blog

Grote veranderingen in stedelijke distributie

Distributie

Grote veranderingen in stedelijke distributie
Kader

Peter Colon beschrijft de ontwikkelingen en oplossingen op het gebied van de stedelijke distributie. Hierbij gaat hij in op de Commissie Stedelijke Distributie, het milieuconvenant Tango en de mogelijke gevolgen voor het bedrijfsleven.

Sinds anderhalf jaar staat de bevoorrading van de detailhandel en horeca in de Nederlandse binnensteden weer volop in de belangstelling. Enerzijds komt dit voort uit de druk van het (vervoerende) bedrijfsleven om de toenemende knelpunten in de binnensteden op te lossen en anderzijds vanuit maatschappelijke overwegingen, waarbij vooral de overlast van bevoorradend verkeer in de vorm van onveiligheid, geluidsoverlast, vermindering van de leefbaarheid en de emissie van vervuilende stoffen bestreden moet worden.

 

Hieronder worden kort de belangrijkste ontwikkelingen en oplossingsrichtingen van de afgelopen periode beschreven. Hierbij wordt stil gestaan bij de activiteiten van de landelijke Commissie Stedelijke Distributie(1), het milieuconvenant Tango voor stedelijke distributie (2). Vervolgens wordt ingegaan op de vraag in hoeverre deze ontwikkelingen daadwerkelijk bijdragen aan de gewenste zakelijke en maatschappelijke verbetering van stedelijke distributie en mogelijke gevolgen voor het bedrijfsleven (3).

 

1       Commissie Stedelijke Distributie

De Commissie Stedelijke Distributie is in het voorjaar van 2005 door de Minister van Verkeer en Waterstaat ingesteld om het onderwerp stedelijke distributie bij gemeenten, vervoerders, detailhandelaren en verladers meer aandacht te geven. De Commissie heeft als belangrijkste taak het aanjagen van samenwerking en afstemming tussen deze partijen, door te adviseren, te bemiddelen waar nodig en door extra houvast te geven met behulp van concrete hulpmiddelen. De Commissie is breed samengesteld en staat onder leiding van de heer Sakkers, burgemeester van Eindhoven. Overige leden zijn afkomstig uit de detailhandel (MKB en grootbedrijf), het vervoerend bedrijfsleven of zijn onafhankelijk.

 

Ondersteuning van gemeenten en bedrijfsleven

Op verzoek van de Commissie Stedelijke Distributie hebben Buck Consultants International en de EIMgroep een instrumentenmap ontwikkeld. Deze map bevat een aantal hulpmiddelen voor zowel de overheden als het bedrijfsleven om knelpunten in de stedelijke distributie op te sporen en gezamenlijk tot breed gedragen oplossingen te komen.

 

Deze map bevat de volgende instrumenten:

· Werkboek stedelijke distributie, waarin de aanpak van vernieuwing in stedelijke distributie in een stappenplan is vastgelegd.

· Voorbeeldenboek, waarin succesvolle voorbeelden op het gebied van stedelijke distributie staan beschreven.

· Omgevingsanalyse ‘Grip op stedelijke distributie’, met meer informatie over het onderwerp stedelijke distributie en de positie van verschillende partijen (gemeenten, detailhandel, horeca, vervoerders, producenten).

· Dashboard Marktstimulans, een instrument waarmee de verschillende belangen van binnenstadsondernemers, bestuurders en andere belanghebbenden scherp in beeld komen. Het instrument is geschikt voor het op gang brengen van samenwerking tussen deze spelers.

· Rekenmodule, een hulpmiddel waarmee de maatschappelijk en economisch kosten en baten van stedelijke distributie in uw gemeente berekend kunnen worden.

