artikel

Logistiek is pijler voor cradle to cradle

Supply chain Premium

Onderzoekers van TNO stellen dat de huidige business modellen niet winstgevend zijn bij toenemende grondstofkosten en vragen zich af of –cradle tot cradle wellicht de oplossing is. Tijdens een rondetafeldiscussie over duurzame logistiek en cradle to cradle, –georganiseerd door TNO, kregen de deelnemers praktijkvoorbeelden aangereikt en werd er uitgenodigd tot discussie.

Artikel oorspronkelijk gepubliceerd in Logistiek op 6 juni 2008.

“Waarom zijn we eigenlijk met duurzaamheid bezig? Om te beginnen is het een maatschappelijke kwestie. De opwarming van de aarde door CO2-emissies vormt de belangrijkste aanleiding. De fijnstof in de lucht en de gevolgen voor de volksgezondheid zijn groot. Voor het bedrijfsleven geldt dat klanten steeds vaker een duurzaam beleid gaan eisen van hun opdrachtgevers en de overheid er een stempel op drukt door het invoeren van milieuzones. Daarbij hebben we in Nederland te maken met veel files en kostenstijgingen door de hoge brandstofprijzen.” Aldus leidde Hans Quak van TNO het onderwerp in.

 

Cradle to cradle is een veelgehoord begrip aan het worden. In dit concept worden producten ontworpen en gemaakt van verantwoorde en waar mogelijk volledig afbreekbare materialen, die steeds weer kunnen worden teruggegeven aan technische of biologische kringlopen. Zo blijven materialen eindeloos herbruikbaar, en is afval in feite energie of voedsel geworden.

Nieuwe dunne stromen

Als je alleen alle producten gescheiden terughaalt, creëer je heel veel nieuwe dunne stromen. Dat is toch iets waar Michael Braungart, een van de grondleggers van cradle tot cradle, aan voorbij is gegaan. Logistiek is dus wel degelijke een belangrijke pijler.

Volgens Bas van der Moolen van TNO kun je met de inzet van slimme logistieke processen transport juist energie en emissies reduceren en hergebruik toch mogelijk maken.

Nader inzien toch duurzaam

Een aantal maatregelen lijkt redelijk gewoon, maar blijkt bij nader inzien heel erg duurzaam. Zoals het verhogen van de beladingsgraad, het verminderen van kilometers door samenwerking en bundeling. Vervoerders kunnen ander materieel inzetten, zoals hybride, LZV’s of dubbellaagse trailers. Er kan aansluiting worden gezocht bij de PIEK-regeling en biodiesel worden gebruikt. Succesvolle praktijkvoorbeelden zijn de dubbellaagse 2WIN trailer van Emons, het wissellaadbaksysteem van BCC en samenwerkingsverbanden tussen logistiek dienstverleners zoals Teamtrans, DHB Logistiek en Technolink, waar goederen worden gebundeld, uitgewisseld en het aantal kilometers wordt teruggebracht. Ook kan onnodig transport voorkomen worden door minder lucht te vervoeren door een betere stapeling, zoals Jardin dat deed met haar tuinstoelen.

Groene bouw dc

Ook bij de bouw van een dc kan gedacht worden aan een groene aanpak. Dat begint al bij de strategische locatiekeuze. Bij het bouwen kan gebruik worden gemaakt van windmolens en zonnnepanelen zoals bij het Europees distributiecentrum van Nike in Laakdal, België of een dubbellaags dc worden gebouwd, wat retailer Schuitema heeft gedaan in Woerden.

Ook kan er gekozen worden voor multimodale oplossingen. Vervoersstromen verschuiven van weg naar spoor en er kan meer vervoerd worden over het water.

Duurder?

Vaak is de perceptie dat duurzame logistiek duurder is. In de logistiek sector wordt altijd eerst naar de kosten gekeken. Volgens Theo Goutier van Sara Lee is dat beeld niet helemaal juist. “Je doet het uiteindelijk voor de drie P’s, people, planet en profit. Slimmer met logistiek omgaan heeft voor iedereen voordelen.”

Theo Pas van DAF Trucks: “Het verplaatsen van iets in productie beschouwen wij als verspilling. Het voegt niets toe aan het product. Je reduceert juist kosten door die verspilling eruit te halen.”

Nauwelijks samenwerking

Wat opvalt is dat interne Europese samenwerking bij grote logistiek dienstverleners er nog nauwelijks is. Volgens Jan Pieter Ellerbroek, eigenaar van PBM Express, is het slimmer omgaan met internationale goederenstromen nog steeds onbespreekbaar omdat iedere landenmanager zijn eigen target moet halen.

“Je hebt ook de bereidheid nodig van producenten en afnemers om producten met elkaar mee te geven,” aldus Erik Janse van Post Kogeko. “Steeds meer bedrijven gaan logistiek inzetten om de concurrentiepositie te verhogen. Zo gaan retailers hun eigen logistiek verder optimaliseren.”

