nieuws

Van opslagplaats naar logistiek dienstverlener: de uitdagingen van een bouwhub

Supply chain 1146

Het is niet meer de enige hub in de hoofdstad, maar wél de eerste. Bouwhub Amsterdam is bijna een jaar operationeel en mag al 6500 bespaarde wegkilometers op haar conto schrijven. Maar dit is slechts een begin, er moet nog véél meer gebeuren, stelt bouwhubdirecteur Ömer Arslan. “We worden nog teveel gezien als opslagplaats.”

Van opslagplaats naar logistiek dienstverlener: de uitdagingen van een bouwhub
ömer Arslan

Nog geen jaar geleden was de 8.000 vierkante meter grond bij het Havenbedrijf in Amsterdam een kaal stukje terrein. Inmiddels is de plek een ware hub met allerlei soorten bouwmaterialen, vrachtvoertuigen en takelwagens. Vanuit daar bestieren initiatiefnemers Van ’t Hek en C.H. Dekker al zeven projecten in de stad. Vorige week was er een feestje, toen werd de hub officieel geopend. Tijd voor een interview.

Het begon vorig jaar met een project voor VORM, inmiddels doen jullie al veel meer projecten in de stad. Met wie werken jullie al samen?
“Sinds een maandje met BMN Bouwmaterialen, Hemubo, Floris Bouwcenter en vanaf januari gaan we aan de slag voor MJ de Nijs en Zonen.”

Dat zijn er al best wel wat. Was het project bij VORM zo’n succes?
“Ja, het is heel goed gegaan. Vanaf begin af aan waren we bij dat project betrokken, omdat VORM besefte dat ze de logistiek daar heel moeilijk op orde konden krijgen. Het is een gebied in ontwikkeling waar aan de ene kant al mensen wonen en aan de andere kant gewerkt wordt en er was nauwelijks plek om materiaal op te slaan. Dus was een hub een handige uitkomst. Per dag, of soms een keer in de twee dagen, leveren we ‘just in time’ materiaal aan, zoals onder andere isolatie, gipsblokken en kalkzandsteen.”

 

Ook op Logistiek.nl

Succes Utrechtse bouwhub smaakt naar meer

Bouwhubs blijken in de praktijk een goede oplossing om goederenstromen van en naar de bouwplaatsen in binnensteden beter te organiseren. In Utrecht heeft deze methode bij diverse grote binnenstedelijke bouwprojecten de afgelopen jaren hoopvolle resultaten opgeleverd, waar het gaat om minder CO2-uitstoot, beladingsgraad en het verminderen van het aantal ritten. Andere steden zien ook brood in het Utrechtse bouwhub-model.’ Lees het hele artikel >>>>

 

 

Ging alles dan in een keer goed?
“Nee, er ging ook wel wat mis. Vooral de planning is een enorme uitdaging gebleken. Het is van essentieel belang dat je uitvoerders het vertrouwen geeft dat het goed komt. Zij vinden het heel moeilijk alles uit handen te geven. Dan laten ze het materiaal tóch op de bouwplaats komen, terwijl er eigenlijk geen plek voor is. Het komt dan even later toch terug op de hub en dat brengt onze planning weer in de war. Ik heb vaak moeten zeggen: ‘We zijn dichtbij, als je meer nodig hebt, kun je me gewoon bellen’.”

Is dat de grootste uitdaging van het bestieren van een hub?
“Ja, dat denk ik wel. De planning zit in het hoofd van een aantal sleutelfiguren. Als je dat gaat regelen via een hub, moet je dit uit handen kunnen geven. Bouwhub Amsterdam wordt nu nog teveel gezien als slechts een opslaglocatie, terwijl we véél meer doen. We slaan niet alleen het materiaal op en vervoeren het, maar we doen ook consulting, het management, de bundeling. De hele logistieke stroom.”

Hoe kun je dit veranderen?
“Door al van te voren inzicht te krijgen in de planning. Als we al in het voortraject in het bouwteam zitten, kunnen we precies uitkristalliseren hoe we de logistiek gaan verzorgen. Dan kunnen we de onderaannemers op een lijn krijgen. Zodat we de complete materiaalstroom al kunnen voorspellen. Daarnaast zou een goed IT-systeem, waarin je inzicht krijgt in de actuele planning, ook goed werken. Dit moet een systeem zijn waarop je direct kan zien als materiaal verlaat is, of als er toch meer of minder nodig is op de bouwplaats.”

Inmiddels is Bouwhub Amsterdam niet meer de enige hub in de stad. Jullie hebben er concurrentie bijgekregen.
“Klopt. VolkerWessels en Beelen zijn ook een hub gestart.”

Vinden jullie dat vervelend?
“Nee, als er geen concurrentie bij zou komen, zouden we ons achter de oren krabben en denken ‘blijkbaar gelooft niemand erin.”

