blog

Reverse logistics: effectiviteit EU-richtlijn twijfelachtig

Supply chain

Reverse Logistics of retourlogistiek is een jong vakgebied.Weinig bedrijven ondernemen actie op de nieuwe EU-wetgeving rondom producentenverantwoordelijkheid voor afgedankte elektronische apparatuur. Expert Harold Krikke bespreekt welke verbeteringen noodzakelijk zijn.

Reverse logistics: effectiviteit EU-richtlijn twijfelachtig
Retourlogistiek

 

Terwijl er nog steeds volop verder wordt geïnvesteerd in het optimaliseren en bijschaven van de voorwaartse logistieke keten, begint langzamerhand ook aandacht voor ‘reverse logistics‘ te ontstaan. Reverse logistics (ook wel retourlogistiek) betreft de inzameling, sortering, en herwinning en herinzet van producten en materialen die geretourneerd worden van de markt na afdanking van de klant.


Doel reverse logistics

Het uiteindelijke doel is gesloten kringlopen te realiseren door het product c.q. de componenten of materialen uit het product te herwinnen om deze keer op keer te hergebruiken in een vergelijkbaar product. Als na verloop van tijd de kwaliteit afneemt  (door vermenging met andere materialen) en niet meer afdoende is dan, zijn er vaak nog legio van producten waar deze grondstof nog prima voor gebruik kan worden. Pas als de grondstof niet meer nuttig in gezet kan worden (nu is het pas afval) dan kan men de grondstof altijd nog op een verantwoorde wijze verbranden  (met energie terugwinning).

Op deze manier zijn er op drie verschillende niveaus recycle kringlopen te identificeren en een afvalstroom , zoals is aangegeven in Figuur 1.

 
Figuur 1: Vormen van hergebruik en recycling

Op het hoogste niveau vinden we product-hergebruik, vervolgens kunnende verschillende componenten -onderdelen en modules- worden hergebruikt  en tenslotte kunnen de materialen worden herwonnen. In het laatste geval verdwijnt de ‘identiteit’ van de retouren, dat wil zeggen dat van de oorspronkelijke producten of componenten niets meer terug te vinden is. Verbranden tenslotte levert energie op; het rendement van AVIs (vuilverbrandingsinstallaties) bijvoorbeeld is drastisch toegenomen de laatste jaren. Op deze wijze vormt elektriciteitsopwekking een serieus "alternatief" in de verwerking van retouren. Met die randvoorwaarde dat de "verwerkte" grondstof wel verloren is gegaan en daarmee uit de keten is.

Tevens is de genoemde volgorde geen wet van Meden en Perzen is, per retourstroom kan het optimum verschillen.

 

Meer belangstelling reverse logistics

De toegenomen belangstelling voor reverse logistics is grotendeels toe te schrijven aan nieuwe milieuregelgeving vanuit Brussel. Er is zeker het nodige bereikt, maar er is ook kritiek: te duur, te bureaucratisch, concurrentievervalsend, enzovoort.

Tegelijk neemt het economisch belang toe. Recentelijk blijken de hoge kosten maar vooral ook gemiste opbrengsten door hoogwaardig te hergebruiken of te recyclen bepalend. Ook afval als biobrandstof wordt steeds rendabeler. Hoewel de commodity markt momenteel door de recessie even pas-op-de-plaats maakt, kan men ervan uitgaan dat op de lange termijn energie en grondstofprijzen blijven stijgen, en daarmee wordt Reverse Logistics steeds aantrekkelijker. In tabel 1 staan de bedrijfsvoordelen opgesomd.

 

T-splitsing

De EU en Nederland staan momenteel op een T-splitsing, maar de goede richting bepalen is niet zo eenvoudig. Zijn we toe aan nieuwe regels, of neemt de markt het vanzelf over? Tijd voor een opiniërend artikel met reacties uit de praktijk. 
  

