artikel

Wat kost een vliegtuig wanneer het niet vliegt?

Supply chain Premium

De logistiek manager ontkomt niet aan het inzetten van zijn ervaring en gevoel tijdens de voorraadbeheersing van spare parts. Toch lijkt steeds vaker het WMS-pakket een onmisbaar hulpmiddel. Uit onderzoek van de TU Eindhoven en Contell blijkt dat er besparingen mogelijk zijn wanneer de warehousing uitgaat van het technische systeem waarvoor de onderdelen bedoeld zijn.

Artikel oorspronkelijk gepubliceerd in LogistiekKrant op 14 april 2000.

Arnhem – De logistiek manager ontkomt niet aan het inzetten van zijn ervaring en gevoel tijdens de voorraadbeheersing van spare parts. Toch lijkt steeds vaker het WMS-pakket een onmisbaar hulpmiddel. Uit onderzoek van de TU Eindhoven en Contell blijkt dat er besparingen mogelijk zijn wanneer de warehousing uitgaat van het technische systeem waarvoor de onderdelen bedoeld zijn.

                  

‘In de voorraadbeheersing van spare parts voor technische processystemen zijn grote verbeteringen mogelijk”, zegt Herman Groot Beumer van Contell Asset Support. Het bureau heeft samen met TU Eindhoven een nieuw voorraadsysteem ontwikkeld waarmee het mogelijk is om een bepaalde beschikbaarheid van de technische systemen te bereiken met een minimale investering in spare parts.

“Bij dit systeem wordt de Metric-methode toegepast, wat betekent dat bij een bepaald budget een maximale beschikbaarheid van de technische systemen gerealiseerd kan worden of bij een bepaalde beschikbaarheidseis de voorraadinvestering kan worden geminimaliseerd”, vertelt Groot Beumer. “Er bestaat een directe relatie tussen de investering in spare parts en de systeembeschikbaarheid. De vraag is dus ‘wat kost het vliegtuig als het niet vliegt’?”

Deze gegevens resulteren in een availability-curve die de logistiek manager helpt bij zijn beslissing om te investeren. Het systeem stelt de beschikbaarheid van het technische systeem voorop en het voorraadbeheer van de spare parts van de keten wordt hierop afgesteld.

             

Te vaak itembenadering

“In de praktijk gaan bedrijven nog vaak uit van de itembenadering en hierbij is de voorraadbeheersing gericht op het verkrijgen van voldoende beschikbaarheid van de spare parts”, zegt Groot Beumer. Volgens hem worden hierbij vaak dezelfde doelen gesteld voor de verschillende onderdelen en wordt alleen gekeken naar de voorraden per voorraadlocatie. Daarnaast worden vaak top 10 of top 100-lijsten bijgehouden van relatief dure onderdelen. “Uit het onderzoek blijkt dat met de Metric-methode duidelijke besparingen mogelijk zijn met betrekking tot de investering in spare parts bij een gelijke of zelfs hogere systeem-beschikbaarheid”, aldus Groot Beumer. De praktijk zal het moeten gaan uitwijzen. De eerste pilot met het systeem gaat binnenkort van start bij Honeywell.

           

Eigen systeem

Voorraadbeheersystemen spelen ook steeds vaker een belangrijke rol in het onderdelenmagazijn voor eindproducten. PON’s Automobielhandel ontwikkelde zelf een systeem om de voorraadbeheersing van de 50.000 items in de hand te houden. Hoofd onderdelen Marten Loedeman: “We streven naar een leverbetrouwbaarheid van 97 procent. We hebben dat een tijdje niet gehaald omdat we problemen hebben gehad met een leverancier. Nu zitten we weer op zo’n 96 procent.” De twee belangrijkste zaken die bepalend zijn voor de hoeveelheid voorraad bij het bedrijf zijn servicegraad en beschikbaarheid.

