nieuws

Last mile problematiek tackelen met drones

Supply chain

Last mile problematiek tackelen met drones

Drones die met 250 km/h pakketjes distribueren. Dat is volgens ceo Mario Fleurinck van Melotte nauwelijks toekomstmuziek meer. “De energie die daarvoor nodig is, is relatief beperkt en ze produceren maximaal zestig decibel aan geluid.” Fleurinck ziet, zo laat hij merken tijdens een paneldiscussie op de beurs Transport & Logistics in Antwerpen, veel kansen om hiermee de ‘last mile’ problematiek in elk geval deels te tackelen.

De ceo van Melotte, een bedrijf dat onder andere protheses produceert door middel van 3D-printing, doet met zijn uitspraak over drones een duit in het innovatieve zakje dat door Nik Baerten is geopend. Baerten is vanuit Pantopicon ingehuurd als trendwatcher en heeft voorafgaand aan de paneldiscussie verschillende ontwikkelingen proberen te duiden. “Er zal in de komende jaren vooral een schaalvergroting van de toegankelijkheid optreden. Als meer mensen iets gaan creëren, dan zullen er uitdagingen ontstaan voor het opzetten van de benodigde logistieke stromen. Ik voorzie ook een zeer sterke groei in het gebruik van sensoren. Die geven de consument niet alleen meer info, maar ze bieden ook data die is te delen op platformen. Ook het hergebruik van goederen zal toenemen, wat de hele retourketen belangrijker maakt.”

Koppeling waardeketens nodig

Baerten verwacht, mede dankzij de opkomst van 3D-printing , dat ketens die nu zijn ingericht op de afhandeling van eindproducten en halffabricaten, in de toekomst meer grondstoffen te verwerken krijgen. “De distributie hiervan zal veranderen, evenals die van pakketjes in de last mile. Logistieke bedrijven zouden drones kunnen inzetten voor het in flats afleveren van artikelen. Of zelfs drones kunnen gebruiken voor het opbouwen van panden.” Om dit alles mogelijk te maken is er volgens hem wel een koppeling van waardeketens nodig. Door de groei van steden, neemt de druk op het laatste stukje keten toe. De opkomst van industriële ecologische systemen kan dit deels oplossen, als bedrijven meer zelfvoorzienend worden, maken ze ketens korter. “Ze verbouwen zelfs gewassen voor de bedrijfskantine. Dat is niet alleen window-dressing, maar kan ook economisch interessant zijn.”

Kleinere productieseries

Met zijn input voorzag Baerten de discussie van munitie, waarbij de nadruk duidelijk ligt op wat de logistiek in de komende jaren te wachten staat. Het thema, ‘2020: Logistieke Trends, kans of bedreiging’, blijkt vooral als een kans te worden gezien. Centraal staat de opkomst van steeds kleinere productieseries en de verkoop van artikelen via webwinkels.

Groot verschil in adoptie webwinkelen Nederland en België

De snelle opkomst van technologie biedt vooral kansen volgens panelmoderator Alain Coninx, enerzijds om eenvoudig te webwinkelen, anderzijds om de artikelen door de supply chains heen te loodsen. Opvallend is wat dat betreft toch nog het verschil in de adoptie van webwinkelen tussen Nederland en België, vindt Andries van Dale, Operations Director bij Wehkamp. “Waar in Nederland al tien procent van de aankopen online gebeurt, met een waarde van elf miljard euro, ligt dit percentage in België op drie procent van het totaal.” VFolgens Joost Uwens, ceo van warehouseaanbieder WDP, zal dit percentage in België sterk stijgen. “De voorspelling is, dat het aandeel van e-commerce in de retail in 2025 is gestegen tot vijftig procent. Ik zie dit als iets positiefs, hoewel het zeker ook uitdagingen oplevert en misschien wel een bedreiging kan zijn voor de huidige manier van werken.”

