blog

Nodeloos wachten op het ontbrekende onderdeel – het hoeft niet zo te zijn

Distributie

Nodeloos wachten op het ontbrekende onderdeel – het hoeft niet zo te zijn

Waarom wachten als het eigenlijk niet hoeft? Uit onderzoek blijkt dat verbeteringen mogelijk zijn in de integrale aansturing van repair shops en de kringloop van repareerbare onderdelen. Dit resulteert in een betere beschikbaarheid van bruikbare onderdelen en dus ook wat velen van ons wensen: minder wachten.

Uit: Logistiek Magazine, november 2013

Wachten moeten we allemaal wel eens en dat kan best vervelend zijn. Op een vertraagde vlucht bijvoorbeeld. In dit voorbeeld blijkt het vliegtuig te wachten op een ontbrekend repareerbaar onderdeel. Jij bent dan niet de enige die wacht. De monteur die het vliegtuig wil repareren wacht ook op het ontbrekende onderdeel. De eigen repair shop van de onderhoudsorganisatie is in dit voorbeeld verantwoordelijk voor het repareren en leveren van het benodigde onderdeel. En wat blijkt, ook de repair shop moet wachten. Wachten op de benodigde materialen om de reparatie uit te kunnen voeren. De repair shop wist te laat welke materialen nodig zijn voor reparatie en wacht nu op de levering vanuit haar leverancier. Ervaar deze problematiek op internet: www.sparepartsexperience.com.

Dit artikel geeft suggesties voor een verbeterde integrale besturing van zowel de repair shops als van de kringloop van repareerbare onderdelen. Dit doen we vanuit onze observatie dat “iedere repair shop anders is”. Empirisch onderzoek bij verschillende repair shops in grote onderhoudsorganisaties wijst dit ook uit. In het onderzoek zijn de repair shops van KLM, GVB, het Marinebedrijf en het Defensiebedrijf Grondgebonden Systemen vertegenwoordigd. Voor we naar de uitkomsten van dit onderzoek gaan, eerst even een kort intermezzo over de verantwoordelijkheden in de kringloop van repareerbare onderdelen.

In deze kringloop is een repair shop verantwoordelijk voor het inrichten en aansturen van de reparatiefaciliteit (mensen, tools, methodes, tijd). Een voorraadplanner is verantwoordelijk voor het vaststellen van de benodigde omloopvoorraad en soms ook voor de voorraad materialen. In andere gevallen berust deze laatste verantwoordelijkheid ook bij de repair shop. Het (wekelijkse) aanbod en de volgorde van de reparaties stemmen de voorraadbeheerder en de repair shop samen af.

Iedere repair shop is anders!

Het empirisch onderzoek wijst uit dat er grofweg vier typen repair shops zijn. Figuur 1 geeft een overzicht van deze vier typen en de assen representeren de onderscheidende criteria voor de classificatie. De classificatie is zo gekozen dat voor ieder type repair shop een verschillende besturingsvorm wenselijk is.

De karakteristiek “Capaciteitscomplexiteit” betreft de mate van correlatie in de benodigde activiteiten in het reparatieproces en de mate waarin er bij iedere activiteit schaarse, specialistische skills nodig zijn. De karakteristiek “Materiaalonzekerheid” betreft de mate waarin setjes van benodigde materialen wisselen voor reparatie van hetzelfde onderdeel. Tabel 1 bevat een opsomming van de kenmerken die horen bij deze karakteristieken.

In repair shops met een hoge materiaalonzekerheid komt het regelmatig voor dat een reparatie stagneert omdat de benodigde materialen niet beschikbaar zijn. De doorlooptijd bestaat in dat geval voornamelijk uit het wachten op materialen. In repair shops met een hoge capaciteitscomplexiteit bestaat de doorlooptijd voornamelijk uit het wachten op (specialistische) capaciteit.

Een type I repair shop heeft weinig last van stagnaties in het reparatieproces. Voor deze onderdelen is het mogelijk om de beslissingen over hoe de repair shop aan te sturen en hoe groot de omloopvoorraad moet zijn, onafhankelijk van elkaar te nemen. Dit vraagt wel om een set van afspraken tussen de repair shop en de voorraadplanner. Dezen maken een afspraak over de doorlooptijd van de reparaties, bijvoorbeeld een vaste doorlooptijd per onderdeel. De voorraadplanner kan op basis van de doorlooptijd de gewenste omloopvoorraad vaststellen, de repair shop kan de aansturing zo inrichten dat de doorlooptijd heel vaak wordt gehaald. Ze kunnen dus onafhankelijk van elkaar werken.

Repair shops met een hoge capaciteitscomplexiteit hebben te maken met specialistische capaciteit met een hoge bezettingsgraad. Het is belangrijk om te zorgen dat deze capaciteit niet of nauwelijks wordt ingezet voor “eenvoudige” klussen. Het aanbod van werk fluctueert sterk in onderhoudsomgevingen. Daarom is het verder van belang om de specialisten te laten overwerken als dat nodig is en ze vrijaf te geven als er geen specialistisch werk beschikbaar is, ook als er wel eenvoudig werk is (zolang de afgesproken doorlooptijd daarvan maar wordt gehaald).

Voor repair shops met een hoge materiaalonzekerheid is het verstandig om de inspectiefase en de reparatiefase te ontkoppelen middels een voorraadpunt. Zo ontstaat een voorraadpunt “Klaar voor reparatie”. De inspectie wordt direct uitgevoerd na de aankomst van een defect artikel in de repair shop. Bij het toewijzen van de capaciteit van monteurs moet een afweging worden gemaakt tussen het inspecteren van een defect onderdeel (om daarmee de eventuele wachttijd op materialen te verlagen) of het repareren van een onderdeel dat klaar is voor reparatie (om de wachttijd op bruikbare onderdelen te verlagen). In de praktijk zien we maar al te vaak dat er te lang wordt gewacht met inspectie van het onderdeel. De onderdelen die “klaar zijn voor reparatie” krijgen te vaak voorrang.

Voor alle typen repair shops ligt het voor de hand om de doorlooptijd van dure onderdelen die vaak falen zo kort mogelijk te houden, in ruil voor een langere doorlooptijd voor goedkope onderdelen die weinig falen. Op die manier is het mogelijk om de omloopvoorraad voor de duurdere onderdelen laag te houden ten koste van een (iets) hogere omloopvoorraad voor de goedkopere onderdelen. Een korte doorlooptijd voor de duurdere onderdelen moet overigens weer niet leiden tot een hele hoge investering in de voorraad materialen.

Reageer op dit artikel