blog

Luchtvracht is locatiefactor twee voor EDC’s op Schiphol

Distributie

Luchtvracht is locatiefactor twee voor EDC’s op Schiphol
Klik op de afbeelding voor een vergroting

Als je voor een Europees distributiecentrum (EDC) een nieuwe locatie zou mogen uitkiezen, wanneer zou je dan kiezen voor Schiphol? Tien tegen één dat het antwoord luidt: als een belangrijk deel van mijn goederen via het vliegtuig aangevoerd wordt. Want de be–schikbare bedrijfsruimte op Schiphol is relatief schaars, de arbeidsmarkt krap en de grondprijzen behoren tot de hoogste van Nederland. Het gebruik van luchtvracht lijkt zo als belangrijkste locatiefactor voor een EDC voor de hand te liggen, nietwaar?

Promovendus Pim Warffemius tracht in zijn einde van deze maand te verschijnen proefschrift over de vestiging van EDC’s op Schiphol aan te tonen dat deze redenering te kort door de bocht is. Niet de aanwezigheid van de luchthaven is volgens hem de belangrijkste locatiefactor voor EDC’s op Schiphol, maar de aanwezigheid van een sterk cluster van logistieke bedriivigheid en activiteiten.

Kortom, het zwaan-kleef-aan effect, dat zo sterk speelt in logistieke hot spots, is ook voor EDC’s op Schiphol belangrijker dan het gebruik van luchtvracht. Hoe komt dit? Een belangrijke oorzaak ligt in de geschiedenis. De Haarlemmermeer was in de afgelopen decennia een regio nabij Amsterdam waar genoeg ruimte was voor logistieke activiteiten. De EDC’s op Schiphol zijn in meerderheid voortzettingen van eerdere warehouse-vestigingen in de buurt.

Van de in totaal 27 ondervraagde EDC’s op Schiphol zijn er 17 afhankelijk van Schiphol, maar 10 niet. Warffemius heeft ter vergelijking ook 63 EDC’s uit geheel Nederland gevraagd wat voor hen de belangrijkste locatiefactoren waren. Hieruit bleek de kwaliteit van de transportinfrastructuur de be–langrijkste locatiefactor. Je moet goed via weg, water en rail goederen kunnen aan- en afvoeren. De be–staande relatie met Nederland bleek relatief minder belangrijk.

Wat kunnen we met deze kennis? Warffemius geeft aan dat vooral de nationale en regionale overheden in hun ruimtelijke beleid met deze kennis hun voordeel kunnen doen. Het is goed mogelijk om de vestiging van EDC’s te bevorderen op een bedrijventerrein nabij Schiphol, bijvoorbeeld Schiphol-Lijnden of zelf Haarlem Waarderpolder of Almere Stichtse Kant. Deze terreinen kunnen via aantrekkelijke voorwaarden EDC’s van luchthaven en niet-luchthavengerelateerde bedrijven aantrekken. Zo kan een cluster ontstaan dat weer meer EDC’s aantrekt. Zo wordt de groei van EDC-activiteiten over de regio meer verspreid, en de druk op de bedrijventerreinen op Schiphol iets lichter. En dat levert weer ontwikkelingsmogelijkheden op voor de Nederlandse logistiek.

Het proefschrift van Warffemius levert zo stof tot nadenken, maar er is ook een punt van kritiek. De enquête onder 90 EDC’s waarop de conclusies van het proefschrift gebaseerd zijn, stamt uit 2000. De resultaten zijn dus al behoorlijk verouderd. De vraag is of we hier ons beleid nog op kunnen baseren, een aanvullende enquête is zeker op zijn plaats!

Reageer op dit artikel