blog

Duurdere grondstoffen: is cradle-to-cradle de oplossing?

Supply chain

Zijn de huidige businessmodellen nog steeds de meest winstgevende? Grondstoffen en arbeidskrachten worden immers snel duurder, waardoor mogelijkheden ontstaan voor nieuwe meer duurzame businessmodellen. De huidige businessmodellen zijn inefficiënt, luidt dan ook de conclusie van Bas van der Moolen (TNO).

Duurdere grondstoffen: is cradle-to-cradle de oplossing?
Klik op de afbeelding voor een vergroting

Clive Pontings beschrijft in zijn boek ‘A green history of the world’ (1992) twee grote overgangen in de menselijke geschiedenis. De eerste vond plaats toen de mens overging van jagen en voedsel verzamelen naar landbouw en veeteelt. Deze overgang ging gepaard met een drastische ingreep in het ecosysteem en de biodiversiteit. Steden ontstonden en de consumptiemaatschappij was een feit.

 

Tweede overgang

De tweede grote overgang vond plaats toen begonnen werd met de exploitatie en het verbruik van grondstoffen. McDonough en Braungart beschrijven 15 jaar later deze overgang in hun boek ‘Cradle to Cradle’ iets genuanceerder door onderscheid te maken tussen grondstoffen uit de biosfeer (biologisch afbreekbaar) en grondstoffen uit de technosfeer (waar mogelijk recyclebaar). Met de eerste overgang is de biosfeer doorbroken en in de tweede is de technosfeer ontstaan.

De huidige supply chains worden gekenmerkt door Chinese fabrieksarbeiders die per dag slechts vijf euro ‘kosten’, de welvarende westerse wereld, en efficiënte transportmiddelen.

 

241.000 kilometer

Getuigt het van duurzaam ondernemerschap om in een hoog tempo grondstoffen uit de technosfeer verder te benutten en via lange supply chains richting de consument te vervoeren? Uit een supply chain-analyse van Sustain (Verenigd Koninkrijk) naar 26 willekeurige voedingsmiddelen bleek dat deze producten samen 241.000 kilometer hadden afgelegd om uiteindelijk te kunnen worden verkocht met een minimale marge. Naast de negatieve effecten op het milieu zijn immers de gevolgen ook merkbaar in de vorm van sterke prijsstijgingen van een groot aantal grondstoffen.
 

Figuur 1, prijsstijging van tarwe (grondstof uit de biosfeer)  en platina (grondstof uit de technosfeer), bron: www.nrc.nl.

De bovenstaande voorbeelden van de prijsontwikkeling van tarwe en platina staan niet op zichzelf. Zo is beleggen in goud lucratief geworden en koper en olie zijn ronduit duur.
Resultaat is dat het steeds interessanter wordt om grondstoffen te blijven hergebruiken door middel van recycling.

 

Belangrijk knelpunt

Momenteel kent recycling nog een belangrijk knelpunt: materialen van verschillende eigenschappen worden met elkaar vermengd, waardoor de kwaliteit achteruit gaat. Een voorbeeld is de vermenging van kunststoffen van verschillende kleuren of erger, een vermenging van verschillende grondstoffen zoals ijzerlegeringen (bijvoorbeeld chroom, molybdeen en staal). McDonough en Braungart noemen deze vorm van recycling ‘down cycling’.

 

De onderstaande figuur geeft een schematische weergave hoe door middel van ‘down cycling’ de levensduur van grondstoffen aanzienlijk kan worden verlengd. Echter: na veel transportkilometers blijft de verbrandingsoven onvermijdelijk.

Het idee achter het cradle-to-cradleconcept is dat dit recycleproces zodanig wordt vormgegeven dat de kwaliteit van de grondstof constant blijft, zodat deze kan blijven circuleren in de techno- dan wel biosfeer op een energieneutrale manier (productie, demontage, recycling en transport moeten dus ook energieneutraal zijn). Afhankelijk van de grondstofprijs is werken volgens dit concept aantrekkelijk, omdat productie minder afhankelijk wordt van nieuwe grondstoffen.

