artikel

Hoe regel je de eis voor emissievrij transport in tender en contract?

Distributie 1420

De Gemeente Rotterdam eist voor het eerst emissievrij transport in zijn aanbestedingen. Bij twee recente tenders speelde emissie vrij transport een belangrijke rol in de gunningscriteria. Is zo’n eis haalbaar? En hoe leg je dit vast in een contract? Leverancier Magema en logistiek dienstverlener UTS Abbink aan het woord.

Hoe regel je de eis voor emissievrij transport in tender en contract?
Commercieel directeur Cock van der Hulst van UTS Abbink bij de elektrische Renault Kangoo

De Rotterdamse economie draait op volle toeren. Dat is goed voor de stad, maar zorgt ook voor steeds meer druk op de luchtkwaliteit. De gemeente wil daarom zo snel mogelijk naar volledig emissievrije stadslogistiek. Als onderdeel van haar brede duurzaamheidsambities, streeft de gemeente Rotterdam al jaren actief naar het verduurzamen van zakelijk transport. “Belangrijk onderdeel hiervan is het convenant Green Deal 010 Zero Emission Stadslogistiek”, vertelt Léon Dijk, Strategisch Adviseur Inkopen bij de gemeente. “Met dit netwerkplatform proberen we het regionale bedrijfsleven in de stad te stimuleren om binnen de stad de emissie van schadelijke stoffen naar nul te brengen. Natuurlijk moeten we hierbij zelf het goede voorbeeld geven. Daarom rijden we als gemeente waar mogelijk met elektrische wagens en vragen we ook een inspanning van onze leveranciers. In 2020 willen we naar emissievrije bevoorrading. Vorig jaar hebben we in twee aanbestedingen voor het eerst een voorwaarde gemaakt van emissievrij transport.”

Elektrisch rijden

Paul Stoop

De eerste aanbesteding waar het om gaat is die voor gereedschappen: die werd onder meer gegund aan Magema, een allround leverancier van machines en gereedschappen uit Ter Aar met een vestiging in Rotterdam. De aanbesteding van de gemeente kwam voor dit bedrijf precies op het goede moment. “Het gaf de doorslag om te investeren in elektrisch vervoer”, zegt bedrijfsleider Paul Stoop. “Duurzaamheid heeft al langer onze aandacht en elektrisch rijden past perfect bij onze activiteiten in Rotterdam. In deze regio rijden we veel korte stukjes naar klanten die snel beleverd willen worden. In het geval van de gemeente gaat het bijvoorbeeld om hoveniersgereedschappen als schoppen en spades: klein materieel dat met een relatief hoge frequentie vervangen moeten worden.”

Actieradius en capaciteit

De zoektocht naar een geschikte bus was een beetje pionieren, vertelt Stoop. ‘Er is nog relatief weinig aanbod. Veel fabrikanten zeggen dat ze eraan werken, maar vooralsnog is er weinig praktijkervaring. We hebben vooral gekeken naar de benodigde capaciteit en actieradius: een Nissan –NV200 bleek al snel de beste optie. We hebben hiermee begin dit jaar in één keer onze CO2-voetafdruk naar vrijwel nul gebracht. Alleen voor het transport van bijvoorbeeld grote stellingen gebruiken we nog wel eens ander vervoer.”

 

Lees ook: Rijtest Nissan e-NV200 VAn Business 40 kWh

 

Pilot bij verkiezingen

In maart 2019 zijn in Nederland weer verkiezingen voor de Provinciale Staten. In korte tijd moet dan een groot aantal stemlokalen worden ingericht. Zelfs zonder elektrisch transport is dit al een flinke logistieke uitdaging, vertelt Van der Hulst.  “In de week rond de verkiezingen zetten we gemiddeld ongeveer 80 extra auto’s in. Als we die allemaal elektrisch willen laten rijden, hebben we elke nacht 40 laadpalen nodig. Die zijn er simpelweg niet, nog los van de piekbelasting die zo’n aanpak zou veroorzaken.”

