blog

Formule van Camp: onbegrepen en onterecht verguisd

Supply chain

Formule van Camp: onbegrepen en onterecht verguisd

Bijna 100 jaar was er geen probleem. De Formule van Camp (om optimale bestelseries te bepalen) werd volop gebruikt. Maar plots kwam daar de klad in. Er waren mensen die vonden dat die formule niet gebruikt kan of mag worden vanwege vaak sinistere redenen. Ik heb begrepen dat zelfs op sommige onderwijsinstellingen de formule in de ban wordt gedaan. Dan word ik, zoals mijn vroegere leraar Duits na een wederom desastreus verlopen proefwerk placht te zeggen, “…verdrietig en een beetje boos…. “.

Als de Formule van Camp niet kan, wat dan wel? In dit artikel ga ik in op een aantal opmerkingen over het mogelijke misbruik waarbij ik me vooral focus op inkoopseries. In productie-omgevingen ligt het allemaal iets genuanceerder omdat daar het capaciteits-aspect een grote rol speelt. Ik laat zien welke bezwaren er zouden zijn en wat mijn commentaar daar op is. Ik geef enkele kanttekeningen voor het gebruik in de praktijk. Ik laat zien wat de invloed van het management is op deze methode en dus moet weten en wat het kan opleveren. Formules en afleidingen blijven achterwege (op één na) omdat ik het een beetje leesbaar wil houden.

Om het spannend te maken geef ik alvast een paar conclusies:

  • Gebruik gerust Camp tenzij u écht een beter alternatief heeft;
  • Als de voorraadkosten niet bekend zijn gebruikt u 27,5% per jaar;
  • Als de bestelkosten niet bekend zijn gebruikt u 60 € per bestelling of 10 € per orderregel;
  • Als het vraagpatroon niet ál te onregelmatig mag u Camp gebruiken;
  • De berekende seriegrootte mag niet groter dan één jaar vraag zijn of kleiner dan één week vraag. 

Deze conclusies of handvatten ga ik later verdedigen.

1. Back-to-Basics: de theorie

Dus weer tijd om terug te gaan naar de basis waarbij ik zal aan tonen dat de lezer rustig “good-old-Camp” kan gebruiken. Eigenlijk “good-old-Harris” omdat Harris een aantal jaren eerder dan Camp de seriegrootte “uitvond”. Maar dit terzijde. De Formule van Camp, ook wel de EOQ-formule (Economic Order Quantity) is een methode om onder bepaalde voorwaarden de optimale (bestel) seriegrootte te berekenen. En optimaal wil zeggen, dat bij deze seriegrootte de som van bestelkosten en voorraadkosten (en eigenlijk ook inkoopkosten) minimaal is. Voor de lezers die de formule niet paraat hebben komt hij hier nog eens.

Waarbij:               
D = gemiddelde (toekomstige) jaarvraag in stuks
F = bestelkosten per bestelling in €
P = prijs (inkoop/VVP) in €
h = voorraadkosten in % per jaar
Q = optimale serie

Als we naar de formule kijken zien we dat een verhoging van de prijs (P) of de voorraadkosten (h) een lagere seriegrootte met zich meebrengt. Dat is logisch want het wordt nu duurder om een product op voorraad te houden. Iets zelfde geldt wanneer de bestelkosten (F) omlaag gaan. Men kan nu vaker bestellen en dat betekent ook dat de seriegrootte omlaag kan. De seriegrootte daalt ook als de vraag omlaag gaat, maar dat is minder logisch om te zien. Nu is de EOQ niet de enige methode om series te berekenen, maar bovenstaande effecten blijven hetzelfde. Er zijn er een heleboel seriegroottebepalingen, die allemaal hetzelfde doel voor ogen hebben: op basis van voorraadkosten en bestelkosten een optimale serie bepalen voor specifieke omstandigheden. Maar dan moet je deze kosten wél kennen. En daar ontstaat meteen de eerste discussie.

Kosten niet bekend?

Er zijn mensen die beweren dat je de EOQ niet kunt gebruiken omdat het moeilijk zou zijn deze kosten te bepalen. Dan heb ik een grote verrassing voor deze mensen: dan kun je dus geen enkele seriegroottemethode gebruiken. Tenzij buikgevoel ook een methode is.  Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn en verdient het de moeite om in elk geval een goede schatting te maken van deze kosten. Maar zolang u de kosten niet heeft berekend kunt u een aanname maken. In de literatuur wordt voor voorraadkosten vaak het getal van 25% genoemd. Waar dat getal vandaan komt mag Joost weten maar het is een soort empirisch gemiddelde. Ik heb recentelijk een aantal bedrijven de voorraadkosten laten berekenen en ik kom tot een nieuw empirisch gemiddelde. En wel 27.5%. Dus als u niks beters heeft gebruikt u dat getal. Iets soortgelijks geldt voor de bestelkosten. U mag van mij 60 euro per bestelling gebruiken, of 10 euro per bestelregel. Eveneens een empirisch gemiddelde. Maar ik raad u met klem aan om voor uw eigen situatie een zo goed mogelijke schatting te maken. En een groot voordeel van Camp; deze is erg ongevoelig voor afwijkingen in bestel- en voorraadkosten. En dat is voor andere methoden een heel ander verhaal. Ik weet ook wel dat het soms niet eenvoudig is om deze kosten goed te bepalen, maar niemand heeft gezegd dat voorraadbeheer eenvoudig is.

De vraag moet constant zijn?

