nieuws

Den Hartogh kiest voor Android-boordcomputers

Distributie

Den Hartogh kiest voor Android-boordcomputers

3PL-provider Den Hartogh Logistics heeft een contract ondertekend voor de uitrol van de Astrata DriverLinc+ boordcomputers in alle vrachtwagens waarvan het bedrijf eigenaar is. De tablets zijn uitgerust met het Android-besturingssysteem. Dit biedt de mogelijkheid om zowel klant-, industrie specifieke- en driver monitoring oplossingen te integreren in de bedrijfsvoering.

De uitrol van de Astrata-boordcomputers is inmiddels gestart. “De DriverLinc+ komt overeen met wat we nodig hebben om efficiënt te werken en onze klanten in de chemische industrie de best mogelijke diensten te bieden”, zegt Joep Aerts, operations director Liquid Logistics bij Den Hartogh Logistics.

Technologische mogelijkheden voor bedrijfsvoering en bedienen klanten

De logistiek dienstverlener had twee belangrijke redenen om te zoeken naar een andere boordcomputer. Den Hartogh wilde enerzijds adequaat reageren op diverse, technologie gebaseerde verzoeken van één van zijn belangrijkste klanten in de chemische industrie. Anderzijds ondersteunden de mogelijkheden van het scannen met behulp van de boordcomputer, de workflow, de Driver Coach oplossing, de cameramogelijkheden en de voordelen van de geïntegreerde TomTom trucknavigatie het besluitvormingstraject.

Swipen tussen Android-apps

Volgens Aerts voldeed de DriverLinc+ aan alle vereisten en bood het daarnaast als enige een hybride oplossing tussen moderne boordcomputers en de mogelijkheden die bekend zijn van tablets, zoals het swipen tussen Android-apps, de eigen apps en die van klanten.

Fleet management interface

De DriverLinc+ is gebaseerd op het Android-besturingssysteem. Over dit platform heeft Astrata een voor de chauffeur ontworpen fleet management interface gelegd. Den Hartogh Logistics heeft de mogelijkheid om in-house ontwikkelde applicaties hieraan toe te voegen en eveneens applicaties te implementeren van zowel klanten als aanbieders van operationele efficiëntie oplossingen.

Reageer op dit artikel