artikel

Replenishment weegt zwaarder dan logistiek

Home Premium

Replenishment weegt zwaarder dan logistiek

Hoe kijken CEO’s naar logistiek? Hoe gaan ze om met de gangbare theorieën? De Vereniging Logistiek Management (VLM) en het vakblad Logistiek brengen praktijk en theorie op het hoogste niveau bij elkaar. CEO en wetenschapper buigen zich over diverse thema´s. Ze bespreken veranderende concepten in een weerbarstige praktijk.

Artikel oorspronkelijk gepubliceerd in Logistiek op 2 mei 2008

Hoofdstuk 6: Dick Boer (Albert Heijn) en Jack van der Veen (Nyenrode Universiteit)
 
Thema 1: Rol logistiek

Boer: “We zijn op weg van een functiegeoriënteerde organisatie naar een procesgeoriënteerd bedrijf. Het proces loopt vanaf merchandising tot het moment waarop het product fysiek in het schap wordt gezet. Flowmanagers zijn bij ons direct gekoppeld aan categorymanagers. Samen kijken ze naar be–- schikbaarheid op hoog niveau. Logistiek is beslist geen sluitpost. Maar het gaat om meer dan dat. Replenishment is voor Albert Heijn misschien wel belangrijker dan de hele logistieke executie.”

Van der Veen: “Bij veel organisaties vraag ik me af of logistiek leidend is of volgend. Tot mijn verdriet gaat vaak marketing voorop. Logistiek doet wat haar wordt opgedragen, zo goed mogelijk. Het is zelden andersom. Je kunt als bedrijf ook zeggen: we zijn innovatief in logistiek en kunnen zo waarde toevoegen voor klanten. Daar kan marketing opvolging aan geven.”

 

Thema 2: Replenishment

Boer: “De laatste vier jaar hebben we op dit punt grote vooruitgang geboekt. Vanuit een centrale cockpit regelen we de bestelling voor 50 winkels. Dat voorkomt dat winkels massaal gaan voororderen bij speciale acties en zo de supply chain onderuit halen. Op de winkelvloer gaf dit een grote cultuurschok, maar zelfs franchise–nemers zijn nu erg positief hierover. Zij kunnen zich concentreren op het verkoopproces.”

Van der Veen: “Eigenlijk is dit in strijd met de theorieboekjes, die zeggen dat je dicht op de markt moet zitten. Dat een centraal orgaan niet kan inspelen op decentrale behoeftes. De vraag is hoeveel ruimte locale winkeliers nog hebben. Maar Albert Heijn heeft het goed gezien. Je kunt alleen van bovenaf de flow managen en het volume door de keten heen beter afstemmen.”

 

Thema 3: Keteninnovatie

Boer: “Producenten op versgebied hebben de boot gemist. Ze dachten dat zij konden bepalen hoe snel de producten door de supply chain worden getrokken om intern efficiënt te kunnen werken. Wij hebben als retailers het heft in handen genomen en de keten zo ingericht, dat we snel kunnen anticiperen op de vraag. In vers is de regisseursrol komen te liggen bij de retailer.”

Van der Veen: “In algemene zin kun je zeggen dat supermarkt–organisaties beschikken over de klantinformatie en dus aan het roer staan. Retailers zijn geen gemakkelijke jongens om mee samen te werken. Fabrikanten –geven – terecht of onterecht – aan dat zij hun proces- en productinnovaties vaak vroegtijdig zien stranden. De retailer bepaalt of een nieuw product op het schap komt te staan.”

 

Thema 4: Logistieke samenwerking

Boer: “Ik ben voorstander van andere businessmodellen, waarin we intensief samenwerken met een a-merkfabrikant aan productintroducties, maar dan wel exclusief voor ons. Blue-Band brood is daar een voorbeeld van. Fabrikanten vinden dat moeilijk, ik begrijp dat wel. Maar zo kunnen ze zich wel differentiëren naar verschillende retailers. Kijk ook eens naar de modeketen, naar Zara bijvoorbeeld. Daar is het winkelmerk belangrijker dan het productmerk en met veel succes. Dat komt, omdat ze uniek zijn in hun supply chain aanpak. Hun handelingssnelheid is veel groter. Het draait in mijn ogen steeds meer om responsiviteit.”

Van der Veen: “Ik denk ook dat fabrikanten en retailers samen moeten kijken naar nieuwe business modellen. Blue-Band brood is een mooi voorbeeld, al zie ik nog niet zoveel navolging. Het voordeel van retailers is dat ze sterke huismerken als alternatief achter de hand hebben. Voor hen is het gemakkelijker – en in sommige gevallen misschien ook wel winstgevender – om samenwerking af te remmen en zo de zaken naar hun hand te zetten.’

 

Thema 5: Informatiestromen

Boer: ‘Binnen GS1 hebben we door de jaren heen veel bereikt met informatieuitwisseling. Maar we moeten nu een extra stap zetten. Retailers – wij ook – zitten nog teveel op hun informatie. Leveranciers kunnen wellicht beter anticiperen als ze meer informatie van ons krijgen. Aan de andere kant: het zijn historische gegevens waar je niet zo heel veel aan hebt. Waarom we niet meer delen? Kwestie van vertrouwen, denk ik. Vergeet niet dat leveranciers en retailers steeds vaker ook elkaars concurrent zijn. Dat is wel veranderd.”

Van der Veen: “Mijn hypothese is dat informatieoverdracht voor logistieke samenwerking prima is zolang je kosten bespaart en het geld oplevert. Dat wordt anders als het gaat om kennis over de markt. Psychologisch gezien is dat een veel grotere barrière. Opeens gaat het dan om meer dan geld alleen. Het gaat ook over: wie ben ik als bedrijf en waar ben ik goed in?”

 

Reageer op dit artikel