Het tweede argument is, dat om Camp te kunnen gebruiken, de vraag constant moet zijn. Dat is echter niet waar, de vraag moet regelmatig zijn en dat is iets heel anders. Elke constante vraag is regelmatig, maar niet elke regelmatige vraag is constant. De grap zit in de variatiecoëfficiënt van de vraag (standaardafwijking/gemiddelde). Deze coëfficiënt is een maat voor de onregelmaat van de vraag. Hoe groter de coëfficiënt hoe onregelmatiger de vraag. Als deze  factor groter dan 1 is dan ziet men de vraag als erg onregelmatig en zeggen mensen dat je Camp niet meer mag gebruiken. Inderdaad zult u dan een fout maken, maar u moet zich eigenlijk eerst afvragen of je producten met dit vraagpatroon wel uit voorraad wil leveren. De benodigde veiligheidsvoorraad zou wel eens heel groot kunnen worden.

Voorraad niet negatief?

Een derde argument zou zijn dat de voorraad niet negatief mag worden. Dit is onzin in een situatie waarbij gewerkt wordt met veiligheidsvoorraden. En wie doet dat niet in de praktijk? Ditzelfde geldt voor aannames met betrekking tot levertijden. Bij mijn laatste controle van de EOQ-formule (zie hierboven) heb ik geen levertijden gezien.

Kwantumkorting?

Een vierde argument is dat Camp niet om kan gaan met kwantumkortingen. Dat kan echter heel gemakkelijk. Het wordt wat bewerkelijker maar met Excel kom je een heel eind.

EOQ in relatie met andere producten?

Een vijfde argument is dat de EOQ-formule niet in samenhang wordt gezien met andere producten. Dat klopt. Het kan dus bijvoorbeeld voorkomen dat, wanneer je voor 1000 producten de EOQ zou berekenen, de uitkomsten kunnen leiden tot ruimteproblemen of cashflow-problemen. Maar geen nood, ongeveer 250 (tweehonderd en vijftig) jaar geleden heeft meneer Lagrange daar een oplossing voor gevonden. Iets soortgelijks treedt op wanneer u een aantal producten bij dezelfde leverancier zou inkopen.

En dan zijn er nog een aantal argumenten die aangehaald worden, maar die iets moeilijker uit te leggen of te weerleggen zijn in een kort tijdsbestek.

2. Back-to-Basics: Formule van Camp in de praktijk

Een groot voordeel van Camp is dat deze formule erg robuust is en redelijk ongevoelig voor afwijkingen. Andere serie-groottebepalingen kennen dit voordeel niet. Sterker nog, er zijn methodieken die geheel de mist ingaan bij onzekerheid. Een tweede voordeel is dat u rustig 25% mag afwijken van de optimale seriegrootte zonder dat u ver gaat afwijken van de minimale kosten. Dus u hoeft echt geen 973 producten te bestellen. Een tweede voordeel is dat de Camp-formule begrijpbaar is en intuïtief juist is. Zo vindt men bij Camp de optimale seriegrootte, daar waar voorraadkosten en bestelkosten aan elkaar gelijk zijn. Het is mensen relatief eenvoudig uit te leggen

3. Wat moet het management morgen doen?

De gemiddelde seriegrootte-voorraad als gevolg van Camp is Q/2. Het management kan de seriegrootte voorraad reduceren door de Q te reduceren. Mogelijkheden zijn om de voorraadkosten groter te maken (of groter te schatten) of de bestelkosten kleiner te maken (of kleiner te schatten). Als u ze schat worden het opeens een soort management variabelen. Maar dat betekent nog steeds dat u ze zo goed mogelijk moet schatten. Als u nog geen idee heeft zou dit het eerste zijn wat u moet doen met betrekking tot seriegroottes. Zodra u een goede schatting heeft zou ik voor alle producten de seriegrootte volgens Camp berekenen. Voor die producten waarbij de afwijking t.o.v. Camp meer dan 50% is (plus of min), zou ik nagaan waarom die afwijking er is. Heeft het te maken met seriegroottes opgelegd door de leverancier, zijn de seriegroottes op basis van andere afwegingen gemaakt etc.? Is er een goed verhaal (dat ook gecheckt kan worden!) dan laat u de seriegroottes voor wat ze zijn. Anders zou ik ze aanpassen.

Is de Formule van Camp dan zaligmakend? Absoluut niet, er zijn genoeg situaties waarbij deze formule u diep het sprookjesbos in kan sturen en zeker in productie-omgevingen is het uitkijken geblazen. En u moet altijd naar de relevantie van de uitkomst kijken. Een seriegrootte ter grootte van 1 jaar verbruik zal niet aan te bevelen zijn. Evenals een seriegrootte ter grootte van 1 dag verbruik. Maar mijn advies is: gebruik Camp tenzij u echt een beter alternatief heeft. En dat alternatief is echt niet het buikgevoel of gutfeeling of JBF.

4. Wat levert het op?

Uit ervaring weet ik dat veel seriegroottes verkeerd staan ingesteld of verkeerd worden berekend. Alleen al het aanpassen van deze seriegroottes kan enkele 10.000den tot 100.000den Euro’s opleveren. Het zelf bepalen van voorraadkosten en bestelkosten levert daarnaast een schat aan nieuwe en bruikbare inzichten op.

Tenslotte

Ik wil graag besluiten met een citaat van het orakel uit Betondorp: “Je snapt het pas als je het doorheb(t)”. O ja. Ik denk dat we 2013 maar moeten uitroepen tot jaar van de EOQ. Het is dan precies 100 jaar geleden dat Harris deze schitterende formule presenteerde.

Reageer op dit artikel