 

Customer value

Kosten

Milieu

Return service voor klant creëert brand loyalty

Besparingen op inkoop, kansen voor het aanbieden van additionele diensten

Eco-footprint verbeterd

Verbeter productontwerp, versneld R&D door modulair ontwerp

Besparingen op energieverbruik en inkoop van nieuwe grondstof

Vermindering afval

Reserveonderdelen

Vermijden afvalkosten

Schaarse materialen beschikbaar

Upgrades mogelijk tussentijds

Verminderen voorraad obsolesence risk

Minder illegale export, verlengen technische levensduur

Pro-actieve reparaties

 

 

Green image

Besparing op inkoop, omdat er minder verliezen zijn in de keten

Vergroten milieu bewustzijn,

Tabel 1. Bedrijfsvoordelen 

Producentenverantwoordelijkheid in de elektronica industrie

Ter bescherming van natuurlijke hulpbronnen, het milieu en de gezondheid heeft de Europese Unie de WEEE (Waste of Electrical and Electromechanical Equipment) – richtlijn opgesteld op basis van zogeheten producentenverantwoordelijkheid. Deze EU-richtlijn is van toepassing op afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, waaronder ICT apparatuur.
 
Wanneer een producent of importeur als eerste een nieuw apparaat op de Nederlandse markt brengt, wordt deze verantwoordelijk voor het afvalbeheer.
Voor de producent of importeur geldt een terugnameplicht voor alle elektrische en elektronische apparatuur. Kortweg komt het erop neer dat de terugnameplicht geldt voor alle apparaten die voorzien zijn van een stekker en/of batterijen/accu. Dit geldt niet alleen voor apparatuur van eigen fabricaat maar ook voor de zogenaamde historische voorraad en de producten waarvan de fabrikant niet meer bekend of actief is waarvoor een gezamenlijke verantwoordelijkheid geldt.
  
Grote bedrijven zijn zich daar al langer van bewust, maar in veel Midden en KleinBedrijf (MKB) staat die bewustwording nog in zijn kinderschoenen. Tenminste, zo luidt het vooroordeel. Maar is dat ook zo? De Koninklijke Metaalunie wil graag in beeld krijgen hoe haar leden tegenover WEEE en verplichte recycling staan en hoe ze er op dit moment mee omgaan.
 

Stand van zaken in Nederland

De faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen van de Universiteit van Tilburg,  TNO en Koninklijke Metaalunie onderzochten de stand van zaken onder leden van MetaalUnie en vergeleek deze met grote bedrijven, uit het relatiebestand van TNO en UvT. De resultaten van een enquête staan in de Appendix. Beide groepen kregen dezelfde enquête.
 
Opgemerkt moet worden dat in beide doelgroepen velen niet onder genoemde regelgeving vallen, reden waarom met behulp van een flowchart de respondenten allereerst objectief konden toetsen of zij wel of niet onder de genoemde WEEE-directive vallen. Metaalunie bijvoorbeeld heeft 13.000 leden onder MKB, in metaal be- en verwerking. Met name bedrijven die direct of indirect bij de regelgeving betrokken zijn hebben de enquête ingevuld, zoals blijkt uit de antwoorden.
 
Opvallend is een aantal producenten/importeurs zich (geheel of gedeeltelijk) verantwoordelijk acht voor uitvoering van de richtlijn maar niet veel organiseert. Hoewel de bekendheid behoorlijk hoog is, vooral bij grote bedrijven, worden de consequenties door ondernemers niet meteen op zichzelf betrokken. Uit nader onderzoek blijkt tevens dat deelnemen aan een collectief wordt gezien als het afkopen van deze verantwoording. Hoewel dit in de praktijk zo mag overkomen is het formeel onjuist. Tegelijk zien we vaak -onterecht- het idee, vooral bij MKB, dat deelname aan een collectief (NVMP, RTA, ICT Milieu) wettelijk verplicht is.
 
Tevens valt op dat de overheid een relatief gering aandeel heeft in de voorlichting, met name bij MKB waar slechts 6% van overheidswege bereikt is. Dit is schril contrast met bijvoorbeeld directives als REACH en RohS waaraan veel aandacht besteed is en die wellicht ook veel van de tijd en energie van ondernemers gevraagd hebben, ten koste van WEEE-directive. Interviews en ander aanvullend onderzoek bevestigen dit  beeld.
 
Structureel is het lage enthousiasme in alle geledingen van het bedrijfsleven. Meer dan het minimum wordt niet gedaan en bij MKB wordt in 80% van de gevallen helemaal niets gedaan. Een veel gehoorde opmerking is dat afvoer via de Bedrijfsafval regeling al afdoende is.
Dit veroorzaakt geen directe problemen omdat in 87% van de gevallen geen actieve handhaving wordt ervaren. Een mogelijke verklaring hiervan is dat VROM-inspectie (met haar beperkte capaciteit) steekproefsgewijs controleert, waarbij niet willekeurig maar gericht op bepaalde ondernemingen wordt ingezet. De geschatte recycling percentages blijven ver beneden de doelstellingen.
  
