blog

Nieuwe logistieke concepten voor sierteeltsector

Supply chain

De sierteeltsector in Nederland is van wereldklasse en fungeert als centrum voor de Europese handel. Door virtualisering en verdergaande internationalisering staat die positie echter onder druk. De sector wil de vlucht naar voren maken door innovatieve logistieke concepten te ontwikkelen die gebaseerd zijn op horizontale en verticale samenwerking. Robert Ossevoort over project DaVinc3i.

Nieuwe logistieke concepten voor sierteeltsector

Het centrum van de Europese sierteelthandel ligt in Nederland. De bijdrage van ruim € 6 miljard aan het handelsoverschot is hier getuige van. Door technologische ontwikkelingen is het nu mogelijk zaken te doen in een meer gevirtualiseerde wereld. Als gevolg hiervan zijn fysieke stromen in toenemende mate ontkoppeld van de aansturing en coördinatie van diezelfde stromen. Dat brengt de noodzaak en mogelijkheid voor innovatieve logistieke concepten dichterbij.

In deze concepten staan samenwerking en afstemming tussen schakels in de keten centraal. Immers, producten moeten met de juiste informatie, met de juiste kwaliteit, op het juiste moment op de correcte plek aankomen. Als kwekers, handelsbedrijven en logistiek dienstverleners gezamenlijk een competitief aanbod hebben, zijn alle spelers daar bij gebaat.

Twee trends: virtualisering en internationalisering

De oorsprong voor sierteeltproject DaVinc3i ligt in twee trends die de sector fundamenteel veranderen. Allereerst virtualisering, dat zich op verschillende manieren uit.

Consumenten handelen steeds meer virtueel: smartphones, webwinkels en sociale media zijn gemeengoed. Het veranderende koopgedrag en de logistieke uitdagingen die daarbij horen, worden ook op deze site vaak besproken. In vers, food of non-food, is de online verkoop echter beperkt.

In de sierteeltketen spelen virtualisering en digitalisering ook een steeds belangrijkere rol. Zo kochten handelaren recentelijk hun producten voornamelijk nog “op de klok”; de te veilen bloemen of planten waren in de veilingruimte aanwezig op het veilmoment. Steeds vaker zijn de producten en handelaren niet meer in dezelfde ruimte aanwezig. Producten staan in de koeling en de handelaar koopt op kantoor vanachter zijn scherm. Kwekers werken met tablets en het ‘NLIP voor de sierteelt’ HubWays maakt het digitaal delen van transportopdrachten straks makkelijk en gewoon.”

Ten tweede speelt de toenemende internationalisering op twee manieren een belangrijke rol. Sinds een jaar of 20 geleden is de productie steeds meer vanuit Nederland en Europa naar Afrika verschoven, en dit proces is nog steeds gaande. Bovendien vindt de afzet vanuit die landen in toenemende mate direct haar weg naar de uiteindelijke afzetmarkt. Daarnaast groeit de afzet in bijvoorbeeld Oost-Europa en met name Rusland hard. De markt groeit dus, maar ook de afstand.

DaVinc3i: inzichten om sector verder te helpen

In DaVinc3i zoeken we naar inzichten die de sector helpen in het behouden en versterken van haar centrale positie. Vier vragen staan centraal, die gezamenlijk de contouren van de nieuwe logistieke concepten schetsen:

  1. Hoe ziet een effectief responsief logistiek netwerk voor de sierteelt er uit waarbij de juiste kwaliteit product op het juiste moment bij de klant wordt afgeleverd?
  2. Welke synchromodale distributie strategieën kunnen hierbinnen worden ontwikkeld?
  3. Wat voor ICT systemen zijn nodig om de responsieve logistieke netwerken te ondersteunen?
  4. Hoe kan er in de nieuwe concepten verdiend en gedeeld worden in samenwerkingsverbanden?