Grotere behoefte aan opslag en stijging automatiseringsgraad

Uwens (WDP) verwacht dat als gevolg van deze procentuele stijging de factor supply chain veel belangrijker zal worden binnen bedrijven. “Tot nu toe waren het productie en sales die de leiding hadden. E-commerce zal dit veranderen en dat biedt ons kansen. Er zal een grotere behoefte ontstaan aan opslag, minder behoefte zijn aan stenen winkels. Het lijkt me dat we daar ook onze huidige magazijnen en zelfs gebouwen in stadscentra op moeten aanpassen. De automatiserings- en mechanisatiegraad zal stijgen.”

‘Opzetten nieuw logistiek servicecentrum’

Van Dale (Wehkamp) is het met Uwens eens en voorspelt dat de logistiek niet alleen zal veranderen, maar dat logistiek samen met het aspect service zelfs tot de belangrijkste onderscheidende factor zal uitgroeien. “Waarom koop je iets op een bepaalde plek, zoals een webwinkel? Dat heeft veel te maken met de service en de betrouwbaarheid die retailers bieden. Daarin kun je onderscheidend zijn. Het is ook precies waarom we ons gaan oriënteren op het opzetten van een nieuw logistiek servicecentrum.”

‘Juist toenemende druk op last mile’

De verandering van produceren volgens vaste patronen naar het kopen en produceren van kleinere series of zelfs enkele producten, zal leiden tot een toenemende druk op de toch al moeilijke last mile problematiek, zegt Alex Van Breedam, ceo van Tri-Vizor en voormalig directeur van het Vlaams Instituut voor de Logistiek. Hij vindt daarom des te meer dat bedrijven niet zouden moeten adverteren met gratis transport. “Het transport is juist een duur onderdeel van de supply chain, het is verkeerd om daarvan de waarde niet weer te geven. Bedrijven zouden moeten differentiëren in prijs tussen een dure levering de volgende dag en een goedkopere wanneer er een betere afstemming tussen de wensen en de mogelijkheden is van een levering.” Van Breedam  meent ook dat de impact van de huidige ketenveranderingen grotendeels onbekend is. “We zullen met zijn allen veel meer moeten gaan nadenken over wat we wanneer nodig hebben. Dat betekent ook niet onnodig investeren in de oude economie, maar flexibel ingaan met de beschikbare infrastructuur.” De jonge zakelijke en consumerende generatie wijkt daarmee in gedachten en gedrag sterk af van de generatie die op het punt staat met pensioen te gaan, aldus Van Breedam.

JIT-beleveren

Op die geschetste ontwikkeling zullen zowel overheid als de private sector moeten inspelen. Ilse Hoet, afdelingshoofd van het Vlaamse Departement Mobiliteit en Openbare Werken, voorziet voor de overheid een regisserende rol. “Binnen die rol zullen we zeker gaan inzetten op een modal-shift naar de binnenvaart, het spoor en de bijhorende informatiestromen. Het is niet altijd nodig om iets ergens snel naartoe te transporteren, belangrijker is het om het er op tijd te hebben.” Van Breedam kan zich hierin goed vinden, hij proeft ook dat consumenten te vaak een verkeerd beeld wordt geschetst: “Zodra je iets online bestelt en de verkopende partij aangeeft het morgen te kunnen leveren, dan heb je de indruk dat het magazijn om de hoek staat. Dat is meestal niet het geval, doorgaans vindt er nog wel een innight levering plaats.”

Onzekerheid over gevolgen huidige veranderingen

Als de discussie al iets duidelijk maakt, is dat er vooral veel onzekerheid is over de snelheid van de ontwikkeling van e-commerce, de opkomst van 3D-printing en de inzet van nieuwe modaliteiten zoals drones. Deze onzekerheid biedt kansen, maar grote infrastructurele investeringen zullen uitblijven. Behalve dan misschien vanuit overheidswege, waarbij recent tweehonderd miljoen euro in de Gentse logistiek werd gestoken. Toch moeten bedrijven volgens Fleurinck de te verwachten  ontwikkelingen het hoofd kunnen bieden. “Je moet maken wat er nodig is en gebruiken wat je nodig hebt. Op alle gebieden. Ik voorspel dat consumenten straks ook eten wat past bij wat ze gaan doen en niet op basis van wat je denkt te gaan doen.”

Reageer op dit artikel