blog

Tien lessen over de kwetsbaarheid van logistieke ketens

Distributie

Bedrijven moeten meer doen aan de robuustheid van hun logistieke diensten en prestaties. Bart Lammers en Robbert Janssen van TNO hielden een grootscheepse enquête en brengen de belangrijkste tien lessen uit het onderzoek naar de kwetsbaarheid van logistieke ketens in kaart.

Tien lessen over de kwetsbaarheid van logistieke ketens
10 Lessen uit het nationale onderzoek Kwetsbaarheid Logistieke Ketens 2010

Vulkanische aswolken en een uitzonderlijk strenge winter: de logistieke sector heeft veel te verduren gehad de afgelopen tijd. Wederom blijkt dat logistieke ketens ontzettend kwetsbaar zijn: vliegtuigen blijven aan de grond en in de winter waren het hoofdwegennet en spoornet onbruikbaar door de vele sneeuwval. Met als gevolg: hele logistieke ketens komen tot stilstand met grote materiële en financiële schade voor bedrijven en consumenten. Ketenlogistieke risico’s en verstoringen zijn dan ook nooit een relevanter onderwerp van gesprek geweest.

 

Grootschalig onderzoek

In januari en februari 2010 is er door TNO in samenwerking met de Universiteit van Tilburg, EVO en TLN, een grootschalig onderzoek uitgevoerd naar risico’s en kwetsbaarheden in logistieke ketens. Meer dan 330 in Nederland gevestigde bedrijven werkten mee aan dit onderzoek. Hieronder vindt u de tien belangrijkste lessen die we kunnen leren uit de enquête.

 

Les 1: Faillissement van een klant is de belangrijkste verstoring voor Nederlandse bedrijven
We vroegen wat de belangrijkste verstoring was voor bedrijven in 2008-2009. Belangrijk in de zin van ernstige gevolgen. Ruim 20 procent van de respondenten, zowel verladers als vervoerders, gaf aan dat faillissement van een klant de belangrijkste verstoring voor hen was geweest. Een dergelijke verstoring heeft vaak een flinke krimp van toekomstige orders tot gevolg terwijl openstaande facturen niet meer voldaan worden.

  
Voor verladers was daarnaast de gebrekkige logistieke prestatie van leveranciers een belangrijke verstoring. Logistieke dienstverleners en vervoerders hadden het nodige te stellen met de strenge weersomstandigheden. Deze laatste kan enigszins beïnvloed zijn door het feit dat de enquête begin dit jaar is afgenomen, toen het weer voor Nederlandse begrippen erg slecht was.

Gezien de recente IJslandse vulkaanuitbarsting zou de verstoring ‘Catastrofale natuurramp’ ook veel hoger scoren als de enquête nu zou worden afgenomen. Toch staat de verstoring zelfs nu al in de Top10, wat aangeeft dat dergelijke zeldzame verstoringen toch veel invloed hebben op het Nederlandse bedrijfsleven.

 

Les 2: Variatie in de vraag is de meest voorkomende verstoring in 2008-2009
Bijna tweederde van de bedrijven, zowel verladers als vervoerders, heeft veel te maken gehad met plotselinge dalingen (en soms) stijgingen van de vraag. De economische crisis zal hieraan zeker hebben bijgedragen, al blijkt uit eerder onderzoek dat sterke vraagverandering ook in andere periodes een probleem vormt. Het is logisch dat dit zowel voor verladers als voor vervoerders geldt, aangezien vervoerders ‘meedeinen’ op het economisch tij van hun klanten. Hierin schuilt ook het gevaar van opslingereffecten (bull-whip effecten).

Ook kwaliteitsproblemen bij een leverancier of gebrekkige logistieke prestaties van leveranciers werden genoemd als verstoringen die veel optraden bij verladers, terwijl vervoerders vooral te maken hadden met de gevolgen van strenge weersomstandigheden.