 

Ömer Arslan
Ömer Arslan is sinds vorig jaar operationeel directeur van Bouwhub Amsterdam. Hij is het vaste aanspreekpunt voor de hub, en dag en nacht voor elke uitvoerder bereikbaar. Voor zijn aanstelling was hij ruim vier jaar werkzaam als Process improvement technologist bij Tata Steel.

 

Gaan jullie ook samenwerken?
“Daar zijn op dit moment geen plannen voor, we weten wel van elkaars bestaan. Maar als er in de toekomst projecten komen waarin we moeten samenwerken, dan kan dat wel.”

Hoe denkt de gemeente Amsterdam over deze hubs?
“De gemeente is er blij mee en zegt: ‘ga vooral door’. Ze zien ook wel hoe druk het is met bouwverkeer in de stad. Ze hebben alleen moeite met het opnemen van deze vorm van bouwlogistiek in hun plannen. Het zou erg goed werken als de hub onderdeel maakt van EMVI-criteria in opdrachten. Als er punten mee te verdienen vallen, gaan er opeens veel meer bedrijven via een hub werken.”

Waarom heeft de gemeente daar dan daar moeite mee?
“Omdat er nu nog maar een hub operationeel is, die van ons. Dan kan de gemeente niet zeggen: ga daarmee werken.”

Maar ook zonder medewerking van de gemeente werken jullie al aan diverse projecten en hebben jullie al 6500 wegkilometers bespaard. Zijn jullie blij met wat jullie hebben bereikt?
“Ja, we zijn erg trots dat we al met een project 6500 wegkilometers hebben bespaard. We hebben al zoveel nieuwe samenwerkingen in zo’n kort tijdsbestek.”

 

Lees ook
Goede ketenregie levert bouw minder logistieke kosten op

 

Hadden jullie niet méér besparingen verwacht?
“Ja, eigenlijk wel. Omdat we weten dat het nog zoveel meer teweeg kan brengen. Zoals ik al zei hebben veel bouwbedrijven nog moeite met de logistieke planning uit handen te geven. Ook kan er op veel andere punten nog meer bespaard worden.”

Hoe dan?
“Denk aan een pendelverbinding voor bouwplaatsmedewerkers. Zij parkeren hun auto hier en worden dan met een pendelbus naar de bouwplaats gereden. Dit doen we sinds kort als extra dienst voor de medewerkers én onderaannemers van Vorm in de houthavens. In de toekomst willen we een lijn opzetten die bouwplaatsmedewerkers van verschillende projecten naar hun werk brengt met een grote bus. Dit kan in de toekomst ook met elektrisch vervoer. Als we straks meerdere projecten bedienen in hetzelfde gebied kunnen we zelfs  het  aanmelden al bij ons doen zodat ze meteen aan het werk kunnen.”

En hebben jullie nog meer plannen?
“Ja, heel veel! We willen precies kunnen voorspellen hoeveel vrachtbewegingen nodig zijn om bijvoorbeeld een pand te bouwen. Dan kunnen we de kosten inzichtelijk maken. Dat kan via het BIM-model. Daarin kunnen we direct zien hoeveel materiaal er nodig is op een bouwplaats. Nu wordt dit ingecalculeerd en altijd 10 procent teveel besteld. Dat is straks niet meer nodig. En als je weet hoeveel vrachtbewegingen er precies nodig zijn, kunnen we die informatie geven aan de gemeente en die kan dan precies de belasting voor kades en bruggen voorspellen. We doen nu veel onderzoek hiernaar.”

En hoe gaat het met vervoer over water?
“Dat zijn we ook langzaam aan het opstarten. We hebben voor een kademuurversterking kleine silo’s met grout hier gevuld vanuit de grote silo. Samen met de andere materialen die benodigd zijn voor de kademuurversterking zijn de volle silo’s naar de locatie vervoerd en de lege weer retour gekomen om weer gevuld te worden. De grote silo mocht niet op de kade staan, omdat die anders verzakt. Dit was dus een perfecte oplossing. Alleen doen we dit nog niet zoveel, omdat vervoer via een boot ook beperkingen heeft. Het project moet bijvoorbeeld direct aan het water liggen, anders heeft het geen zin.”

Leveren deze projecten ook al wat op?
“Het is nu nog vooral investeren. Het is de bedoeling dat we einde van dit jaar quitte draaien en dat we volgend jaar onze eigen broek op kunnen houden. Daarna is het zaak dat we de investeringen terugverdienen. Maar daar heb ik alle vertrouwen in. Wij verwachten dat slimme bouwlogistiek in de toekomst steeds belangrijker wordt.”

 

Bron: Cobouw.nl

Reageer op dit artikel