blog

Wegvervoerders opgelet: toezien op chauffeurs loont meer dan ooit

Distributie Premium 502

Een chauffeur in overtreding hoeft niet meer per se te leiden tot een boete voor de werkgever. Zo blijkt uit een baanbrekende uitspraak van de Raad van State. Wegvervoerders die succesvol willen zijn, moeten wel goed toezicht houden.
Extra werk loont.

In het wegvervoer wordt de werkgever veelal beboet als een chauffeur onderweg een overtreding heeft gepleegd. De werkgever krijgt dan een boete omdat hij ‘onvoldoende zou hebben toegezien’ dat de chauffeur de regels zou volgen. Ik schat in dat in  85 procent van de boetezaken langs de kant van de weg deze materie een prominente rol speelt. De redenatie van de minister was altijd als volgt: er is een overtreding gepleegd, ‘dus’ de werkgever heeft onvoldoende toegezien. Oftewel een overtreding stond 1 op 1 gelijk aan onvoldoende toezien. Rechters vonden dit
prima.

Deze redenatie is wat vreemd. De werkgever kan immers nog zo goed toezien op het naleven van de regels, als de chauffeur duizenden kilometers van huis zelf beslist iets doms te doen, kan de werkgever (mijns inziens) geen verwijt worden gemaakt.

Baanbrekende uitspraak

Recent kwam de Raad van State (de hoogste rechter in dit soort zaken) met een baanbrekende uitspraak. Zij oordeelde letterlijk dat het enkele feit dat een chauffeur een overtreding pleegt niet 1 op 1 meebrengt dat de werkgever ‘onvoldoende heeft toegezien’. De rechter veegde 20.500 euro boete van tafel.

Wat verandert er?

Deze uitspraak betekent dat de ILT, als zij de werkgever willen beboeten voor een overtreding van een chauffeur, voortaan exact moet benoemen en bewijzen wat de werkgever verkeerd heeft gedaan in het kader van het houden van toezicht. Dat lijkt aan de kant van de weg zeer lastig (zo niet onmogelijk). Deze vraag hangt immers samen met de bedrijfsprocessen en die kan je op de vluchtstrook niet toetsen. Indien de ILT desondanks een boetepoging wil wagen zal dat betekenen dat zij veel meer werk moet gaan verzetten.

Heeft de ILT daar capaciteit voor?

Onlangs heeft de ILT haar meerjarenplan voor 2019-2023 gepresenteerd. Hierin staat samengevat dat de ILT in het wegvervoer meer, uitgebreider en intensiever wil gaan controleren. Oftewel; nogmaals meer werk voor de ILT. Op dat moment was deze uitspraak nog niet bekend. Als ik vervolgens naar de cijfers van de ILT kijk, roept dit de vraag op in hoeverre de ILT is opgewassen tegen al deze extra werkdruk. In 2017 wilde de ILT 78.000 controles en inspecties houden. Dit werden er 61.448. Oftewel zo’n 16.000 minder dan beoogd. In 2019 wil men desondanks 66.000 controles en inspecties gaan uitvoeren. Dat is ambitieus.

 

 

marcel rikkert, vallenduuk advocaten

 

Hoe dit gelet op de cijfers van 2017 reëel is, wordt niet duidelijk. Te meer niet nu de Raad van State heeft geoordeeld dat de ILT per zaak voortaan (veel) meer moet bewijzen (en dus onderzoeken) om te kunnen beboeten.
Tel daar tot slot bij op dat de ILT in haar plan eveneens vermeldt dat de vergrijzing binnen de ILT zorgen baart qua kennis en bezetting, en de vraag naar reële doelstellingen is zoek.
Het lijkt er op dat iemand hier onvoldoende toezicht op heeft gehouden.

Wat betekent dit voor mij als
vervoerder?

Indien u recent een dergelijke boete heeft gehad (u herkent deze aan het vermelde boetefeit B:2:4:5 (6)) kunt u deze wellicht nog aanvechten. Er bestaat dan een goede kans dat deze boete verdwijnt. Onder de huidige werkwijze van de ILT wordt immers nagenoeg geen nader onderzoek gedaan. Oude reeds vaststaande boetes kunnen helaas niet meer worden ‘opengebroken’. Laat u bij twijfel adviseren.

Bereid je voor als wegvervoerder

Voor de toekomst betekent deze uitspraak verder waarschijnlijk dat de ILT, als zij wil beboeten, eerst meer informatie binnen het bedrijf zal vergaren. Zij zullen na een wegcontrole bij uw bedrijf komen informeren naar de wijze waarop u toezicht houdt en heeft gehouden. De vooruitdenkende vervoerder kan zich hierop voorbereiden door de bedrijfsprocessen hierop in te richten.

Het binnen de ILT gehanteerde BeMaMiToe- principe kan daarbij een handvat bieden. BeMaMiToe staat voor: bevelen, maatregelen, middelen, toezicht. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan regelmatige instructie van de chauffeurs, duidelijke werkprocessen met betrekking tot rij- en rusttijden en het hebben/verstrekken van digitale (controle)middelen waarmee de chauffeur gemonitord en geïnstrueerd kan worden. Dit alles zal dan ook door u bewijsbaar moeten zijn.

Investering

Dat vergt zeker een investering en de nodige tijd. Daartegenover staat dat (bespaarde) boetebedragen (vaak in de tienduizenden euro) niet mals zijn. Als u op bovenstaande vier punten kunt aantonen aan uw verplichtingen te hebben voldaan, zal het opleggen van een boete in ieder geval lastig worden.

Auteur Marcel Kikkert is als advocaat aan Vallenduuk Advocaten in Haarlem verbonden.

Reageer op dit artikel