blog

Compacte opslag: zorg dat het in het logistieke concept past

Warehousing

Compacte opslagmethodieken kunnen ruimte besparen. Toch worden compacte opslagmethodieken vaak vervangen door brede-gangen-palletstellingen-magazijn. Hoe komt dat toch? Eric Hereijgers over compacte opslagmethodieken.

Compacte opslag: zorg dat het in het logistieke concept past
Compacte opslag hereijgers

Bij een brede-gangen-palletstellingen-magazijn wordt slechts 37 procent van de vloeroppervlakte benut voor de opslag van goederen, en dan wordt de hoogte ook nog slecht gebruikt. Terwijl de ruimte in magazijnen vaak schaars is. Bij compacte opslagmethodieken is minder ruimte nodig voor gangpaden. Compacte opslagmethodieken worden vaak vervangen door brede-gangen-palletstellingen-magazijn. De belangrijkste redenen hiervoor zijn:

 

  • de netto bezettingsgraad valt vaak tegen;
  • doorzetcapaciteit is te laag;
  • lagere efficiëntie en hogere operationele kosten;
  • past niet binnen logistiek concept.

      

Netto bezettingsgraad valt vaak tegen

Voor de opslag van pallets in magazijnen worden meestal brede-gangen-palletstellingen-magazijnen toegepast. Met compacte opslagsystemen kunnen er echter meer goederen in de zelfde ruimte worden opgeslagen zoals weergegeven in onderstaande tabel:

 

 

De bruto bezettingsgraad zegt iets over de opslagdichtheid en over het bruto aantal palletplaatsen dat kan worden gecreëerd.

     

De netto bezettingsgraad van compacte opslagmethodieken, waar pallets 2, 3, 4 of 10 diep worden opgeslagen, is lager dan voor opslagmethodieken waar goederen slechts 1 diep worden opgeslagen. Bij brede-gangen-palletstellingen-magazijnen is een locatie wel of niet bezet; in het algemeen wordt uitgegaan van een bezettingsgraad van 90 procent; er is dan ruimte voor flexibiliteit, bewaken ABC-verdeling en voor het opvangen van kleine pieken.

 

Bij multidiepe opslagsystemen zoals inrijdstellingen, shuttlestellingen enzovoorts moet echter met een lagere bezettingsgraad worden gerekend. Bij inrijdstellingen bijvoorbeeld, kunnen pallets eventueel 4 diep en 3 hoog opgeslagen. In 1 inrijhuis passen dan 12 pallets: heel compact. Maar als er nu van 1 artikel 13 pallets worden ontvangen, dan kan 1 inrijdhuis volledig worden gevuld. De 13e pallet moet echter in een nieuw inrijdhuis worden geplaatst. In het vak waar 12 pallets passen, staat dan slechts 1 pallet. Slecht voor de opslagdichtheid en de benuttingsgraad van de inrijdstellingen.

    

De netto bezettingsgraad is afhankelijk van het aantal pallets dat per artikel opgeslagen moet worden. Dit bepaalt tevens de diepte van de kanalen. Gemiddeld genomen moeten er 3 inrijdhuizen (inrijdstellingen) of opslagkanalen (shuttle stellingen etc) gevuld kunnen worden met 1 artikelnummer, om de bezettingsgraad op een acceptabel niveau te houden. De omvang van de inrijdhuizen moet dus bepaald worden op basis van het aantal pallets dat per artikelnummer op voorraad wordt gehouden. Dit is gemiddeld vaak lager dan gedacht!

 

In onderstaande tabel is voor 2 opties ten aanzien van de netto bezettingsgraad aangegeven, wat de resterende, netto opslagcapaciteit is. (klik op de afb. voor groter beeld) 

 

 

Vaak blijkt het aantal pallets per artikelnummer onvoldoende te zijn om 3 inrijdhuizen cq opslagkanalen te kunnen vullen. De bezettingsgraad daalt daardoor te sterk waardoor het netto aantal palletplaatsen onder het netto aantal pallets van brede gangen palletstellingen komt.

 

Doorzetcapaciteit

Met doorzetcapaciteit wordt de in- en uitslagcapaciteit van pallets in het opslagsysteem bedoeld. Met andere woorden: hoeveel pallets kunnen er per uur worden in- en uitgeslagen?