De cradle-to-cradle supply chain
Afhankelijk van de kosten van nieuw materiaal, arbeids- en transportkosten is het dus interessant om eerder ingekochte grondstoffen terug te halen en te hergebruiken. Océ maakt bijvoorbeeld voor de fabricage van nieuwe kopieermachines voor een deel gebruik van materialen en zelfs complete modules van retour gekomen machines. Voor Océ is dit rendabel omdat de kwaliteit van hun machines dit toelaat en ze exact weten waar kun kopieermachines zich bevinden in de markt. Océ verkoopt immers geen kopieermachines maar een kopieerservice, klanten krijgen een kopieermachine slechts in bruikleen. Daarmee blijft Océ eigenaar van de grondstoffen en is hergebruik relatief eenvoudig.

Deze manier van werken is arbeidsintensiever en naast een voorwaarts gerichte supply chain is ook een goed georganiseerde retourketen vereist. Daarom zal deze werkwijze eerder rendabel zijn voor hoogwaardige producten zoals kopieermachines dan voor laagwaardige producten zoals tandenborstels. De waarde van het product beperkt echter maar ten dele de rentabiliteit van een degelijke manier van werken.

 

Doorslaggevende factoren
Andere doorslaggevende factoren zijn bijvoorbeeld productielocaties, materiaalkeuze, productontwerp, de markt en het marketingbeleid. Hiervan is de materiaalkeuze en het ontwerp bepalend voor de mate waarin grondstoffen kunnen worden gescheiden en retourstromen kunnen worden georganiseerd. Het spreekt voor zich dat producten gemaakt van een beperkt aantal verschillende grondstoffen eenvoudiger te demonteren zijn en dat bundeling hiervan makkelijker is.

Met andere woorden, hoe universeler de gebruikte grondstoffen zijn, hoe goedkoper het is om deze te hergebruiken. De meest universele grondstoffen zijn de biologisch afbreekbare grondstoffen, de grondstoffen uit de biosfeer. Een biologisch afbreekbare plastic fles hoeft immers niet apart te worden ingezameld, maar kan gewoon in de groencontainer.

Door in het ontwerp rekening te houden met de retourstroom kan voor hoogwaardige producten een eigen merkspecifieke retourstroom rendabel worden ingericht en laagwaardige producten kunnen een meer generieke retourstroom faciliteren.

 

Stap richting cradle-to-cradle
Het is vervolgens aan de fabrikanten van hoogwaardige producten of ze de disassembly in eigen beheer doen of dit (deels) uitbesteden. De onderstaande figuur geeft een schematische weergave hoe een dergelijke closed loop supply chain er uit kan zien. Dit is een stap richting cradle-to-cradle zoals McDonough en Braungart bedoelen. In dit proces kunnen echter nog grondstoffen verloren gaan door onder andere het transport, disassembly, geschikt maken voor hergebruik en de productie zelf.


Eco-efficiënt, minder vervuilen en eco-effectief, niet vervuilen en zelfs verschonen

Het minimaliseren van het verbruik van grondstoffen is de eerste stap naar de cradle-to-cradlemanier van werken. McDonough en Braungart noemen dit het vergroten van de eco-efficiency, het minder slecht zijn.

 

Dit is niets meer dan het minimaliseren van het verbruik van grondstoffen in producten, transport en productie. Het nieuwe extra geconcentreerde wasmiddel Klein en Krachtig van Omo is hier een voorbeeld van, maar ook het postponed-manufacturingconcept van IKEA. Consumenten moeten immers hun eigen meubels in elkaar zetten waardoor ze pas op locatie het eigenlijke volume zullen innemen. Het ruime assortiment van biologisch afbreekbare producten van hetzelfde woonwarenhuis is een ander voorbeeld van producten die al redelijk dicht tegen het cradle-to-cradleconcept aanzitten.

