blog

Retourlogistiek: waarheen en waartoe?

Supply chain

Retourlogistiek: waarheen en waartoe?
Jacqueline Bloemhof - Figuur 1

De logistiek van producten en verpakkingen in de nadagen van hun levenscyclus krijgt steeds meer aandacht van bedrijven. Wetgeving, duurzaam ondernemen of kostenbesparing zijn de voornaamste redenen om een retourlogistiek proces op te zetten. Maar waarheen en waartoe?

Retourlogistiek behelst het ontwerp en de ontwikkeling van logistieke systemen voor het efficiënt en effectief verzamelen en transporteren van producten en verpakkingen om ze op de een of andere manier te hergebruiken. Retourlogistiek is dus qua proces niet eens zoveel anders dan voorwaartse logistiek; producten moeten van A naar B. Wat retourlogistiek zo complex maakt, is onder andere dat de locaties A en B niet van te voren bekend zijn, en ook niet vast staat of het product in zijn geheel of in componenten of zelfs als grondstof moet worden vervoerd. Om te bepalen welk logistiek retoursysteem past in welke situatie, is het goed om na te denken over de volgende drie vragen:

 

  • waarom komt het product terug?
  • wat moet er met het product gebeuren?
  • waar vinden de retourprocessen plaats en door wie?

 

Waarom komt het product terug?

Laten we eerst eens kijken wat de redenen zijn dat een product of verpakking terug komt. Een eerste reden kan zijn dat het product aan het einde van zijn gebruikstermijn is. De consument, of het bedrijf dat het product gebruikt, constateert dat het product versleten is of om andere redenen aan vervanging toe is. Voorbeelden zijn: autobanden, mobiele telefoons en pc’s.  Deze ‘end-of use’ retouren worden meestal ingegeven door wetgeving op het gebied van duurzaamheid, of omdat de grondstoffen of componenten die in de producten zijn gebruikt schaars en kostbaar zijn.

 

Categorie garantie-retouren

Een andere categorie retouren zijn de ‘garantie-retouren’. De klant heeft het recht een product na aankoop binnen een bepaalde termijn terug te sturen (in Amerika zelfs tot 90 dagen zonder het noemen van een reden). Daarnaast kan het product binnen de garantie-periode kapot gaan en heeft de klant het recht op reparatie of een nieuw product. Vooral de toegenomen verkoop via Internet heeft ervoor gezorgd dat deze categorie substantieel is. Hierbij valt te denken aan kleding, gereedschap maar ook computeronderdelen en media-apparatuur. Deze retouren komen voort uit service en wetgeving.

 

Categorie commerciële retouren

Een derde categorie retouren zijn de ‘commerciële’ retouren. De reden voor retour is dat het product niet verkocht is. Als een keten aanbod gestuurd is, hebben winkels vaak het recht om niet verkochte producten terug te sturen naar de leverancier. Op deze manier kunnen leveranciers zorgen dat het productaanbod regelmatig vernieuwd wordt. Ook het wisselen van de seizoenen leidt tot commerciële retouren; bikini’s maken plaats voor sweaters, zonnebrand wordt ingewisseld voor vitaminepillen. Het kenmerkende aan deze retouren is, dat het product nog niet gebruikt is, en ook niet kapot is.

 

Categorie verpakkingsretouren

Tenslotte zijn er de verpakkingsretouren. Het gaat hier om herbruikbare materialen zoals plastic kratten, pallets, containers, en flessen. Deze producten kunnen na wat schoonmaken, testen en eventueel een kleine reparatie zo weer hergebruikt worden. Deze retouren hebben als doel kostenbesparing en het verminderen van de hoeveelheid plastic en karton dat eenmalig wordt gebruikt.

 

Wat moet er met het product gebeuren?

Nadat bekeken is waarom het product terug komt, is het van belang te beslissen wat er met het product moet gebeuren. Dit bepaalt ook sterk het ontwerp van het retournetwerk. Figuur 1 geeft de relaties weer tussen de voorwaartse keten en de diverse retourprocessen, waarna (gedeeltes van) producten weer terugkeren in een voorwaartse keten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hergebruiksladder

De verschillende mogelijkheden voor een product dat verzameld is, worden bij elkaar ook wel de ‘hergebruiksladder’ genoemd. De onderste trede van deze ladder is het hergebruik van energie (recovery) door afval te verbranden. Een trede hoger is er sprake van het hergebruiken van grondstoffen zoals ijzer, glas en plastic (recycling). Hierbij is het karakter van het product geheel verloren gegaan en wordt het materiaal vaak in een andere voortbrengingsketen gebruikt. Nog een trede hoger wordt het product wel uiteen gehaald, maar worden onderdelen en componenten weer gebruikt in de productie van soortgelijke of identieke producten (remanufacturing). Als het ‘hart’ van het product hergebruikt kan worden, maar de buitenkant een facelift nodig heeft, spreken we van refurbishing. Op de hoogste trede van de ladder is er sprake van hergebruik van het product zonder dat het gedisassembleerd wordt (reuse).