 

Les 3: 75% van de verstoringen worden veroorzaakt door klanten en leveranciers
Uit de resultaten blijkt dat 75 procent van de respondenten een verstoring vooral wijdt aan haar klanten en leveranciers. Dat veruit de meeste verstoringen volgens de respondenten uit de logistieke keten komen, onderstreept het belang van ketenrisicomanagement (supply chain risk management).

Hierbij moet wel opgemerkt worden dat een gezonde portie bedrijfschauvinisme niemand vreemd lijkt; het vertekent de resultaten wel een beetje. Elders in de enquête vroegen we hoe de prestaties van het eigen bedrijf en logistieke keten gezien werden ten opzichte van die van belangrijke concurrenten. Het resultaat laat zich raden: 70 procent van de bedrijven vond zichzelf echt een stuk beter dan de concurrentie.
 

Les 4: Afhankelijkheid van ICT-systemen is het grootste risico in de nabije toekomst
In een aantal mondiale risicomanagement-studies werd de vraag gesteld wat voor bedrijven de belangrijkste trends en ontwikkelingen zijn die de logistieke keten in de nabije toekomst blootstellen aan grote risico’s. Unaniem werd de economische crisis als belangrijkste trend aangemerkt.
 

In Nederland liggen de zaken echter anders: de toenemende afhankelijkheid van ICT-systemen en de daar bijkomende problemen wordt gezien als het grootste risico in de nabije toekomst. Dit is niet gek gezien de enorme vlucht die het toepassen van ERP-systemen, internettoepassingen en mobiele communicatie heeft genomen. Het betekent dat ICT dubbel uitgevoerd moet worden, of dat er snel uitwijkmogelijkheden gecreëerd moeten worden, bijvoorbeeld als de website waarmee u de bestelingen van uw klanten ontvangt, eruit klapt. Om nog maar te zwijgen over de implicaties van de digitale tachograaf voor logistiek dienstverleners en vervoerders.

 

 

Les 5: Meer dan 50 procent van de bedrijven is al actief bezig met risicomanagement
Op de vraag of bedrijven al risicomanagement toepassen, antwoordde 58 procent van de verladers bevestigend ten opzichte van 47 procent van de vervoerders. Dit verschil kan enigszins verklaard worden door het feit dat sommige vervoerders aangaven risicomanagement standaard ‘ingebouwd’ te hebben in de processen.

Toch stemt het gemiddelde percentage bedrijven dat risicomanagement toepast hoopvol: 55 procent van de respondenten geeft aan bezig te zijn met risicomanagement. Van de bedrijven met meer dan 100 medewerkers is zelfs 75 procent aan de slag gegaan met risicomanagement. Hier moet de kanttekening geplaatst worden dat bedrijven die meededen aan deze enquête waarschijnlijkheid meer met het onderwerp bezig zijn, dan bedrijven die niet meededen. Dit betekent dat in de praktijk minder bedrijven aan risicomanagement doen dan uit de cijfers blijkt.

Les 6: 96 procent van de bedrijven vindt dat ze zou slagen voor een risicomanagementtoets
De respondenten werd gevraagd hoe het zit met de mate van voorbereiding op een verstoring in de logistieke keten. Het blijkt dat bedrijven zichzelf gemiddeld een 6,9 als rapportcijfer geven, wat duidt op het feit dat men zichzelf niet erg kwetsbaar acht voor verstoringen in de logistieke keten (een 7 betekent ‘ruim voldoende’). Circa 96 procent vindt dat ze zou slagen (6 of hoger) voor een risicomanagementtoets. Het lastige bij risicomanagement is dat pas na een gedegen analyse bekend is waar de kwetsbaarheden liggen. We denken dan ook dat als een externe partij dit ‘examen’ zou afnemen, heel wat meer bedrijven zouden zakken.

 

 

Les 7: De baten van risicomanagement zijn nog steeds moeilijk in geld uit te drukken
De belangrijkste reden dat risicomanagement moeilijk van de grond komt, is het onvermogen om de baten van risicomanagement in geld uit te drukken. Risicomanagement blijft dus het stempel houden geld te kosten, zonder dat de baten direct inzichtelijk zijn. Bij goed risicomanagement hoeft dat niet het geval te zijn. Eén van de respondenten gaf zelfs aan: "we verdienen geld door risicomanagement".

