blog

Prestaties meten van de Supply Chain

Supply chain

Als een bedrijf wil weten of het logistiek gezien goed bezig is, kijkt het naar zijn Key Performance Indicatoren (KPI’s). Adviseur Koen Cobbaert legt uit hoe je zulke KPI’s definieert en waar je op moet letten.

Supply Chain gedachte

 

Naarmate de ‘supply chain-gedachte’ verder ingang vindt, en de samenwerkings­verbanden tussen de verschillende schakels (bedrijven) in de keten nauwer worden, ontstaat ook sterker te behoefte om grensoverschrijdende prestatie-indicatoren te gaan definiëren.

 

Wanneer het bijvoorbeeld gaat over voorraadbeheer dan moet er niet enkel meer gekeken worden naar de voorraad die zich bevindt binnen de muren van de eigen onderneming, maar ook naar de grondstof- en componentenvoorraden die zich bij de leverancier bevinden, zeker als die klantspecifiek zijn. Ook de voorraden die zich bij de klant bevinden zijn van belang.

 

Hierbij ligt de kern van het probleem erin dat bepaalde keuzes van één schakel in de supply chain voor hem wel gunstig kunnen lijken, maar voor de gehele keten negatief werken en daardoor ook negatief doorwerken voor die betreffende schakel. Grensoverschrijdende KPI’s kunnen dit voorkomen.

 

Soorten KPI’s

 

De prestatie-indicatoren die worden gebruikt in de supply chain kunnen in drie klassen  worden samengevat:

–          service-KPI’s geven een beeld van hoe goed de klant wordt bediend vanuit een logistiek oogpunt.

–          Asset-KPI’s geven aan hoe goed de activa worden aangewend. Het gaat hier om de bezetting van het productieapparaat en de omvang van de voorraad.

–          Snelheid-KPI’s geven een indicatie van de snelheid waarmee een organisatie reageert.

 

Make-to-stock en make-to-order

 

Als we wat dieper gaan kijken naar de service KPI’s, dan moet er een belangrijk onderscheid gemaakt worden tussen een make-to-stock omgeving en een make-to-order omgeving. In een make-to-stockomgeving wordt geproduceerd om de voorraad op peil te houden ten opzichte van de verkopen die gaan geschieden. Een make-to-orderomgeving is niet zo proactief, maar veel reactiever. Op basis van een order die wordt geplaatst wordt het product gefabriceerd. KPI’s die veelal worden gebruikt in de verschillende omgevingen vind je terug in de volgende tabel:

 

Make to stock

Make to order

Order line fill rate

Order fill rate

 

Customer response time (quoted)

On time completion (%)

 

Delivery performance (% on time delivery by outbound processes)

 

Delivery performance (% on time delivery by outbound processes)

 

Backorders/lost sales expressed in €

Number of backorders

 

€ in late orders

Number of late orders

 

Aging of backorders

 

Aging of late orders

 

 

In een make-to-stock omgeving moet de focus liggen op de performance van het voorraadbeheer. De cruciale vragen zijn daar welk aandeel van de vraag er direct uit voorraad geleverd kan worden. Als er dan al eens niet uit voorraad geleverd kan worden, is de vraag hoe de backorder-performance er uit ziet. Daarnaast is er natuurlijk ook aandacht voor het op tijd leveren, maar in een make-to-stock omgeving is dit vooral een verdienste van het magazijnpersoneel en de verzending.

 

In een make-to-order omgeving ligt de focus op de responstijden die aan klanten worden gegeven en de mate waarin de beloofde responstijden worden gehaald. Wederom, wanneer er niet op tijd geleverd wordt is het ook interessant te weten hoe lang de klant dan wel heeft moeten wachten op zijn zending. Dit laatste is vooral van belang wanneer mensen beoordeeld worden op ‘aantal leveringen op tijd’. Immers, als dit alleen de beoordelingsmaatstaf vormt, kan dit leiden tot het perverse effect dat als een order eenmaal te laat werd uitgeleverd, men deze order absoluut de laagste prioriteit gaat toekennen, ten voordele van de orders die wel nog op tijd kunnen uitgeleverd worden. Door een indicator mee te geven die meet hoeveel tijd die orders gemiddeld te laat werden uitgeleverd wordt dit opgevangen.

 

Voorraden

 

Wat voorraden betreft, wordt de hoogte van de voorraad typisch gemeten op twee manieren:

 

–          Men gaat die uitdrukken in absolute termen, waarbij de totale voorraadwaarde beter is dan welke andere maateenheid dan ook, zoals kg of volume

–          Men gaat de voorraad relatief uitdrukken ten opzichte van de omzet, gerekend aan kostprijs, om voorraad en verkoop terug in dezelfde maateenheid uit te drukken.

 

Bij dit laatste is er dan nog de keuze om dit uit te drukken als een voorraadrotatiecijfer, hoe vaak wordt de voorraad gemiddeld hernieuwd per jaar, of met een dekkingscijfer, hoeveel dagen/weken voorraad wordt er aangehouden.

 

Klassiek worden voorraden ook opgesplitst in een aantal verschillende categorieën: eindproducten, grondstoffen, componenten en onderhanden werk. Vaak worden die ook apart gemeten in een boordtabel en wordt voor elk van die types voorraad een doelstelling vooropgesteld. Vaak is het zo dat verschillende personen binnen de organisatie de verantwoor­delijk­heid dragen voor elk van die voorraden. Naarmate deze verantwoordelijkheid meer verspreid wordt, neemt de kans op disfunctioneel gedrag toe.

 

Een productieleider kan bijvoorbeeld verantwoordelijk zijn voor de hoogte van de voorraad onderhanden werk, welke telkens op het eind van de maand wordt gemeten. Door de laatste dag van de maand veel orders voor producten met hoge kosten door zijn productieapparaat te jagen en door zo weinig mogelijk grondstoffen uit het magazijn af te roepen voor aanstaande orders kan hij de hoogte van zijn voorraad beïnvloeden ten koste van zijn collega’s. Zijn cijfer zal beter zijn, maar of de onderneming er beter van geworden is, is te betwijfelen…

 

Vaste activa

 

Met betrekking tot de vaste activa gaat, wordt gebruik gemaakt van het OEE-concept (Overall Equipment Efficiency) om de prestaties te meten. Hoewel er vele manieren bestaan om dit getal te definiëren, komt het altijd neer op dezelfde principes. Met het OEE-cijfer wordt in één klap gemeten hoe goed het productie-apparaat wordt benut. Het OEE-cijfer is het product van drie sub-indicatoren:

 

OEE = beschikbaarheid * efficiëntie * kwaliteit

 

Beschikbaarheid staat hierbij voor het deel van de totale geplande tijd dat effectief gebruikt wordt om te produceren. De belangrijkste elementen waar hier naar gepeild wordt zijn de insteltijden en de langere machinestilstanden ten gevolge van machinestoringen.

 

Efficiëntie staat voor de mate waarin de gerealiseerde productiesnelheid in lijn is met de vooraf gedefinieerde productiesnelheid. Deze term gaat vooral de verliezen peilen door het trager dan gepland draaien van de machines en de korte stops in het productieproces die niet veroorzaakt worden door technisch falen van de machines.

 

De kwaliteitsterm meet welk aandeel van de geproduceerde goederen kwalitatief in orde is. Deze term gaat dus peilen naar uitval, zowel tijdens de opstartfase als tijdens het productieproces.

Reageer op dit artikel