Expliciet benoemen

Volgens Bart Lammers van TNO is het belangrijk om het effect van duurzame projecten expliciet te benoemen, zoals minder CO2, minder kilometers, minder kosten of een beter imago. Bedenk daarbij wat de reboundeffecten kunnen zijn, zoals hogere voorraadkosten of juist meer in plaats van minder kilometers door een andere partij in de keten. “Het voorbeeld van BCC, een retailer in wit-en bruingoed, laat zien dat een integrale benadering werkt. BCC werkt niet alleen aan duurzaamheid, op logistiek vlak, op hun eigen kantoor en via hun producten, maar verankert dit ook in werkwijzen en niet te vergeten de marketing.”

Transportkosten

“We moeten de sourcing van producten uit Azië ook niet uit het oog verliezen,” zegt Alphons van Erven van Rhenus Logistics. “Daar kunnen de besparingen heel erg groot zijn.”

Er zijn nog meer voorbeelden, zoals het garnalen pellen in Marokko, die vervolgens terugkomen om in Nederland geconsumeerd te worden. Transport- blijkt maar een beperkt aandeel te hebben in de productkosten. En consumenten drijven de kosten omhoog door naar bepaalde producten te vragen. Volgens Dolf Hamming maakt het verhogen van brandstofprijzen niet veel verschil, omdat het slechts een beperkt deel van de productkosten uitmaakt. Maar soms kan het tot andere keuzes leiden. In geval van bierbrouwer InBev betekende een verdubbeling van de brandstof kosten geen fundamenteel andere logistieke footprint.

Kosten is wat de klant ziet

Franklin Schuurmans, algemeen directeur Nedexco zet nog even door op het kostenvraagstuk. Hij is van mening dat duurzaam alleen maar zit in de kosten “Kosten, dat is wat de klant ziet. Je moet je als bedrijf dus anders proberen in de markt te zetten. De brandstofkosten, wat 32 procent is van de vaste kosten, moet je absorberen in de eigen organisatie en niet de klant mee confronteren.” De ervaring van Erik van Wunnik van Goodman is juist dat het inzichtelijk maken van de kosten er voor zorgt dat klanten wel voor groene oplossingen willen betalen.

Doe maar lekker groen

“Alles is gericht op kostenbesparing,” aldus Schuurmans. “Er is geen één opdrachtgever die zegt doe maar lekker groen.” Schuurmans zoekt de oplossing in andere zaken. Zo heeft hij onderzocht dat zijn vrachtwagens gemiddeld 15 uur per week stationair draaien. Daarom heeft Nedexco gekozen voor Volvo trucks met Euro 5 motoren waarin onder andere een mechanisme zit waardoor de motor na vijf minuten automatisch afslaat. Verder heeft het bedrijf besloten alleen nog maar naar Engeland te gaan met de trein. Schuurmans: “Het lijkt groen, maar de insteek is kostenbesparing.”

Ton Francois, directeur logistiek AVR-van Gansewinkel brengt nuances aan. “Natuurlijk moet je op kosten letten, maar voor ons geldt dat het loont om te investeren in technieken van afvalverwerking. Wij gaan steeds minder afval verbranden, en dat wat verbrand wordt, levert energie terugwinning op. Er wordt steeds meer gerecycled, waardoor wij als het ware een grondstoffenleverancier worden.”

Kaders bij artikel:

HET CRADLE TO CRADLE BUSINESSMODEL, EEN KWESTIE VAN ZIEN EN WILLEN

Niet voor elke ondernemer is het cradle to cradle businessmodel even eenvoudig te implementeren, omdat de omvang van de onderneming beperkt is of de producten of activiteiten in eerste instantie niet geschikt lijken. Fabrikanten kunnen inzetten op her–gebruik van grondstoffen of herontwerp van het product. Transporteurs zouden meer aandacht moeten hebben voor bijvoorbeeld de beladingsgraad (eco-effectief) en dienstverleners of kennisinstellingen zoals TNO zouden kunnen werken vanuit een energieneutraal kantoor. Kortom cradle tot cradle is een kwestie van het willen zien van de mogelijkheden.

IN VIJF STAPPEN NAAR EEN CRADLE TO CRADLE BUSINESSMODEL

Het hiernaast staande stappenplan helpt bedrijven op weg richting een cradle to cradle-manier van ondernemen.

De eerste stap is gericht op het minimaliseren van het gebruik van grondstoffen en de keuze voor bepaalde grondstoffen. Bij de tweede stap, het minimaliseren van verliezen van de huidige werkwijze, kan worden gedacht aan de gebruikte productiemethode of de locatie. In de derde stap, het afstemmen van de economische en technische levensduur, gaat over de restwaarde van een product en wat er met producten gebeurt als de eerste eigenaar deze heeft afgeschreven. De vierde stap, het implementeren van een businessmodel met een gegarandeerde retourstroom, is al een concrete businesscase bereikt. De laatste en vijfde stap is het eco-effectief ondernemen.

Bron: B.J. van der Moolen, TNO 2008

Cradle to cradle of niet, de aandacht voor dit concept kan een aanleiding zijn om eens op een andere manier naar de huidige werkwijze te kijken. Is het huidige businessmodel wel het meest winstgevende op de langere termijn? Denk hierbij alleen al aan de prijsstijging van grondstoffen, de kwetsbaarheid van lange supply chains, milieudruk en niet de vergeten de duurder wordende Chinese vakman. De huidige manier van werken zal op een gegeven moment simpelweg te duur worden.

Reageer op dit artikel