In smalle-gangen-magazijnen kan maar 1 truck tegelijk efficiënt actief zijn om pallets mee in- en uit te slaan. Er kunnen technisch gezien wel 2 trucks tegelijk in de gang rijden; deze zullen elkaar echter hinderen en er zullen wachttijden ontstaan. De trucks waarmee de pallets worden in- en uitgeslagen kosten tussen de € 85.000 en € 110.000. Vaak wordt het aantal trucks beperkt om de operationele kosten onder controle te houden.

    

Het aantal pallets dat per truck in- of uitgeslagen kan worden, is afhankelijk van het aantal gangwisselingen dat hij uit moet voeren. Het wisselen van gang kost relatief veel tijd met een smalle gangen truck. Als er veel van gang gewisseld moet worden, daalt hierdoor het aantal pallets dat per uur in of uitgeslagen kan worden. Als het aantal trucks dan tevens beperkt is, is de totale in- en uitslagcapaciteit beperkt.

    

Bij shuttlestellingen is de in- en uitslagcapaciteit hoog, als er telkens veel pallets per keer worden in- en uitgeslagen. Voordat een pallet wordt in- of uitgeslagen, moet er echter eerst een shuttle worden opgehaald en in de locatie worden geplaatst. Dit kost extra tijd en daardoor capaciteit. Als het aantal pallets per keer per kanaal hoog is, dan is de extra tijd voor het verplaatsen van de shuttle te verwaarlozen. Als er bij de uitslag telkens maar 1 pallet nodig is, dan moet er voor iedere pallet een shuttle verplaatst worden. De uitslagcapaciteit bedraagt hierdoor dan slechts de helft van de normale uitslagcapaciteit met een reachtruck

    

Bij verrijdbare stellingen is het aantal gangen waarin trucks rijden gering. Hierdoor wordt juist de winst in opslagcapaciteit behaald. Het aantal trucks dat per gang actief kan zijn, is tevens beperkt; als er teveel trucks gelijktijdig in een gang rijden, ontstaat er congestie en wachttijden, waardoor de in- en uitslagcapaciteit daalt.

      

Bij verrijdbare stellingen kunnen alleen pallets worden in- en uitgeslagen van de stellingen die bereikbaar zijn. Als er pallets van andere stellingen nodig zijn, zullen de stellingen eerst verplaatst moeten worden. Dit verplaatsen kost tijd, waardoor wachttijden ontstaan. Door een slimme aansturing van het verrijden van de stellingen door het WMS, kunnen deze wachttijden echter beperkt worden.

     

Het verplaatsen van stellingen kan beperkt worden, door in- en uitslagtaken per gang te batchen. Hierdoor voorkomt men verplaatsingen; anderzijds neemt hierdoor de kans op congestie in de gangen weer toe. Het aantal in- en uitgaande bewegingen, juist tijdens de piekmomenten, is bepalend voor de vereiste doorzetcapaciteit en hiermee moet rekening gehouden worden bij de berekening van het aantal gangen. Als er extra gangen moeten worden gecreëerd, om de gewenste doorzetcapaciteit te kunnen realiseren, dan gaat dit weer ten koste van de opslagcapaciteit.

     

Efficiëntie en bijdrage aan operationele kosten

De efficiëntie van het in- en uitslagproces wordt bepaald door de manier van handling. Bij smalle gangen magazijnen, worden pallets met heftrucks of reachtrucks van de goederenontvangstvloer opgepakt en op de kopstelling (een pick- & droplocatie) geplaatst. Vervolgens wordt de pallet met een smalle gangen truck opgepakt en in de opslaglocatie geplaatst. Bij uitslag vindt het omgekeerde proces plaats. De tijd die in totaliteit aan de handling per pallet wordt besteed in een smalle gangen magazijn is daardoor langer dan in een brede gangenmagazijn.

  

Bij shuttlestellingen, moet er telkens eerst een shuttle in een opslagkanaal geplaatst worden, voordat pallets kunnen worden in- en uitgeslagen. Dit kost extra tijd wat ten koste gaat van de overall efficiëntie.

 

De invloed die een lagere efficiëntie heeft op de totale operationele kosten, is afhankelijk van het aandeel van de handling kosten in de totale, operationele kosten.

 

De operationele kosten in een magazijn kunnen globaal worden ingedeeld naar de volgende kostensoorten:

 

 

In de meeste magazijnen bedragen de kosten voor de ruimte ca. 10 tot 15 procent. Dit terwijl de FTE-kosten ca. 65 tot 70 procent bedragen. Door compactere opslagmethoden, dalen de ruimtekosten. Als hierdoor de efficiëntie afneemt, nemen de FTE-kosten toe. Tevens zijn de investeringen voor de stellingen en de trucks van compacte opslagmethode ca. 3 à 4 keer zo hoog dan voor palletstellingen voor een brede gangen magazijn. De daling in ruimtekosten gaat vaak verloren door een stijging van de FTE-kosten en/of door een stijging van de rente- afschrijvings- en onderhoudskosten van compacte opslagmethodieken.

