blog

Gevaarlijke stoffen in ERP- en WMS-systemen

Supply chain

Het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen moet voldoen aan een groot aantal voorschriften. ERP- en WMS-systemen helpen deze voorschriften goed na te leven en hoge boetes te voorkomen. EVO-adviseur Kees van Oostrum vertelt tijdens de WMS-dag op 8 april waar u aan moet voldoen en hoe een ERP- en WMS-systeem u hierbij kan helpen. Een korte samenvatting…

PGS 15 en ADR
Om een veilige opslag en een veilig vervoer van gevaarlijke stoffen te waarborgen zijn er verschillende voorschriften opgesteld. De bekendste zijn de richtlijn PGS 15 voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen en het ADR voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg.
  

Opslag van gevaarlijke stoffen
Voorschriften uit PGS 15 hebben onder andere betrekking op:
 

  • bouwkundige aspecten (o.a. brandwerendheid, vloeistofdichtheid)
  • signaleringen (o.a. gevaarskenmerken)
  • veiligheidsvoorzieningen (o.a. brandblussers, nooddouche, journaal)
  • gebruik van de opslag (o.a. waar staat wat)

 

De vaste voorzieningen worden vastgelegd in de vergunning en toegepast in de opslag. Dit is veelal een eenmalige actie met in de toekomst alleen periodiek onderhoud. Het gebruik van de opslag is complexer. Zo moeten bepaalde gevaarlijke stoffen in een bepaald deel van het magazijn worden opgeslagen of juist niet bij elkaar. Ook moet in veel gevallen een overzicht worden gemaakt (journaal) van de aanwezige gevaarlijke stoffen inclusief hun gevaarseigenschappen.
 

Vervoer van gevaarlijke stoffen
Globaal gennomen hebben de voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke stoffen betrekking op verpakkingen, documentatie, het laden en lossen, de voertuigen en opleidingseisen voor alle personen die betrokken zijn bij het vervoer van de gevaarlijke stoffen. Een deel van deze voorschriften is standaard maar een deel is ook stof afhankelijk. Dit geldt met name voor de kenmerking van de verpakking en voor de aanduidingen in het vervoerdocument. Gegevens over de stof zijn dan noodzakelijk om de voorschriften goed toe te kunnen passen.
 

Eisen aan verpakkingen
De meeste verpakkingen met gevaarlijke stoffen die over de weg worden vervoerd moeten voldoen aan drietal eisen:
 
1. de verpakking moet UN-gekeurd zijn
2. op de verpakking moet het identificatienummer van de stof zijn aangebracht (UN-nummer)
3. op de verpakking moet(en) de gevaarsetiket(ten) zijn aangebracht.
 

Degene die de stof gaat verpakken (of controleren of deze juist verpakt is) moet dus informatie krijgen over welk nummer en etiket op de verpakking moet worden aangebracht.
 

Aanduidingen in vervoerdocument
Een belangrijk document bij het vervoer van gevaarlijke stoffen is het vervoerdocument. Hierop moeten minimaal de volgende gegevens worden vermeld:
 

  • het identificatienummer van de stof (UN-nummer) gevolgd door de transportbenaming, het (de) etiketnummer(s), de verpakkingsgroep en de tunnelcode
  • de hoeveelheid gevaarlijke stof
  • een omschrijving van en het aantal verpakkingen
  • de naam en adres van de afzender en ontvanger
     

Een deel van de deze gegevens moet daarnaast ook nog eens in een voorgeschreven volgorde worden vermeld. Wanneer de gegevens over de gevaarlijke stoffen in een ERP– of WMS-systeem zijn opgenomen, is het na inrichting van het systeem eenvoudig om het document steeds correct op te maken.

  

Vrijstellingsregeling limited quantities (LQ)
Een veel gebruikte vrijstellingsregeling is de regeling voor gelimiteerde hoeveelheden (limited quantities). Deze regeling is gebaseerd op een kleine hoeveelheid gevaarlijke stof per binnen- en buitenverpakking. De maximum toegestane hoeveelheid is afhankelijk van het gevaar van de stof. Groot voordeel van deze regeling is dat eigenlijk alleen eenvoudige verpakkingsvoorschriften gelden. De overige voorschriften zoals de verplichting om bepaalde gegevens op het vervoerdocument te vermelden, de opleiding van de chauffeur en de volledige ADR-uitrusting van het voertuig zijn vrijgesteld. Om deze regeling goed toe te kunnen passen moet de medewerker die de stoffen verpakt weten wat de maximum toegestane hoeveelheid is die in een verpakking mag worden verpakt en welk identificatienummer op de verpakking moet worden aangebracht.
   

Vrijstellingsregeling beperkte hoeveelheden (1000-puntenregeling)
Een andere veel gebruikte vrijstellingsregeling is de zogenaamde 1000-puntenregeling. Hierbij gaat het om een beperkte hoeveelheid aan gevaarlijke stoffen per transporteenheid. Voordeel van deze regeling is dat onder andere de opleiding van de chauffeur en een groot deel van de ADR-uitrusting van het voertuig is vrijgesteld. Lastig van deze regeling is dat de vrijgestelde hoeveelheid berekend moet worden. Wanneer deze berekening wordt gedaan door een ERP- of WMS-systeem, vervalt dit nadeel en is de regeling makkelijk toe te passen.
 

