blog

Sonja Bakkeren en Voorraadbeheer

Supply chain

Net als veel andere mensen met goede voornemens, wil ook expert Paul Durlinger komend jaar van zijn overtollige kilo’s af. In bijgaand essay trekt hij op typerende wijze een aantal parallellen tussen diëten en voorraadbeheer.

En ik had me zo voorgenomen niet het hype-woord Sonja-Bakkeren te gebruiken maar ik kon niet anders. Het einde van het jaar betekent ondermeer tijd voor reflectie maar voor personen als ik, die bezig zijn om enig overgewicht aan te pakken, breken barre tijden aan. Ook voor ondernemingen, die iets teveel overgewicht hebben (lees voorraad) wordt het spannend. Wat zal de controller er van vinden en moeten we niet snel nog wat crash-maatregelen nemen?

 

Opeens dienen zich allerlei vergelijkingen op. Waarom lijkt voorraad vanzelf altijd omhoog te gaan maar nooit omlaag? En waarom word ik vanzelf zwaarder maar nooit lichter? Als ik dat laatste aan mijn Estlandse vriendin vertel, die fitness en personal trainer is, krijg ik eerst een blik van onbegrip te zien. Daarna wordt mij haarfijn verteld dat ik “lollus” (Ests voor grote onzin) uitkraam. Eigenlijk iets soortgelijks dat consultants graag aan hun klanten zouden willen vertellen, maar het om commerciële redenen iets voorzichtiger brengen. Zoiets als Sonja Bakker dus.

 

Want eigenlijk is voorraadbeheer en lichaamsgewichtbeheersing (Scrabble woord voor heel veel punten) precies hetzelfde. De voorraad gaat omhoog als er meer ingekocht wordt dan verkocht. En je wordt zwaarder als je meer calorieën eet dan je verbrandt. Zo simpel is het dus.

 

Om je gewicht om laag te brengen moet je daarom óf meer gaan sporten óf wat minder (of beter) te gaan eten. En liefst allebei. Hetzelfde geldt voor voorraadbeheer. Gewoon wat meer verkopen of wat minder inkopen en liefst allebei. En bij het eten en inkopen even goed opletten wat je eet of inkoopt. Wel de goede calorieën en wel de goede producten. Want er zijn goede en slechte vetten (www.voedingscentrum.nl) en goedlopende en slechtlopende producten. Zie daar de theorie.

 

Helaas is de praktijk blijkbaar weerbarstig. Sommige mensen hebben helemaal geen probleem en blijven altijd slank (zitten blijkbaar in een goede markt met weinig concurrentie) en anderen hebben het heel moeilijk. En heel lang gaat het goed en denk je dat er geen probleem is. Maar er komt een ogenblik dat er opmerkingen gaan komen.

 

In het bedrijfsleven is dat vaak de controller, die meldt dat het voorraadgewicht een probleem gaat vormen. In het dagelijkse leven is dat een dierbare die hoofdschuddend zegt dat je uit model begint te raken. Als je pech hebt gebeurt dat door middel van een Sinterklaasgedicht met bijpassende mok of T-shirt uit een prullariawinkel. Maar goed, de boodschap is duidelijk, er moet iets gebeuren.

 

We weten dat er iets vanaf moet maar hoeveel? En in beide werelden grijpen we naar het nietszeggende middel van de benchmark. We gaan ons zelf vergelijken met anderen. Als je dat als mens doet zie je verbijsterende dingen, mat name als je je vergelijkt met judoka’s of boksers uit dezelfde of lagere gewichtsklasse die even lang zijn dan jou. Misschien is het gewicht wel hetzelfde maar het ziet er allemaal iets anders uit. In voorraadbeheertermen heet dit verschijnsel ongebalanceerde voorraad, Te veel van wat je niet moet hebben en te weinig van het goede. En soms zijn ze gewoon ook nog lichter.

