blog

Ergonomische aspecten voor magazijn- en productielogistiek

carrière & mensen

Ergonomische aspecten voor magazijn- en productielogistiek
Grijpdiepte Gerben Esmeijer

Ergonomie: het aanpassen van het soort werkzaamheden aan de fysiologische en psychologische eigenschappen van de mens. Juist bij magazijn- en productielogistiek kan het veronachtzamen van de ergonomische uitgangspunten leiden tot minder efficiënte en minder veilige werksituaties, zegt Gerben Esmeijer. Hij zet hier de belangrijkste ergonomische factoren op een rij.

Omdat de resultaten van een goede of slechte ergonomische situatie ogenschijnlijk minder goed meetbaar zijn, wordt er te lichtvaardig omgegaan met dit belangrijke aspect van de arbeidskunde.

      

Welke vormen van ergonomie zijn er in principe te onderkennen en wat is daarbij de invloed op de werkomstandigheden? Om met het eerste deel van deze vraagstelling te beginnen, kunnen we twee vormen van ergonomie onderkennen, namelijk:  
  

  1. Omgevings-ergonomie;
  2. Werkplek-ergonomie.

        

1.  Omgevings-ergonomie

Onder de omgevings-ergonomie kan hierbij worden verstaan, de invloeden die vanuit de werkruimte (hal) ontstaan op de uit te voeren werkzaamheden. Deze invloeden zijn nogal afhankelijk van het soort werkzaamheden dat dient te worden uitgevoerd. Vanuit de magazijn- en productielogistiek bezien, zal vrijwel altijd een tweetal invloeden aanwezig zijn, namelijk:

– temperatuur;

– verlichting.

     

Temperatuursregeling
De temperatuursregeling is een veelal onderschat aspect. Dat is al snel zo als men in een land woont waar over de periode van een jaar veel koude dagen zijn te registreren, zoals in Nederland. Maar we dienen hier wel het juiste relatieve belang aan te geven.

   

Magazijnen worden nog te vaak als opslagplaatsen gezien. Maar het aantal magazijnen waar de factor arbeid een rol speelt is talrijk; met andere woorden dat zijn werkplaatsen.

  

In  veel gevallen wordt besloten om een magazijngebouw te laten bouwen tegen zo gering mogelijke investeringen en daarmee tegen ogenschijnlijk lage exploitatiekosten (jaarkosten). Hierbij dient dan direct de vraag gesteld te worden: ‘hoe het met de isolatiewaarde en de temperatuursregeling is?’. De binnentemperatuur heeft namelijk een directe invloed op de arbeidsprestaties.

   

Door middel van wetenschappelijke metingen is vastgesteld dat een binnentemperatuur van 22-24° C, dit door bijvoorbeeld de invloed van de hoge buitentemperatuur, een prestatievermindering van minimaal 12% kan veroorzaken. Bij een binnentemperatuur van circa 30° C kan er zelfs een prestatievermindering optreden van 28%. Een temperatuursregeling tussen de 14-18°C, is mede afhankelijk van de soort werkzaamheden, een goed uitgangspunt voor de magazijn- en productielogistiek.

   

Vanzelfsprekend dienen we de juiste relatieve waarde vast te stellen van een goede temperatuursregeling in relatie tot de factor arbeid. Met andere woorden, hoeveel warme dagen zijn er op jaarbasis te verwachten en wat is het personeelsbestand? Als er bijvoorbeeld sprake is van 20 behoorlijk warme dagen, dat bij een personeelsbestand van 24 personen, is de relatieve waarde te bepalen op 480 mandagen.

  

Afhankelijk van de afschrijftermijn van de magazijnhal, bijvoorbeeld 25 of 30 jaar, zal dat een hoog aantal cumulatieve mandagen opleveren.

De klimaatbeheersing en de isolatiewaarde voor de zomerperiode zal ons in de andere richting van dienst zijn in de winterperiode, dit door een geringer energieverbruik. Mede hierdoor kunnen de extra kosten, voor het bereiken van een goede omgevingsergonomie, als zeer gering worden gezien.

  

Verlichtingssterkte

Een ander aspect dat deel uitmaakt van de omgevingsergonomie is de verlichtingsvorm en lichtsterkte. De menselijke waarnemingen welke een belangrijk bestanddeel zijn van bijvoorbeeld het orderverzamelen is in belangrijke mate afhankelijk van de verlichtingssterkte en de hierop betrekking hebbende waarneembaarheid.