 

Regie in handen

In haar activiteiten richt de Commissie zich in eerste instantie op de gemeenten. Volgens de Commissie is de gemeente is de partij die, op basis van haar positie in het maatschappelijk speelveld, de regie in handen moet nemen bij het aanpakken van stedelijke distributie. Daarbij gaat het er niet om dat de gemeente alle activiteiten zelf zal moeten ontplooien, maar wel dat zij zorgt voor het aanjagen en coördineren van de activiteiten, waarbij vervoerders, verladers detaillisten en horecaondernemers ieder een eigen rol spelen. De Commissie wil de betrokken partijen met deze instrumentenmap actief ondersteunen.

 

Commissie als arbiter

Wat minder bekend is, is de rol van de Commissie als arbiter in geschillen tussen bedrijfsleven en overheden of tussen overheden onderling rond het thema stedelijke distributie. In deze arbitersrol kan de commissie knopen doorhakken als de partijen er met elkaar niet uitkomen. Het gaat daarbij om vraagstukken zoals de afstemming van venstertijden en het toelaten van bepaalde typen voertuigen in de binnenstad.

 

2       ‘Tango’convenant

Eind maart hebben negen gemeenten [1], het rijk en het bedrijfsleven afspraken gemaakt over de inzet van schonere voertuigen voor de bevoorrading van de binnensteden én het treffen van maatregelen om een efficiëntere stedelijke distributie mogelijk te maken. Deze afspraken zijn verwoord in het ‘tango’convenant. Aanleiding van het convenant is de wens van de gemeenten om de uitstoot van fijnstof door bevoorradend verkeer in de binnenstad te verminderen, en zo tot een forse verbetering van de luchtkwaliteit in de binnensteden te komen.

 

In het convenant zijn o.a. afspraken vastgelegd over:

· De voorwaarden waaronder gemeenten eisen kunnen stellen aan de uitstoot van voertuigen die in de binnenstad worden toegelaten

· De termijn waarop bepaalde typen voertuigen verboden kunnen worden

· De wijze waarop het bedrijfsleven financieel ondersteund kan worden om de noodzakelijke investeringen in het wagenpark te kunnen financieren

· Mogelijkheden om via het convenant ook andere gewenste verbeteringen in de stedelijke distributie te realiseren (efficiencyverbetering, verbeterde doorstroming, verruiming van venstertijden etc).

 

Op korte termijn zullen de bedrijven vooral geconfronteerd worden met toegangseisen voor vrachtverkeer in de binnensteden van deze gemeenten. Indien de gemeenten kunnen aantonen dat een verbod op vervuilende voertuigen nodig is om aan de normen voor luchtkwaliteit te voldoen, kunnen zij vanaf 1 april 2007 vuile vrachtauto’s uit de binnenstad weren. Het gaat dan om vrachtauto’s waarvan de motor niet minimaal voldoet aan Euronorm 2 of Euronorm 3, en die niet voorzien van een roetfilter. Voertuigen vanaf Euro 4 hoeven niet van een roetfilter voorzien te zijn.

 

Convenant niet altijd in lijn met Commissie Sakkers

Terwijl de Commissie Stedelijke Distributie nadrukkelijk de dialoog heeft gezocht met de detaillisten en horeca-ondernemers in de binnenstad, zijn deze in het Tangoconvenant de grote afwezigen. Geen enkele vertegenwoordiger van deze ondernemers is mede-ondertekenaar, terwijl de winkelier vaak de sleutel in handen heeft om tot betere afspraken voor de bevoorrading van de binnenstad te komen. Overigens worden de winkeliers weer wel genoemd als partij die bij de uitvoering van de afspraken uit het convenant moet meewerken. Onduidelijk is nog wat dit in de praktijk voor de binnenstadsondernemers zal betekenen.

Ook valt op dat bij het convenant onvoldoende gekeken is naar het vele werk dat de Commissie Stedelijke Distributie in het afgelopen jaar heeft verricht. Zo wordt er geen enkel woord gewijd aan het stappenplan stedelijke distributie, dat een integraal onderdeel vormt van de instrumentenmap van de Commissie en dat veel handvatten bevat om de samenwerking van de betrokken partijen in de praktijk te realiseren.

