blog

Lean: de beperkingen en de mogelijkheden

Supply chain

Lean: de beperkingen en de mogelijkheden
Lean begrippen

Lean kent vele begrippen als 5S, VSM, SMED, Flow, Productiecel, Kanban, Conwip, Polca en Lean Production Control (LPC). Wat betekenen deze begrippen en kunnen ze ook altijd worden toegepast? Jekele Raukema, grondlegger van LPC geeft korte uitleg van de begrippen en vertelt meer over de toepassing.

Programma’s die in elk bedrijf kunnen worden toegepast zijn 5S, VSM en SMED. De begrippen:

 

5S is een methode voor het creëren van een schone, geordende werkomgeving met de benodigde gereedschappen en wisseldelen op een vaste plaats dicht bij de werkplek, waardoor zoeken en lopen tot het verleden behoren. 5S staat voor de begrippen Scheiden, Schikken, Schoonmaken, Standaardiseren en in Stand houden, de activiteiten die achtereenvolgens moeten worden uitgevoerd om de geordende werkvloer te bereiken en te bestendigen.

 

VSM, Value Stream Mapping, is het in kaart brengen van de productstroom door het bedrijf en het elimineren van activiteiten die geen waarde toevoegen voor de klant. Het is zelfs zinvol om VSM voor de gehele keten, van zand tot klant, uit te voeren.

 

SMED, Single Minute Exchange of Die, een gestructureerde methode om de omsteltijd te verkorten.

 

Flow

Een belangrijk onderdeel van lean is het inrichten van een productiestroom op de werkvloer. Het principe van flow inrichten is weergegeven in de onderstaande figuur.

 

 

Veronderstel dat een oplegger in vier dagen tijd wordt gemaakt. De productie is dan opgedeeld in vier dagen. Na elke dag (de takttijd) wordt de oplegger 1 positie doorgeschoven. Na vier dagen is het product gereed. Vanaf de zijkant worden de onderdelen two bin toegeleverd. Two bin is een vorm van Kanban. De voorraad wordt over twee bakken verdeeld. De productie betrekt de onderdelen uit de voorste bak. Wanneer deze bak leeg is, dan is dat een signaal voor de inkoop om dit onderdeel te bestellen, of voor de onderdelen productie het signaal om dit onderdeel te produceren en de bak te vullen. De volle bak wordt wer achter de voorste bak geplaatst.
  

Met flow wordt een zelfregelend systeem gecreëerd waarbij alle achtereenvolgende processen als het ware worden samengevoegd tot één proces waar onderdelen in gaan en waar het gerede product uitkomt. Een speciale vorm van flow is een lopende band waarbij de achtereenvolgende bewerkingen in een gelijke tijdsduur (takttijd) worden uitgevoerd.

 

Assemblageprocessen zijn zeer geschikt om als flow te worden ingericht. De randvoorwaarde is wel dat er
sprake is van repeterende vraag. Flow productie is ontoereikend voor:
  

  • – eenmalige producten;
  • – meerdere achtereenvolgende processen met ongelijke bewerkingstijden;
  • – wisselende routings;
  • – wisselende bottlenecks.

  

Productiecel

Een productiecel is een aaneenschakeling van bewerkingstations of machines. Een productiecel is geschikt voor producten die verschillende achtereenvolgende bewerkingen ondergaan met verschillende bewerkingstijden. Een productiecel geeft een effectieve benutting van de operator omdat deze de bewerkingen aansluitend uitvoert. Een productiecel is niet geschikt voor kapitaal intensieve machines omdat de machines maar een zeer beperkt gedeelte van de beschikbare productietijd worden benut.

  

Kanban

Kanban is een zelf regelend systemen om orders of producten over de werkvloer te laten stromen. Een product is gebonden aan een bak met kaart: de kanban. De kaart bevat een afbeelding van het product en de product(ie)-informatie. Wanneer de bak leeg is, dan is dat een signaal om de bak te vullen en het product bij te maken. Een kanbansysteem is geschikt voor producten met een repeterende vraag en niet geschikt voor eenmalige producten.
 

Een variant op de kanban is de plaatskanban. Een plaatskanban is een gemarkeerd vak voor een machine. Voor de machine mogen niet meer producten staan dan er vakken zijn. Het maakt niet uit welk product in een vak staat. Een plaatskanbansysteem is ook geschikt voor eenmalige producten.

 

Het voordeel van de kanbansystemen is dat er niet meer orders op de werkvloer zijn dan er kaarten, bakken of vakken zijn. Het nadeel is dat niet zichtbaar is waar een bak zich bevindt en dat dus ook niet zichtbaar is wanneer een order uit productie komt.

 

Conwip en Polca

Conwip en Polca zijn plaatskanbansystemen, waarbij Polca een variant is waarmee ook producten met verschillende routings kunnen worden verwerkt. In Polca wordt een extra kaart voor het aansturen van het transport tussen de machines toegevoegd. Stel er is een product dat gemaakt wordt op machine A en machine B. Dan is er een kaart AB. Machine A mag alleen voor machine B produceren als kaart AB bij machine A aanwezig is. Wanneer machine A een product heeft gemaakt voor machine B, dan gaat kaart AB met het product mee naar machine B. Wanneer het product wordt geplaatst op machine B, dan gaat kaart AB terug naar machine A. Er kunnen dus nooit meer producten voor machine B worden geplaatst dan er kaarten zijn.

  

Conwip en Polca zijn geschikt voor eenmalige producten en voor meerdere achtereenvolgende processen met ongelijke bewerkingstijden. Polca is bovendien geschikt voor producten met ongelijke routings. Het nadeel van de systemen is dat het black box systemen zijn: er is geen overzicht waar producten zich in het productieproces bevinden. Wel is bekend wanneer een order de productie in gaat, maar het is niet bekend wanneer een order uit productie gereed komt.

  

LPC

Lean Production Control is een monitoring systeem waarmee de voortgang van de productie wordt gevisualiseerd. Deels is het ook een bottleneck planning. Het principe van LPC wordt uitgelegd aan de hand van de figuur hier rechts. 

   

In het bovenste gedeelte van de figuur is het  ‘gewone’ lean principe afgebeeld waarbij wordt getracht om de bewerkingstijden gelijk te maken aan de takttijd van 5 minuten.

   

In het onderste gedeelte van de figuur is het principe van LPC afgebeeld. Op het bottleneck proces sluiten de orders op elkaar aan. Op de overige (niet bottleneck) processen sluiten de orders niet op elkaar aan, maar de achtereenvolgende stappen van de order sluiten wel op elkaar aan. Daardoor is er geen wachttijd tussen de achtereenvolgende bewerkingen van een order. Op de niet bottleneck processen is dus zichtbaar wanneer wel en wanneer niet moet worden gewerkt.
  

LPC is geschikt voor:
 

  • – eenmalige producten;
  • – meerdere achtereenvolgende processen met ongelijke bewerkingstijden;
  • – seriegroottes
  • – wisselende routings;
  • – wisselende bottlenecks.

  

LPC is door Raukema bedrijfsprocessen ontwikkeld. Het is mijns insziens een welkome aanvulling op LEAN om ook complexe processen lean te maken.

Reageer op dit artikel