 

Meer dan eco-efficiënt
Cradle-to-cradle is echter meer dan eco-efficiënt. Cradle-to-cradle voorziet in de behoefte van de consument, nu en in de toekomst, op een manier waarop diens consumptiepatroon ten goede komt aan het milieu, bijvoorbeeld afvalwater dat schoner is dan het water dat men verbruikt ten behoeve van de productie. Dit is wat McDonough en Braungart eco-effectief noemen: een bijdrage leveren door meer te doen.

Transport is een enabler
Transport zelf zal voorlopig nog niet op een eco-effectieve manier uitgevoerd kunnen worden omdat er altijd grondstof wordt verbrand. Het kan daarom ook gezien worden als een verliespost binnen het cradle-to-cradleconcept. Al is transport in vergelijking met andere sectoren op basis van de totale CO2-uitstoot slechts zes procent. Transport kan wel eco-efficiënter door bijvoorbeeld het ontwikkelen van businessmodellen waarbij de behoefte naar transport minder is, maar ook door gebruik te maken van moderne en efficiënte transportmiddelen of andere modaliteiten.



Bron: CBS/MNC, 2008

De bijdrage van transport is dan niet groot, maar de ontwikkeling van efficiënte retourstromen is wel cruciaal voor het sluiten van de kringloop om hergebruik überhaupt mogelijk te maken en om verstandiger om te gaan met reeds aanwezige grondstoffen. Transport kan wat dat betreft gezien worden als een enabler.

Cradle-to-cradle businessmodel: kwestie van zien en willen
Niet voor elke ondernemer is het cradle-to-cradle businessmodel even eenvoudig te implementeren, omdat wellicht de omvang van de onderneming te klein lijkt of omdat de producten of activiteiten in eerste instantie niet geschikt lijken voor een dergelijke werkwijze. Fabrikanten kunnen inzetten op hergebruik van grondstoffen of herontwerp van het product (zie de onderstaande figuur). Transporteurs zouden meer aandacht moeten hebben voor bijvoorbeeld de beladingsgraad (eco-effectief) en dienstverleners of kennisinstellingen zoals TNO zouden kunnen werken vanuit een energieneutraal kantoor. Kortom: cradle-to-cradle is een kwestie van het willen zien van de mogelijkheden.



Bron: B.J. van der Moolen, TNO 2008

Het onderstaande stappenplan helpt u op weg richting een cradle-to-cradlemanier van ondernemen. De eerste stap is gericht op het minimaliseren van het gebruik van grondstoffen en de keuze voor bepaalde grondstoffen. Bij de tweede stap (het minimaliseren van verliezen van de huidige werkwijze) zou u kunnen denken aan de gebruikte productiemethode of de locatie. In de derde stap (afstemmen van de economische en technische levensduur) zou u kunnen denken aan de restwaarde van een product en wat er met producten gebeurt als de eerste eigenaar deze heeft afgeschreven.

 

Bij de vierde stap (implementeren van een businessmodel met een gegarandeerde retourstroom) zou u kunnen denken aan bijvoorbeeld de businesscase van Océ. De laatste en vijfde stap is het eco-effectief ondernemen.


Bron: B.J. van der Moolen, 2008

Cradle-to-cradle of niet, de aandacht voor dit concept is wellicht de aanleiding zijn om eens op een andere manier naar de huidige werkwijze te kijken. Is het huidige businessmodel wel het meest winstgevende op de langere termijn? Denk hierbij alleen al aan de eerder aangehaalde prijsstijging van grondstoffen, de kwetsbaarheid van lange supply chains, milieudruk en niet de vergeten de duurder wordende Chinese vakman. De huidige manier van werken zal op een gegeven moment simpelweg te duur worden.

McDonough en Braungart stellen dat de meeste producten uiteindelijk slechts vijf procent van grondstoffen bevatten die totaal nodig zijn geweest om het product te fabriceren en te transporteren. Kortom: grondstoffen worden nog steeds op een tamelijk inefficiënte manier verwerkt. Het moet dus mogelijk zijn om ook bij u aanzienlijke besparingen te realiseren!

Dit artikel is geschreven met medewerking van TNO-collega’s Frank van Lange en Kees Verweij

Reageer op dit artikel