blog

Multi-echelon voorraadbeheer: dezelfde regels op verschillende voorraadniveaus?

Supply chain

Aangezien voorraden op de diverse niveaus in een distributienetwerk ieder een andere rol vervullen, is het de vraag of bedrijven dezelfde strategie moeten aanwenden voor het multi-echelon voorraadbeheer. De verschillen onderling kunnen er mogelijk voor zorgen dat een andere strategie gewenst is. Steven Serneels van S&V Management Consultants geeft toelichting op dit onderwerp.

Multi-echelon voorraadbeheer: dezelfde regels op verschillende voorraadniveaus?
Voorraad

Bufferfunctie

We nemen als voorbeeld voor het multi-echelon voorraadbeheer een centraal Europees Distributie Centrum (EDC) dat een aantal Locale Distributie Centra (LDC) bevoorraadt. Het EDC zelf wordt bevoorraad door een aantal fabrieken, waardoor de rol van het EDC eigenlijk bestaat uit een bufferfunctie tussen enerzijds de output van de fabrieken en anderzijds de (beperkte) voorraad van de LDC’s. Het EDC vervult daarnaast vaak ook de rol van logistiek consolidatiepunt, zodat logistieke stromen voldoende groot zijn en daardoor kostenefficiënt.

 

Fundamentele verschillen

Kijken we naar het LDC, dan fungeert deze juist als buffer tussen de marktvraag enerzijds en de aanvoer van de volledige stroomopwaartse logistieke keten anderzijds. De karakteristieken van vraag en aanbod voor beide voorraadpunten zijn dus fundamenteel verschillend. Ook de servicevereisten die gesteld worden, zijn vaak verschillend. En het zijn juist deze parameters (aanvoerlevertermijn, vraagonzekerheid en servicevereisten) die het voorraadbeheer sterk bepalen. Moeten bedrijven hun strategie daar dan niet op aanpassen? Om hier antwoord op te geven, kijken we naar drie karakteristieken: de vraag (productieoutput- of marktgedreven), het geografische marktbereik en de professionaliteit van het voorraadbeheer.

 

Productieoutput gedreven

Een eerste karakteristiek is de wijze waarop de vraag gedreven wordt. De vraag en aanvoer naar het EDC vanuit de fabrieken is productieoutput gedreven. Dit wil zeggen dat de minimale bestelhoeveelheden hoofdzakelijk worden ingegeven door productieoverwegingen. Deze kunnen dus groot zijn in verhouding tot de vraag, wat zeker geldt voor de 70 tot 80 procent slow movers, die slechts 20 procent van het verkoopvolume uitmaken.

 

Onregelmatige aanvoer

De aanvoer van deze grote hoeveelheden is vaak onregelmatig en verloopt veelal met grote tussentijden als gevolg van de productiecyclus. Tevens is de levertermijn vaak lang en de daaraan gekoppelde betrouwbaarheid van de levertermijn klein. Betrouwbaarheidscijfers van 50 tot 70 procent zijn dan ook geen uitzondering.

 

‘Markt’ gedreven

Het LDC krijgt op zijn beurt één of enkele keren per week een breed gamma aan producten geleverd om zijn voorraad mee te vullen. De vraag waaraan het EDC richting het LDC moet voldoen, is dus zeker geen ‘onafhankelijke’ vraag. Het is een vraag die voorspeld moet worden, die afgeleid en zelfs berekend kan worden op basis van de marktvraag en de voorraadpositie van het LDC. Het LDC vervult een cruciale marktgeoriënteerde rol. Hier wordt alle vraagonzekerheid opgevangen, terwijl de aanvoer over het algemeen betrouwbaar en regelmatig is. Kijk je naar het karakteristiek ‘vraag’, dan zijn er dus twee opties mogelijk.

 

Geografisch marktbereik

Naast service, vraag- en aanvoerkarakteristieken speelt een tweede fenomeen een belangrijke rol in het bepalen van de voorraadstrategie op de verschillende niveau’s in een organisatie. Het gaat om het geografische marktbereik van het distributiecentrum. Producten die zich in het LDC bevinden, kunnen in principe enkel aangewend worden voor de lokale markt. Vanuit het EDC daarentegen is men nog volledig flexibel. Uiteraard alleen wanneer de producten uniform zijn en voor de verschillende markten kunnen worden aangewend. Als dit het geval is, dan zal men in het EDC een maximale voorraad centraal houden en in LDC streven naar een gelijke dekking per product. Een centraal geleid voorraadbeheer voor beide voorraadpunten (EDC en LDC) is hier dan de meest aangewezen oplossing.

 

Professionaliteit

Een derde fenomeen dat een rol speelt in het bepalen van de voorraadstrategie, is professionaliteit. Vanwege schaalgrootte en volume krijgt voorraadbeheer in een EDC meer aandacht. Beheer staat hier dus professioneel op een hoger niveau. In het LDC daarentegen is voorraadbeheer vaak een deeltijdfunctie die door een administratief medewerker wordt uitgevoerd. In een LDC treffen we dus vaker eenvoudige, uniforme voorraad-algoritmes aan en een minder scherp uitgevoerd voorraadbeheer.

 

Conclusie

Samenvattend komen we tot de conclusie dat verschillen in service, aanvoer- en vraagkarakteristieken, geografisch bereik en professionaliteit aanleiding geven tot een verschillend multi-echelon voorraadbeheer voor de diverse niveaus in het distributienetwerk. Dit uit zich zowel in het aanwenden van verschillende voorraad parameterwaarden als van andere voorraadalgoritmes.

 

Lees ook het expertartikel: Hoe krijg ik in vredesnaam mijn voorraad omlaag?

Reageer op dit artikel