Voor het verkiezingstransport is in dit eerste contractjaar nog geen verplicht percentage elektrisch vervoer afgesproken. De gemeente wil UTS Abbink echter wel stimuleren en helpen om bij de komende verkiezingen alvast ervaring op te doen, op weg naar de hogere percentages die voor de jaren daarna zijn afgesproken. “We onderzoeken of we een pilot kunnen doen in een deelgebied. Door een kleine groep stemlokalen alvast op en af te bouwen met elektrisch vervoer, willen we beter zicht krijgen op de mogelijkheden én beperkingen van elektrisch transport.”

Geleidelijke groei

Ook voor verhuizingen en verkiezingen (zie kader) startte de gemeente in 2018 een nieuwe (gecombineerde) aanbesteding. Bij deze aanbesteding lag de eis anders: aan het einde van de contractperiode van zes jaar moeten de transportactiviteiten volledig emissieloos worden uitgevoerd. De snelheid waarmee die situatie wordt bereikt, was een belangrijk gunningscriterium: hoe hoger het startpercentage emissievrij uitgevoerde opdrachten en hoe sneller de toename, des te hoger de waardering.

Samenwerken met collega-dienstverlener

Cock Verhulst

De opdracht ging onder meer naar logistiek dienstverlener UTS Abbink, bedrijfsverhuizer voor de provincie Zuid-Holland. Ook voor dit bedrijf was de aanbesteding het spreekwoordelijke duwtje in de rug: voor relatief kleine ladingen investeerde ze in twee nieuwe elektrische bussen. De Renault Kangoos kunnen met een volle accu ongeveer 100 tot 120 km rijden. Voor grote ladingen zijn al elektrische vrachtwagens op de markt, maar de bekende vrachtwagenmerken hebben deze (nog) niet standaard in productie. In plaats daarvan worden traditionele dieselwagens omgebouwd naar een elektrische uitvoering. Dat maakt elektrische vrachtwagens 2,5 tot 3 keer zo duur in aanschaf. “Voor ons is dat te duur”, zegt commercieel directeur Cock van der Hulst. “Voor specifieke klussen huren we deze wagens daarom in bij een collega-verhuizer uit Amsterdam. We proberen opdrachten met die vrachtwagen zo goed mogelijk te combineren in een aaneengesloten periode.”

 

Lees ook: Tenderen: 7 tips voor logistiek dienstverleners en verladers

Slim plannen

Door bestellingen voor verschillende klanten te combineren, kan Magema in Rotterdam vrijwel dagelijks met een goed gevulde bus rijden. Dat maakt het mogelijk bijna alles met eigen vervoer doen. Een extra voordeel hiervan is dat je bij de bezorging nog even klantcontact hebt, weet Stoop. “In de tijd dat de chauffeur een praatje maakt met de ontvanger, kan de bus mooi nog even aan de snellader, als een klant die heeft. Dat geeft net weer een grotere actieradius; hier wordt onze chauffeur steeds slimmer in.”

Laadinfrastructuur is beperking

“Het draait niet om slimme planning alleen. Vanuit een gedeelde ambitie om te streven naar maximaal emissieloos vervoer, zal de klant zich flexibel moeten opstellen.”

Hoewel het aantal laadpalen snel groter wordt, blijft de laadinfrastructuur een beperking. Zeker bij de elektrische vrachtwagens, die je niet kunt opladen aan reguliere, openbare laadpalen. Dit vraag volgens Van der Hulst niet alleen om een slimme planning, maar ook om een andere mindset bij de klant. “Vanuit een gedeelde ambitie om te streven naar maximaal emissieloos vervoer, zal de klant zich flexibel moeten opstellen. Soms vragen we een klant of een geplande klus toch een dagje later kan worden uitgevoerd, omdat we onze elektrische bus voor een spoedklus nodig hebben. Of het nu gaat om eigen of ingehuurd vervoer, het liefst hebben we de elektrische wagens continu in bedrijf. Ook dat is duurzaamheid.”

Hoe zit het met de terugverdientijd?