Deze vragen worden door onderzoekers van Wageningen Universiteit, Technische Universiteit Eindhoven en Vrije Universiteit onderzocht. Zij werken hierin actief samen met een aantal MKB-bedrijven uit de sector: kwekers, handelsbedrijven en logistiek dienstverleners. Daarnaast zijn FloraHolland en VGB zeer actief betrokken.

De basis: gemeenschappelijk beelden van de toekomst

Als eerste stap in het project hebben we toekomstscenario’s ontwikkeld die de impact van virtualisering en internationalisering samenvatten. Daarbij is het veranderende consumentengedrag centraal gesteld. Er zijn 12 scenario’s gedefinieerd, verdeelt over 3 afzetkanalen: detail (onafhankelijke, gespecialiseerde winkels), retail (supermarkten, bouwmarkten) en e-tail (webshops). De scenario’s geven de commerciële relaties tussen schakels aan, verladende partijen zijn daarmee dus in beeld gebracht. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen scenario’s die voortbouwen op de huidige situatie (evolutie) en scenario’s waarbij de wereld er volledig anders uit ziet (revolutie).

 

 

 

Achtergrond voor deze scenario’s is de verwachting dat ketens verder zullen verkorten, met meer transparantie als gevolg. Dat is zeker het geval in de revolutionaire scenario’s, waar producent en verkoopkanaal (retailer, detail) direct zakendoen. Bovendien werken we aan concepten voor een nieuw digitaal (e-tail) afzetkanaal. Nu is het marktaandeel van online verkopen nog ongeveer 5%. Mocht dat aanmerkelijk toenemen, dan kan de verschuiving naar online verkoop de sector ingrijpend veranderen. Met ketenverkorting kan bovendien in alle scenario’s de verantwoordelijkheid voor logistiek verschuiven naar een andere schakel.

De basis van DaVinc3i zijn de commerciële toekomstscenario’s. De logistieke keten die vervolgens nodig is, is hier een afgeleide van. We hebben inmiddels zo’n 20 onderzoeken gedaan in de sector en ook voor dit jaar staan weer veel deelonderzoeken (vaak met studenten) in de planning. We lichten hier kort enkele resultaten toe.

Metromodel: sneller, maar beter?

Het netwerk voor sierteelt logistiek kenmerkt zich op het moment waarschijnlijk nog het beste als een hub-en-spoke model: de meeste producten komen in Nederland binnen in een van de greenports en gaat van daar naar bestemmingen in heel Europa.

In DaVinc3i hebben we  onderzocht wat de potentie is van een ‘goederen metromodel’. Bloemen en planten worden dan vanaf de productielocatie naar inhoud hubs verspreid over Europa (volgens een vast tijdschema) getransporteerd. Tussen deze inbound hubs en de inland hubs waar toegevoegde waarde activiteiten plaats vinden, gaan producten in dikke stromen heen en weer. Transport vindt in hoge frequenties plaats, waardoor transport van producten niet precies gepland hoeft te worden: er is namelijk altijd snel een slot beschikbaar.

 

 

 

De eerste berekeningen geven aan dat de gemiddelde levertijd in vergelijking met de huidige situatie met ongeveer 10 tot 30% omlaag kan. Ook emissies nemen af. Het kosteneffect is sterk afhankelijk van de scope van het model. Het is daardoor de vraag of een metromodel kostentechnisch beter zouden uitpakken dan de huidige situatie. Of het snellere metromodel dus ook beter is, onderzoeken we verder.

Uit een ander vergelijkbaar onderzoek leren we dat met het gebruik van Europese distributiehubs aanzienlijk bespaard kan worden op transportkosten (tot wel 28%) en CO2 en ook de levertijd neemt significant af. Hoe groot die besparingen precies zijn hangt af van de invulling van de hubfunctie en het aantal partijen dat gezamenlijk deze handschoen oppakt.