 

 

Daarom is het van belang om eerst na te gaan hoe de kostenverhoudingen liggen tussen de belangrijkste logistieke kostensoorten. Als de ruimtekosten doorslaggevend zijn, dan is het lonend om na te gaan wat hierop bespaard kan worden.

 

 

Als blijkt dat de ruimtekosten doorslaggevend zijn, dan is het zinvol om naar compacte opslagmethodieken te kijken. Deze kosten zijn bijvoorbeeld ook hoog in gekoelde en diepvriesomgevingen. Daarnaast kan het zijn dat de ruimte gewoon niet beschikbaar is. Als goederen hierdoor extern opgeslagen moeten worden, dan zijn de extra kosten voor handling en afvoer van de goederen naar de externe opslaglocatie, ook een gevolg van de beschikbare ruimte. Deze kosten moeten dan in principe bij de "ruimtekosten" worden opgeteld.

 

Past niet binnen logistiek concept

Opslagmethodieken vormen een onderdeel van het totale logistieke concept. Het logistieke concept bestaat uit de opslagmethodieken, de handlingmethoden en de inslag- en orderverzameltechnieken. Deze middelen zijn ondersteunend aan de uitvoering van het logistieke proces, dat plaats vindt met behulp van deze middelen.

 

 

 

Het logistieke concept start met de processen; daarvan kan worden afgeleid welke opslag- en handlingmethodieken passend zijn. Het logistieke concept wordt vormgegeven door een procesbeschrijving, waarin o.a. is aangegeven wat de logistieke karakteristieken van de artikelen, het voorraadvolume en het orderpatroon is. Tevens is hierbij aangegeven hoe de inkomende en uitgaande goederenstroom wordt verwerkt en wat er wanneer gebeurd. Alle primaire en ondersteunende processen worden hierbij vormgegeven.

  

Binnen het logistieke concept wordt bijvoorbeeld aangegeven of pallets batchgewijs per locatie of gang kunnen worden in- en uitgeslagen. Dit kan de efficiëntie van het in- en uitslagproces verhogen, de doorzetcapaciteit vergroten en de opslagdichtheid optimaliseren. In dit geval kunnen smalle gangen magazijnen, verrijdbare stellingen en shuttlestellingen worden gebruikt om goederen compact op te slaan. Als de goederen echter ordergewijs uitgeleverd moeten worden, waardoor meerdere trucks naar 1 smalle gang worden gestuurd in een smalle gangen magazijn, dan kan de efficiëntie wel eens verloren gaan. Hierdoor ontstaat het gevaar dat de gevraagde goederen niet meer tijdig uitgeleverd kunnen worden, waardoor vertraging ontstaat.

  

Als er veel collopicking plaatsvindt, en het is niet efficiënter om een separaat orderverzamelgebied in te richten, dan zullen de aangebroken pallets alsmede de bulkpallets in hetzelfde opslagsysteem worden opgeslagen. Colllopicking vanuit blokstapeling, inrijdstellingen enzovoorts zijn dan geen handige oplossing en zal dan ook niet geschikt zijn voor dit proces.

  

Bij de keuze voor opslagmethodieken moet daarom niet alleen de opslagdichtheid worden geoptimaliseerd. Er wordt dan slechts aandacht geschonken aan 1 element van het gehele concept.

  

In magazijnen, of delen van magazijnen, waarin alleen hele pallets worden in- en uitgeslagen, kan worden nagegaan of compacte opslagmethodieken zinvol zijn. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan bulkmagazijnen, waarin alleen hele pallets staan, en van waaruit orderverzamelgebieden herbevoorraad worden.

  

Tot slot

Naast bovengenoemde redenen zijn er nog andere redenen waarom compacte opslagmethodieken wel of niet zinvol zijn. Om een goede vergelijking te maken is het altijd nuttig om naast een oplossing met compacte opslagmethodieken, tevens een oplossing uit te werken met een brede gangen magazijnoplossing. De brede gangen magazijnoplossing is dan het referentiekader om de oplossingen met compacte opslagmethodieken mee te evalueren.

Reageer op dit artikel