In aanvulling op onze resultaten stellen we vast dat vele artikelen in de vakpers zijn verschenen over het wel en wee van de WEEE-richtlijn. In deze veelheid aan artikelen verwijzen we naar een rapport dat de TU-Delft, in opdracht van de Europese Unie, uitbracht en waarin vergaande wijzigingen worden voorgesteld. Daarnaast zijn er ronduit missers recht te zetten: voor professionele apparatuur geldt bijvoorbeeld geen inzameling doelstelling. Zie ook:

 final_rep_unu.

Naast praktijkonderzoeken zijn er een aantal wetenschappelijke artikelen verschenen die een aantal meer fundamentele vragen stellen over de effectiviteit van producentenverantwoordelijkheid. Vooral wordt gewezen op het toenemen van energieverbruik door inzameling en verwerking, die moet worden afgewogen tegen nieuw productie. Tevens vormt de toegenomen illegale export naar derde wereldlanden een probleem. Met andere woorden, zelfs als de pragmatische problemen opgelost worden blijven er principiële vragen over de effectiviteit.
  

De vijf kernvragen voor reverse logistics

Veel onderzoek is gedaan (bronnen) naar de factoren die succesvolle toepassing mogelijk maken. Waarom kost hergebruik en recycling alleen maar geld? Dit zijn de vijf kernvragen van reverse logistics:

  • Hoe zijn kwaliteit en klantacceptatie te garanderen?
  • Collectief of individueel?
  • Wordt bedrijfsvoering complexer door retouren?
  • Zitten belemmeringen niet vooral tussen de oren?
     

Meer informatie aan de hand van veel gestelde vragen uit de praktijk, leest u in het artikel: De vijf kernvragen voor reverse logistics
 

Noodzakelijke verbeteringen

De EU heroverweegt de WEEE-richtlijn in 2008 en ‘stakeholders’ (belanghebbenden) kunnen via de EU website ideeën aanleveren. Echter, de industrie, MKB en grootbedrijf, zal zelf een visie en oplossingen moeten ontwikkelen om stappen voorwaarts te maken. Hieronder een eerste aanzet, gebaseerd op praktijkonderzoek.
  

* Regelgeving. De EU-richtlijn heeft echt iets te doen gebeuren, maar recent (wetenschappelijk) onderzoek toont aan dat de implementatie op een bepaald moment zelfs contraproductief wordt. Met modellen kunnen we per businesscase berekenen wat optimaal is. De overheid zou richtlijnen moeten geven op basis van het zogenaamde milieu-rendement. Hierbij wordt een optimale balans gezocht tussen economische kosten/opbrengsten en gevolgen voor het milieu.
 
Tevens wordt ook naar evenwicht gezocht met andere aspecten van het milieu. Bijvoorbeeld, levert het inzamelen van afval niet teveel CO2 emissies op? Verbruikt het recycling proces niet teveel energie, of juist minder. Best-practices kunnen de norm zetten voor doelstellingen. Uiteraard moet dit wel strak door de overheid in de gaten gehouden worden.
Er is veel druk vanuit de industrie om regelgeving binnen de EU meer uniform te maken. Vooral internationaal opererende bedrijven hebben moeite met nationale regimes en willen Pan-Europese oplossingen.

Productontwerp en waardevermeerdering. Bij een groeiend aantal producenten dringt de idee van design-for-recycling door. Er komen steeds meer producten en verpakkingen uit de markt terug die gemakkelijk te identificeren, scheiden, sorteren, testen en te recycleren of herstellen zijn. Een ander belangrijk aspect is het opsplitsten van waardevolle en niet-waardevolle componenten of grondstoffen. De steeds grotere modulariteit van producten stimuleert hergebruik van producten en vooral componenten, omdat een aantal modules over productgeneraties heen gebruikt kunnen worden. 
 