 

Iedere stap in kostenladder heeft eigen kostenplaatje

Het idee van de ladder is dat hoe hoger het niveau van hergebruik, hoe duurzamer de optie is. Iedere stap op de ladder heeft een eigen kostenplaatje en ook een eigen logistiek netwerk. Hier wordt zo dadelijk verder op in gegaan.

Het is duidelijk dat er een verschuiving optreedt van het ‘Cradle to Grave’ naar het ‘Cradle to Cradle’ principe. Dit laatste principe (McDonough en Braungart, 2002) gaat er van uit dat producten zo ontworpen moeten worden, dat ze volledig kunnen worden hergebruikt of volledig afbreekbaar moeten zijn in de biosfeer. Daarnaast moeten alle niet afbreekbare stoffen worden beschouwd als een hoogwaardige grondstof voor nieuwe producten in de technosfeer.

 

Waste Electronic and Electrical Equipment Directive WEEE

Tot zover de filosofie, hoe staat het met de huidige wetgeving op dit terrein?

Een belangrijke Europese wetgeving is de Waste Electronic and Electrical Equipment Directive (WEEE, 2002). Deze wetgeving krijgt op het moment zijn navolging in China (vanaf april 2007) en in steeds meer staten in de USA. Het doel van de WEEE is om een transitie op gang te brengen naar een circulair patroon van materiaalgebruik en recycling. De operationalisering van de WEEE is echter geheel gericht op het meten van de hoeveelheid verzamelde en gerecycleerde producten op basis van een aantal kg per hoofd van de bevolking. Hierdoor is er geen intentie om hoger op de ladder te klimmen, recycling levert genoeg op, remanufacturing en reuse wordt niet beloond, en er is geen enkele motivatie voor innovatief productontwerp. Uit de eerste evaluatiecijfers blijkt dat het halen van WEEE doelen leidt tot een toename van global warming en humane toxiciteit (Mayers e.a., 2005). Hier zijn dus nog wel ruime mogelijkheden voor verbetering.

 

Waar vinden de retourprocessen plaats en door wie?

Als het product verzameld is, kan het verder de retourketen in. De belangrijkste vragen voor het inrichten van de retourketen zijn:

 

  • wat past beter, een centraal of een decentraal netwerk?
  • gaan we het zelf doen of uitbesteden?

 

Op deze vragen is geen algemeen antwoord te geven. Het juiste netwerk hangt af van de antwoorden op de eerdere vragen: waarom komt het product terug, en wat moet er met het product gebeuren? Een paar voorbeelden:

  • Producten die alleen gerecycled worden, zijn geschikt voor een centraal, kostenefficiënt netwerk (Figuur 2).

 

 

De schaalgrootte van de recyclinginstallatie moet groot genoeg is. De doorlooptijd van het retourproces is hier vaak niet de belangrijkste factor. Het is aan te bevelen het retourproces uit te besteden aan professionele recyclingbedrijven en logistieke dienstverleners.

  • Producten waarvan de bestemming afhangt van de kwaliteit en de mogelijkheden van het product zijn geschikt voor een decentraal, vraaggestuurd (responsief) netwerk (Figuur 3).

 

 

Als een product nog geschikt is voor hergebruik of refurbishing dan is het belangrijk dat dit zo snel mogelijk gebeurt, voordat het product zijn marktwaarde verliest. Als het product terug moet naar de producent (vaak in Azië) is het van groot belang dat alleen de producten met bruikbare componenten terug gaan. Testen in een vroeg stadium is hier essentieel.

 

De nodige tussenvormen

Tussen een centraal, aanbod gestuurd, uitbesteed netwerk en een decentraal, vraaggestuurd netwerk in eigen beheer zitten natuurlijk de nodige tussenvormen. Welk netwerk past, hangt af van de kwaliteit van het product (levensduur, gebruiksduur), de relevantie van verstreken tijd en de motivatie voor retour (wetgeving, streven naar duurzaamheid, kostenbesparing). Zo is er voor ieder product op basis van een aantal kernfactoren te bepalen wat een geschikt retournetwerk is.

 

Referenties:

  • Mayers, C.K., France, C.M., en S.J. Cowell (2005), “Extended Producer Responsibility for Waste Electronics, an example of printer recycling in the United Kingdom”, Journal of Industrial Ecology 9(3), 169-189.
  • McDonough, W. en M. Braungart (2002), Cradle to Cradle, remaking the way we make things, North Point Press.
  • WEEE: Directive 2002/96/EC of the European Parliament and of the Council of January 2003 on waste electrical and electronic equipment.

 

Reageer op dit artikel