blog

De wijzigingen in de ADR-wetgeving voor 2013

Distributie

De wijzigingen in de ADR-wetgeving voor 2013

De tweejaarlijkse wijzigingen voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg staan weer voor de deur. Per 1 januari 2013 zullen de wijzigingen ingevoerd worden. Pascal Smetsers van de EVO zet hier de wijzigingen alvast uiteen.

Inmiddels is er een update: ADR-wetgeving: belangrijkste wijzigingen vanaf 2015





De regels voor het vervoer van gevaarlijke stoffen komen voor een belangrijk deel voort uit aanbevelingen van de United Nations (UN). Deze aanbevelingen zijn opgenomen in de ‘Recommendations on the Transport of Dangerous Goods’, het zogenoemde ‘oranje boek’.
Op Europees niveau worden voor het wegvervoer de regels vastgesteld door de Economische Commissie voor Europa (ECE). Binnen de ECE is het de Working Party on the Transport of Dangerous Goods (WP15) die de aanbevelingen van de UN uiteindelijk vervat in het ADR.


Elke twee jaar wijzigingen

De WP15 vergadert twee keer per jaar in Genève. Vertegenwoordigers van overheden van de ADR-verdragsstaten en Europese industriële brancheorganisaties hebben hierin zitting. Elke twee jaar wordt het ADR herzien, op basis van de UN-aanbevelingen en wijzigingsvoorstellen. Voorstellen worden ingediend door overheden van verdragsstaten en (branche)organisaties. Dit heeft in de periode 2011-2013 geresulteerd in 78 pagina’s met aangenomen wijzigingen, aanvullingen en correcties op deze wijzigingen.
Uiteraard zijn er ook wijzigingen in de vorm van voorschriften welke geheel nieuw zijn of op belangrijke punten zijn gewijzigd. In dit artikel zullen wij de voor u belangrijkste wijzigingen voor u belichten door middel van een korte uitleg en voorbeelden.



Veiligheidsplichten aangescherpt


In de ‘Veiligheidsplichten van de betrokkenen’ wordt in 1.4.2.1.1 toegevoegd dat de afzender de vervoerder de vereiste gegevens en informatie op een ‘traceerbare’ wijze moet verstrekken.  Traceerbaar is een nieuwe eis, te denken valt hierbij aan schriftelijke verstrekking van de gegevens per email of per fax waarin duidelijk is of de gegevens zijn aangekomen bij de geadresseerde.  In de huidige voorschriften is alleen bepaald dat de gegevens geleverd moeten worden door de afzender, de wijziging leidt ertoe dat er altijd aangetoond kan worden of de gegevens wel of niet zijn geleverd en uiteraard welke gegevens er zijn geleverd.
In 1.4.3.3f wordt opgenomen dat de vuller moet controleren dat alle afsluitinrichtingen dicht zijn en er geen lekkage is. Dit is een aanscherping van het al gestelde moet na het vullen van de tanks de dichtheid van de afsluitinrichtingen controleren. Hierdoor krijgt de vuller een nog grotere verantwoordelijkheid.


Tunnelregime

Voertuigen die zijn gekenmerkt met oranje borden vallen onder de tunnelrestricties. Nieuw is dat in tunnels van categorie E ook de restricties gelden voor transporteneenheden die zijn gekenmerkt met het limited quantities kenmerk conform 3.4.13 of 3.4.10 (dus indien meer dan 8 ton aan gevaarlijke stoffen in limited quantities vervoerd wordt).
Dit is een nieuw begrip omdat voertuigen geladen met voornoemde stoffen niet onder het tunnelregime vallen. Dit is in beginsel dus een aanzienlijke verzwaring voor de vervoerders, echter is door het toekennen van de tunnelcode E het in de praktijk zo dat er in Nederland alleen niet door de ArenAtunnel (gelegen onder de Amsterdam ArenA) gereden mag worden met deze stoffen in hoeveelheden van meer dan 8 ton.


Afkoppelen trailer

Indien een trailer die gevaarlijke goederen bevat wordt afgekoppeld tijdens het transport van gevaarlijke stoffen moet een oranje bord aangebracht blijven op de achterzijde van de trailer. Anders gezegd, de kenmerking met oranje borden blijft als zijnde aan een trekkend voertuig gekoppeld.
Dit was in Nederland tot op heden al geregeld in de Nederlandse regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen, nieuw is dat deze bepaling vanaf heden deel uit maakt van het internationale ADR en dus ook gaat gelden in de overige aangesloten lidstaten.


