artikel

Voestalpine: grote heftruckvolumes drukken kosten

Warehousing Premium

De heftruckvloot vervangen of uitbreiden is geen dagelijkse aangelegenheid. Een nieuwe vloot vergt een fikse investering en de nodige hoofdbrekens.
Er zal heel wat gewikt en gewogen moeten worden om te bepalen wat je nodig hebt en met wie je in zee gaat. Je staat het sterkst als er centraal grotere aantallen kunnen worden aangeschaft.

De heftruckvloot vervangen of uitbreiden is geen dagelijkse aangelegenheid. Een nieuwe vloot vergt een fikse investering en de nodige hoofdbrekens.
Er zal heel wat gewikt en gewogen moeten worden om te bepalen wat je nodig hebt en met wie je in zee gaat. Je staat het sterkst als er centraal grotere aantallen kunnen worden aangeschaft.

Projectgegevens
Bedrijfsnaam: Voestalpine Polynorm   Leverancier/dienstverlener: Barloworld Intern Transport
Plaats: Bunschoten-Spakenburg  
Branche: automotive, machine- & apparatenbouw   Bedrijfsgrootte: groot: 400 of meer werknemers
Bedrijfstype: Productie   Datum ingebruikname:
Productnaam: Hyster  

Automotive-producent voestalpine Polynorm in Bunschoten–Spakenburg verving onlangs een deel van haar heftruckvloot door 22 nieuwe Hyster-heftrucks. Aan de basis van de investering lag het Ready 4 Future programma. Dit is volgens de vlootmanager en hoofd TD Jelte Visser een cost saving programma voor alle voestalpine-bedrijven in de Benelux. Gezamenlijke inkoop van intern transportmaterieel maakt daar onderdeel van uit. Uitgangspunt hierbij was: grotere volumes, met als gevolg meer inkoopkracht, betere prijzen en condities. Hierbij zijn veel inkooppakketten van leveranciers onder de loep genomen, waaronder dus ook die voor intern transport.

Door de inkoopafdeling is eerst een grondige beoordeling gemaakt van de prestaties en kwaliteiten van verschillende intern transportleveranciers op het gebied van geboden service en hun producten.

Hiervoor werd zelfs een ‘supplier conference’ georganiseerd. Zes verschillende heftruckleveranciers ontvingen zo informatie over de eisen die de onderneming stelt. Serviceverlening tegen een redelijke prijs heeft daarbij de hoogste prioriteit. In het directe kielzog daarvan volgen: prestaties,

duurzaamheid, betrouwbaarheid, veiligheid, gebruiksgemak, comfort en ergonomie van de benodigde heftrucks. De trucks worden namelijk vrijwel continu ingezet voor de goederenbewegingen. Stagnatie vanwege een stilstaande heftruck kan men zich daarbij niet veroorloven.

De heftruckchauffeurs moeten daarbij zo min mogelijk fysiek worden belast. Vandaar ook veel aandacht voor onder andere ergonomie en gebruiksgemak.
 
All-in
De 22 nieuwe heftrucks zijn allemaal geleast. Daarbij is gekozen voor fullservicecontracten, die uitgevoerd worden door minimaal één permanent aanwezige mon-teur op de locatie in Bunschoten. Hiermee kwam dus de noodzaak van een eigen dure onderhoudsdienst voor het intern transportmaterieel geheel te vervallen. De onderhoudstechnici van voestalpine Polynorm verlenen alleen – indien nodig – assistentie aan de onderhoudsmonteur, maar in principe werkt deze geheel zelfstandig. De eigen onderhoudsmensen zijn namelijk razend druk met het continu operationeel houden van bij voorbeeld de
pers- en stansmachines voor de productie van autocarrosserie-onderdelen.

   

24 uur per dag

Het bedrijf draait 24 uur per dag met een drieploegendienst gedurende zes dagen in de week. Alle heftrucks zijn daarmee vrijwel continu in bedrijf. Dat kan alleen met gebruikmaking van wissel-batterijen, waarvan er twee per heftruck klaarstaan. Iedere heftruck wordt met gemak 3000 draaiuren per jaar ingezet. Daartoe heeft de onderneming een energiegarantie op de tractie-batterijen bedongen. Concreet houdt dat in dat de batterijleverancier (Gracon) garant staat voor 1500 volledige laadcycli per batterij. Gaat deze eerder stuk, dan wordt er voor de resterende uren en zonder meerkosten een vervangende batterij ingezet.

Steek vallen
Een ogenschijnlijk goede en prak-tische regeling, maar hier laten de partijen op het eerste gezicht toch een steek vallen. Op basis van het aantal draaiuren rijdt iedere heftruckchauffeur naar het laadstation en wisselt daar zelf de tractiebatterij om voor een klaarstaand volgeladen exemplaar. Zijn collega die hem aflost, kan dan in principe weer een volledige shift draaien. Het aantal draaiuren per heftruck wordt dus wel geregistreerd, maar het aantal laad-cycli niet. Hierdoor kan nooit met absolute zekerheid worden vastgesteld of de tractiebatterij vroegtijdig defect is geraakt.

Jelte Visser geeft dit hiaat toe, maar stelt dat iedere heftruck probleemloos ruim drie jaar moet kunnen werken met de bijbehorende twee wisselbatterijen. Dat is in zijn optiek een duidelijke indicatie.

