naar wens verloopt, start begin volgend jaar een roadshow, waarbij de Benelux, Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland en Finland worden aangedaan. Meer informatie over het project zal dan te vinden zijn op: www.distri-xs.com 
 
Cijfers spreken

De kosten en besparingen voor het gebruik van RFID bij een nieuw krat spreken voor zich. Bij de berekeningen van de integrale kosten is uitgegaan van 100 retailwinkels en een pool met 37.970 kratten. Het aantal roulaties bedraagt 686.400 kratten per jaar en elke krat rouleert gemiddeld achttien keer per jaar. De totale investering die de keten doet, in zowel de krat als RFID, bedraagt 1.503.675 euro.

 

Reageer op dit artikel