 

 

 

Efficiënter exporteren: samenwerken in logistieke middelen

Aan het begin van de huidige sierteeltketen zijn logistieke middelen sterk gestandaardiseerd. Het meest gebruikt zijn veilingkarren en Deense Containers, waarmee producten in standaarddozen of –emmers vanaf de kweker de keten ingaan. Bij de exporterende schakel is deze standaardisering echter lager. Momenteel beheert elke exporteur zijn eigen pool van exportkarren. Dat lijkt voordelig, maar blijkt niet zo te zijn.

Ons eerste onderzoek geeft aan dat er zowel voor logistieke dienstverleners als exporteurs flinke besparingen mogelijk zijn via samenwerking in retourlogistiek. Uit onderstaand figuur blijkt dat die besparingen op kunnen lopen tot ongeveer 40%, afhankelijk van het gekozen alternatief en de rol in de keten (exporteur of logistiek dienstverlener); er is bijvoorbeeld sprake van een pool van verschillende soorten karren of van een centraal systeem met maar een type kar.

 

 

 

Innovatief ‘dienstverlener’ zijn betekent meedenken

Ook de rol van dienstverleners wordt, binnen die commerciële scenario’s, verder uitgewerkt. Vele onderzoeken geven aan dat dit kansen biedt voor een dienstverlener om zijn het innovatief vermogen te tonen. Juist in korte ketens waar vrij direct zaken wordt gedaan, kunnen dienstverleners “ontzorgen.” De partijen in de commerciële processen kunnen zich zo blijven focussen op dat waar zij sterk in zijn.

De conclusie voor (logistieke en commerciële) dienstverleners is dan ook om niet op de tweede rij te gaan zitten en een afwachtende houding aan te nemen over welke taken voor hun in het verschiet liggen. Juist als rollen in een keten veranderen, bestaan er kansen om met nieuwe diensten of concepten klanten te trekken of binden. De deelname van dienstverleners in DaVinc3i is dan ook van groot belang: als rollen veranderen, zijn er kansen om met nieuwe concepten of diensten klanten te ontzorgen. Daarmee kunnen klanten gebonden of gewonnen worden.

 

Meer, concrete inzichten

Dat virtualisering en internationalisering, in al hun verschijningsvormen, hun invloed op de sierteeltketen zullen doen gelden, lijdt geen twijfel. Ketenverkorting en bijhorende transparantie nopen tot het maken van nog meer efficiëntieslagen. We zien in DaVinc3i dat daar voldoende mogelijkheden voor zijn.

In de resterende twee jaar van het project blijven we werken aan het verkrijgen van inzichten voor de hele sector om een gezamenlijk logistiek hub-netwerk in te richten en de voordelen daarvan te bepalen. We kijken daarbij met name naar netwerk design, logistieke besturing, informatievoorziening en relevante verdienmodellen. In samenwerking met kwekers, handelsbedrijven en logistiek dienstverleners leveren we daarbij vooral praktische inzichten voor bedrijven op. Zo bekijken we bijvoorbeeld mogelijkheden om met satellietkwekerijen een grotere markt goed te kunnen bedienen. Ook werken we het standaardiseren van exportkarren verder uit. DaVinc3i is een open project, we staan dus open voor goede ideeën. Heeft u een zo’n idee, u weet ons te vinden.

 

Mede-auteurs: Jack van der Vorst, Edwin Wenink en Anton Bril.

 

DaVinc3i wordt mede gefinancierd door Dinalog en het Productschap Tuinbouw en gecoördineerd door Wageningen Universiteit. We willen de volgende partners bedanken voor hun steun en bijdrage: FloraHolland, VGB, Kwekerij A. Baas, Bunnik Plants, DGI, FleurPlaza Europe, Grote-planten.nl, Gro4U, Greenport Logistics, Hamifleurs, Holstein Flowers, Muscari Magic, NoSuchCompany, Oriental Group, Oudendijk/OZ Import, Marjoland, Platform Agrologistiek, Rijnplant, Stet Heemskerken TLN.

Reageer op dit artikel