artikel

Er zijn boeken volgeschreven over RFID, radio frequency identificatie, en er zullen nog vele boeken en webpagina’s volgeschreven worden. We beperken ons hier tot de algemene relevante informatie.

De basis van RFID is het kunnen identificeren van objecten met behulp van radiostralen. Dus zonder zichtverbinding en op afstand.

 

Een RFID systeem bestaat uit

  • Tags ofwel transponders. Dit is een microchip van nog geen mm² die zowel radio-ontvanger als radio-zender is. De chip is bevestigd aan een antenne die radiosignalen ontvangt, doorgeeft aan de chip waarop deze zal gaan zenden via dezelfde antenne. Chip en antenne tezamen zijn "ingepakt" als plaketiket of in een kunststof behuizing en vormen zo de tag. Er zijn duizend en een verschijningsvormen van tags.
     
  • Antennes. De antenne is een niet intelligente component van een RFID systeem en zal slechts de energie van de zender omzetten in een elektrisch signaal. Een antenne zit bedraad vast aan de reader.
     
  • Reader, soms "interrogator" of "lees-schrijfstation". Deze component zit aangesloten op een centrale computer (via een (draadloos) netwerk) en stuurt de antennes aan. De reader kan worden geconfigureerd zodat de radiosignalen de beste resultaten opleveren. De software in de reader wordt ook wel edgeware genoemd.
     
  • Software op het informatiesysteem. Deze software ontvangt de signalen van de reader en zal deze moeten verwerken tot logistieke betekenis, bijvoorbeeld "ontvangen" of "verzonden".

 

Een RFID systeem kan enorme voordelen opleveren in tijdsbesparing en kwaliteitsborging. Daar staat tegenover dat radiostralen niet zichtbaar, niet voelbaar en moeilijk controleerbaar zijn. Dit zijn natuurkundige beperkende factoren. Ook zijn er wettelijke reguleringen in het gebruik van ethersignalen die het toepassen van RFID kunnen belemmeren.

Reageer op dit artikel