Bijzondere bepalingen

Er zijn veel nieuwe bijzondere bepalingen, onder andere voor het vervoer van aanstekers (BP658), lithiumbatterijen en –cellen (o.a. BP661), en brandstoffen in apparaten en uitrusting (BP363). Hierbij springen de bijzondere bepaling 363 en 658 in het oog.
Bij BP363 worden er aanvullende eisen aan de vrijstelling voor vervoer van vloeibare brandstoffen in apparatuur of machines (zoals generatoren, compressoren, verwarming, etc) opgelegd. Het betreft hier het gesloten zijn van kranen en kleppen en het aanbrengen van richtinggevende pijlen op de apparatuur of machines afhankelijk van de tankcapaciteit. Deze voorschriften zijn eveneens een verzwaring van de al geldende regels, in de huidige voorschriften wordt hier niets over vermeld.
Bij BP658 wordt er, onder aanvullende voorwaarden, de mogelijkheid geboden om aanstekers (UN 1057) onder de vrijstelling gelimiteerde hoeveelheden aan te bieden voor transport, dit kan op dit moment niet. De aanvullende bepalingen om aanstekers onder de vrijstelling gelimiteerde hoeveelheden te vervoeren zijn:

* Maximaal 10kg bruto per verpakking;
* Maximaal 100kg bruto per voertuig;

Verpakkingen duidelijk en duurzaam gemerkt met de tekst ‘UN 1057 Lighters’ of ‘UN1057 Lighter Refills’.
Deze bepaling zal dus in de praktijk voor vele voordelen gaan zorgen omdat nu niet meer onder de 1000 punten regeling vervoert hoeft te worden. Dit betekent minder administratieve lasten, minder eisen aan de verpakkingen en minder eisen aan de vervoerder.


Extra taak veiligheidsadviseur

De veiligheidsadviseur krijgt een extra taak: de juiste training van de betrokken werknemers, met inbegrip van de wijzigingen in de regelgeving, en het voeren van een administratie van een dergelijke opleiding.
Dit voorschrift biedt dus de mogelijkheid om de opleidingsplicht genoemd in hoofdstuk 1.3 ADR in te laten vullen door de aangestelde interne of externe veiligheidsadviseur. Dit biedt vele voordelen zoals het nog beter bedrijfsspecifiek opleiden.


Kenmerking van oververpakkingen

Het aanbrengen van het milieugevaarlijk kenmerk is toegevoegd in de voorschriften waardoor ook dit kenmerk op een oververpakking aangebracht dient te worden. In de huidige voorschriften wordt alleen gesproken over het aanbrengen van UN nummers en etikettering terwijl het milieugevaarlijk symbool een kenmerk is. Hierdoor hoeft dit dus niet aangebracht te worden bij toepassing van de huidige voorschriften.


Etikettering en kenmerking van colli

Nieuw zijn de voorschriften voor de afmeting voor het UN nummer: Het UN-nummer, met inbegrip van de letters ‘UN’, op verpakkingen en oververpakkingen moet minstens 12 mm hoog zijn. Op verpakkingen met maximaal 30 liter capaciteit of 30 kg netto massa en cilinders met 60 liter watercapaciteit, moet de afmeting minstens 6 mm hoog zijn. Op verpakkingen van 5 liter/5 kg moet de tekst van een geschikte (leesbare) afmeting zijn. Voor de invoering gelden overgangstermijnen die in hoofdstuk 1.6.1.25 staan.
In de voorschriften voor het aanbrengen van etiketten op gasflessen wordt het aanbrengen van het milieugevaarlijk kenmerk toegevoegd.
Er worden twee gevaaridentificatienummers (GI-nummers) toegevoegd ten behoeve van de kenmerking op oranje borden: bijtend gas met GI-nummer 28 en een bijtend, brandbaar gas met GI-nummer 238.