De kunst zit er in de juiste technologie in de juiste modules onder te brengen en daar dan het juiste traject voor uit te stippelen. Sommige modules, zoals printplaten of elektrische systemen, kan je nu eenmaal niet lang hergebruiken, bijvoorbeeld omdat de technologie achterhaald is en een update van de module niet mogelijk is. De keerzijde kan zijn dat hergebruik van oude modules niet ten goede komt aan het energieverbruik van een apparaat.  Omdat een apparaat opgebouwd met moderne materialen bijvoorbeeld minder zwaar is, de regelelektronica minder energie verbruikt en elektromotoren veel efficiënter draaien. Kortom, er zal continu een afweging gemaakt moeten worden tussen besparingen op de korte termijn middels recycling of besparingen op de langere termijn door het toepassen van nieuwe technologieën en materialen
  
* Logistieke keten. Te beginnen met inzameling, die moet zorgen voor een hoog volume, maar ook zoveel mogelijk onbeschadigde en niet vervuilde retourstroom. Hoe beter de ingangskwaliteit van het retourkanaal, des te hoger de kwaliteit van hergebruik en recycling. Om kosten te beperken moet leegloop in bestaande trucks benut worden. Veel trucks verlaten vol de fabriek of het magazijn en keren leeg terug. De gemiddelde beladingsgraad van vrachtwagens is ondermeer om die reden niet veel hoger dan 50 procent. Hetzelfde geldt voor international transport verbindingen. Bijna de helft van de volle containers uit Azië keert leeg terug.
 
Het is zinvol om retourgoederen terug naar de oorspronkelijke leverancier te brengen. Als je weet hoeveel kennis er nodig is om een retourproduct te testen, herstellen en opnieuw volledig gebruiksklaar te maken, dan is het geen slecht idee om dat door de oorspronkelijke leverancier te laten doen. Dat is bovendien interessant voor een leverancier. Hij die vandaag meegaat met zijn klant in de idee van duurzame ontwikkeling. Kan op een eenvoudige manier de eerder ingekochte grondstoffen slim hergebruiken en op die mannier direct besparen op inkoop Bovendien kan dat reeds bij de ontwikkeling van componenten duurzaamheid meegenomen worden, zodat hergebruik steeds makkelijke wordt. Essentieel voor een dergelijke manier van werken is het contact tussen fabrikant en eindgebruiker, wat mogelijk maakt om deze klant te verleiden voor specifieke aanvullende diensten. Dit bespreken we hieronder.
   
* Business model. De toename van bijvoorbeeld het aantal leasemodellen bijvoorbeeld kan bedrijven er toe aanzetten om bepaalde modules na afloop van de leaseperiode te hergebruiken. Maar er zijn meer businessmodellen die after-sales centraal stellen. Belangrijk is ruimte te laten voor product innovatie, de kwaliteit te garanderen middels volwaardige garantie en de klant mee te laten profiteren van kostenvoordelen. De betekenis van de marketing hierin is niet te onderschatten.
 
* Individueel afrekenen. Teneinde voldoende prikkels te geven aan producenten een goede retourketen op te zetten dienen de kosten (of opbrengsten) individueel verrekend te worden. Dit betekent dat ofwel individuele oplossingen worden gestimuleerd of differentiatie van de verwijderingsbijdrage moet plaatsvinden. Lastig, maar onontkoombaar. Niet voor niets moeten nieuwe producten vanaf 2005 duidelijk identificeerbaar zijn. Nog beter is wanneer iedere producent een fysiek aan de bron gescheiden retourstroom zou hebben. Bij kwalitatief hoogstaand hergebruik en recycling kan worden bespaard op inkoop zodanig dat een ondernemer er direct zichtbaar, zelf voordeel van heeft. In tegenstelling tot het huidige systeem waarbij vaak andere fabrikanten voordeel hebben van het feit elders in de keten na gedacht is over design for disasembly and recovery.
  
* Voorlichting en ‘awareness’. Hier ligt een grote taak voor de overheid, zowel vanuit Brussel als Den Haag. Mogelijk is de veelheid aan nieuwe regels de oorzaak van de relatief geringe bekendheid van de WEEE-directive, Uit nader onderzoek blijkt dat dit beeld ook in het buitenland bestaat. Wij willen echter een positievere insteek propageren, namelijk het vergroten van de winstgevendheid door hergebruik. Metaalunie heeft onlangs de Vereniging Hergebruik opgericht. http://www.hergebruik.nu/

 

 

Co-auteur: Bas van der Moolen van TNO

Reageer op dit artikel