blog

Stedelijke distributie in Amsterdam: doel of middel?

Distributie

Stedelijke distributie in Amsterdam: doel of middel?

Nu de Noord-Zuidlijn in Amsterdam de voltooiing nadert, zet de gemeente in op een revitalisering van het stadshart met het Rode Loper-project. Amsterdam bouwt aan een nieuwe entree voor de stad dat een visitekaartje moet worden voor bezoekers en toeristen. Maar, daarbij is even vergeten hoe die Rode Loper, met winkels, horeca en bewoners, bevoorraad moet worden. EVO en TLN maken zich hierover terecht zorgen.

De Roder Loper, en dan vooral de stadshartlus en de knip voor het Victoria Hotel, zetten het ondernemingsklimaat in de Amsterdamse binnenstad onder druk. Dat stellen ondernemersorganisaties EVO en Transport en Logistiek Nederland in een reactie op het bestemmingsplan voor de Prins Hendrikkade. Bovendien staan er verkeerde cijfers in de plannen waardoor de bereikbaarheid van de binnenstad, ook bij calamiteiten, bij realisatie van die plannen in het geding is. Dat de cijfers niet kloppen, voelt niet comfortabel. Moeten de plannen daarom nu dan maar van tafel? Liever niet.

Doel of middel?

Bereikbaarheid is nooit een doel in zichzelf, maar altijd een middel. PWC deed onderzoek naar investeren in stedelijke onroerend goed. Amsterdam staat daarbij op een van de laagste plaatsen in Europa. De onderzoekers constateren dat schone lucht en duurzaamheid, naast bereikbaarheid, steeds belangrijker zijn om als stad aantrekkelijk te zijn voor investeerders. Amsterdam scoort ‘onaantrekkelijk’.
Bij de Rode Loper gaat het om een economisch waardevolle, duurzame, leefbare en zelfs ook bereikbare binnenstad, die aantrekkelijk is voor bewoners, ondernemers en bezoekers. Daarmee wordt Amsterdam weer ‘aantrekkelijk’.

De kosten van extra omrijden schatten EVO en TLN op 4 miljoen euro per jaar. Dat staat natuurlijk in geen verhouding tot de opwaardering van de binnenstad met de plannen voor de Rode Loper en de bereikbare binnenstad. Dan praat je over honderden miljoenen. Op die 4 miljoen mag zo’n ambitieus plan niet stuk lopen. Ook hier geldt: bereikbaarheid is geen doel, maar een middel. Hoe voorkomen we nu dat we het kind met het badwater weggooien? Kan het slimmer, met een beetje passen en meten, wel?

Voorwaarden stadshartlus

De Amsterdamse stadshartlus, binnen de bereikbare binnenstad, kan onder voorwaarden goed functioneren:

  1. Geef voorrang aan het functionele, voor de binnenstad belangrijke verkeer. Het goederenvervoer is bijzonder belangrijk voor de winkels, hotels, horeca en bewoners. Hierin passen dus geen parkeerplaatszoekers, ronddolende taxi’s, hoponandhopoff- en toeristenbussen of ander sluipverkeer. Geef daarom privileges aan het goederenvervoer in ruil voor schoon, veilig en stil transport: de stadhartus ‘by invitation only’,
  2. Zorg voor dynamische laad- en losvoorzieningen, zodat het bevoorradende verkeer weer snel uit het Centrum weg is.
  3. Dynamisch verkeersmanagement in en rond de binnenstad moet er voor zorgen dat het verkeer ook echt doorstroomt vanaf de ring A-10 Amsterdam in en uit.
  4. Tenslotte, moet de doorstroming op de De Ruijterkade achter het Centraal Station robuust zijn. In de plannen daarvoor zitten helaas nog enkele weeffoutjes.

Om de tafel met EVO en TLN

De ondernemersorganisaties EVO en Transport en Logistiek Nederland moeten maar weer eens snel aan tafel met wethouder Wiebes, de ondernemers van Amsterdam City en de bewoners om samen na te denken over constructieve oplossingen voor stedelijke distributie om de bereikbare binnenstad wel mogelijk te maken. Dat zou een project kunnen worden waarop iedereen trots kan zijn en dat als voorbeeld kan dienen voor veel andere, oude binnensteden in Europa met dezelfde problemen. Met wat creatief passen en meten moet dat lukken. Ik kan als Amsterdammer in elk geval niet wachten!

Lees ook: Een deltaplan voor stedelijke distributie

Reageer op dit artikel