artikel

Mentale ergonomie zit tussen de oren

Warehousing Premium

Met behulp van mentale, of cognitieve ergonomie maak je magazijnwerkzaamheden logisch en gebruiksvriendelijk. Bovendien verhoog je er de effectiviteit en productiviteit van het magazijnpersoneel mee, terwijl je de kans op ongelukken en fouten verkleint.

Artikel oorspronkelijk gepubliceerd in Transport&Opslag op 1 oktober 2006.

Om het ziekteverzuim en de kosten daarvan terug te dringen en de gezondheid van het magazijnpersoneel te verbeteren, is er in het afgelopen decennium extra veel aandacht geweest voor ergonomie. Ergonomie is volgens universitair docent Mieke Brouwer van de Universiteit Twente onder te verdelen in drie deelgebieden. Fysieke ergonomie, sensorische ergonomie en cognitieve ergonomie. De fysieke ergonomie houdt zich hoofdzakelijk bezig met het aanpassen van de (werk)omgeving op de fysieke, lichamelijke kant van de mens. Enkele bekende voorbeelden zijn: tilhulpen, lucht afgeveerde heftruckstoelen, stuurbekrachtiging, joysticks, mini-hendels en vingertiptoetsen etc.

Sensorische ergonomie heeft betrekking op onze zintuigen in relatie tot onze werkomgeving, zoals horen, zien en voelen. Daarbij moet je onder andere denken aan verlichting, klimaatbeheersing en beperking van geluidsoverlast.
   

Ander licht

Cognitieve ergonomie richt zich vooral op de mentale, geestelijke kant van de mens. Daarbij wordt gekeken hoe mensen mentaal functioneren, denken en wat zij onder verschillende omstandigheden kunnen begrijpen en als logisch en prettig ervaren. Mieke Brouwer heeft een student ‘industrieel ontwerpen’ (Ronald Pijpstra) onder haar hoede die binnenkort een afstudeeropdracht afrond over cognitieve ergonomie. Hij loopt stage bij Jeka onder begeleiding van Rik Gerrits en John Kusters in Nijmegen. Zij maken dankbaar gebruik van het cognitief ergonomische onderzoek bij het verbeteren van hun logistieke producten.
 

Rik Gerrits en John Kusters koppelen cognitieve ergonomie aan hun eigen kernactiviteit, namelijk logistieke bewegwijzering in magazijnen. “Cognitieve ergonomie is de kunst van het verlagen van de werkdruk en tegelijkertijd het verhogen van de orderverzamelprestatie”, stelt Rik Gerrits vast. “Kennis van cognitieve ergonomie heeft er toe geleid dat we onze eigen producten nu toch in een ander licht zien.” Hierbij staan volgens Kusters twee vragen centraal: hoe verwerkt iemand de aangeboden informatie en hoe moet deze worden gestructureerd? Als voorbeeld haalt hij de oude vertrouwde stellinglocatiesticker aan. Deze is verkrijgbaar in velerlei kleuren, maten en aanduidingen. “Als je uit cognitieve ergonomisch oogpunt kijkt naar deze locatiestickers , zie je dat er heel veel onlogisch zijn”, vinden beide heren.
 

Chunks

Westerse mensen lezen van links naar rechts en van boven naar beneden. Dan is het ook logisch dat het uitvoeren van handelingen in dezelfde volgorde gaat. De opbouw van het locatienummer moet voorwaarts zoekend zijn; dus achtereenvolgens een nummer voor het gebouw, de gang, de sectie, de hoogte en de onderverdeling. Een orderverzamelaar zoekt eerst de gang en de sectie. Op de locatie aangekomen bepaalt hij de hoogte of het niveau waarop hij het artikel moet picken en scant ten slotte de barcode. Een sticker waarbij de locatienummering onder of rechts van de barcode staat, is dus niet logisch ingedeeld. Deze moet erboven of ervoor. Vaak zie je dat samengestelde locatienummers als AA0501 voor de duidelijkheid worden weergegeven met koppelstreepjes; dus AA-05-01. Dat lijkt beter, maar die streepjes worden door onze hersenen ook ‘gelezen’, terwijl het geen echte nuttige informatie is. Zonder deze koppelstreepjes leest het sneller en gemakkelijker: AA 05 01.

Deze brokjes informatie heten chunks. Hoe minder van deze chunks hoe beter. Hetzelfde geldt voor pijlen, die naar een liggerniveau verwijzen. Volgens Gerrits is dit ook overbodige en verwarrende informatie. Het niveau wordt namelijk al duidelijk aangegeven door de laatste twee cijfers van de locatiecode, namelijk 01.

