artikel

Frank van den Heuvel: ‘Co-locatie belangrijk bij vestigingbesluiten

Supply chain Premium

Frank van den Heuvel: ‘Co-locatie belangrijk bij vestigingbesluiten

Als onderdeel van zijn promotiestudie aan de Technische Universiteit van Eindhoven (TU/e) heeft ir. Frank van den Heuvel aan de hand van een vragenlijst onderzocht of er in Noord-Brabant en Limburg synergie ontstaat door co-locatie van logistieke activiteiten. Om deze concentratiegebieden te identificeren heeft Van den Heuvel met zijn begeleider(s)de zogenaamde ‘AREC area identification method’ ontwikkeld. AREC staat hierin voor: ‘Absolute and Relative Employment Concentration’.

“In mijn promotieonderzoek wil ik de vraag beantwoorden waarom logistieke bedrijven de neiging hebben zich te vestigen in gebieden met ondernemingen die actief zijn in dezelfde sector, en daaruit voortvloeiend welke voordelen onder andere lokale overheden hieruit kunnen halen bij hun vestigingsbeleid. Om deze hypothese te onderbouwen heb ik middels een vragenlijst onderzoek verricht onder managers van bedrijven met transport-, opslag- en/of handelsactiviteiten in de provincies Noord-Brabant en Limburg en twee freshparken, namelijk Fresh Park Venlo en Freshport Rijnmond (VBO Fresh World Barendrecht).

In de vragenlijst stonden stellingen met betrekking tot algemene kenmerken van de vestigingslocatie, zoals bereikbaarheid en beschikbaarheid van personeel, alsook samenwerking in de logistiek, zoals het bundelen van transportstromen. In de analyse van de resultaten heb ik de bedrijven in drie groepen ingedeeld: de bedrijven gevestigd op één van de twee freshparken, ook wel gespecialiseerde logistieke concentratiegebieden, de bedrijven gevestigd in een niet-gespecialiseerd logistiek concentratiegebied in Noord-Brabant of Limburg en ten slotte de bedrijven die niet gevestigd zijn in een logistiek concentratiegebied. Met deze werkwijze is het mogelijk conclusies te trekken of ruimtelijke concentratie van logistieke vestigingen voordelen oplevert en of specialisatie van die concentratiegebieden extra voordelen oplevert.

Om die ruimtelijke logistieke concentratiegebieden te kunnen aanwijzen in Noord-Brabant en Limburg, waar logistiek van oudsher dominant aanwezig is, heb ik in samenspraak met mijn promotiebegeleiders vooraf de ‘AREC area identification method’ ontwikkeld. Met deze methode identificeren we gebieden waarin de logistieke werkgelegenheid zowel in absolute zin als in relatieve zin, dus het aantal logistieke werknemers ten opzichte van het totaal aantal werknemers, hoog is. We hebben bewust gekozen voor deze methode omdat de gangbare termen als logistieke hotspots of clusters niet in dit onderzoek passen omdat wij juist naar feitelijke concentraties kijken. ‘Hotspots’ en ‘clusters’ zijn daarentegen heel algemene termen.

Op basis van het vragenlijstonderzoek zijn we tot de conclusie gekomen dat co-locatie van logistieke bedrijvigheid aanzienlijke voordelen biedt. De belangrijkste zijn meer mogelijkheden voor bedrijven onderling tot het bundelen van goederenstromen, het uitwisselen van opslagcapaciteit en de betere bereikbaarheid. Daarnaast is ook gebleken dat co-locatie op een gespecialiseerd logistiek park zorgt voor extra voordelen, zoals de mogelijkheid voor bedrijven tot kennisuitwisseling, last-minute handel en extra mogelijkheden tot het bundelen van goederenstromen. Op basis van dit onderzoek raden we logistieke bedrijven aan om voordelen van co-locatie mee te nemen in hun uiteindelijke locatiekeuze. Vaak is namelijk deze keuze gebaseerd op het streven om de totale afstand tot de te beleveren klanten te minimaliseren, terwijl er, zo blijkt uit ons onderzoek, steeds meer mogelijkheden zijn tot het bundelen van goederenstromen in logistieke concentratiegebieden.”

 

Dit artikel is eerder gepubliceerd in de rubriek ‘Talent’ van Logistiek Magazine.

Reageer op dit artikel