nieuws

Bedrijfsleven onderschat logistieke risico’s

Logistieke dienstverlening

Bedrijfsleven onderschat logistieke risico’s
Bedrijfsleven onderschat

Grote obstakels in logistiek Nederland zijn: het onvermogen van logistieke bedrijven om de baten van risicomanagement in geld uit te drukken, de sterke focus op efficiency en de huiverigheid van bedrijven om gevoelige informatie over kwetsbaarheden te delen. Dit blijkt uit grootschalig onderzoek van TNO.

Als Nederland een vooraanstaand logistiek land wenst te blijven, zullen logistieke bedrijven meer moeten doen aan de robuustheid van hun logistieke diensten en prestaties.

  

In januari en februari 2010 onderzocht TNO de risico’s, verstoringen en kwetsbaarheden in logistieke ketens. Het onderzoek betrof de periode 2008-2009 en werd afgerond vlak voordat de IJslandse vulkaan zijn aswolken uitstootte, en (vracht)vliegtuigen noodgedwongen aan de grond moesten blijven. Om de logistieke diensten en prestaties op voldoende niveau te houden, zullen bedrijven de handen ineen moeten slaan om te investeren in risicomanagement.

 

Meer dan 330 in Nederland gevestigde bedrijven werkten aan het onderzoek mee. Het werd uitgevoerd in samenwerking met de Universiteit van Tilburg, verladersorganisatie EVO en de brancheorganisatie Transport en Logistiek Nederland (TLN).

 

Meest voorkomende verstoringen

De meest voorkomende verstoring was de plotselinge daling van de marktvraag. Ruim 60 procent van de respondenten had hiermee te maken. Sterke daling leidt tot overcapaciteit en hoge voorraden (hoge kosten). Soms vertoonde de vraag een stijging. Dit leidt tot gebrek aan capaciteit en voorraden (lage service). De economische crisis heeft zeker een rol gespeeld, al blijkt uit eerder onderzoek dat sterke vraagverandering ook in andere periodes een probleem vormt voor de logistieke planning en uitvoering.

 

Verladers (producenten en handelsbedrijven) hadden daarnaast vooral te maken met kwaliteitsproblemen bij leveranciers of gebrekkige logistieke prestaties van leveranciers. Logistieke dienstverleners en vervoerders kampten vooral met de gevolgen van strenge weersomstandigheden zoals die in december 2009. Overlast door natuurgeweld, zoals de IJslandse vulkaanuitbarsting, overstromingen, orkanen en aardbevingen, kwam weinig voor en staat niet in de top 10 van meest voorkomende verstoringen.

 

Het vermoeden bestaat dat de maatschappij in de toekomst vaker met natuurgeweld te maken krijgt. Het verdient naar de mening van TNO sterke aanbeveling om de aard en omvang van de mogelijke gevolgen hiervan tijdig in kaart te laten brengen, zodat overheid en bedrijfsleven in voorkomende gevallen adequaat kunnen reageren.

 

Meest ernstige verstoringen

Verstoringen door natuurgeweld staan wel in de top 10 (op nummer 7) als het gaat om de ernst van verstoringen. Dit geeft aan dat een dergelijke zeldzame verstoring toch veel invloed heeft op het Nederlandse bedrijfsleven. Verladers hebben er beduidend meer last van dan logistieke dienstverleners en vervoerders. Dit komt waarschijnlijk doordat verladers veel vaker wereldwijd actief zijn en goederen uitwisselen met bedrijven in gebieden waar vaker natuurrampen plaatsvinden.

 

Op nummer 1 in de top 10 van meest ernstige verstoringen staat faillissement van een klant; dit betreft zowel verladers als vervoerders. Faillissement leidt tot krimp van toekomstige orders terwijl openstaande facturen (waarvoor alle leveringen al zijn verricht en logistieke kosten zijn gemaakt) niet meer worden voldaan. Verladers beschouwden ook de gebrekkige logistieke prestaties van leveranciers als verstoring met ernstige gevolgen. De meest ernstige verstoringen leiden vooral tot hogere kosten (op 1), lagere omzet (op 2) en langere levertijden (op 3).