    

De ogen voeren weliswaar geen handelingen uit maar vragen wel een waarnemingstijd en een ooginspanning. Afhankelijk voor deze inspanning zal er dus meer rusttijd worden genomen anders zal de prestatie verminderen en de kans op fouten toenemen.

   

Om een indruk te geven van de hierbij gewenste verlichtingssterkte, kunnen hierbij de volgende uitgangspunten worden gegeven:

–  Orderverzameling van kleine tot grote artikelen met goed afleesbare lijsten; gewenste verlichtingssterkte op ooghoogte 200 – 220 lux

–  Orderverzameling van zeer kleine artikelen met minder goed afleesbare lijsten; gewenste verlichtingssterkte op ooghoogte 300 – 320 lux.

   

Vanzelfsprekend is er bij het gebruik van een Radio Frequency-systeem een enigszins andere situatie aan de orde. Hierbij vindt namelijk een aflezing plaats vanaf de display (elektronisch afleesschaaltje) van de portable terminal. Echter dient hierbij een bepaalde lichtsterkte van 180 lux te worden behouden, anders ontstaat er een naargeestige situatie met het gevoel van ‘opgesloten’ te zijn.

     

2. Werkplek-ergonomie
De werkplek-ergonomie heeft in de meeste gevallen een grote invloed op de fysieke situatie van de mens. Een situatie die daarbij direct ‘in het oog springt’ is, de verzamelhandelingen welke we veelal kunnen zien in de magazijnsector. Daarbij is bijvoorbeeld de orderverzamelwijze op de onderste laag, op 120 cm diepte en met relatief zware gewichten een verwerpelijke manier van doen. Het is zelfs zo dat in deze situatie kan worden gesproken van een onveilige werkwijze voor het lichamelijk gestel, o.a. lage rugklachten.

   

Maar evenzo heeft voormelde orderverzamelwijze zijn invloed op de efficiency van de werkzaamheden. Daarom kunnen we hieruit concluderen dat de ergonomie de efficiency kan bevorderen en tevens goede werkomstandigheden kan bewerkstelligen. Dit zal echter in het technische systeemconcept (stellingpatroon en locatiewijze) voor de goederenverwerking tot uitdrukking moeten worden gebracht.

   

Grijpdiepte

Om het belang van voornoemd aspect te verduidelijken, kan allereerst worden gewezen naar de op afbeelding 1 weergegeven grafiek “grijpdiepte”. Aan de hand van deze grafiek kan duidelijk worden vastgesteld dat er na 50 cm grijpdiepte al een progressief variabele tijdstoename ontstaat, welke vooral na de 70 cm diepte nog verder toeneemt. Tussen de grijpdiepte van 70 cm en 120 cm is zelfs een belangrijk verschil te onderkennen. En dit alles heeft dan vooral te maken met het fysieke gestel van de mens (orderverzamelaar)

Indien we vervolgens de vastgestelde basisgrijptijd in sec./eenheid van de grafiek “grijpdiepte” projecteren op de horizontale as van de op afbeelding 2 weergegeven grafiek “Gewicht Grijpeenheden”, dan kunnen we deze invloed aflezen. Dat wil zeggen dat een hoge basisgrijptijd, welke is ontstaan door een diepe grijpbeweging, extra wordt versterkt door de gewichten van de te verzamelen eenheden /artikelen.

   

 

 

Gewicht grijpeenheden
Indien we bijvoorbeeld de basisgrijptijd van 5 sec. in combinatie brengen met de “gewichtslijn” van 10 kg., dan ontstaat hierbij een praktische grijptijd van ca. 9,8 sec., wat bijna een verdubbeling is van de tijdsbesteding. Deze verdubbeling zou ook aan de orde zijn als we de lijn doortrekken vanuit de basisgrijptijd van 3 sec. naar de “gewichtslijn” van 10 kg. Maar is er een belangrijk verschil te constateren in de totale eindewaarde gerekend vanuit voornoemde basisgrijptijden.

    

De conclusie die we hieruit mogen trekken is, dat bij verzameling van zware artikelen, een inrichting van het magazijn met een geringe grijpdiepte (opslagdiepte) is gewenst. En natuurlijk wordt dat nog versterkt door de intensiteit (verzamelfrequenties) van de orderverzamelwerkzaamheden.