Cognitieve ergonomie sluit doorgaans aan op de belevingswereld. Toch maken Kusters en Gerrits de bekende uitzondering op de regel, als het gaat over hoogteaanduidingen in de stelling. In de Angelsaksische landen is de begane grond van een flatgebouw altijd de eerste verdieping. Europeanen geven de begane grond de aanduiding 0 (nul), omdat het formeel geen verdieping of etage is. Stel je hebt een magazijnstelling met vijf afzethoogtes. Dan is het volgens Kusters en Gerrits toch logischer deze achtereenvolgens te nummeren. Volgens een rekenkundig principe. Te beginnen met 1 voor de vloerpositie.
 

Kwestie van wennen

Volgens Mieke Brouwer is cognitieve ergonomie geen exacte wetenschap en zijn uitzonderingen altijd mogelijk. “Vaak is het ook gewoon een kwestie van gewenning. Het gaat er om dat je binnen één en hetzelfde magazijn op éénen dezelfde manier nummert.” Ten aanzien van bewegwijzering en de looproute vrschillen de heren van Jeka en Mieke Brouwer van inzicht. Jeka ziet ze duidelijk wel als onderdeel van cognitieve ergonomie en ziet meer overeenkomsten dan verschillen met de locatiestickers. Volgens Mieke Brouwer hebben de vorm en de positie van de bewegwijzering raakvlakken met het voorbeeld van de locatiestickers, maar is het volgen van de meest logische en efficiënte route in het magazijn meer een logisch rekensommetje, dan een cognitief ergonomisch aspect.
 

Lettertype en kleur

Wat volgens Gerrits voor de orderverzamelaar ook storend en totaal overbodig is, is de naamsvermelding van de fabrikant op de sticker. ‘Weglaten dus!’

Ook het lettertype speelt een grote rol. Gebruik uitsluitend schreefloze letters van het type Sans Serif en het font Arial en Gill. Gebruik zoveel mogelijk de normale combinatie van hoofd- en kleine letters; dus Rotterdam in plaats van ROTTERDAM. Sla bij gangpaden de letters I en O over, omdat deze verward kunnen worden met de cijfers 1 en 0.

Koeienletters zijn ook overbodig. Een letterhoogte van 9 mm is voor vrijwel iedereen goed leesbaar tot een afstand van 1,8 meter. Bij een leesafstand van 9 meter volstaat een letterhoogte van 45 mm. Mensen die op genoemde afstanden moeite met deze lettergroottes hebben, blijken vaak na oogonderzoek aan een bril toe te zijn.

Het menselijke oog blijkt het meest gevoelig te zijn voor de kleuren geel en oranje. Wit doet het ook goed, maar is geen echte kleur. Het is dan ook niet voor niets dat geel en oranje als signaalkleuren worden aangemerkt om de aandacht te trekken. In combinatie met zwarte letters en cijfers geven ze ook het grootste contrast.

Als de ligger ook een gele kleur heeft, is het beter om een witte sticker met zwarte cijfers en letters te gebruiken. Rode blauwe, groene en paarse stickers met zwarte letters en cijfers scoren qua contrast en leesbaarheid een stuk minder. Witte cijfers en letters verbeteren wel het contrast bij deze achtergrondkleuren.
   

MOBIELTJE

Mieke Brouwer is geen logistiek adviseur, maar houdt zich als universitair docent beroepsmatig bezig met de studierichting ‘industrieel ontwerpen’. Het onderstaande voorbeeld kan volgens haar het werkgebied van de cognitief ergonoom en het begrip gebruikersvriendelijkheid verduidelijken. “De nieuwste generatie mobieltjes heeft zoveel toeters en bellen dat alleen jongeren er mee uit de voeten kunnen. De oudere generatie ervaart de kleine toetsen met de gecombineerde functies en submenu’s als uitermate verwarrend. Mobiele telefoons zouden daarom moeten worden afgestemd op een bepaalde doelgroep. Dat zie je tegenwoordig ook wel gebeuren. Complexe apparaten met veel functies en ‘bling bling’ voor de jongeren en een toenemende vraag naar een aanbod van eenvoudiger toestellen voor ouderen, die eigenlijk alleen maar willen bellen.” (foto Marcel Kistemaker)

 

Reageer op dit artikel