Stoffen met een verstikkingsgevaar die gebruikt worden als koeling/conditionering

Er is een nieuw hoofdstuk 5.5 met voorschriften voor verpakkingen en transporteenheden die stoffen bevatten met een verstikkingsgevaar, voor zover deze stoffen gebruikt worden voor koeling- of conditioneringdoeleinden. Deze stoffen kunnen zijn UN 1845 Dry ice, UN 1951 Argon, diep gekoeld of UN 1977 Stikstof, diep gekoeld.
De voorschriften gelden niet als een dergelijke stof voorkomt in een koelsysteem of wordt gebruikt ten behoeve van koeling of conditionering van tanks. Ook gelden de voorschriften niet als deze stoffen als lading worden vervoerd; dan gelden de ADR-voorschriften op basis van het betreffende UN-nummer.
De voorschriften hebben betrekking op het gebruik van een opschrift op verpakkingen en de ventilatie en de kenmerking van transporteenheden. Hiertoe is een nieuw waarschuwingskenmerk geïntroduceerd waarop de naam van de gebruikte stof op vermeld moet worden. Dit kenmerk moet aangebracht worden op goed zichtbare plaatsen waar personen de transporteenheid openen of binnengaan. Het betreffende UN-nummer en ADR-transportbenaming moeten in het vervoerdocument worden vermeld.


Grote verpakkingen

Op grote verpakkingen moet het UN-keuringskenmerk een hoogte hebben van minimaal 12 mm en duurzaam, duidelijk leesbaar en op een goed zichtbare plaats worden aangebracht. Er geldt een overgangstermijn in 1.6.1.26: verpakkingen die voor 1 januari 2014 worden vervaardigd volgens de voorschriften van voor 2013 mogen verder worden gebruikt.
6.6.3.3: Op grote verpakkingen moet een kenmerk worden aangebracht om de maximum stapelbelasting aan te geven (zie afbeeldingen onderaan tekst).
Het kenmerk moet een minimale afmeting hebben van 100 mm x 100 mm en de letters en nummers die de massa aangeven moeten tenminste 12 mm hoog zijn. Er geldt een overgangstermijn in 1.6.1.26: verpakkingen die vervaardigd zijn voor 1 januari 2015 hoeven niet te worden voorzien van dit symbool, tenzij zij na die datum worden omgebouwd of gerepareerd.


Samenladingsverboden

De samenlading in één transporteenheid van gevaarlijke stoffen verpakt als limited quantities met stoffen en voorwerpen van klasse 1, met uitzondering van divisie 1.4 en de UN-nummers 0161 en 0499, is verboden.
Dit is een nieuw begrip, daar waar gevaarlijke stoffen verpakt in limited quantities niet onderhevig zijn aan de samenladingsverboden genoemd in hoofdstuk 7.5.2 ADR in de huidige voorschriften vervalt dit voordeel dus per 1 januari 2013. Dit gaat vooral vervoerders treffen welke stoffen met voorzien van een etiket 1, 1.4, 1.5 of 1.6 vervoeren in combinatie met andere gevaarlijke stoffen in gelimiteerde hoeveelheden.


Stuwage

Er wordt een alinea toegevoegd dat aan stuwagevoorschriften wordt voldaan indien de lading is vastgezet conform EN12195-1-12010. Dit is een enorme verbetering ten opzichte van het huidige voorschrift wat erg ruim gesteld is en vaak tot discussie leidt over of een lading welke conform een van de vele ladingzekeringsnormen gezekerd is nu goed gezekerd is.


Brandbestrijding

Door middel van een tabel wordt het aantal en de capaciteit van brandblussers beter inzichtelijk gemaakt.

 

Nieuwe UN nummers

Er komen in totaal 10 nieuwe UN nummers bij in de stoffenlijst, hieronder een overzicht:

Nieuwe UN nummers

Classificatie code

UN Nr.

Omschrijving

S2

3497

Planktonmeel

C1

3498

Joodmonochloride, Vloeibaar

M11

3499

CONDENSATOR, elektrische dubbele laag (met een energie-opslag capaciteit van meer dan 0,3 Wh)

8A

3500

Chemicaliën onder druk N.E.G.

8F

3501

Chemicaliën onder druk, brandbaar, N.E.G.

8T

3502

Chemicaliën onder druk, Giftig, N.E.G.

8C

3503

Chemicaliën onder druk, Bijtend, N.E.G.

8TF

3504

Chemicaliën onder druk, Brandbaar, Giftig, N.E.G.

8FC

3505

Chemicaliën onder druk, Brandbaar, Bijtend, N.E.G.

CT3

3506

Kwik in voorwerpen

Reageer op dit artikel