blog

Even rekenen… brandveiligheid

Warehousing

Even rekenen… brandveiligheid

De laatste jaren kunnen brandveiligheidseisen een bedrijf lelijk in de wielen rijden. Wat al tijden veilig leek, voldoet soms ineens niet meer aan de normen voor een gebruiksvergunning. Maar wie wat rekenwerk verricht kan ingrijpende aanpassingen wellicht vermijden.

 

Een fabrikant van verpakkingsmaterialen kreeg bezoek van de brandweer. Die kwam uit naam van de gemeente de brandveiligheid inspecteren in het kader van de gebruiksvergunning. De fabrikant maakte zich geen zorgen. In al die jaren waren er nog nooit opmerkingen over de veiligheid gekomen. Het pand was niet veranderd, de werkwijze was gelijk gebleven, kortom: niets te vrezen, alles veilig, zo dacht de fabrikant.

De brandweer kwam echter tot een andere conclusie: het pand was niet voldoende brandveilig om de gebruiksvergunning te verlenen. Toen de fabrikant de schrik wat te boven was gekomen, verdiepte hij zich in de opmerkingen die de brandweer had gemaakt. Het belangrijkste bezwaar was dat de compartimenten in het pand te groot waren om te voldoen aan de brandveiligheidsnormen. Er zouden muren moeten komen. Maar die zouden een lelijke sta-in-de-weg vormen voor de logistieke operatie. Bovendien kwam er daarmee een grote, onverwachte kostenpost bij, die de eenmalige kosten voor het bouwen van de muren ver oversteeg. Door de langere pickroutes en transportwegen voor heftrucks zou het logistieke proces immers omslachtiger worden – en dus structureel duurder. De hele indeling van het magazijn moest worden veranderd.

Het was een somber scenario dat de fabrikant voor zich zag. Maar hoe was dit probleem nu eigenlijk ontstaan? De regels waren hetzelfde als in vorige jaren, maar toen was er nooit iets van gezegd. Waarom nu ineens wel?

Het antwoord ligt niet in de regels zelf, maar in de handhaving ervan: ze worden nauwkeuriger nageleefd. Dat begon met de tragedies in Volendam en Enschede. Om zulke catastrofen verder te voorkomen, heeft het rijk elke gemeente gesommeerd de achterstand bij het uitgeven van de gebruiksvergunningen weg te werken. Worden de regels niet nageleefd, dan komt de gebruiksvergunning in gevaar. Dit kan uiteindelijk leiden tot sluiting van het bedrijf.

De fabrikant voelde zich met zijn rug tegen de muur staan. Er was geen andere uitweg dan de extra kosten te accepteren en te verbouwen. Of toch? Met een aantal medewerkers ging hij om de tafel om alle vergunningen, normen en papieren eens door te nemen en alles op een rijtje te zetten. De conclusie was helder: de compartimenten waren groter dan 1000 m2 en die maat gold nu eenmaal als maximum voor de brandveiligheid. Maar er werd nog iets anders duidelijk: een compartiment mág groter zijn, maar alleen indien ‘gelijkwaardige brandveiligheid’ wordt aangetoond.

Dat bewijs kan worden geleverd met een vuurbelastingberekening. Daarbij wordt vastgesteld hoeveel warmte er vrijkomt bij een brand. De bouwmaterialen waarmee het gebouw is opgetrokken plus de installaties geven de permanente vuurbelasting. Daar bovenop komt de variabele vuurbelasting van de goederen die in het gebouw aanwezig zijn. De totale vuurbelasting wordt omgerekend naar een equivalente hoeveelheid vurenhout, uitgedrukt in kilo per vierkante meter. In het geval van de grondstoffenfabrikant bleef deze vuurbelasting onder de grens. Een rapport met de resultaten van de berekening was voor de brandweer afdoende. De bezwaren voor het verlenen van de gebruiksvergunning werden ingetrokken en de fabrikant kon de compartimenten laten zoals ze waren.

Wacht dus even met verbouwen. De grootte van de compartimenten is immers niet allesbepalend. Wat telt is of de vuurbelasting gelijk is aan die van het maximumoppervlak. Een beetje rekenwerk kan hoge verbouwingskosten voorkomen.

Reageer op dit artikel