artikel

Onderhoud material handling: uit handen geven of zelf doen?

Warehousing Premium

Onderhoud material handling: uit handen geven of zelf doen?

Onderhoud aan gebouwgebonden material handling systemen kun je zelf doen of uitbesteden. Zelf doen lijkt praktischer en goedkoper, maar een onderhoudscontract neemt weer veel zorgen uit handen, tenzij dat contract niet goed is gecommuniceerd en opgesteld.

Artikel oorspronkelijk gepubliceerd in Logistiek op 18 november 2011.

Zodra sorters, miniloads, conveyors, magazijnkranen, pickstations en diverse complexe orderverzamel- en consolidatiesystemen vanwege een storing uitvallen, staat vaak gelijk ook de interne logistieke afhandeling geheel of gedeeltelijk stil. Downtime kost handenvol geld; dus is het zaak deze systemen regelmatig te onderhouden.

     

Onderhoud kan in eigen beheer worden gedaan, worden uitbesteed, of via het afsluiten van een (full-service) onderhoudscontract bij de systeemleverancier, als er geen eigen technische dienst is. Die vraagt voor deze dienstverlening uiteraard een billijke vergoeding. Sommige logistieke ondernemingen doen het onderhoud volledig in eigen beheer en wordt alleen in probleemgevallen een beroep op een servicemonteur van de systeemleverancier gedaan.

      

Eigen beheer

Beschik je als logistiek dienstverlener over een gedegen eigen technische dienst, dan is het voor de hand liggend om de onderhoudswerkzaamheden geheel of gedeeltelijk in eigen beheer uit te voeren. Dit wordt vaak als goedkoper gezien dan de kosten van een full-service onderhoudscontract met de leverancier, al kost het eigen onderhoudspersoneel uiteraard ook geld. Karel ter Burg – hoofd TD van Centraal Boekhuis – beschikt over een eigen onderhoudsploeg van zeven storingsmonteurs die de verschillende material handling systemen aan de praat houden.

       

Centraal Boekhuis beschikt over diverse logistieke systemen van meerdere leveranciers, waaronder sorters van Vanderlande en Technisch Buro West Brabant, een hoogbouwmagazijn met Stöcklin kranen, en diverse pallettransportsystemen van CSi. Deze systeemdiversiteit en het gegeven dat deze 6×24 uur per week draaien, vereist volgens Ter Burg eigen all-round monteurs die alle systemen kunnen onderhouden en repareren. “Bovendien zijn ze vrijwel doorlopend op locatie, of direct oproepbaar en dus snel inzetbaar. Voor probleemgevallen doen we tegen betaling een beroep op een stand-by monteur van de desbetreffende leverancier. Voor softwarestoringen in de besturing hebben we een online inbelverbinding met enkele leveranciers, die het systeem op afstand kunnen monitoren en resetten.”

    

‘Hotline contract’

Algemeen directeur Arnold Theuws van Quantore beschikt eveneens over een eigen technische dienst van vier mensen in wisseldienst. “Daarnaast hebben we een ‘hotlinecontract’ met leverancier Knapp voor het geval we er zelf niet uitkomen. Wel hebben we onderhoudscontracten afgesloten voor wat betreft de OSR en randapparatuur (weegschalen, doos en dekselmachines, sorter, etc). Hiervoor hebben om de twee weken een monteur van Knapp in huis, die ons meehelpt het systeem in topconditie te houden met periodiek preventief onderhoud.”

   

Brede inzet

Facilitair manager Franc Vosman van Docdata beschikt ook over een eigen technische dienst die zoveel mogelijk alles zelf onderhoud en repareert. “Die worden overigens ook breed ingezet voor gebouwonderhoud en het intern transportmaterieel, om het zo rendabel mogelijk te houden.” De material handlingsystemen bestaan hoofdzakelijk uit allerlei sorters van verschillende leveranciers, waaronder die van Crisplant, Equinox en Van Riet. “Daarmee hebben we een ‘hotline contract’ voor uitzonderlijke storingen die we niet snel zelf kunnen oplossen. In de piekperiode (laatste drie maanden van het jaar) betalen we wat meer voor een 24-uurs servicegraad. Op locatie hebben we verder een spareparts magazijn voor de meest slijtagegevoelige systeemonderdelen. Verder doen we veel aan preventief onderhoud en inspectie om storingen voor te zijn.”

