artikel

Casestudie 1: horizontale samenwerking om CO2-reductie te bewerkstelligen

Distributie Premium

Casestudie 1: horizontale samenwerking om CO2-reductie te bewerkstelligen

Samen met het Vlaams Instituut voor de Logistiek (www.vil.be), een sterke pleitbezorger van horizontale samenwerking, voerde Ortec een onderzoek uit om te zien welke invloed horizontale samenwerking kan hebben op de CO2-uitstoot van een distributienetwerk. Voor dit onderzoek werd gebruik gemaakt van de rit- en routeplanningssoftware van Ortec.

Bij horizontale samenwerking wordt een samenwerkingsverband gecreëerd tussen twee concurrerende bedrijven, of tussen bedrijven met complementaire activiteiten. Redenen om in zo’n samenwerking te stappen zijn bv. de toenemende concurrentiedruk, internationalisering van de handel en hogere servicevereisten van de klanten.

  

Totale kosten in kaart

Met rit- en routeplanningssoftware kunnen de totale kosten van twee onafhankelijke distributienetwerken vrij eenvoudig in kaart worden gebracht en kunnen de kosten en baten van een eventuele samenwerking optimaal ingeschat worden. Deze kosten zijn gebaseerd op een vaste kost per vrachtwagen, een variabele kost per kilometer en een variabele kost per uur. Ook de CO2-uitstoot kan berekend worden aan de hand van deze software.

 

Opzet van de case
Twee strategieën kunnen bedacht worden om de twee transportnetwerken met elkaar te verweven. Beide strategieën zijn niet mutueel (wederzijds) exclusief. De ene strategie kan perfect met de andere strategieën gecombineerd worden om een maximale kosten- en CO2-reductie te bekomen. De totale CO2-uitstoot van een route tussen twee stops wordt berekend en gesommeerd over de verschillende opeenvolgende stops binnen een rit.

    

Op elke route wordt de volgende formule toegepast:

 

 

CO2,route = stopfactor +  #km x snelheidcoëf  x beladingsgraadcoëf x emissiefactor

 Uitleg van de formule:  

  • snelheidcoef: coëfficiënt bepaald aan de hand van gemiddelde snelheid tijdens de route, bijvoorbeeld voor een vrachtwagen die gemiddeld 80 km per uur rijdt is dit 0.9. Voor 40 km per uur is het verbruik groter en werd er gewerkt met een waarde van 1.1,
  • beladingsgraadcoef: coëfficiënt bepaald aan de hand van beladingsgraad tijdens de route, volle vrachtwagen verbruikt meer dan een lege vrachtwagen. Dit blijkt een verschil te zijn van 30 percent,
  • stopfactor: per stop 10% van de totale emissie per km, ongeveer 90 g/stop, om rekening te houden met het manoeuvreren op de site van de klant of depot,
  • emissiefactor: in functie van het wagentype, motortype, brandstoftype kan een algemene CO2 uitstoot (in g) per gereden km vastgelegd worden, in ons model bedroeg de uitstoot van elke vrachtwagen ± 900 g/km.

 

 

De verschillende coëfficiënten en factoren werden in overleg met het VIL bepaald. Natuurlijk zijn er nog andere factoren die in de praktijk een grote rol spelen: denk maar aan het optrek- en remgedrag van de chauffeur, het al of niet in de file belanden, de weersgesteldheid, enz. Toch is dit model al 30% nauwkeuriger dan de traditionele modellen, waarin het aantal transportkilometers simpelweg vermenigvuldigd wordt met een gemiddelde uitstoot per kilometer.

 

Conclusies
Als het scenario zonder transportsamenwerking (basisscenario) vergeleken wordt met twee alternatieve samenwerkingsscenario’s, dan kan het volgende worden opgemerkt:

In het toekomstscenario van ‘georchestreerde samenwerking’ daalt het totaal aantal uit te voeren stops met ± 50 procent ten opzichte van het basisscenario.
 
De -totale kosten in dit toekomstscenario dalen met 39 procent. De totale gecombineerde kosten amper hoger dan de huidige transportkost van één van de producenten.
In het toekomstscenario van "passieve samenwerking" (klassieke groepage) kan er slechts gerekend worden op een kostendaling van 3,5 procent.
 
Verrassend genoeg dalen het totaal aantal kilometers, de nodige vrachtwagens en de CO2-uitstoot niet zo sterk in het scenario van klassieke groepage. In het tweede toekomstscenario bedragen de dalingen respectievelijk 45,6, 40,3 en 38 procent. De kosten dalen met 39 procent.

Reageer op dit artikel