  

Systeemafstemming productielogistiek
Helaas wordt er nog te weinig gezocht naar een vorm van optimalisering tussen de technische inrichting (lay-out) en de ergonomische werksituatie. Echter zijn er een aantal voorbeelden te geven van succesvolle systeemuitvoeringen.

   

Daar waar bijvoorbeeld in een montage /assemblagesector sprake is van de behandeling van grote of zware delen dan biedt de zogenoemde lijnopstelling in principe een goede mogelijkheid.

  

Lijnopstelling
Bij de lijnopstelling is er namelijk sprake van achtereenvolgende bewerkingen. De handling intensieve delen kunnen binnen het lijnprincipe op een efficiënte wijze worden behandeld. Er is in een dergelijke situatie geen sprake van extra tussenhandelingen en vormen van tussenopslag, waardoor in principe een goede ergonomische handelingswijze en een optimale ruimtebenutting zal ontstaan.

   

Echter ontstaat hierbij wel het probleem van de juiste onderlinge systeemafstemming; dat wil zeggen de afstemming tussen de opeenvolgende handelingen.

  

Door middel van afbeelding 3 (rechts) wordt een indruk gegeven van een gewenste systeemharmonisering. Hierbij wordt als systeemtechniek binnen de lijnopstelling een zogenoemd bovenloopsysteem toegepast. Het betreft hierbij een assemblagelijn voor C.V. ketels.

     

Het bovenloopsysteem is een zeer goed systeem voor een lijnopstelling. Zoals reeds aangegeven, is het probleem bij een lijnopstelling de afstemming tussen de onderlinge activiteiten (bewerking). De afstemming binnen de lijnopstelling kan ook worden bereikt door te voorzien in een buffervorming tussen de diverse bewerkingsplaatsen. Hierbij dient die buffervorming ook de functie te vervullen van lijnharmonisering(afstemming) tussen de bewerkingsplaatsen. Er is namelijk een belangrijke invloed van de factor arbeid op de lijnopstelling.

    

Factor arbeid
Het is een algemeen bekend verschijnsel dat mensen verschillend zijn. Deze verschillen zullen ook tot uitdrukking komen in de werkprestaties van de medewerkers. Indien in een lijnopstelling iemand in een voorliggende werkpositie z’n werkzaamheden minder snel uitvoert dan de bewerkingsnorm aangeeft, dan zal er op een bepaald moment een ontsluiting ontstaan tussen de onderlinge activiteiten. En in een lijnopstelling heeft dit een zogenaamd doorlopend effect naar de volgende posities.

    

Behalve door de genoemde tussenbuffers, kan ook een compenserende werking worden bereikt door de structurering van de taken (bewerkingen) en de taaktijden. De eerste taak in de lijnopstelling qua tijdsbesteding kan iets minder worden gemaakt dan de direct daarop volgende, zodat er een geringe toevoeging aan de tussenbuffer ontstaat. Bij het op afbeelding 3 weergegeven bovenloopsysteem ontstaat er dan een werkplek (bewerkingsplaats), een buffergedeelte, een werkplek, een buffergedeelte, enz.

   

Ergonomisch aspect
Vanuit het lijnprincipe bij deze systeemtechniek dient hier ook te worden gewezen op de volledige integratie van de werkplekhandelingen. Indien we afbeelding 3 nogmaals beoordelen, dan is daarbij te constateren dat de werkplek een dropsectie heeft. Dit is een verticaal verplaatsbaar gedeelte van het bovenloopsysteem met het bewerkingsframe. Zo wordt een ergonomisch juiste werkwijze verkregen binnen de lijnopstelling. Ook is het mogelijk om de assemblagemedewerker te laten zitten, waardoor nog verder kan worden bespaard op de menselijke energie.

  

De uitvoering van deze systeemtechniek is in belangrijke mate afhankelijk van de te verplaatsen lasten en de daarbij af te leggen afstanden. Bij de situatie op afbeelding 3 kan worden volstaan met een monorail. Gezien de gewichten van de halffabrikaten en de tussenliggende afstanden kunnen de frames handmatig worden verplaatst. Er is slechts een geringe duwkracht nodig om de 4 tot 6 frames te verplaatsen.

    

En dit is slechts één voorbeeld waarbij een optimalisering wordt bereikt tussen de systeemtechniek en de ergonomie. Maar zijn er talrijke oplossingen in de voorkomende situaties te bedenken.

Reageer op dit artikel