 

Objectieve informatie verzamelen

Belangrijk is dat in het convenant veel waarde wordt gehecht aan het verzamelen van objectieve informatie over stedelijke distributie in de betreffende steden met behulp van een bevoorradignsprofiel. Echter, door geen gebruik te maken van de 0-meting stedelijke distributie (zoals de Commissie Stedelijke Distributie aanbeveelt) worden kansen gemist om ook de goederen ‘terug in de pijplijn’ te volgen en vast te stellen welke verbeteringsopties in de gehele keten voorhanden zijn. Het bevoorradingsprofiel verzamelt deze gegevens alleen maar voor de ontvanger. De Nulmeting bestaat uit drie onderdelen (zie hiervoor onderstaand kader).

 

Onderdelen nulmeting

 

3       Gevolgen voor het bedrijfsleven

De snelle veranderingen in de bestuurlijke en wettelijke infrastructuur rond het thema stedelijke distributie biedt zowel kansen als bedreigingen voor de efficiënte bevoorrading van de afnemers in de binnenstad en daarmee voor de kosten en kwaliteit voor zowel vervoerders, leveranciers als afnemers in de binnenstad.

 

Omslag kleinere vervoerders?

Door de invoering van milieuzones zullen vervoerders versneld voertuigen moeten afschrijven. Het is immers niet aantrekkelijk om voertuigen in te zetten die niet op het gehele Nederlandse grondgebied ingezet kunnen worden. Grote vervoerders zijn hiertoe in staat, gelet op de gebruikelijke afschrijvingssystemen en de mogelijkheden om met financiers goede afspraken te maken. Het is echter nog maar de vraag of de kleinere vervoerders en de eigen vervoerders in staat zullen zijn om deze omslag te maken. Door de vaak langere afschrijvingstermijnen, lagere jaarkilometrages en beperkte financiële mogelijkheden dreigt een tweedeling te ontstaan, waarbij meer dan in het verleden de bevoorrading van de binnensteden een zaak wordt van de grote gespecialiseerde netwerkvervoerders. Zo zal de kleine groenteboer of bloemenhandel, die elke dag met de eigen auto producten bij de leverancier afhaalt, niet bereid en in staat zijn deze auto de komende jaren te vervangen. Dit is vanuit milieu-oogpunt misschien gewenst, maar zeker niet uit economisch oogpunt.

 

Kansen

Kansen zijn er echter ook. Dankzij druk van de vertegenwoordigers van het bedrijfsleven bij de totstandkoming van het Tango-convenant, biedt dit het bedrijfsleven houvast om maatregelen die de efficiency in de bevoorrading van de binnenstad kunnen vergroten af te dwingen.

 

Concreet zijn de volgende punten genoemd:

· het verbeteren van de doorstroming van het goederenvervoer door het aanwijzen en inrichten van een kwaliteitsnet goederenvervoer,

· de mogelijkheid of wenselijkheid van verruiming van de venstertijd,

· het aanspreken en actief betrekken van winkeliers teneinde een optimaal gebruik van de bestaande venstertijden mogelijk te maken,

· het verder verbeteren van de logistieke efficiencymogelijkheden van het goederenvervoer.

 

Mooie woorden versus daden

Grote vraag is nu of de gemeenten en de vertegenwoordigers van het bedrijfsleven in staat zullen zijn om de mooie woorden in het convenant in daden om te zetten, daden die verder gaan dan het verbieden van de meest vervuilende voertuigen uit de binnensteden. Voor het bedrijfsleven gaat het daarbij vooral om maatregelen die de kosten van de distributie verlagen en de kwaliteit zullen verhogen.

 


 

[1] Delft, Eindhoven, Den Haag, Haarlem,’s-Hertogenbosch, Nijmegen, Rotterdam, Tilburg en Utrecht

Reageer op dit artikel