Magema rekent voor de bezorging met elektrisch vervoer in ieder geval geen ander tarief. “Een deel van de investering verdienen we al terug door het contract met de gemeente Rotterdam”, vertelt Stoop. “Maar tegelijkertijd dragen we ook bij aan onze eigen duurzame doelstellingen. Deze elektrische bus zien we pas als het begin. De verwachting is dat het aanbod van elektrische bussen snel zal toenemen, en daarmee ook hun actieradius en capaciteit. Op dat moment hopen we dat elektrisch transport ook interessant wordt in andere regio’s en voor andere typen klanten.”

 

Elektrische stadsdistributie, stadshubs en samenwerking nodig voor schone stad

 

 

Subsidie biedt geen soelaas

Hoewel er ook wel wat subsidiemogelijkheden zijn, bieden die volgens Van der Hulst weinig soelaas. “De voorwaarden en bedragen verschillen per gemeente of regio, wat het voor ondernemers diffuus en onzeker maakt. Als het gaat om de terugverdientijd, maken wij bovendien veel minder kilometers dan vrachtwagens van transportbedrijven. We staan immers altijd langer in- en uit te laden dan we aan het rijden zijn; dat maakt het moeilijker om van elektrisch transport een business case te maken. Daarom is het belangrijk dat ook de markt hier een bijdrage aan levert.”

Waterstof

Intussen volgt het bedrijf ook de ontwikkelingen rondom de toepassing van waterstof als brandstof. Vooral voor zwaar transport is dit een interessant alternatief. “Het voordeel van waterstof ligt vooral in de effectieve benutting: het vullen van een tank kost veel minder tijd dan het opladen van de batterijen. Bovendien is de actieradius net zo groot als die van een dieselwagen.” Daar staat tegenover dat een goede infrastructuur nog ontbreekt. “Het is onzeker welke kant de markt op gaat bewegen, maar zeker is dat voor transport op waterstof grote investeringen nodig zijn. Een optie die we nu onderzoeken is om samen met andere marktpartijen te investeren in gezamenlijke vulstations.”

 

Lees ook: Voor elektrische trucks is dit het jaar van de waarheid

 

Contract met ingroeimodel

Realistisch inspelen op de huidige mogelijkheden en tegelijkertijd nieuwe ontwikkelingen in de gaten houden: dat is volgens Léon Dijk een prima uitgangspunt voor leveranciers. “Ook als inkopers moeten we weten wat de markt aankan en daar vervolgens op durven vertrouwen. Een leverancier als Magema laat zien dat emissievrije bevoorrading voor kleine gereedschappen al haalbaar is. Met UTS Abbink hebben we een ingroeimodel opgesteld: aan het einde van het contract moet ons transport 100 procent emissieloos zijn. Tot die tijd hebben we voor elk jaar een percentage afgesproken. Hoe we die groei gaan bereiken bespreken we samen, dat is voor ons een belangrijk onderdeel van contractmanagement. Zelf blijven we ook investeringen doen. We denken bijvoorbeeld aan de realisatie van reserveerbare laadplekken, speciaal voor zakelijke transporteurs en leveranciers.”

Eigen laadinfrastructuur als hubfunctie

Van der Hulst kijkt intussen ook naar andere vormen van samenwerking. “Stel dat we op onze locatie in de Spaanse Polder investeren in een eigen laadinfrastructuur, zo’n plek kan een prima hub zijn, ook voor andere leveranciers. Als wij toch op een duurzame manier de stad in rijden, is het een kleine moeite om ook goederen van andere leveranciers mee de stad in te nemen.”

 

Denkt u erover om de transitie te maken naar een elektrisch wagenpark? 

Steden, energieleveranciers, de voertuigfabrikant, de logistiek dienstverlener, allemaal  hebben ze een rol om elektrisch vervoer op grote schaal mogelijk te maken. Met aantrekkelijke subsidieregelingen, afspraken over normen en een langetermijnstrategie voor stedelijke planning en uitbreiding van de infrastructuur voor laadstations, kan het proces stukken sneller gaan. Wat zijn de punten waar een logistiek dienstverlener zelf over na kan denken alvorens te investeren in een elektrische truck?

 Download de gratis whitepaper inclusief checklist

 

Reageer op dit artikel