 

Natuurlijk moet je je nooit met dit soort mensen vergelijken. Het leidt alleen tot diepe frustraties want de doelstelling van deze sportievelingen is duidelijk anders. Hetzelfde geldt voor bedrijven, die zich ook maar met Jan en Alleman vergelijken zonder zich af te vragen wat de doelstellingen van die andere bedrijven zijn. Er zijn voor de mens wel wat richtlijnen zoals Body Mass index of vetgehalte etc., maar het blijft behelpen. Mijn Estlandse vriendin zegt dat ik nou maar eerst eens moet beginnen en dan zal zij wel zeggen wanneer ik mag stoppen.

 

Maar kan ik het dan dan zelf niet, of kan het bedrijf het zelf niet? Is er altijd hulp van buiten af nodig? Het antwoord is heel simpel; nee, je kunt het niet alleen, ja er is altijd hulp van buiten af nodig. Als je het namelijk wist, zou het nooit zover zijn gekomen en zat je nu niet in deze niet benijdenswaardige situatie . Ligt er alleen aan hoe groot die hulp moet zijn.

 

Gelukkig hebben we nu wel een stok-achter-de-deur, die in het bedrijfsleven topmanagement heet en in het dagelijkse leven de vriendin. En de uitspraak van Plossl en Welch uit 1979:”De voorraad gaat alleen omlaag als het topmanagement zegt dat het moet” geldt ook in het dagelijks leven. De aanleiding is er en nu de hulp van buitenaf.

 

Bij milde gevallen van overgewicht kan men zijn toevlucht nemen tot meer kennis. Je kijkt eens in wat goede boeken over afvallen en fitness of je gaat eens naar een goede cursus op het gebied van voorraadbeheer (www.voorraadacademie.nl). Soms kan dat al voldoende zijn om het proces op gang te brengen.

 

Vaak echter is er verdere ondersteuning nodig. Dan ontkom je er niet aan om naar de sportschool te gaan en hulp van de experts in te roepen. En het bedrijfsleven moet op zoek naar een expert op het gebied van voorraadbeheer. Maar net zoals je bij afvallen weinig hebt aan een Pilates instructeur heb je bij voorraadreductie weinig aan een IT-expert (om maar eens wat te noemen). En het kost allemaal tijd. Natúúrlijk willen we allemaal snél afvallen en nemen we graag onze toevlucht tot crashdiëten of geheimzinnige pilletjes met exotische ingrediënten. Maar iets dat je zorgvuldig jarenlang hebt opgebouwd, breek je niet een, twee, drie af.

 

Hetzelfde met voorraadbeheer, het duurt helaas langer dan je denkt. En sommige vetreserves (overtollige voorraad) zijn heel hardnekkig. Dus om te denken dat je in een paar weken of maanden op je goede gewicht cq voorraad zou zitten is een mooi streven maar we moeten realistisch zijn. Of zoals mijn Estlandse vriendin het uitdrukt wanneer ik mijn streven kenbaar maak (10 kilo in 10 weken) ; “ja, ja…”,  waarbij ze een bepaald gezicht trekt.

 

Helaas komt het in uitzonderlijke gevallen voor dat alleen de hulp van een consultant of trainer geen soelaas biedt. Er moeten drastische maatregelen genomen worden zoals een maagverkleining of een reorganisatie. Maar gelukkig hoeft dit maar zelden te gebeuren. Tenslotte kennen we bij afvallen ook een IT-component. De getallen die verschijnen op de fitnesse-apparaten. Ik meende de laatste keer dat ik in Estland was grappig te zijn en vertelde dat ik niet kon trainen, omdat de gewichtinstelling van een apparaat het niet deed. Ik mocht vervolgens een uur lang met gewichten aan de gang waardoor ik drie dagen geen glas bier kon vasthouden zonder overmatig te trillen.

 

Dus het feit dat uw systeem niet altijd de goede ondersteuning biedt hoeft geen beletsel te zijn. Tenslotte zijn er ook de key-performance indicatoren. Elk week wordt van alles gemeten om te kijken of ik op de goede weg ben en of er iets aan de training moet worden bijgesteld. Gelukkig krijg ik van mijn trainer/coach uitleg erbij want ik vertrouw het IT-systeem in de sportschool voor geen kilo.

Reageer op dit artikel