     

Scholing & training

Vrijwel alle systeemleveranciers bieden de mogelijkheid tot scholing en training van het technisch personeel van de klant voor periodieke onderhoudsdoeleinden en het oplossen van kleine storingen. De leverancier hoeft dan niet voor elk wissewasje een relatief dure storingsmonteur te sturen. Bij onderhoud in eigen beheer bestaat het gevaar dat de leverancier uiteindelijk de schuld van een storing bij de technische dienst van de klant legt met als argument dat het onderhoud niet correct is uitgevoerd en tot de storing heeft geleid. Leveranciers die verantwoordelijk worden gesteld voor de beschikbaarheid van het systeem, zullen daarom vrijwel altijd eisen dat ze ook het preventief onderhoud mogen doen om grip op de zaak te houden.

     

Beschikbaarheid

In het geval van een onderhoudscontract interpreteert de leverancier afspraken omtrent onderhoud soms anders dan de gebruiker. Een belangrijk criterium is de beschikbaarheid van een systeem. Dat kan bijvoorbeeld in termen als 99 procent ‘uptime’. Dat wil zeggen, van de totale tijd dat het systeem gebruikt moet worden, mag het slechts 1 procent uit de lucht zijn (‘downtine’). Eventueel kan daar een extra eis aan worden toegevoegd, zoals maximaal vier uur achter elkaar ‘downtime’. Met andere woorden: als er een storing is, moet alles binnen vier uur weer draaien. Een alternatief is om de beschikbaarheid in termen te definiëren volgens ‘output of input’. Bij een automatisch hoogbouwmagazijn kan dat bij voorbeeld het aantal orders zijn dat de gebruiker aan het systeem geeft; afgezet tegen het daadwerkelijke aantal orders dat binnen een overeengekomen tijd is uitgeslagen. Er is ook vaak discussie tussen leverancier en gebruiker over de vraag wat het belang is van een deelsysteem voor de beschikbaarheid van het totale systeem. Een basic voorbeeld is een automatisch magazijn met vier gangen en vier kranen. Hoe groot is de beschikbaarheid op het moment dat één kraan uitvalt? De leverancier zal zeggen

75 procent. Als het magazijn echter helemaal niet kan uitleveren, omdat voor elke order artikelen uit alle gangen nodig zijn, is de beschikbaarheid voor de gebruiker in feite slechts nul procent.

    

Reserve-onderdelen

Om te voorkomen dat het systeem lang uit de lucht is, is het raadzaam om een aantal reserveonderdelen in de buurt te hebben. Dat geldt in ieder geval voor slijtagegevoelige delen, maar wellicht ook voor essentiële onderdelen waarop een lange levertijd rust. De vraag is wie de eigenaar is van die onderdelen. De leverancier zal de gebruiker eigenaar willen maken, omdat hij die onderdelen niet voor andere doeleinden kan gebruiken. De gebruiker echter zal die onderdelen pas willen betalen als hij ze daadwerkelijk nodig heeft.

 

ONLINE MONITORING

Bij het afsluiten van een onderhoudscontract loont het de moeite om met de leverancier ook te onderhandelen over eventuele gevolgschade van een storing. Het kan immers gebeuren dat je omzet misloopt als gevolg van een storing. Systeemuitval en daarmee schade kan tegenwoordig door veel systeemleveranciers op afstand worden gemonitored. Elke week wordt de beschikbaarheid van het systeem gemeten. Komt die onder een bepaald niveau, dan hoeft de gebruiker minder voor het onderhoud te betalen. Als de beschikbaarheid boven een bepaald niveau komt, wordt er weer wat meer betaald (bonus-malusregeling). Problemen met de software kunnen ook vaak op afstand worden opgelost. Vrijwel elke grote systeemleverancier heeft een online helpdesk, die op afstand in het systeem kan inloggen om eventuele elektronische problemen te diagnosticeren en op te lossen.

 

Reageer op dit artikel