blog

Dubbele Dip en Opslingereffecten

Supply chain

De afgelopen tijd werden de economische analyses en de beurskoersen beheerst door de vraag: komt er een “dubbele dip” of toch niet? Het is interessant om parallellen te trekken met een fenomeen dat al veel te lang onze supply chains beheerst: de opslingereffecten.

 

De angst voor de dubbele dip (een tweede periode van economische krimp) zit er flink in. Na de diepe crises die september 2008 insloeg, zijn de beurskoersen sinds maart 2009 weer flink omhoog geklommen. Die groei stagneert nu, en de vraag is: hoe gaat het verder? De vrees voor de dubbele dip komt vooral voort uit het feit dat overheden in 2008 en 2009 met gigantische financiële injecties de economie hebben gestimuleerd, maar dat die zelfde overheden nu zo langzamerhand de rekening daarvoor moeten gaan betalen en dus gaan bezuinigingen. En dat in een situatie waar de consumentenbestedingen nog niet echt willen aantrekken.

 

Opslingereffect
De crisis heeft ook onze sector flink geraakt. Een onthutsende constatering was dat, ondanks alle lessen die we de laatste decennia hebben geleerd over hoe ketens beter kunnen samenwerken, het opslingereffect zich weer volop liet zien. Zelfs de automotive sector, toch vaak geprezen als een schoolvoorbeeld van geïntegreerde ketens, ontkwam niet aan de ellende. Daar waar de vraaguitval aan het eind van de keten (zeg vrachtauto’s) zo’n 30% was, bleek de vraaguitval aan het begin van de keten (onderdelen voor componenten van de vrachtauto’s) soms wel 80% te zijn. De gevolgen laten zich raden. Een vraaguitval van 30% is al een enorme schok voor een organisatie, maar als de vraaguitval 80% bedraagt dan voelt dat als een moordaanslag. Wie ooit het vermaarde ‘bierspel’ heeft gespeeld herkent deze situatie onmiddellijk als het opslingereffect

In een ‘klassiek’ artikel uit 1997 beschrijven Lee et al. de belangrijkste oorzaken van het opslingereffect.

Het meest relevant voor de huidige situatie is het zogenaamde ‘demand forecast updating’: de leverancier maakt een voorspeling van de vraag van zijn klant en plaatst op basis van deze voorspelling en de eigen voorraadsituatie een bestelling bij zijn toeleverancier.

 

Simpel gezegd: als jouw klantvraag met 30% terugloopt en je voor een maand voorraad wilt aanhouden dan kan die voorraad dus ook lager en dus bestel je niet 30% minder, maar bijvoorbeeld 40% minder bij jouw leverancier. Dat lijkt verstandig, maar het gevolg van deze praktijk is dat de vraag aan het begin van de keten totaal uit de pas loopt met de vraag van de eindgebruikers aan het eind van de keten.

 

Elk nadeel heb zijn voordeel
Ook in de supply chain geldt “elk nadeel heb zijn voordeel”. Als de consumentenvraag weer aantrekt dan zullen door het opslingereffect de bedrijven aan het begin van de keten daar extra van profiteren.

Dit fenomeen werd door collega Jan Fransoo beschreven in een spraakmakend opinieartikel in NRC Handelsblad onder de kop “de economie herstelt nu snel”. Gezien de aantrekkende transportmarkt en cijfers van de NEVI inkopersindex lijkt het aannemelijk dat dit nu precies is wat er op dit moment gebeurt .Komt er een dubbele dip of toch niet? Moeilijk te zeggen. Ook hier geldt: voorspellen is moeilijk. Echter, vanuit de supply chain professie geredeneerd is er echter maar één ding waar we op moeten letten: de vraag bij de eindgebruikers. Alle andere indicatoren zijn irrelevant en misleidend.

 

 

Verwijzingen:

 

Reageer op dit artikel