Automatisering
Visser overweegt de invoering van een batterijmanagementsysteem. Voor de komende jaren staat namelijk een uitbreiding en herindeling van de totale productielocatie op het programma. De jarenlange ontwikkeling van een bedrijf dat al zestig jaar bestaat heeft ertoe geleid dat de lay-out van de productielocatie niet meer optimaal is ingedeeld. Bovendien zijn de onderneming en de bedrijfsactiviteiten sinds de overname van Polynorm door voestalpine in 2003 flink gegroeid. "Naast meer productie- en opslagcapaciteit willen we met de herindeling een efficiëntere goederenstroomverplaatsing creëren." Nu is er volgens Visser vaak sprake van kruisende stromen, die voor oponthoud kunnen zorgen en onnodig lange transportmeters opleveren.

Dan is het volgens hem voor de hand liggend om ook het laadstation in dezelfde efficiencyslag te betrekken. "Kunnen we gelijk overwegen om de conventionele laders allemaal te vervangen door Hoog Frequente batterijladers. Daarmee kunnen we wellicht ook nog de energiekosten voor het laden van de tractiebatterijen verlagen."

Ter verbetering van de logistieke afhandeling wordt volgens Visser momenteel een intern onderzoek verricht naar een centrale aansturing van de heftruckchauffeurs met heftruckmonitors. Nu krijgen deze hun werkopdrachten op papier. "Met die heftruckmonitors kunnen we ze centraal op afstand aansturen."

Kostencalculatie
Uiteindelijk is de keuze gevallen op Barloworld Intern Transport uit Vianen op basis van de prijs/kwaliteitverhouding. Hierbij zijn zowel de aanschafprijzen, leasetarieven als onderhoudskosten in aanmerking genomen. De importeur/dealer verzorgt daarnaast ook het fleetmanagement via haar Fleetflex-concept. Hiermee worden ook weer kostenbesparingen gerealiseerd. Een concreet voorbeeld van kostenbesparing is het leveranciersadvies om een (goedkopere) gebruikte machine op een locatie in te zetten waar minder draaiuren te verwachten zijn. Ook deze truck wordt ondersteund met volledig onderhoud.

Het draait dus ook hier allemaal om de feitelijke kosten, die met het bezit van een eigen vloot gepaard gaan. Zowel de directe als de indirecte kosten moeten daarbij zo precies mogelijk worden bepaald. De directe kosten zijn over het algemeen vrij inzichtelijk en bekend. Het zijn vooral de verborgen, indirecte kosten die een zware stempel drukken op de bedrijfskas. Grote ondernemingen – zoals voestalpine – hebben met het in kaart brengen van indirecte kosten minder moeite dan kleinere zelfstandige ondernemers, die het doorgaans zonder de expertise van een controller moeten stellen.

Aanschafprijs
Kleinere bedrijven nemen deze punten vaak niet allemaal mee in hun kostencalculatie en laten zich vooral leiden door de scherpe aanschafprijs en de afschrijving van intern transportmaterieel.

Dat is slechts een belangrijk deelaspect. Het blijkt dat veel logistieke ondernemingen vaak helemaal geen goed inzicht hebben in alle directe en indirecte kosten van een eigen vloot. Zij maken een keuze op basis van emotie, maar dat is een slechte zakelijke raadgever. Huur is ook niet altijd voor iedereen interessant. Beursgenoteerde multinationals met meer dan vijftig units kiezen vrijwel allemaal heel bewust voor huur of lease, terwijl kleinere niet beursgenoteerde logistieke ondernemingen met aan het hoofd een directeur/eigenaar de voorkeur geven aan een kleine eigen vloot. De afweging koop of huur is daarmee vooral interessant voor ondernemingen met een vlootomvang die groter is dan tien units.

Kader bij artikel:

BEDRIJFSPROFIEL

voestalpine Polynorm in Bunschoten-Spakenburg produceert autocarrosserieonderdelen in de vorm van plaatwerk voor diverse grote Noord-Europese autofabrikanten. Zo levert onder andere het Oostenrijkse moederbedrijf voestalpine daartoe staalrollen (coils) aan, waaruit Polynorm dan de OEM-plaatwerk-onderdelen perst. Vanuit de productie gaat het gereed product in speciale metalen opbergrekken naar het warehouse om van daaruit per trailer naar de desbetreffende auto-fabrikanten te worden verzonden. Alle goederenverplaatsingen binnen de productie en het warehouse gaan met behulp van heftrucks. voestalpine Polynorm biedt werk aan 900 man, waaronder 150 gecertificeerde vaste heftruckchauffeurs in een drieploegendienst. In totaal zijn 300 productie-mede-werkers heftruck gecertificeerd, zodat men nooit gebrek aan chauffeurs heeft.

VLOOTOPBOUW
voestalpine Polynorm heeft een totale intern transportvloot van 62 units, waarvan 22 geleaste heftrucks en 40 stuks in eigendom. De globale verdeling tussen elektrisch en verbranding (diesel) is respectievelijk 9:1. De elektrische heftrucks zijn puur voor de binneninzet. De verbranders (met roetfilters) doen

al het zware buitenwerk. De hefcapaciteiten variëren van lichte anderhalf tonners met drie wielen tot vierwiel-aangedreven versies in de range 2 t/m 5,5 ton. Een paar zeventonners worden ingezet voor het zware assemblagewerk. Daarnaast wordt voor de aanlevering van allerlei productiegereedschappen gebruik gemaakt van een gewone landbouwtrekker met zware lastwagens en twee Spijkstaal-trekkers met bak voor allerlei interne boodschappen. Voor het kleinere verplaatsingswerk worden 17 elektropallettrucks en stapelaars van het merk Jungheinrich gebruikt.

Bovendien zijn er zo’n 200 fietsen beschikbaar voor snelle persoonsverplaatsingen binnen het één vierkante kilometer grote bedrijfscomplex.

Reageer op dit artikel