Verder bleek dat, ondanks alle inspanningen om te komen tot geïntegreerde logistieke ketens, bedrijven nog steeds huiverig zijn om gevoelige informatie te delen. Verrassend genoeg is dit vooral het geval bij middelgrote en grote bedrijven; juist de kleine bedrijven hebben geen moeite met het delen van belangrijke bedrijfsinformatie of het prijsgeven van de kwetsbaarheden.

 

 

Les 8: Logistiek dienstverleners en vervoerders zijn kwetsbaarder dan verladers
Door het berekenen van de ‘Supply Chain Vulnerability Index’ (SCVI), kunnen verschillen in kwetsbaarheid tussen bedrijven in logistieke ketens inzichtelijk gemaakt worden en kunnen ketens onderling vergeleken worden.

De SCVI laat ten eerste zien dat logistiek dienstverleners en vervoerders een aanzienlijk hoger niveau van kwetsbaarheid hebben dan verladers. Vooral de toenemende concurrentie op de markt voor logistiek dienstverleners en vervoerders en de vraagonzekerheid in de markt verklaren dit verschil. Maar daarnaast zijn ook de complexiteit van de logistieke keten en het steeds moeten nemen van efficiencymaatregelen veroorzakers van een hogere indexwaarde.

Grote bedrijven blijken een hogere mate van kwetsbaarheid te hebben dan kleine bedrijven. Dit komt voornamelijk door de complexe en lange ketens waar grote bedrijven meer mee te maken hebben dan kleinere bedrijven.

  

Ook tussen verschillende industrieën zien we flinke verschillen: de Constructie en bouwnijverheid zijn minder kwetsbaar dan gemiddeld, terwijl vooral de Elektrische apparaten- en componentenindustrie als zeer kwetsbaar aangemerkt kan worden. Voor een gedetailleerde verhandeling van deze resultaten en gebruikte indicatoren verwijzen we u naar het uitgebreide TNO-rapport (zie onderaan dit artikel).

 

 

Les 9: Risicomanagement of struisvogelmanagement?
We hebben gezien dat bedrijven zichzelf maar in beperkte mate kwetsbaar achten voor verstoringen. En bijna alle bedrijven zien zichzelf wel slagen voor een risicomanagementtoets. Positieve berichten voor een managementgebied wat al sinds jaar en dag het ‘struisvogelmanagement’ van zijn troon probeert te stoten.

Toch, als we uitgaan van de in de wetenschap bekende maatregelen om risico’s in logistieke ketens te verminderen, blijkt dat de toepassing daarvan in het Nederlandse bedrijfsleven nog behoorlijk beperkt is.

   

Voor zowel verladers als vervoerders geldt dat vooral ‘overvloed’-gerelateerde maatregelen worden toegepast zoals het aanhouden van buffervoorraden, het bewust aanhouden van meerdere leveranciers voor kritische producten en het afsluiten van verzekeringspolissen. In principe is dit niet goed of slecht, maar bedrijven moeten er wel rekening mee houden dat er in feite altijd een ‘premium’ moet worden betaald voor dergelijke maatregelen in de vorm van hogere kosten of lagere efficiency. Maatregelen op het vlak van flexibiliteit, transparantie en ketensamenwerking komen ook voor, maar in mindere mate.

 

 

Les 10: Risicomanagement staat in 2010 bij 6 van de 10 ondervraagde bedrijven op de agenda
De omgeving om ons heen blijft veranderen. Ook logistieke ketens krijgen te maken met steeds nieuwe risico’s. Een bedrijf moet risicomanagement dan ook niet zien als een op zichzelf staande ‘verbeterslag’ maar als een continu proces. Daarom is het goed te zien dat bijna 60 procent van de bedrijven aangaf ook in 2010 risicomanagement op de bedrijfsagenda te hebben staan.

 

Wilt u nog meer weten? Bekijk dan het gehele rapport op de website van TNO. 

Reageer op dit artikel