Volgens Loedeman speelt de servicegraad een steeds belangrijkere rol omdat de kritische houding van klanten steeds sterker wordt. Ook moeten bepaalde delen altijd gedekt zijn, zoals onderdelen die een rol spelen voor de veiligheid van de auto.” Loedeman: “Bij dit onderdeel in de breedte van het assortiment spelen ervaring en historische gegevens een belangrijke rol. Zoals het inschatten van de voorraad tijdens de invoering van een nieuw model.” Voor de voorraadbeheersing in de diepte heeft het bedrijf een geautomatiseerd systeem dat met behulp van gegevens als omloopsnelheid, levertijd, kosten en orderregels uitrekent hoe groot de voorraad moet zijn. “Met dit systeem houden we de leverbetrouwbaarheid hoog”, aldus Loedeman.

            

Groot deel op gevoel

“Het systeem voor het op voorraad leggen van de artikelen voor aftersales is bij ons heel simpel”, vertelt Eric Groten Steenville, hoofd voorraadbeheer Nooteboom Trailers. “We leggen de artikelen op voorraad als er een probleem ontstaat.” Producten voor de nieuwbouw van trailers worden weer op voorraad gehouden zodra de levertijd langer dan drie weken is. Ook producten die voor de standaardproductie vereist zijn, liggen er op voorraad. Het bedrijf installeerde dit jaar een WMS-pakket en grijpt nu naar schatting nog op 1 à 2 procent mis, terwijl dat voorheen zo’n 5 procent was. Groten Steenville: “Voorheen hoopte je dat iemand zag dat de voorraad op raakte, maar dat werkt natuurlijk lang niet altijd.”

          

Het bedrijf hanteert een lijst met criteria als omzet, kosten, ruimte en productgrootte om het op voorraad houden te regelen, maar een kleine 40 procent gaat nog op gevoel. Groten Steenville: “Ondanks het feit dat het nieuwe pakket uitstekend helpt om zoveel mogelijk trends te signaleren.”

           

Fastmovers zijn slowmovers

Bij de Koninklijke Luchtmacht liggen ruim 200.000 items op voorraad, verdeeld over een depot in Woensdrecht en een dependance in Rhenen. De organisatie hanteert drie criteria om onderdelen op voorraad te leggen. Allereerst de regelmaat van het gebruik, maar dat is erg wisselend bij de diverse wapensystemen. Frank van Meeteren, hoofd algemeen logistiek beleid: “Onze fastmovers zijn de slowmovers van de industrie.” Het tweede criterium is hoe groot het risico is om het product niet op voorraad te hebben. Van de F16 bijvoorbeeld heeft de luchtmacht 40.000 items op voorraad. Zo’n tien items hiervan zijn de zogenaamde ‘insurance type-items’, producten die jaren op voorraad kunnen liggen zonder dat ze nodig zijn, zoals een vleugel.

Van Meeteren: “Zo’n vleugel kun je niet even bestellen als dat nodig is en je kunt ook niet de productie ervan even in gang zetten.” Die reserve-onderdelen worden direct gemaakt tijdens de productie van de F16. Zo’n super slowmover draait dan ook niet mee in het herbevoorradingssysteem. Het derde criterium om voorraad te houden is de aanvoerlengte en de betrouwbaarheid van de levertijden. Frank van Meeteren: “Veel producten moet de organisatie uit Amerika laten komen en dat kost nogal wat tijd. En als er dan iets mis gaat, ben je weer verder van huis. Van de F16 hebben we daarom zo’n driekwart in voorraad.”

              

Ook de Koninklijke Luchtmacht ziet de voordelen van een WMS-pakket. In 2001 moet een nieuw pakket geïnstalleerd zijn om het magazijn met minder mensen beter te kunnen managen. Momenteel gaan er 700 à 800 afleveringen per dag de deur uit en dat moet volgend jaar verdubbeld zijn. Het streven is om dan verfijnder te distribueren.

Reageer op dit artikel