Welke gegevens vastleggen
Om de verschillende voorschriften goed toe te kunnen passen zijn verschillende gegevens nodig van de gevaarlijke stoffen. Als basis hiervoor kan onderstaande opsomming gebruikt worden:

  • Identificatie nummer (UN-nummer)
  • Officiële standaard transportbenaming
  • Eventuele aanvulling op standaard transportbenaming
  • Nummer(s) van gevaarsetiket
  • Verpakkingsgroep
  • Tunnelcode
  • Of de stof milieugevaarlijk is
  • Of de stof een CMR-stof is (carcinogene, mutagene of reprotoxische stoffen)en de chemische naam van deze stof
  • Maximum toegestane hoeveelheid binnenverpakking volgens LQ-regeling
  • Maximum toegestane hoeveelheid buitenverpakking volgens LQ-regeling (veelal 30 kg)
  • Vervoerscategorie volgens 1000-puntenregeling;
  • Verpakkingsinhoud
  • Soort verpakking

  

Een deel van bovenstaande gegevens heeft betrekking op het gebruik van ADR-vrijstellingsregelingen. Wanneer deze regelingen niet gebruikt worden, hoeven deze gegevens niet opgenomen te worden.

  
Gegevensverzameling
Het verzamelen van de juiste gegevens kost in de praktijk de meeste tijd. Gegevens over de classificatie van de stof zijn veelal opgenomen in hoofdstuk 14 van het veiligheidsinformatieblad van de leverancier. Een controle van deze gegevens met de aanduidingen op de verpakking is verstandig omdat in de praktijk vaak blijkt dat de classificatie op de veiligheidsinformatiebladen niet altijd consequent worden bijgewerkt. De overige gegevens moeten worden opgezocht in het ADR en zijn mogelijk al opgenomen in het systeem (bv soort verpakking). 
 

Systeeminrichting voor opslag
Inrichting van het WMS-systeem voor de opslag heeft betrekking op het toewijzen van locaties en het genereren van een overzichtlijst met gevaarlijke stoffen. In de Milieuvergunning is vastgelegd welke gevaarlijke stoffen op welke locatie mogen worden opgeslagen. Ook kan het zijn dat binnen een compartiment met bepaalde gevaarlijke stoffen scheiding door voldoende afstand moet worden toegepast.
 
Een WMS-systeem kan hier rekening mee houden bij het toewijzen van locaties. Ook kan het systeem rekening houden met de maximaal toegestane hoeveelheid per compartiment.

Als er meer dan 2.500 kg aan gevaarlijke stoffen wordt opgeslagen moet er een actueel journaal worden bijgehouden( PGS 3.18). Wanneer de gegevens van de gevaarlijke stoffen zijn opgenomen in het WMS-systeem kan dit journaal eenvoudig worden gemaakt.
 

Systeeminrichting voor vervoer
Bij het vervoer van gevaarlijke stoffen kan een ERP- of WMS-systeem ondersteuning bieden bij het aansturen van magazijnmedewerkers en het genereren van transportdocumenten. Medewerkers die gevaarlijke stoffen verzamelen en eventueel (her)verpakken kunnen dit alleen goed doen als ze daarvoor de juiste informatie hebben. Via het ERP- of WMS-systeem kan informatie op de picklijst / scanner worden meegegeven over gevaarlijke stoffen. Dit kan zijn informatie over de etikettering en kenmerking van de verpakking maar ook over vrijstellingsgrenzen. Zo kan een magazijnmedewerker die bijvoorbeeld een leveranciersverpakking aanbreekt zien of deze binnenverpakking als gelimiteerde hoeveelheid kan worden vervoerd. Dit voorkomt niet alleen fouten maar bespaart ook kosten voor duurdere verpakkingen en een ADR-transport.
 

Ook kan het systeem ingericht worden voor het maken van het vervoerdocument. Vanuit het ADR gelden hiervoor strikte regels. In de praktijk blijkt dat hierbij snel fouten worden gemaakt. Deze fouten worden voorkomen wanneer vanuit het systeem de gegevens consequent worden vermeld op de documenten. Daarnaast kan het systeem ook de berekening voor de 1000-puntenregeling uitvoeren.
 

Start met een goede inventarisatie
Hoe het systeem uiteindelijk wordt ingericht en welke gegevens worden vastgelegd is in grote mate afhankelijk van de gevaarlijke stoffen, de specifieke opslageisen en het gebruik van vrijstellingsregelingen voor het vervoer. Start daarom altijd met een inventarisatie van de gevaarlijke stoffen. Bepaal vervolgens aan de hand van de opslageisen eventuele scheidingseisen en ga na of en welke regelingen voor het vervoer gebruikt kunnen worden. Uit deze inventarisatie blijkt dan welke gegevens vastgelegd en hoe het systeem ingericht moet worden. Let er hierbij wel op dat het systeem zo flexibel moet zijn dat ADR-wijzigingen makkelijk kunnen worden verwerkt.
 

Kijk hier voor het volledige programma van de WMS-dag / Schrijf u hier in!

Reageer op dit artikel