 

Oorzaken

Op de vraag waar de verstoringen vandaan komen antwoordt 75 procent van de respondenten dat die vooral ontstaan in de logistieke keten bij klanten, leveranciers en dienstverleners. Dus niet bij het eigen bedrijf (dat vindt slechts 12,5 procent). De overige 12,5 procent ziet de ‘omgeving’ als bron van verstoringen. Daaronder valt naast natuurgeweld in IJsland bijvoorbeeld ook regelgeving of politieke instabiliteit in landen waar producten worden ingekocht.

 

Het grootste risico voor toekomstige verstoringen met logistieke gevolgen is de toenemende afhankelijkheid van ICT-systemen, meent 60 procent van de respondenten. Dit is geen verrassend percentage, gezien de enorme vlucht in het gebruik van ERP-systemen en speciale logistieke softwarepakketten en de koppeling met internet en mobiele communicatie. Het betekent dat ICT dubbel moet worden uitgevoerd, of dat snel moet kunnen worden overgeschakeld op handmatige activiteiten. Dit wordt versterkt door de toenemende afhankelijkheid van elektriciteit. Ruim 45 procent van de respondenten (nummer 7 in de top 10 van belangrijkste risico’s in de toekomst) ziet dit als groot risico.

 

Veel betaalbare mogelijkheden om kwetsbaarheid te verkleinen

Logistieke dienstverleners en vervoerders hebben een aanzienlijk hoger niveau van kwetsbaarheid dan verladers. Dat blijkt uit de Supply Chain Vulnerability Index (SCVI) die TNO berekende. Vooral de toenemende onderlinge concurrentie en de vraagonzekerheid in de markt verklaren het verschil. Daarnaast zijn de complexiteit van de logistieke keten en de druk op efficiency veroorzakers van een hogere indexwaarde.

 

De respondenten werd tevens gevraagd hoe goed hun eigen bedrijf is voorbereid op verstoringen in de logistieke keten. Bedrijven geven zichzelf gemiddeld een 6,9 als rapportcijfer. Met adequaat risicomanagement kunnen bedrijven de schade van verstoringen beperken en sneller herstellen. Slechts de helft van de respondenten is daarmee bezig, terwijl TNO veel betaalbare mogelijkheden ziet om bedrijven weerbaarder te maken tegen verstoringen en dus de veerkracht te vergroten.

 

Maatregelen

De maatregelen die zowel verladers als vervoerders toepassen zijn vooral ‘overvloed’-gerelateerd. Denk aan het aanleggen van buffervoorraden, het bewust aanhouden van meerdere leveranciers voor kritische producten en het afsluiten van verzekeringspolissen. Vooral op kortere termijn leiden dergelijke maatregelen tot hogere kosten of lagere efficiency. Maatregelen op het vlak van flexibiliteit, transparantie en ketensamenwerking komen in mindere mate voor. Deze maatregelen bieden oplossingen bij nieuwe verstoringen, maar kunnen ook nuttig zijn in tijden van relatieve rust. Daarmee snijdt het mes aan twee kanten en is de investering eerder te rechtvaardigen.

 

De belangrijkste belemmeringen om goed risicomanagement in te voeren zijn het onvermogen van bedrijven om de baten van risicomanagement in geld uit te drukken (op 1), de sterke focus op efficiency (op 2) en – ondanks alle inspanningen om te komen tot geïntegreerde logistieke ketens – de huiverigheid van bedrijven om gevoelige informatie over kwetsbaarheden te delen (op 3). Dat is zorgelijk, zeker omdat Nederland een vooraanstaand logistiek land wenst te blijven. Daarbij hoort een goede continuïteit van logistieke diensten en prestaties.

 

Het onderzoek past in het jarenlange onderzoek naar risico’s in logistieke ketens met de titel ‘Resilient Supply Chains’ (veerkrachtige logistieke ketens), dat wordt uitgevoerd door TNO.

 

Expertartikel 10 lessen

Volgende week veel meer hierover in het expertartikel op Logistiek.nl: Tien lessen uit het nationale onderzoek Kwetsbaarheid Logistieke Ketens 2010. Blijf op de hoogte via de gratis logistieke nieuwsbrief!

Reageer op dit artikel