blog

CITO-toets en andere misvattingen in de onderwijsketen

Supply chain

CITO-toets en andere misvattingen in de onderwijsketen
Citotoets onderwijsketen

Het is weer stressen voor de CITO-toets op de basisscholen. Het steeds toenemende belang van deze toets is slechts één voorbeeld van de hokjesgeest in de Nederlandse onderwijsketen. Voor leerlingen, onderwijsinstellingen en bedrijfsleven zou het goed zijn als de principes van ketenmanagement beter worden toegepast.

 

Het onderwijs is geen koekjesfabriek maar dat laat onverlet dat onderwijsinstellingen organisaties zijn die efficiënt en effectief moeten werken. Leerlingen doorlopen vaak verschillende scholen, zodat er sprake is van een onderwijsketen (basisonderwijs – voortgezet onderwijs – hoger onderwijs – bedrijfsleven). Helaas gaat het vaak mis bij de interfaces tussen organisaties.

 

Een paar voorbeelden:

 

  • De behaalde score op de CITO-toets in groep 8 van het basisonderwijs wordt steeds belangrijker; leerlingen kunnen alleen naar de school van hun keuze als de bijbehorende score is behaald. Met de CITO-toets op zich is niet zo veel mis. Maar het is onverteerbaar dat een steekproefgrootte van 1 en een eenzijdige focus op verworven cognitieve vaardigheden bepaald welk vervolgonderwijs het meest passend is bij de talenten en mogelijkheden van een leerling.
  • Tussen middelbaar en hoger onderwijs ligt een gapend gat. HBO-instellingen en universiteiten klagen steen en been over de vaardigheden van hun eerstejaars studenten. Ook is de uitval in de studie dramatisch hoog. Vaak omdat een verkeerde studiekeuze is gemaakt. Met als gevolg frustratie, tijdverlies en een inefficiënte inzet van middelen.
  • Als afgestudeerden een baan zoeken zijn bedrijven vaak niet zozeer geïnteresseerd in wat ze precies geleerd hebben maar vooral in wat ze daarnaast hebben gedaan. Het gevolg is dat studenten veel aandacht besteden aan extracurriculaire activiteiten, ze daarmee hun studie ietwat verwaarlozen hetgeen weer een serie van overheidsmaatregelen oproept om dit gedrag in te dammen.

 

Ketenmanagement leert ons dat de verschillende schakels in de ketens moeten samenwerken om zo betere resultaten te halen. De toepassingen in de onderwijsketen zijn legio:

 

  • Basisscholen hebben leerlingen acht jaar in huis. Mits daartoe uitgenodigd kunnen ze heus wel inschatten wat het beste vervolgonderwijs is. Middelbare scholen zouden meer hierop moeten (kunnen) vertrouwen. Daarnaast zouden middelbare scholen met de basisscholen de informatie moeten delen over hoe het hun oud-leerlingen vergaat, wat de belangrijkste valkuilen zijn en hoe ze beter voorbereid kunnen worden op het vervolgonderwijs.
  • Het is evident dat het slagen voor het eindexamen geen garantie is voor het slagen in het hoger onderwijs. De toeleverende middelbare school kan belangrijke informatie geven aan de leerling zelf en voor intake gesprekken. Samen kunnen het hoger onderwijs en het middelbaar onderwijs leerlingen veel beter voorbereiden op wat komen gaat.
  • Van het bedrijfsleven mag gevraagd meer te investeren in het goed voorbereiden van de student op de arbeidsmarkt. Gastlezingen, stages, meeloopdagen et cetera zijn maar een paar mogelijkheden. Met name universiteiten zouden ook ruimte moeten geven aan de brede ontwikkeling van studenten. Als ze de handen ineenslaan kunnen de instellingen voor het (hoger) onderwijs en het bedrijfsleven samen de studenten beter opleiden en daar bovendien zelf van profiteren.

 

Over de muren van je eigen organisatie heenkijken, informatie verzamelen en delen, vertrouwen op het oordeel van anderen: het is niet eenvoudig. Maar als we het onderwijs in Nederland echt vooruit willen helpen is het noodzakelijk om serieus werk van ketenmanagement te maken.

 

 


Lees ook:

Reageer op dit artikel